21 augustus 2017

Blijvende onvrede psychologen over financiering van GGZ

Onvrede psychologen over financiering GGZ

Na tien jaar zijn psychologen nog steeds ontevreden over het diagnose behandel combinatie (DBC)-beleid in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Met het DBC-beleid kwam er een standaardvergoeding voor iedere psychologische aandoening zoals omschreven in het handboek voor psychiaters en psychologen (DSM). Dit beleid moest de zorgkosten en zorgkwaliteit transparant maken, en efficiëntie en meer keuzemogelijkheden creëren voor cliënten. Kort na de invoering gaven zorgprofessionals al aan dat zij vonden dat deze doelen niet behaald werden. Ondanks pogingen het DBC beleid te verbeteren, is het met deze regelgeving in de GGZ nog steeds slecht gesteld, zo blijkt uit nieuw onderzoek van Rosanna Nagtegaal van de Universiteit Utrecht. Sommige psychologen kiezen er zelfs expliciet voor om niet meer via DBC’s en contracten met verzekeraars te werken.

Onvrede onder zorgprofessionals over DBC-beleid

Het diagnose behandel combinatie beleid veranderde de vergoedingenstructuur in de geestelijke gezondheidszorg aanzienlijk. Voor 2008 kregen cliënten het aantal sessies vergoed waarvan de psycholoog bepaalde dat die nodig waren. Dit werd ‘uurtje-factuurtje’ genoemd. De Diagnose Behandel Combinatie (DBC) werkt op basis van prestatiebekostiging. Dit betekent dat alles met betrekking tot de behandeling wordt vastgelegd, van telefoongesprekken tot sessies en de diagnose. Dit is gekoppeld aan standaardvergoedingen.

Het DBC-beleid is echter al sinds de invoering controversieel onder zorgprofessionals. Er werd zelfs een aanklacht ingediend tegen de Nederlandse Zorgautoriteit. Uit eerder onderzoek (Tummers, 2011*) bleek dat er onder psychologen (en psychiaters) grote onvrede heerste. Sindsdien is er een aantal aanpassingen doorgevoerd. Zo kunnen cliënten gebruik maken van een privacyregeling en is het zogenaamde ‘hoofdbehandelaarschap’ ingesteld, waarbij een zorgprofessional verantwoordelijk is voor het traject van de cliënt. Ondanks deze veranderingen lijken de percepties van de psychologen nog negatiever te zijn geworden. Zij ervaren het DBC-beleid met name als bureaucratisch, zo blijkt uit het onderzoek van Nagtegaal. Zo kan een cliënt bijvoorbeeld alleen een vergoeding krijgen als zijn problematiek past binnen de diagnoses zoals omschreven in het handboek voor psychologen, de DSM. Heeft iemand een stoornis die lastig te plaatsen is, zoals een aanpassingsstoornis, dan valt deze buiten de boot.

DBC-vrije psycholoog, of minder bureaucratie

Een gevolg van het DBC-beleid is dat een aantal psychologen er expliciet voor heeft gekozen om niet meer via DBC’s en contracten met verzekeraars te werken. Daarmee is een geheel nieuwe categorie ontstaan: de ‘DBC-vrije psycholoog’. In het onderzoek van Nagtegaal geeft ongeveer 17 procent aan zo te werken.

Verbeteringen?

Psychologen doen in het onderzoek verschillende suggesties om het beleid te verbeteren: Verminder de complexiteit van de DBC’s; Koppel de vergoeding los van de diagnose; Bied de zorgprofessional meer flexibiliteit.

Het is nodig nader te onderzoeken hoe wijd verbreid de percepties van de psychologen (en psychiaters)  zijn, en of hun suggesties voor verbetering uitvoerbaar zijn. Los daarvan kan de onvrede als een bron van zorg worden gezien, die de uitvoering van het DBC-beleid eerder hindert dan helpt.

Nadere informatie

Meer informatie over het onderzoek van Nagtegaal is te vinden in het onderzoeksrapport.

* Tummers (2011)

Kamervragen

Het onderzoek van Rosanna Nagtegaal heeft ook aanleiding gegeven tot vragen in de Tweede Kamer. Deze werden ingediend door kamerlid Kooiman (SP) en op 20 september 2017 beantwoord door minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.