5 februari 2016

Basisschool De Malelande neemt deel aan groot wetenschappelijk onderzoek

De eerste basisschool die meewerkt aan het YOUth-onderzoek is bekend: De Malelande uit Amersfoort. Met deelname aan dit grootschalige onderzoek van de Universiteit Utrecht draagt de school bij aan beter zicht op de ontwikkeling van kinderen. 

Marga Oudesluys, Intern begeleider bij De Malelande: “Het onderzoek richt zich niet alleen op het hier en nu, maar wil over langere tijd begrijpen waarom sommige kinderen bijvoorbeeld gedragsproblemen ontwikkelen. Door hieraan deel te nemen kunnen we als school hopelijk een bijdrage leveren aan een harmonieuzere ontwikkeling van kinderen.”

Om de basisschool te bedanken voor haar medewerking heeft Suzanne ’t Hart, YOUth-coördinator basisonderwijs, dinsdagmiddag 26 januari YOUth-taartjes overhandigd aan de directeur van de school Martijn van Elteren.

De Malelande

8, 9, of 10 jaar

Met de feestelijke bijeenkomst in Amersfoort is tevens een start gemaakt met Youth Kind & Tiener, een onderdeel van het Utrechtse YOUth-onderzoek. Voor dit onderdeel zijn de onderzoekers op zoek naar kinderen van 8, 9 of 10 jaar oud uit de provincie Utrecht. Hoofdonderzoeker en hoogleraar Biologische Ontwikkelingspsychologie Chantal Kemner: “Wij vragen deelnemende kinderen met hun ouders langs te komen op ons KinderKennisCentrum. Daar nemen we allerlei interessante testjes af. Een intelligentietest bijvoorbeeld. Maar we onderzoeken ook het kijkgedrag van het kind door de oogbewegingen te meten met een speciale computer.” 

Plek in de maatschappij

Het YOUth-onderzoek is eerder al begonnen met Youth Baby & Kind. Met de uitbreiding naar kinderen van 8, 9 of 10 jaar, die ook rond hun 12e  en 15e jaar verzocht worden langs te komen in het KinderKennisCentrum, hopen de Youth-onderzoekers uiteindelijk een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de ontwikkeling van kinderen in de provincie Utrecht. Kemner: “Wat ons drijft is de vraag waarom het ene kind zich goed ontwikkelt en zonder veel problemen zijn plek in de maatschappij vindt, terwijl het andere kind hier niet of nauwelijks in slaagt.”