25 juni 2016

Aantekeningen in handschriften onthullen middeleeuwse wetenschappelijke debatten

Augustine and Cassiodore debating in the margin of a 12th-century manuscript © Cambridge, Trinity College MS B.5.4
Augustinus en Cassiodorus in discussie in de marge van een 12e-eeuws handschrift © Cambridge, Trinity College MS B.5.4

Op 1 juni is het project ‘The Art of Reasoning: Techniques of Scientific Argumentation in the Medieval Latin West (400-1400)’ van start gegaan. Dit project gebruikt een nog weinig onderzocht type bronnenmateriaal, namelijk de annotaties, aantekeningen en diagrammen in middeleeuwse handschriften, om inzicht te geven in de praktijken van argumenteren en redeneren in de Middeleeuwen. Prof. dr. Mariken Teeuwen en dr. Irene van Renswoude hebben hiervoor een subsidie verworven in het programma ‘Vrije Competitie’ van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Het project beslaat de periode van de vroege Middeleeuwen tot in de bloeiperiode van de middeleeuwse universiteiten. Het onderzoeksteam zal bestaan uit Mariken Teeuwen (bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, senior onderzoeker bij Huygens ING) als principal investigator, Irene van Renswoude (Huygens ING) als eerste postdoc en een tweede postdoc waarvoor nog tot 13 augustus een vacature openstaat.

Kritisch redeneren in de vroege Middeleeuwen

In het huidige grote verhaal over de intellectuele geschiedenis van middeleeuws Europa begint alles pas in de twaalfde eeuw: de periode waarin de eerste universiteiten gesticht werden en nieuwe teksten uit de Griekse filosofische traditie via het Arabisch het Westen bereikten. De echte wetenschap, zo zegt men, begint dan, als aan de universiteiten een wetenschappelijke methode ontwikkeld wordt die autoriteiten kritisch benadert. Het is de methode van de dialectiek, waarbij een stelling getoetst wordt door middel van argumenten en tegenargumenten en de wetenschapper een nieuwe synthese formuleert.

In ‘The Art of Reasoning’ betogen Mariken Teeuwen en Irene van Renswoude dat de wetenschappelijke methode van argumenteren en redeneren niet een vernieuwing was van de twaalfde eeuw, maar altijd al de basis was van wetenschap in het Westen, van de Oudheid tot nu. Maar daar waar in de twaalfde eeuw nieuwe tekstgenres ontstaan die de dialectische benadering benadrukken, nam deze vóór deze tijd (en trouwens ook nog erna) de vorm aan van ‘parateksten’: teksten in de marge en op schutbladen, commentaren, glossen en diagrammen.

12th-century annotated manuscript © Leiden University Library, Special Collections
© Leiden University Library, Special Collections

Stemmen uit de marge

Deze parateksten waren tot nu toe grotendeels ontoegankelijk voor moderne wetenschappers. Traditioneel maakten zij geen deel uit van de historisch-kritische editie. Ze waren uitsluitend zichtbaar voor het handjevol handschriften-deskundigen en filologen die voor hun onderzoek naar de bijzondere collecties van Europese bibliotheken reisden, maar niet voor het merendeel van de geesteswetenschappelijke onderzoekers die hun onderzoek baseerden op edities.

Sinds 2000 hebben echter steeds meer bibliotheken foto’s van hun handschriftencollecties online geplaatst. Nu kan men zien hoe schrijvers hun teksten prepareerden voor hun lezerspubliek en hoe lezers er verschillende lagen aantekeningen aan toevoegden. De stemmen uit de marge getuigen vanaf de late Oudheid tot in de late Middeleeuwen van een wetenschappelijke omgang met teksten: tekstversies worden met elkaar vergeleken, passages die niet kloppen worden gemarkeerd, contrasterende meningen van autoriteiten naast elkaar geplaatst en met elkaar geconfronteerd. Met andere woorden: de aantekeningen bieden een veel rijker beeld van de middeleeuwse intellectuele cultuur dan we tot nu toe hadden.

Evolutie van de wetenschap

Mariken Teeuwen en Irene van Renswoude gaan dit materiaal gebruiken om tot nieuwe inzichten te komen over wetenschappelijke methoden en technieken in de Middeleeuwen. Door zowel de periode vóór de opkomst van de universiteiten als daarna te bestuderen zullen ze in staat zijn om de evolutie van de Westerse wetenschappelijke traditie op een nieuwe manier te analyseren, aan de hand van de aantekeningen van zowel bekende als anonieme geleerden, monniken, meesters, studenten en lezers.