“Alles gaat stap voor stap: verduurzaming, inzicht, verandering, groei.”

Marja Bogaards - Alumnus van het jaar faculteit Bètawetenschappen

Marja Bogaards studeerde farmacie (1993), werkt als ziekenhuisapotheker bij Haaglanden Medisch Centrum, is transitiemaker bij GroenErwt-Transfarmacie, leefstijlapotheker én onze Bèta Alumnus van het Jaar.

Waarom koos je voor de studie farmacie?

Ha ja, dat is wel meteen een mooi voorbeeld van mijn kijk op de wereld (lacht). Ik werd drie keer uitgeloot voor geneeskunde. Dus moest ik meebewegen, iets anders kiezen om me op te richten. Vooraf twijfelde ik tussen industrieel ontwerpen en chirurgie, want ik hou heel erg van met mijn handen werken, van klussen. Het precieze, technische en het pielen, dat trok me aan. Maar ja, het was wel een schrikbeeld dat ik uiteindelijk in een autofabriek zou eindigen. Dus koos ik voor geneeskunde en werd vervolgens niet ingeloot. Met een klasgenoot was ik, voor de gezelligheid, mee geweest naar de open dag van farmacie en dat klonk toch ook interessant. Na een jaar werd ik alsnog nageplaatst bij geneeskunde in Amsterdam maar toen was ik al gegrepen door het vak, en geworteld in Utrecht. Bij farmacie was ik vooral bezig met doen en analyseren en ik zag op tegen het stampwerk bij geneeskunde. Dus ben ik gebleven.

De universiteit was voor mij niet alleen een plek voor nieuwe kennis, er ging echt een hele wereld open voor me. Ik was een eerste generatie student en ik leerde mijn nieuwsgierigheid voeden en inzetten, alles bevragen. Maar ook buiten de grenzen te kijken, kennis te delen én vermenigvuldigen. De studie was een opstapje in alle opzichten. Als student kwam ik in aanraking met nieuwe sporten en allerlei creatieve cursussen, ik kon naar het buitenland. Ik heb een periode in Amerika gewerkt in een lab en dat was zo'n vormende tijd. Als je een tijdje in een ander land werkt en leeft ervaar je hoe alles anders kan zijn op een andere plek en tegelijkertijd dat mensen overal met dezelfde dagelijkse beslommeringen bezig zijn. Heel leerzaam.

Farmacie bleek onverwacht heel goed bij je te passen. Wat motiveert je in je werk in het ziekenhuis en als transitiemaker?

De technische kant van de (ziekenhuis)farmacie, daar voel ik me bij thuis. Het organiseren van processen, data, het analyseren, lekker de diepte in. Maar ik ben niet echt een superspecialist, eerder een generalist. Ik hou van onderzoeken met een academische bril en hou me tegelijkertijd altijd bezig met de toepassing, waar er een verschil te maken is met nieuwe kennis. Ik kan ergens helemaal in duiken en dan ga ik weer omhoog, om wat ik heb gevonden in het grote geheel te plaatsen.

De beroepsgroep is niet zo outgoing, apothekers doen hun werk op de achtergrond, zorgvuldig en goed. Details en procedures zijn belangrijk, vooral voor de veiligheid. Dat maakt het soms ook lastig om dingen te veranderen en bijvoorbeeld processen aan te passen en ze duurzamer en socialer te maken. Gelukkig hou ik van pionieren. En ik verwacht geen reuzenstappen (lacht).
In het ziekenhuis werk ik in een planbare wereld. Dat heeft daar een duidelijke functie. Maar als model voor ons hele wereldbeeld moeten we van dat idee af, het zet ons ‘vast' en beperkt ons. We moeten veel meer meebewegen, en elke keer opnieuw kijken wat de omstandigheden van ons vragen. Uiteindelijk verschillen mensen veel minder van elkaar dan we zelf denken, echt iedereen kan creatief denken en dingen op meerdere manieren bekijken. De ene manier van denken kost misschien wat meer moeite dan de andere, maar we hebben de aanleg allemaal. Het is ook een kwestie van proberen en oefenen. Dat is een nuttig gesprek om te voeren, hoe verschillen we van elkaar, wat kunnen we van elkaar leren? Het liefst werk ik intergenerationeel, interdisciplinair, intercultureel. Alle onderlinge verschillen kunnen we gebruiken om te veranderen en voorbij de bestaande structuren te komen die zorgen dat dingen hetzelfde blijven.

Een andere drijfveer voor mij, in samenwerkingen en de uitvoering van mijn werk, is het beschermen van onafhankelijkheid van kennis en onderzoek. Onafhankelijkheid van zowel overheid als bedrijven. De academische vrijheid wordt wereldwijd ingeperkt of ondergeschikt gemaakt aan politieke of economische belangen. Feiten doen er gewoon niet meer toe. En overal zie je twijfel en aarzeling bij mensen: is dit het juiste moment om in actie te komen? Want wanneer ga je veranderen? Zolang de noodzaak niet gevoeld wordt, komt er geen beweging. Maar je wilt ook niet te lang wachten. We hebben zoveel kennis en kunde in huis, als mensheid. We kunnen zoveel aanpassen en verbeteren aan de manier waarop we dingen doen. Als we maar gaan bewegen. 

