80% kans op regen, wat betekent dat eigenlijk?

Wetenschapshistoricus David Baneke over de film Pressure en de blijvende onzekerheid in het weerbericht

Storm op komst! De nieuwe film Pressure laat zien hoe meteorologen in 1944 onder enorme druk moesten beslissen of D-Day door kon gaan of uitgesteld moest worden. Wetenschapshistoricus David Baneke doet onderzoek naar de geschiedenis van het weerbericht, en hij snapt het dilemma van de wetenschappers in de film. Gedurende de afgelopen honderd jaar werd de technologie om weersvoorspellingen te maken steeds beter, maar onzekerheid blijft een terugkerende factor in de meteorologie. Hoe gaan we daarmee om? 

Ergens begin juni 1944 zitten twee groepen meteorologen in Engeland lijnrecht tegenover elkaar. Het waait en er hangt regen in de lucht; storm lijkt op komst. Het is de dag voor D-Day, de grootste militaire landingsoperatie ooit. Zo’n 150.000 geallieerde soldaten staan klaar om vanaf Engeland over te steken naar Normandië, in Frankrijk.

De twee teams meteorologen worden het maar niet met elkaar eens. “Het is nu te gevaarlijk om de oversteek te maken en D-Day moet worden uitgesteld”, vindt het ene team. Het andere team ziet, op basis van metingen die net zijn binnengekomen, misschien tóch een gaatje. Tijd voor twijfel is er niet, en iemand moet een besluit nemen.

Feiten bestaan niet als het gaat om voorspellingen. Een weersverwachting is namelijk geen meting, maar een extrapolatie

Druk

In de nieuwe film Pressure wordt het moment vlak voor D-Day uitvergroot. Hoe gingen de mensen toen om met onzekerheid, iets dat inherent is aan de wetenschap? “Feiten bestaan niet als het gaat om voorspellingen,” vertelt David Baneke, wetenschapshistoricus bij het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt de geschiedenis van het weerbericht. “Een weersverwachting is namelijk geen meting, maar een extrapolatie. Je maakt een schatting van een waarde die buiten een bekende reeks gegevens ligt, op basis van een bekende trend.”

Verschillende methodes

In de film zien we twee groepen meteorologen: een Amerikaans team van Irving Krick en een Brits team, geleid door James Stagg. Kricks team werkte met de analogiemethode, waarbij het huidige weerbeeld wordt vergeleken met patronen uit het verleden om te zien wat daar destijds op volgde. Het team van Stagg, daarentegen, vertrouwde op de toen relatief nieuwe fronttheorie, waarbij warme- en koudefronten nauwkeurig in kaart werden gebracht op papieren landkaarten. 

Baneke wijst op het contrast dat de film daartussen lijkt te schetsen. “Die analogiemethode was niet ouderwets, meteorologen gebruikten altijd meerdere methodes naast elkaar.” De belangrijkste gebruiker van de fronttheorie in de aanloop naar D-Day was overigens de Noorse meteoroloog Sverre Petterssen, die in de film niet voorkomt. 

Wetenschappers leveren een inschatting, maar de knoop wordt uiteindelijk door iemand anders doorgehakt. Door een generaal, bijvoorbeeld

Menselijke beslissing

Uiteindelijk werd de landing, die gepland stond op 5 juni, op het laatste moment met één dag uitgesteld. Achteraf bleek dat de juiste beslissing, want twee weken later (de eerstvolgende gelegenheid met geschikt tij en maanstand) was het weer nog slechter. Dat kon niemand van te voren weten. Het doet denken aan een scène uit een andere oorlogsfilm, merkt Baneke op: de botsing tussen Oppenheimer en president Truman in Oppenheimer. “Wetenschappers leveren een inschatting, maar de knoop wordt uiteindelijk door iemand anders doorgehakt. Door een generaal, bijvoorbeeld. Het blijft een menselijke beslissing.”

