2 juli 2012

2 Miljoen subsidie voor digital humanities project over invloed VS in Nederlands publiek debat

NWO-subsidie voor Horizon-project Digital Humanities

Op welke manieren hebben de Verenigde Staten in de afgelopen eeuw als cultureel model gefungeerd voor Nederland? Dat gaan cultuurhistorici, informatici en text mining-deskundigen van de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en het Huygens ING op een innovatieve manier onderzoeken in het HORIZON-project ‘E-Humanity Approaches to Reference Cultures: The Emergence of the United States in Public Discourse in the Netherlands, 1890-1990’. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft een subsidie toegekend van maar liefst 2 miljoen euro.

De term 'referentiecultuur' verwijst naar het feit dat sommige culturen een dominante rol spelen in de internationale uitwisseling van ideeën, producten en praktijken. Zij fungeren als een cultureel model dat geïmiteerd, aangepast of juist verworpen kan worden. Met behulp van digitale technologieën zoals text mining gaat dit HORIZON-project de rol van de VS als ‘referentiecultuur’ analyseren in Nederlandse debatten over sociale veranderingen en collectieve identiteiten. De Universiteit Utrecht spreekt in dit project de ambitie uit om in de toekomst een leidende rol te spelen bij de verdere ontwikkeling van het veelbelovende gebied van de digitale humaniora.

Dynamiek van referentieculturen

De historische dynamiek van referentieculturen is nog nooit systematisch onderzocht en eigenlijk weten we er te weinig van af. Om er meer inzicht in te krijgen, richt dit project zich op drie onderling samenhangende vragen:

  1. Hoe waardeerde het Nederlandse publieke debat tussen 1890 en 1990 de ideeën, producten en praktijken die het associeerde met de Verenigde Staten?
  2. Hoe kan text mining software worden gebruikt om trends en verschuivingen in het publieke debat te traceren, vooral op het gebied van economie, cultuur, en wetenschap en technologie?
  3. Hoe weerspiegelt en beïnvloedt een publiek debat de opkomst en inwerking van referentieculturen?

Kranten doorzoeken met text mining software

Om de ontwikkeling van referentieculturen in kaart te kunnen brengen, is het nodig om het publieke debat over een langere periode te volgen. Enorme gedigitaliseerde krantenbestanden in de Koninklijke Bibliotheek (KB) maken het voor het eerst mogelijk om grootschalige ontwikkelingen in het nationale discours systematisch te analyseren. Dat gebeurt met innovatieve en krachtige ‘text-mining’ software, waarmee patronen en trends kwantificeerbaar uit de teksten kunnen worden gedestilleerd. Deze gegevens kunnen vervolgens worden gekoppeld aan cijfers over bijvoorbeeld economische en maatschappelijke trends, en aan resultaten van meer traditioneel kwalitatief onderzoek.

Voordelen van digital humanities

Geesteswetenschappers maken relatief weinig gebruik van de nieuwe technieken voor data-analyse. Toch zijn de voordelen groot. Het gebruik van digitale methoden in geesteswetenschappelijk onderzoek zal niet alleen interessante historische patronen opleveren, maar ook nieuwe onderzoeksvragen. Dit project maakt het mogelijk een geraffineerd model te ontwikkelen voor het ontstaan en de impact van referentieculturen in het algemeen. Tegelijk dient het als springplank voor vergelijkend onderzoek op Europees, trans-Atlantisch en mondiaal niveau.

Projectmedewerkers

De volgende onderzoekers werken aan het project mee:

  • prof. dr. Joris van Eijnatten (Cultuurgeschiedenis, UU – hoofdaanvrager)
  • prof. dr. Toine Pieters (Descartes Centre, Farmacie, UU – projectleider)
  • dr. Jaap Verheul (Cultuurgeschiedenis, American Studies, UU – projectleider)
  • dr. José de Kruif (Cultuurgeschiedenis, text mining-deskundige, UU)
  • prof. dr. Maarten de Rijke (Informatica, Intelligent Data Lab, UvA)
  • dr. Charles van den Heuvel (Wetenschapsgeschiedenis, Huygens ING)

Ook zullen er 3 postdocs (1 UvA, 2 UU) en 4 promovendi (3 UU, 1 UvA) in het project worden aangesteld.