6 juli 2017

Seed Money Grant voor onderzoek naar zoetwatervaren

“Als Azolla een gewas wordt, heeft dat een enorm gunstig ecologisch effect.”

Peter Bijl, Thomas Schonewille and Henriette Schlupmann
Peter Bijl, Thomas Schonewille en Henriette Schlupmann

Azolla, een drijvende varensoort die overal ter wereld in ondiep, stilstaand of langzaam stromend zoet water groeit, zou in de toekomst zomaar een bestanddeel van onze voeding kunnen worden. Peter Bijl, Henriette Schlupmann en Thomas Schonewille, UU-onderzoekers bij resp. Geowetenschappen, Biologie en Diergeneeskunde, ontvingen een Seed Money Grant van 10.000 euro van Future Food Utrecht om te onderzoeken of Azolla kan worden gebruikt voor (dier)voeding. Als dat daadwerkelijk zo is, kan dit een enorm positief effect hebben op ecologisch vlak.

Peter Bijl, docentonderzoeker bij Geo, leidt een stichting die wetenschappelijke ontdekkingen vertaalt naar een breed publiek. In 2004 ontdekte zijn promotor, Henk Brinkhuis, tijdens een expeditie in de Noordpool sporen van de Azolla-plant in oceaansedimenten. “Dat was het teken dat die plant onder uiteenlopende omstandigheden kan groeien,” licht Bijl toe. “Nadat we via botanici meer over de plant te weten kwamen, raakten we ervan overtuigd dat Azolla ingezet kan worden in allerlei toepassingen.”

De groep betrok Henriëtte Schlupmann, moleculair bioloog, bij hun onderzoek. Zij ging zich bezighouden met de groei- en reproductieprocessen van Azolla. “Het mooie aan Azolla is dat de plant geen stikstof nodig heeft om eiwitten te produceren, zoals de meeste andere planten,” zegt Schlupmann. “Azolla haalt de stikstof gewoon uit de lucht, maar produceert wel drie keer zo veel als bijv. maïs. Als we Azolla dus kunnen gaan kweken als gewas, heeft dat een enorme ecologische impact. We kunnen dan de import van soja – nu één van de hoofdbestanddelen in diervoeding – drastisch verlagen.”

Azollaburger op het menu

Naast kennis over de inhoudsstoffen en het reproductieproces van Azolla, was het minstens zo belangrijk om iemand bij het onderzoek te betrekken met expertise op het gebied van diervoeding. Zo kwam Thomas Schonewille, docentonderzoeker bij Diergeneeskunde, in beeld. “Onze afdeling heeft de kennis om vast te stellen of Azolla de potentie heeft om een voedermiddel te worden. We werken nauw samen met Wageningen University & Research, waar we de verteerbaarheid van Azolla onder in-vitro condities kunnen testen.”

Om de vraag of Azolla bij mensen op korte termijn op het menu zal staan moeten de onderzoekers glimlachen. “We hebben als test eens een Azollaburger laten bakken,” vertelt Bijl. “Die smaakte walnootachtig, best lekker. Maar ik zou het nog niet adviseren om thuis met Azolla te gaan koken. Daarvoor moet de plant eerst worden veredeld.”

We hopen de voedingsmiddelenindustrie te overtuigen van de potentie van Azolla

Juiste moment

Het laboratoriumonderzoek naar Azolla werd tot nu toe o.a. gefinancierd door Climate-KIC, één van Europa’s grootste publiek-private samenwerkingsverbanden die zich focussen op klimaatverandering.  De cijfers zijn echter zo goed, dat het moment is aangebroken om het onderzoek een stap dichter bij de praktijk te brengen. Het verkrijgen van fundamentele funding blijkt echter lastig.

“De Seed Money Grant kwam voor ons daarom op het juiste moment,” zegt Bijl, “omdat we met die financiering weer een stap verder komen. Nu kunnen we bijvoorbeeld aan bedrijven een proefopstelling laten zien. Op die manier hopen we de voedingsmiddelenindustrie van de potentie van Azolla te overtuigen.”

Missing link

“De contacten buiten de universiteit zijn in dit geval dus erg belangrijk,” vult Schonewille aan, “want daar zitten de bedrijven die deze technologie verder kunnen ontwikkelen. Dat lukt alleen, als je ook daadwerkelijk aan de industrie kunt laten zien hoe een dier op het gewas reageert. Dat is de volgende stap: de voederwaarde van Azolla bepalen voor dieren.”

“Voor ons onderzoek was de samenwerking met Diergeneeskunde precies wat we nog nodig hadden,” zegt Schlupmann. “Hun input was de missing link. Dat is het mooie aan werken bij de Universiteit Utrecht. Doordat we hier zulk breed onderzoek doen, zitten alle belangrijke partijen dicht bij elkaar.”

Geen concurrentie

Doordat de vraag naar voeding de komende jaren alleen maar zal toenemen, zijn de onderzoekers overtuigd van de potentie van Azolla als gewas. “Het mooie van Azolla,” legt Bijl uit, “is dat het geen concurrentie vormt voor bestaande landbouwgebieden. Azolla groeit op water en dat wordt op dit moment nog helemaal niet geëxploiteerd.” Met de resultaten van hun onderzoek bieden Bijl, Schlupmann en Schonewille daarvoor de oplossing. Het wachten is op de industrie om de techniek in de praktijk te brengen.