4 december 2014

Alcohol heeft geen effect op ontwikkeling breinfuncties jongeren

Proefschrift alcholgebruik jongeren

Alcohol drinkende jongeren blijken niet slechter te functioneren op concentratievermogen, impulscontrole en geheugen dan hun niet-drinkende leeftijdgenoten. Dat schrijft Sarai Boelema van de Universiteit Utrecht in haar proefschrift. Zij promoveert op 5 december in Utrecht op onderzoek naar alcoholgebruik onder adolescenten. Boelema’s proefschrift is de eerste omvangrijke longitudinale studie naar de effecten van alcoholgebruik op het cognitieve functioneren bij jongeren.

De Utrechtse promovenda onderzocht 2230 Nederlandse jongeren in de leeftijd van 11 tot 19 jaar. Om te zien of (zwaar) drinken invloed heeft op de rijping van cognitieve controles, deelde ze de jongeren op in zes groepen: van niet-drinkers tot zware drinkers. Boelema: “We vonden geen verschillen tussen de zes groepen. Dit suggereert dat zelfs het wekelijks drinken van gemiddeld 15 glazen alcohol gedurende een periode van vier jaar geen invloed heeft op de rijping van bijvoorbeeld het concentratievermogen.”

Ongekend

De bevindingen van de Utrechtse promovenda staan lijnrecht tegenover wat algemeen wordt aangenomen. “Alcohol wordt door de meesten als schadelijk ervaren voor de rijpende hersenen van jongeren. Daar is echter weinig onderzoek naar gedaan. En de studies die er wel zijn, kennen uiteenlopende resultaten.” Er is niet eerder zo omvangrijk onderzoek gedaan naar de effecten van alcoholgebruik onder jongeren.

Meer probleemgedrag

De promovenda merkt in haar proefschrift op dat er wel significant meer aandachtproblemen gerapporteerd zijn door meisjes die zwaar dronken. Daarnaast vertoonden jongeren met alcoholmisbruik meer probleemgedrag, zoals vandalisme en agressie.

Subtieler dan aangenomen

Dat een verhoogd risico op een afwijkende ontwikkeling van het cognitief functioneren uitbleef, ook bij zware drinkers en jongeren die alcohol misbruiken, verbaasde Boelema ietwat. “Het is een aanwijzing dat de effecten van alcohol op het zich ontwikkelende brein mogelijk subtieler zijn dan tot dusver is aangenomen.” Boelema concludeert dat er meer onderzoek nodig is om te begrijpen wat alcohol teweeg brengt in het rijpende brein, en hoe zich dit zal uiten in het dagelijks functioneren.