D-Day op Omaha Beach (credit: George Peters via Getty Images)
Uiteindelijk werd de landing, die gepland stond op 5 juni, op het laatste moment met één dag uitgesteld. (Beeld: George Peters via Getty Images)

Omgekeerd

Hoe communiceer je als wetenschapper over zo'n inschatting, zonder dat mensen die voor een feit aanzien? In de meteorologie werkt dat opvallend genoeg vaak anders dan in andere vakgebieden. Waar experts elders nog wel eens zeggen “geloof ons, ondanks de onzekerheid”, zeggen meteorologen juist het tegenovergestelde: geloof ons niet te veel. Een waarschuwing voor een storm geeft geen garantie dat het misgaat, en het uitblijven ervan geeft geen garantie dat het veilig is. Onderzoek naar wat mensen van een weerbericht onthouden (weinig, bleek) leidde er zelfs toe dat het KNMI gedragswetenschappers inschakelde om uit te zoeken hoe je die boodschap beter overbrengt.

Quizvraag! Wat betekent dit weerbericht?

Vandaag: half bewolkt, middagtemperatuur rond de 19 graden, kans op een enkele bui. 80% kans op regen.

A. Het gaat 80% van de dag regenen
B. Er is 80% kans dat het ergens in de regio gaat regenen
C. In 80% van de keren dat dit weertype eerder voorkwam, viel er ergens regen
D. Geen idee, ik neem gewoon een paraplu mee

Telegraaf

80% kans op regen? Je neemt een regenjas mee, en bedenkt een plan B voor de barbecue die gepland stond, klaar. Maar het is niet vanzelfsprekend dat we tegenwoordig zo soepel omgaan met zo’n voorspelling. Pas vanaf 1860 kon je, door de introductie van de telegraaf, weerwaarnemingen snel genoeg over een lange afstand versturen om er nog iets aan te hebben. Voor die tijd was het weerbericht altijd alweer een paar dagen oud tegen de tijd dat het ergens aankwam. Vanaf dat jaar verzamelde men in Utrecht dagelijks metingen uit Vlissingen, Den Helder, Groningen en Maastricht om er, binnen een paar uur, een voorspelling uit te halen.

Duizenden rekenaars

Rond 1900 waren er al wel natuurkundige vergelijkingen bekend die het weer konden beschrijven, maar de rekenkracht om daar berekeningen mee te maken ontbrak nog: een beroemd experiment uit de jaren twintig liet zien dat je 64.000 menselijke rekenaars nodig zou hebben om het weer van één dag vooruit op tijd te kunnen bepalen.

De introductie van computers in de jaren zeventig zorgde daarom voor een grote sprong vooruit. Die konden het rekenwerk doen. Satellieten werden in die periode ook geïntroduceerd, die stormen boven de oceaan in beeld brachten nog ver voordat ze Europa bereikten. 

Tot 1880 kregen lezers van de krant niet meer dan de laatste waarnemingen voorgeschoteld, met het advies zelf maar te bepalen wat dat betekende voor morgen

Zelf uitzoeken

Het effect van die technologische ontwikkelingen is met terugwerkende kracht af te lezen aan oude weerberichten. “Tot 1880 kregen lezers van de krant niet meer dan de laatste waarnemingen voorgeschoteld, met het advies zelf maar te bepalen wat dat betekende voor morgen”, vertelt Baneke. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikelijk om twee dagen vooruit te voorspellen, en vanaf de jaren tachtig drie tot vijf dagen. Vandaag de dag is een voorspelling voor over vijf dagen ongeveer even betrouwbaar als een voorspelling voor morgen, een paar decennia geleden. 

Lokale extremen

Toch is de onzekerheid nooit helemaal verdwenen, hij is alleen kleiner geworden. De grootste hoofdpijn van de moderne meteoroloog is nu ook niet langer een storm die dichterbij komt vanaf de Atlantische Oceaan, maar snelle, lokale veranderingen, zoals hevige, korte zomerse onweersbuien die binnen een paar uur ontstaan en weer verdwijnen. Zo'n bui trok bijvoorbeeld tien jaar geleden richting festival Pinkpop, met maar heel korte tijd om te waarschuwen.  Dit soort precieze waarschuwingen voor lokaal extreem weer zijn momenteel een van de grootste uitdagingen in het weerbericht.

Pressure draait sinds 9 september in Nederlandse bioscopen.