Andere conclusies na replicatie beroemd onderwijsonderzoek

Onderwijskundigen herhaalden onderzoek naar scaffolding en kwamen tot andere resultaten

Een goede docent biedt een leerling de juiste hulp op het juiste moment, en haalt die steun weer weg zodra duidelijk is dat de leerling het zonder hulp kan. Dat is, in een notendop, scaffolding, een van de populairste manieren om kinderen te helpen bij het oplossen van een moeilijke taak. Scaffolding werd onderzocht in de jaren 70 en groeide uit tot een geliefd en veelbesproken begrip in het onderwijs. Maar werkt deze aanpak echt zo goed? Nee, zo concludeert onderwijswetenschapper aan de Universiteit Utrecht Nienke Smit. Samen met collega’s repliceerde Smit het baanbrekende onderzoek naar scaffolding. Smits nulresultaten zijn verschenen in het Journal of Educational Psychology.

Het oorspronkelijke onderzoek naar scaffolding komt uit 1978 en is sindsdien dé manier om kinderen te helpen bij het oplossen van een moeilijke taak. Scaffolding wordt gezien als een kenmerk van goed lesgeven. De vuistregel voor docenten luidt: gaat het goed, doe een stap terug; gaat het mis, help meer. Maar toen Smit het oorspronkelijke onderzoek uit de jaren 70 exact herhaalde, bleek het veelbesproken effect er niet te zijn. Smit: “Dat verraste ons. We hebben lang gedacht te weten hoe het werkte, maar nu blijkt het een kleine 50 jaar later toch anders te zitten.”

scaffolding

Niet 32 maar 285 peuters

Smit en collega’s herhaalden het beroemde scaffoldingonderzoek niet met 32 peuters, zoals in de jaren 70 gebeurde, maar met een veel grotere groep: 285 peuters. Verder was het onderzoek volledig gelijk aan de oorspronkelijke studie. Smit: “We gebruikten dezelfde blokkenpuzzel en dezelfde instructies. Ook hanteerden we dezelfde vier soorten begeleiding: voordoen, enkel praten, een mix tussen voordoen en vage aanwijzingen, of scaffolding. Tot onze grote verbazing vonden we geen verschillen tussen deze vier vormen van instructie op de leeruitkomsten van het kind.”

Uit ons onderzoek blijkt dat scaffolding veel verfijnder en complexer is.

Kwaliteit onderzoek

Naast deze conclusie nodigt Smits onderzoek uit tot reflectie op de kwaliteit van onderwijsonderzoek. Smit: “De resultaten van het oorspronkelijke onderzoek hebben grote gevolgen gehad voor het hele onderwijsveld. Van beleidsmakers en schoolleiders, tot medewerkers aan lerarenopleidingen: iedereen raakte ervan overtuigd dat scaffolding werkt. We gingen er allemaal mee aan de slag. Maar ons onderzoek laat zien dat we terug naar de tekentafel moeten met vragen als: wat is dat, hulp op maat? Wanneer schiet je te hulp? En hoe stellen we achteraf vast dat iets hulp op maat was?”

Verfijnder en complexer

Smit wijst erop dat ze met deze studie niet concludeert dat scaffolding in het geheel niet werkt. “Het werkt niet zo goed als gedácht. Scaffolding is docenten aangereikt als een eenvoudig stappenplan. Het was een manier die elke docent makkelijk zou kunnen toepassen om kinderen te helpen bij een moeilijke taak. Uit ons onderzoek blijkt dat scaffolding veel verfijnder en complexer is. Het draait om timing, om dosering, om afstemmen. De docent en het kind moeten sámen bouwen. Hoe dat precies werkt, en hoe niet: daar valt nog veel over te leren.”