9 mei 2017

Beatrice de Graaf reageert op aanhouding terrorismeverdachte

© iStockphoto.com/sharpner
© iStockphoto.com/sharpner

Enkele weken geleden werd een 21-jarige man uit Sint-Oedenrode aangehouden op verdenking van terrorisme, maar na ruim een halve dag werd hij alweer vrijgelaten. Prof. dr. Beatrice de Graaf (Geschiedenis van de internationale betrekkingen) reageert op zijn aanhouding in het Eindhovens Dagblad (3 mei) en geeft uitleg over de Nederlandse justitie omtrent terrorisme.

Prof. dr. Beatrice de Graaf.  Foto Ed van Rijswijk
Prof. dr. Beatrice de Graaf

De hoogleraar internationale betrekkingen vertelt dat Nederland sinds 2004 veel wetsartikelen heeft opgenomen waardoor het makkelijker is terrorismeverdachten in een heel vroeg stadium aan te klagen. Waarschijnlijk had justitie dus geen bewijs tegen deze terrorismeverdachte, omdat ze volgens De Graaf over veel mogelijkheden beschikt om een terrorismeverdachte op te pakken en lang vast te houden als er ook maar een beetje bewijs is.

Poging tot verstoring

Ongeveer een derde van de opgepakte verdachten krijgt uiteindelijk een straf opgelegd. Dat relatief lage aantal kan verklaard worden doordat justitie soms verdachten oppakt terwijl ze weet dat er nog onvoldoende bewijs is: "Een aanhouding kan een poging tot verstoring zijn. Ondanks dat er te weinig bewijs is. Soms is het een wake-up call", zegt De Graaf. Vanaf 2014 documenteerde De Graaf de laatste 42 veroordelingen. Daaruit bleek dat verdachten straffen kregen van twee weken tot zes jaar, op één na allemaal een Nederlands paspoort hadden en meestal mannen waren.