Arbeidsmarktkrapte op de formatietafel

Opiniestuk prof. dr. Joop Schippers

Joop Schippers

Hoewel het er in de verkiezingscampagne weinig over ging, zou de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt wel degelijk een belangrijk thema voor de formatietafel moeten zijn. Immers, partijen gaan nu (hopelijk) allerlei mooie plannen maken over de bouw van meer huizen en investeringen in meer defensiematerieel, uitbreiding van het elektriciteitsnet en een beter functionerende overheid. Dat daar voldoende geld voor moet zijn, is een probleem van alle tijden. En Nederland is inmiddels ook wel aan de gedachte gewend dat je bij al die plannen ook rekening moet houden met de uitstoot van stikstof en de belasting van de natuur. Maar we zijn er nog niet aan gewend dat steeds vaker plannen geen doorgang kunnen vinden bij gebrek aan mensen. Of het nu gaat om scholen die geen docenten kunnen vinden en daarom regelmatig klassen naar huis moeten sturen, om ziekenhuizen die wel bedden en apparatuur hebben om patiënten te behandelen, maar bij gebrek aan mensen een afdeling moeten sluiten of op halve kracht moeten laten draaien of om de spoorwegen die geen treindienstleider hebben waardoor een ochtend lang op bepaalde trajecten geen treinen kunnen rijden, steeds vaker is niet het geld en niet de stikstof, maar het tekort aan mensen de oorzaak dat het werk stilvalt.

Wat kan de politiek daaraan doen? In de eerste plaats steeds checken dat er geen plannen worden gemaakt waarvan je bij voorbaat al kunt uittellen dat je er de mensen niet voor gaat vinden (bijvoorbeeld als je de kinderopvang gratis wilt maken, waardoor de vraag naar leidsters alleen maar verder stijgt, terwijl er nu al tekorten zijn). In de tweede plaats geen beloftes doen waarvan je weet dat je niet de mensen hebt om die beloftes waar te maken (bijvoorbeeld als het gaat om de compensatie van de slachtoffers van de toeslagenaffaire) – dat leidt tot verdere onvrede en afbrokkeling van het toch al geringe vertrouwen van grote groepen burgers in de overheid. Ten derde zou je heel goed moeten kijken of er onder degenen die nu nog aan de kant staan (gepensioneerden, mensen met een verminderd arbeidsvermogen, mensen die door discriminatie alsmaar niet aan de bak komen etc.), mensen zijn die alsnog een bijdrage aan de arbeidsmarkt zouden kunnen leveren. Misschien niet voltijd en misschien met ondersteuning, maar als je het vriendelijk vraagt en mensen een steuntje in de rug geeft, is er vaak meer mogelijk dan op het eerste gezicht en volgens de bestaande bureaucratische regels lijkt. Soms helpen onconventionele oplossingen, zoals we zien aan het grote aantal werkende Oekraïense vluchtelingen.

Naast deze dingen waar je allemaal op de korte termijn mee aan de slag kunt, zou het nieuwe kabinet – bijvoorbeeld samen met de SER - ook een plan moeten maken wat we met de arbeidsmarkt van de toekomst willen. Waar willen we vooral AI inzetten en wat moet beslist mensenwerk blijven? Hoe richten we het toekomstige onderwijs zo in dat mensen op latere leeftijd gemakkelijker een nieuw beroep omarmen als daar meer vraag naar komt? Moeten we daarvoor breder en minder specialistisch opleiden en/of moeten we de opleidingskeuzen van jongeren meer sturen en, zo ja, hoe dan? Wat in deze driehoek van arbeidsmarkt, investeringen in technologie en onderwijs tot dusver ontbreekt, is regie. Zonder regie zijn het de keuzes van individuele marktpartijen (burgers en bedrijven) die bepalen hoe de toekomst er uit gaat zien. Dat is vanuit hun eigen perspectief misschien wel aantrekkelijk, maar dient niet automatisch het algemeen belang. En daarvan hebben de (meeste) formerende partijen de afgelopen maanden bij herhaling benadrukt dat het daar in de nieuwe regeerperiode over zou moeten gaan. Dat gesprek over de toekomst van de arbeidsmarkt zou aan de formatietafel moeten beginnen.