1 september 2017

Bart Stol in de media met promotieonderzoek

Behoud Nieuw-Guinea geen rancuneus, maar rationeel beleid

Nederlandse Nieuw-Guinea
Nederlands Nieuw-Guinea

Op 31 augustus verdedigde Bart Stol zijn proefschrift over de Nieuw-Guineakwestie in het Academiegebouw. NEMO Kennislink, de Volkskrant en het Nederlands Dagblad schreven erover.

De Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek kon in de jaren 1949-1962 op meer internationale steun rekenen dan vaak is gesteld. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Stol, waarin de Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek mede aan de hand van niet eerder of nauwelijks bestudeerde Franse, Belgische en Britse archieven, in een breder westers (koloniaal) kader geanalyseerd wordt.

Geen rancune

Nadat Indonesië vanaf 1949 onafhankelijk was, bleef de Nederlandse regering tot 1962 vasthouden aan Nieuw-Guinea. Dat zou komen door de frustraties die de onafhankelijkheid van Indonesië voortbracht. Maar Stol bewijst dat het Nederlandse beleid met betrekking tot Nieuw-Guinea niet gestoeld was op emoties, maar op rationele overwegingen. Uit de door Stol bestudeerde bronnen blijkt namelijk dat in Nederland en Indië al vanaf de jaren twintig het idee postvatte om Nieuw-Guinea onder Nederlands bestuur te houden in het geval Indië onafhankelijk zou worden. "Het besluit over de aparte toekomst van Nieuw-Guinea was feitelijk al voor de onafhankelijkheid van Indonesië genomen."

Joseph Luns

In het Nederlands Dagblad wordt Stol uitgebreider geïnterviewd over het beleid en de man die daarin een hoofdrol speelde: toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. "Luns ging in de kern rationeel en weloverwogen te werk," vertelt Stol. Maar wat hij precies wilde bereiken met de vertraagde overdracht van Nieuw-Guinea blijft in het ongewisse. "Hij volgde zijn eigen lijn, de lijn-Luns, en die hield in: laten we wachten tot Soekarno verdwenen is en dan gaan onderhandelen met het nieuwe bewind. Luns dacht waarschijnlijk dat het nieuwe bewind wat meer op het Westen zou zijn georiënteerd dan Soekarno, die Moskou om wapens vroeg en Nederlandse bedrijven uit Indonesië verdreven had."