16 mei 2018

Bewonersinitiatieven ter verbetering of behoud van leefbaarheid in het dorp steeds belangrijker

© iStockphoto.com

Vrije marktwerking faalt in het bieden van oplossingen voor kwesties als krimp, vergrijzing en tekorten aan voorzieningen op het platteland. Hierdoor wordt de noodzaak van bewonersinitiatieven ter verbetering of behoud van leefbaarheid in het dorp, steeds belangrijker. Dit blijkt uit onderzoek van prof. dr. Tine De Moor, hoogleraar sociaal-economische geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, in opdracht van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (LVKK).

Veranderende maatschappij

De maatschappij verandert en de verhouding tussen burger en overheid ook. Burgers zijn steeds vaker initiatiefnemer van sociale en ruimtelijke projecten. Iedereen is zoekende en er zijn verschillen per gemeente en provincie. Volgens De Moor kunnen dorpsbelangenverenigingen een belangrijke rol spelen om de leefbaarheid te behouden of verbeteren.

Impact op platteland

Juist op het platteland en in kleine kernen zijn veranderingen voelbaar. De grote thema’s op dit moment zoals energietransitie en klimaatverandering, de druk op de Randstad en krimp, vergrijzing, ontgroening op het platteland, veranderende zorg(organisatie)behoeften, het tekort aan voorzieningen en leegkomende agrarische bebouwing hebben enorme impact op dorpen en kleine kernen. Het gaat zowel om bedreiging als kans. Maar bovenal om de leefbaarheid en de toekomst van gemeenschappen.

In een maatschappij waarbij de burger steeds meer aan zet is, is in dorpen en kleine kernen de rol van de bewonersoverlegorganisatie van essentieel belang. Kleine plattelandsgemeenschappen zijn van oudsher goed georganiseerd in dorpsraden, dorpsbelangen enzovoorts. Maar zijn zij in staat te anticiperen op een veranderende wereld?
Prof. dr. Tine De Moor. Foto: Ed van Rijswijk

Afstand tot overheid

De LVKK vroeg Tine De Moor te onderzoeken hoe bewonersoverlegorganisaties zichzelf kunnen heruitvinden door in te spelen op nieuwe uitdagingen, in eerste plaats gecreëerd door de ontwikkelingen op het gebied van burgerbetrokkenheid. Het onderzoek wijst uit dat deze organisaties last hebben van de afstand tot de overheden. Tine De Moor heeft onderzocht of zij door samenwerking of tenminste onderlinge afstemming die afstand ook zouden kunnen verkleinen.

Verbinding en Activering

Daarnaast zijn ook andere recente ontwikkelingen en hun uitwerking op de functies van bewonersoverlegorganisaties onderzocht. Belangrijke uitkomsten zijn dat deze organisaties vanuit de vier rollen – representatief, adviserend, verbindend en activerend – met name in de laatste twee rollen een toegevoegde waarde hebben. De verbindende functie biedt nieuwe perspectieven. Daarbij gaat het om zowel het verbinden van bewoners, overheden en initiatieven binnen het dorp, als dorpsoverkoepelende projecten. Bewonersoverlegorganisaties kunnen door hun overleg met gemeenten, paden effenen voor burgerinitiatieven.

Democratische vormen

De partners van de toekomst voor de bewonersoverlegorganisaties zijn niet langer enkel de lokale overheden maar zeker ook groeperingen van burgers die zich anders willen organiseren, en op een andere manier (via netwerkorganisaties) dan de traditionele wijze (top-down) bij willen dragen aan de samenleving. Tussen de organisaties blijken veel verschillen en door velen wordt gezocht naar vernieuwing. Vergadering en enquête als inspraakmanieren? Ze zijn er nog. Maar steeds vaker zoeken de organisaties nieuwe democratische vormen. De dorpsarena en de ‘Talk of the Town’ voor jongeren zijn hier voorbeelden van.

Kansen en knelpunten

Met de uitkomsten van het onderzoek gaat de LVKK bewonersoverlegorganisaties ondersteunen bij de (her)oriëntatie op de eigen functies en taken. Welke kansen en knelpunten liggen er? Hoe kunnen de dorpsorganisaties van elkaar leren? En welke inspiratie bieden de voorbeelden uit het onderzoek aan andere bewonersoverlegorganisaties?

Onderzoeksrapport

Het onderzoek De functies van bewonersoverlegorganisaties in een veranderende samenleving - Over de functies van bewonersoverlegorganisaties tegen de achtergrond van bewonersparticipatie en andere hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen, werd uitgevoerd door onder­zoeksgroep Institutions for Collective Action (Universiteit Utrecht).

Zij interviewden vertegenwoordigers van 11 boo’s en deden literatuuronderzoek.

Prof. dr. Tine De Moor. Foto: Ed van Rijswijk
Prof. dr. Tine De Moor. Foto: Ed van Rijswijk

Tine De Moor

Tine De Moor is hoogleraar Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief en tevens verbonden aan Institutions for Open Societies, een interdisciplinair onderzoeksgebied van de Universiteit Utrecht gericht op de ontwikkeling en uitbouw van gezonde open samenlevingen, waar dan ook ter wereld.