13 juni 2016

Aanbestedingsrecht als instrument voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid. Uitbuiting van Nepalese werknemers bij de bouw van een voetbalstadion. Als overheid wil je geen opdrachten gunnen aan bedrijven die zich aan dat soort zaken schuldig maken. Om niet-integere bedrijven te weren van de inkoopprocedures voor publieke goederen, werken en diensten zijn in de Europese aanbestedingsrichtlijnen uitsluitingsgronden opgenomen.

Maar een onderneming kan alleen worden uitgesloten als ze aantoonbaar in strijd met bepaalde juridische normen – bijvoorbeeld van mensenrechten – heeft gehandeld. Vooral voor misdragingen in internationale context levert dat vaak problemen op: veelal ontbreekt een rechterlijk vonnis waarin een onderneming wordt veroordeeld. Tegelijk moet ook de vraag worden gesteld of het aanbestedingsrecht een geschikt instrument is om ondernemingen die in internationale context MVO- en mensenrechtenbepalingen schenden te sanctioneren.

Het rapport Zorgplichten van Nederlandse ondernemingen inzake internationaal maatschappelijke verantwoord ondernemen gaat in op de verantwoordelijkheid van ondernemingen om te voorkomen dat hun activiteiten een negatieve uitwerking hebben op de mensenrechten van derden (corporate responsibility to respect) en de op staten rustende plicht om bescherming te bieden tegen bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen (state duty to protect).

Dit onderzoek naar juridische normen en verplichtingen van staten en ondernemingen op het vlak van (internationale) mensenrechtenschendingen, kan ook van belang zijn voor het aanbestedingsrecht, zo betoogt Gerrieke Bouwman hier:

Aanbestedingsrecht als instrument voor maatschappelijk verantwoord ondernemen