Academische vrijheid en mensenrechten: nieuw kader voor externe samenwerking
Een landenneutraal beoordelingskader helpt medewerkers van de Universiteit Utrecht vanaf najaar 2026 bepalen of zij nieuwe samenwerkingen aangaan als deze mogelijk op gespannen voet staan met mensenrechten, het internationaal recht, of de academische vrijheid. Met het kader wil de universiteit haar rol als mensenrechtenactor concreet invullen, en de academische vrijheid borgen.
Het nieuwe kader is bedoeld om medewerkers van de universiteit te helpen bij afwegingen over nieuwe samenwerkingen met externe partners. Het bevat een stroomdiagram dat medewerkers in staat stelt om stapsgewijs tot een besluit te komen.
Individuele én organisatorische verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid om het kader toe te passen, ligt in eerste instantie bij de medewerker. Vanuit de partner en de inhoud van het project wordt bekeken of een samenwerking verantwoord is. Daarbij worden medewerkers ondersteund door hun facultaire Research Support Office (RSO). Is er sprake van een verhoogd risico, dan wordt het project voorgelegd aan een universitair support team, en in het geval van complexe afwegingen, aan een universitaire commissie. Het kader kan ook gebruikt worden om institutionele samenwerkingen, zoals een nieuwe studentuitwisseling, te toetsen.
“Academische vrijheid is fundamenteel, maar niet absoluut”
“Academische vrijheid is fundamenteel voor een universiteit”, aldus Wilco Hazeleger, rector magnificus van de Universiteit Utrecht. “Ze zorgt ervoor dat we in vrijheid kunnen onderwijzen en onderzoeken. Maar die vrijheid is niet absoluut en kan op gespannen voet staan met andere waardes waar we als universiteit voor staan, zoals mensenrechten. Dit nieuwe kader helpt onze collega’s bij het maken van die afwegingen, en het biedt houvast voor iedereen binnen de organisatie die hierbij een rol speelt.”
Landenneutraal
Het beoordelingskader is landenneutraal, en dus niet bedoeld als instrument om samenwerkingen met specifieke landen te weren. Het is waarschijnlijker dat samenwerkingen met bepaalde organisaties in een land niet (meer) mogelijk zijn.
Een belangrijke vraag in het kader is of de beoogde partner betrokken is bij schendingen van de mensenrechten en/of het internationaal recht. Die vraag is niet altijd eenduidig te beantwoorden. Voor projecten met een verhoogd risico zal de EvaluatieCommissie OnderzoeksSamenwerking (ECOS) zich hierover buigen. Het besluit of een samenwerking kan starten of niet, is dan aan de decaan (bij positief advies ECOS) of aan de rector (bij negatief advies ECOS).
Het nieuwe kader is ontworpen door een Tijdelijke Commissie Mensenrechten, die in het najaar van 2025 werd samengesteld in overleg met de decanen en het College van Bestuur. Intussen is het kader al besproken met de decanen, de vice-decanen onderzoek, en de Universiteitsraad. Al deze geconsulteerde groepen waren zeer tevreden met het resultaat van de commissie. Het kader is op 7 juli formeel vastgesteld door het College van Bestuur.
- Bekijk het kader.
- Voor onderzoekers en andere medewerkers die met het kader gaan werken, zullen er workshops en andere bijeenkomsten worden georganiseerd om vragen te stellen en ervaringen uit te wisselen.
Tijdelijke Commissie Mensenrechten
De Tijdelijke Commissie Mensenrechten bestaat uit relevante experts en zeer ervaren wetenschappers uit diverse faculteiten:
- Prof. Dr. Louis Bont (Faculteit Geneeskunde, UMCU)
- Prof. Dr. Antoine Buyse (Faculteit Recht, Economie, Bestuur & Organisatie)
- Prof. Dr. José van Dijck (Universiteitshoogleraar)
- Maarten Flinkenflögel, MSc (SO&O)
- Dr. Katharine Fortin (Faculteit Recht, Economie, Bestuur & Organisatie)
- Prof. Dr. Beatrice de Graaf (Faculteit Geesteswetenschappen)
- Prof. Dr. Jorg Huijding (Faculteit Sociale Wetenschappen)
- Prof. Dr. Cedric Ryngaert (Faculteit Recht, Economie, Bestuur & Organisatie
- Prof. Dr. Ted Sanders (Vicerector Onderzoek), voorzitter
- Prof. Dr. Stefan Vandoren (Faculteit Beta-wetenschappen)
- Prof. Dr. Marcel Verweij (Faculteit Geesteswetenschappen)
- De commissie werd ondersteund door Drs. Jeroen Frietman (secretaris, SO&O)