Bezetting Drift 25

Statement van het College van Bestuur en de decanen van de Universiteit Utrecht

Sinds dinsdag 2 december is het UU-pand aan Drift 25 bezet door pro-Palestinademonstranten. Als gevolg hiervan worden dagelijks ongeveer 1.500 studenten belemmerd in het volgen van onderwijs. Studenten kunnen het onderwijs waarop zij recht hebben in sommige gevallen niet, of slechts in beperkte mate, volgen.

“We vinden het onacceptabel dat deze demonstranten al zo lang medestudenten hinderen in het volgen van onderwijs”, aldus rector magnificus Wilco Hazeleger. “Ook zien we signalen van uitsluiting: er hangen spandoeken aan het pand die door collega’s en studenten als kwetsend ervaren worden. De schade is groot. We staan voor onze studenten en staf, en willen een open institutie zijn met ruimte voor verschillende perspectieven. Helaas is dat nu niet het geval, en worden we gehinderd in onze wettelijke taak: het geven van onderwijs.” 

Rechten en verantwoordelijkheden afwegen

”Natuurlijk hoort protesteren bij onze democratie en bij onze universiteit”, vervolgt Hazeleger. “Binnen onze regels is er ruimte voor vreedzame bezettingen, zoals geadviseerd door het Studie en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM). De afgelopen week hebben we continu zorgvuldig afgewogen hoe we verschillende rechten en verantwoordelijkheden het beste konden beschermen, inclusief het veiligheidsgevoel van medewerkers en studenten. Door de langdurige grote impact is nu een grens bereikt. Daarom is aangifte gedaan van lokaalvredebreuk.” 

De universiteit is sinds het begin van de bezetting in overleg met de lokale driehoek (burgemeester, politie en OM). De gezamenlijke wens is om escalatie te voorkomen en dat de bezetters Drift 25 uit eigen beweging verlaten, zodat het voor honderden studenten weer mogelijk wordt hun colleges te volgen. 

De universiteit staat in principe open voor dialoog met demonstranten als zij zich houden aan de ‘regels en verantwoordelijkheden voor demonstraties (pdf)’. Deze worden echter sinds het begin van deze bezetting overschreden. Zo krijgt Security geen toegang tot het pand om brand- en vluchtveiligheid te controleren; zijn er actievoerders op daken gezien en wordt er gekookt in een pand dat daarvoor niet is ingericht. Ook is de impact op het onderwijs in de huidige situatie te groot. 

Wie zijn de bezetters en wat eisen zij?

Voor zover bekend bestaat de groep bezetters deels uit studenten en deels uit personen die geen band hebben met onze universiteit. Via sociale media eisen de bezetters dat de universiteit alle banden met Israël verbreekt. Zie het tussenkopje "Standpunt en huidige beleid van de Universiteit Utrecht met betrekking tot Israël en Gaza" voor een samenvatting van het huidige beleid van de UU omtrent samenwerking met Israëlische organisaties. 

Dank voor inzet om overlast voor studenten te beperken

Zo lang de bezetting duurt, wordt het onderwijs verplaatst naar andere locaties. Dat gaat elke dag om (werk)colleges van 1.200 tot 1.700 studenten. Over het algemeen lukt dit, maar soms lukt het niet een alternatieve locatie te vinden en moeten we het onderwijs annuleren. Bovendien kunnen studenten soms niet tijdig de andere locatie bereiken door de grotere afstanden.

Wij danken iedereen voor de inzet en het aanpassingsvermogen in deze moeilijke omstandigheden.

Het College van Bestuur en de decanen van de Universiteit Utrecht

Standpunt en huidige beleid van de Universiteit Utrecht met betrekking tot Israël en Gaza

In april hebben het bestuur en de decanen een gezamenlijk statement gepubliceerd waarin grote zorgen zijn uitgesproken over de situatie in Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. In dat statement worden alle schendingen van het internationaal humanitair oorlogsrecht veroordeeld en worden de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof en relevante VN-resoluties onderschreven.

In lijn daarmee heeft de Universiteit Utrecht zich in mei teruggetrokken uit alle instellingsbrede samenwerkingen met Israëlische universiteiten. Ook start de UU tot nader order geen nieuwe institutionele samenwerkingen met Israëlische instellingen, en ook geen nieuwe samenwerkingen op projectbasis.

Lopende tijdelijke onderzoekssamenwerkingen zijn in 2024 individueel beoordeeld en vastgesteld als niet-bijdragend aan militaire toepassingen of aan een verslechtering van de mensenrechtensituatie. Deze samenwerkingen worden, conform contractuele afspraken, voortgezet. We hechten eraan in dialoog te blijven met studenten en collega’s in conflictgebieden, omdat juist zij kunnen bijdragen aan verandering. Het volledig blokkeren van alle contacten met onderwijsinstellingen in een land zien we daarom niet als een oplossing.

Er is een commissie ingericht die een landenneutraal toetsingskader ontwikkelt voor samenwerkingen met organisaties in landen betrokken bij gewapend conflict, mensenrechtenschendingen of schendingen van internationaal recht. De stop op nieuwe samenwerkingen met Israëlische organisaties geldt in ieder geval totdat deze commissie daarover kan adviseren op basis van het door haar ontwikkelde, landenneutraal kader.