3D-printen dicht kloof tussen opkomende en gevestigde economieën
Opkomende economieën die 3D-printtechnologieën (3DP) integreren in hun industriële productie laten exportprestaties zien die vergelijkbaar zijn met die van landen met een gevestigde economie. Dit blijkt uit onderzoek van de Utrechtse sociaal-geografen Nicola Cortinovis en Joric Donnet. Volgens de auteurs kan de inzet van 3DP in productieketens een gebrek aan historische specialisatie compenseren. Daarmee kunnen kleinere economieën hun achterstand op wereldmachten sneller inlopen.
3D-printen wordt vaak omschreven als een techniek waarmee "(bijna) alles vanaf elke locatie geproduceerd kan worden." Cortinovis en Donnet merkten echter dat de impact van 3D-printen op de geografische spreiding van economieën tot dusver beperkt is onderzocht, terwijl deze techniek diverse, soms onvermoede, voordelen biedt. ‘Tijdens de COVID-crisis kwamen wereldwijd vele industrieën tot stilstand. De invoer van 3DP kan in de toekomst, in sommige gevallen, de economische effecten van een dergelijke schokgolf ondervangen door de productie te verspreiden,’ zegt Cortinovis.
Fundamentele voordelen
Als innovatieve techniek die continu onderhevig is aan vernieuwing, biedt 3DP fundamentele voordelen ten opzichte van traditionele methoden, onder andere het vervaardigen van meerdere producttypen door één machine en een hogere mate van precisie en ontwerpvrijheid. Bij producten zoals bijvoorbeeld protheses of gehoortoestellen kunnen kleine oplages en snelle prototypeontwikkeling rendabel zijn. 3D-printing vermindert in deze gevallen de afhankelijkheid van schaalvoordelen binnen een bedrijf, waardoor productie makkelijker verspreid kan worden. Dit vereist echter wel aanzienlijke investeringen in nieuwe machinerie en een reorganisatie van productie- en beleidssystemen, factoren die in eerste instantie een uitdaging kunnen vormen voor kleinere economieën.
Sterke opkomst
Cortinovis en Donnet analyseerden internationale handelsregisters vanaf 2012 (voor de grootschalige invoer van 3D-printing) tot 2023 om de relatie tussen 3DP-invoer- en exportprestaties in kaart te brengen. Zo laten ze zien dat 16% van de landen wereldwijd een relatief hoge mate van 3DP-productie kent. Hoewel het hier voornamelijk Westerse landen betreft, is er een sterke opkomst zichtbaar in Aziatische landen (zoals China, India, Vietnam, Maleisië en Thailand) en in Brazilië.
Verschillen
De onderzoekers onderscheidden wel verschillen tussen de handelsgebieden. Landen die tijdens de productie 3D-printing toepassen en specialistische voorkennis bezitten, behalen de hoogste exportcijfers, maar bij landen die voorheen niet gespecialiseerd waren in de vervaardiging van bepaalde artikelen leidt de invoering van 3DP uiteindelijk tot een grotere stijging van de huidige export. Handelsgebieden die geen gebruik maken van deze nieuwe technieken ervaren de laagste export prestaties, hoewel reeds gevestigde industriële expertise hen daarbij nog op het speelveld kan houden.
Productielocatie
Daarnaast wijst het onderzoek uit dat de impact van 3DP sterk verschilt per sector. Zo maakt de Amerikaanse autofabrikant Ford op grote schaal gebruik van 3D-printen voor de productie van gereedschappen en bepaalde onderdelen, producten die kunnen worden vervaardigd zonder dat men afhankelijk is van lokale expertise. Hierdoor wordt de productie minder afhankelijk van lokaal geconcentreerde vaardigheden en leveranciersnetwerken. In andere sectoren, zoals de luchtvaart, blijft de productielocatie belangrijk. Beehive Industries, fabrikant van onder andere straalmotoren en ‘multimodaal 3D-printpartner voor de Amerikaanse defensie-, lucht- en ruimtevaartsector’, zet de nieuwste 3DP-technologieën in, maar is ook afhankelijk van reeds bestaande plaatsgebonden kwaliteiten. Gevestigd in Clermont County in Ohio, profiteert het bedrijf van de nabijheid van universiteiten en luchtbases, die afzet, talent en werkruimte leveren.
Artikel
Nicola Cortinovis en Joric Donnet, ‘ 3D printing and the geography of production’, Technological Forecasting and Social Change, https://doi.org/10.1016/j.techfore.2026.124658