We moeten meer gaan meebewegen, en elke keer opnieuw kijken wat de omstandigheden van ons vragen.

Wanneer werd duurzaamheid een belangrijk onderwerp voor je?

Doelmatigheid was altijd al een thema, om op een zinnige en zuinige manier om te gaan met medicijnen. Ook vanuit sociaal en maatschappelijk oogpunt. De focus op duurzaamheid volgde uit die manier van werken. Bijna 25 jaar geleden werd ik betrokken bij het project Vergulde Pillen vanuit de overheid. Binnen dat project werd onderzoek gedaan naar medicijnresten in het water en milieu, via riool en afval. Daarvóór was ik ook al bezig als veranderaar maar door deze opdracht werd duurzaamheid echt een groot, belangrijk doel.

In 2016 ben ik uitgevallen. Met vrienden heb ik in die tijd veel gesprekken gevoerd over wat ik echt belangrijk vind. Waar ik me voor in wil zetten en wat me energie geeft. 
Het pionieren, verandering in gang zetten, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid kwamen steeds terug. Toen ben ik gaan lezen, Omarm de Chaos van Jan Rotmans onder andere. Bij The School of Creative Thinking volgde ik een opleiding en leerde ik nog beter om mijn creativiteit in te zetten om veranderprocessen op gang te brengen. Zo kreeg ik mezelf weer aan de praat en ben ik me vol enthousiasme gaan inzetten voor die duurzame en sociale transitie. Nu zit ik in allerlei verander- en verduurzamingsclubs en commissies. Mijn bedrijf GroenErwt heb ik opgericht omdat ik een loket wilde, een website, een vehikel om dingen aan te jagen. Het doel is inspireren, katalyseren, doen, impact maken. Een bedrijf oprichten was de makkelijkste manier om zo'n platform te creëren. Veel winst maken is niet het soort succes waar ik naar streef. Succes is niet gelijk aan geld verdienen, het zit ’m veel meer in het bereiken van je inhoudelijke doelen. Dat succes vooral uit te drukken zou zijn in geld is wat mij betreft een voorbeeld van ‘het oude denken’.  Alles moet slagen in die ideologie, en aan ‘slagen’ zitten dan heel duidelijke waardeoordelen. Volgens mij hoeft het niet op die manier. Als je een goed idee hebt, wees dan niet bang, ga gewoon proberen, grijp kansen. We moeten als samenleving heel andere waarden gaan toekennen aan wat succesvol zijn betekent. Geld is een middel. Impact maken, iets toevoegen aan de wereld, dát is een doel.

Hoe kwam je op de naam GroenErwt?

Ik zat al aan een erwt als beeldmerk te denken, omdat het een powerfood is dat mensen al eeuwen voedt. Een vlinderbloemige, die groeien en evolueren snel en ze passen zich makkelijk aan. Er is meteen de associatie met Mendel natuurlijk, die onderzoek deed naar erfelijkheid door erwten te kruisen. Zijn bevindingen werden later onderdeel van de evolutiebiologie. Zelfs het sprookje van de prinses op de erwt vond ik wel passen, om verandering in gang te zetten moet je soms een beetje irriteren. Zorgen dat mensen nét iets minder goed slapen. 

En toen vond ik het verhaal van de Pea Knocker-Uppers, die tijdens de vorige industriële revolutie in Engeland de taak hadden om fabrieksarbeiders 's morgens wakker te maken als hun shift begon. Deze ‘erwtenschieters’ bliezen met een blaaspijp erwten tegen het raam, net zolang tot iedereen was opgestaan. Zo'n mooie metafoor! Ik ben er ook op uit om iedereen wakker te schudden en was helemaal geïnspireerd door dit beeld. Dat laat de kracht van verhalen zien, hoe je daarmee een gelaagd idee meteen kan samenpakken en dan ook nog zorgen dat de luisteraar geraakt wordt en meteen uit bed wil springen om aan de slag te gaan. Die kracht kunnen we nu inzetten. We moeten gaan breken met hoe we dingen tot nu toe hebben gedaan en er iets anders voor in de plaats laten komen. Dat is spannend, want we weten nog niet precies hoe het er dan uit gaat zien. Nieuwe verhalen kunnen ons helpen om voorbij ‘zo is het nu’ en ‘dit weet ik al’ te kijken. Het oude verhaal kennen we en het loopt niet zo goed af. Wat wordt het duurzame en toekomstbestendige discours?

Leestips voor verandering, veerkracht en nieuwe perspectieven

  • Jan Rotmans, Omarm de Chaos
  • Spencer Johnson, Wie heeft mijn kaas gepikt?
  • Nino Haratischwili, Het achtste leven (voor Brilka)
  • Elif Şhafak, 10 Minuten en 38 seconden in deze vreemde wereld