Afdrukken van kattenpootjes aangetroffen in 15de-eeuwse boeken
Kattenliefhebbers weten het: katten komen graag op je boek zitten. Ook vijftiende-eeuwse katten waren er blijkbaar al dol op. In maar liefst drie van de oudste gedrukte boeken in de Universiteitsbibliotheek Utrecht zijn pootafdrukken van katten gevonden. De sporen van deze bijzondere ‘gebruikers’ zijn recent aan het licht gekomen tijdens een project waar de UB momenteel aan werkt: alle gedrukte boeken uit de 15e eeuw (zogenaamde incunabelen of wiegedrukken) worden gedigitaliseerd en opnieuw gecatalogiseerd.
De catalogiseerders en scan-operators laten voor dit project alle ca. 900 incunabelen van de Bijzondere Collecties door hun handen gaan. Catalogusbeschrijvingen van deze vroegste drukken zijn in het verleden ook al gemaakt, maar in het nieuwe project is er speciale aandacht voor de unieke kenmerken van elk exemplaar, zoals de boekband, de herkomst, aantekeningen, decoratie... en zelfs poezenpootjes. Juist dit soort bijzonderheden geven aanwijzingen hoe een boek in het verleden is gebruikt, waar, en door wie. De UB scant de boeken niet alleen blad voor blad, maar ook de buitenkant (boekband, snedes) kun je nu online van alle kanten bekijken.
Een kat in het klooster?
Twee van de boeken met kattenpootjes waren oorspronkelijk in bezit van het Utrechtse kartuizerklooster Nieuwlicht (X fol 81 (Rariora) en X fol 98 (Rariora)), het andere exemplaar komt uit de Janskerk (B fol 140 (Rariora) dl 1-6). Of de katten hun smoezelige pootjes achterlieten toen de boeken zich in deze religieuze instellingen bevonden, is niet met zekerheid vast te stellen. Bekend is wel dat katten in kloosters een nuttige rol als muizenvangers vervulden – en wie weet dus ook als gezelschapsdier tijdens het lezen.
Sporen gedocumenteerd
De middeleeuwse Utrechtse klooster- en kapittelbibliotheken zijn kerncollecties van de universiteitsbibliotheek: ze vormen het vroegste Utrechtse boekbezit dat we nog hebben. De incunabelen uit deze collecties worden met hulp van stagiairs ingevoerd in de internationale database Material Evidence in Incunabula. Hier worden alle sporen van vroegere bezitters stuk voor stuk beschreven. De database maakt het mogelijk om het bezit, het gebruik en de verspreiding van 15e-eeuwse boeken transnationaal te onderzoeken.
Voor één incunabel uit het Utrechtse Regulierenklooster hebben stagiaires Josefien Wijker en Mylou Eggermont (research master Art History) een wel heel opmerkelijke herkomstgeschiedenis gereconstrueerd. Lees er meer over in hun collectieverhaal.
Verrassende vondsten
Het incunabelproject van de UB Utrecht is nu ruim over de helft: meer dan 560 incunabelen zijn gescand en de beschrijvingen in de catalogus verrijkt. Dat heeft al tot tal van verrassende vondsten geleid. Behalve poezenpootjes is er onder meer een afdruk van een bril opgedoken (E fol 91 (Rariora)), vogelpoep (RAR 6-43 qu), uitgeveegde inktvlekken (G fol 321 (Rariora)) en allerlei tekeningetjes in de marges (bijvoorbeeld in E fol 320 (Rariora)).
Ook blijken vijf exemplaren al meer dan 100 jaar verkeerd geïdentificeerd te zijn. Ons exemplaar van het traktaat Flores musice van de 14e-eeuwse muziektheoreticus Hugo Spechtshart bijvoorbeeld blijkt niet de editie van ca. 1492 te zijn, zoals sinds 1922 is verondersteld, maar de zeldzamere editie van ca. 1490 (F qu 348 (Rariora) dl 3). De verkeerde identificaties zijn ontdekt door de Utrechtse exemplaren te vergelijken met gedigitaliseerde exemplaren in andere instellingen.
De ambitie is om het incunabelproject in 2028 af te ronden.