1 september 2017

Adel onderzocht door Renger de Bruin

Landcommandeurs Duitse Orde Utrecht. Bron: Wikimedia Commons

Adel is een onderwerp dat een toenemende belangstelling geniet onder historici, kunsthistorici en sociale wetenschappers. De opvatting dat Nederland vanaf de late middeleeuwen een burgerlijke samenleving is geweest met een bescheiden rol voor de adel, wordt steeds meer in twijfel getrokken. De Faculteit Geesteswetenschappen heeft nu, via de afdeling Contractonderzoek, een opdracht verworven om hier nader onderzoek naar te doen. Op 1 september 2017 zal dr. Renger de Bruin bij het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis starten met een omvangrijke studie naar de adel in Nederland.

Samenwerking

Zijn onderzoek wordt gefinancierd door het Godard van Reede Fonds dat gerelateerd is aan het Universiteitsfonds. Dit fonds is gesticht door de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht en de ridderschap van Utrecht. De Bruin zal nauw samenwerken met het onderzoeksteam onder leiding van prof. dr. Oscar Gelderblom (Economische en sociale geschiedenis) dat de burgerlijkheidsthese eveneens kritisch wil onderzoeken. Dit onderzoeksproject, onder de titel ‘Investment behaviour, political change and economic growth in the Netherlands 1780-1920’ heeft onlangs een NWO-subsidie gekregen. 

Utrechtse adel

Het onderzoek van De Bruin bestaat uit twee delen: de adel in de provincie Utrecht en de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht. Het onderzoek naar de Utrechtse adel loopt vanaf de vroege middeleeuwen tot de huidige periode. Het volgt de lotgevallen van deze elite over een periode van ongeveer vijftien eeuwen. Veranderingen in de rol en de samenstelling van de adel in een specifieke regio kunnen zo in beeld gebracht worden. 

Ridderlijke Duitsche Orde

Bij het onderzoek naar de Ridderlijke Duitsche Orde gaat het om een collectief-biografisch onderzoek naar de ca. 225 edelen die tussen 1640 en het midden van de twintigste eeuw lid zijn geweest van deze organisatie. Omdat aan het lidmaatschap strenge eisen werden gesteld, die de orde tot een zeer exclusief gezelschap maakten, kan hier een topsegment binnen de adel over drie eeuwen gevolgd worden. Samen met de uitkomsten van het NWO-project is veel meer duidelijkheid te verwachten over de vraag wie het de afgelopen eeuwen in de Nederlandse samenleving eigenlijk voor het zeggen hebben gehad.

Dr. Renger de Bruin. Fotograaf: Dea Rijper

Renger de Bruin

Renger de Bruin (1956) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij werkte in de jaren 1979-1994 als docent en onderzoeker aan de universiteiten van Utrecht, Leiden en Greifswald (Duitsland). In 1986 promoveerde hij in Utrecht op een proefschrift over het in de praktijk brengen van de revolutionaire ideeën in de jaren 1795-1813.

Van 1994 tot 2017 was hij als conservator stadsgeschiedenis verbonden aan het Centraal Museum Utrecht. De tentoonstellingen die hij daar maakte varieerden van lokaal (zoals Utrecht in de Tweede Wereldoorlog of de Domtoren) tot internationaal (Vikingen, de Vrede van Utrecht). Daarnaast was hij tussen 2001 en 2011 bijzonder hoogleraar Utrecht Studies. De belangstelling voor politieke elites uit de periode van zijn promotieonderzoek heeft hem nooit los gelaten. Zo publiceerde hij in 2012 een boek over de Ridderlijke Duitsche Orde in de Napoleontische tijd.