12 april 2018

Certificaat NWO Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur

12 miljoen voor Nederlands onderzoek naar Europese aardkorst

NWO financiert met €12 miljoen de uitbreiding van EPOS-NL, een cluster van grote observatoria, experimentele labs en een digitale infrastructuur voor onderzoek naar de Europese aardkorst, van kilometerschaal tot microniveau. De Universiteit Utrecht is het coördinerend centrum van deze infrastructuur. Samen met partners KNMI en TU Delft draagt de universiteit bij aan het bredere European Plate Observing System (EPOS), een project dat is opgezet om onderzoeksdata over de Europese aardkorst vanuit verschillende disciplines snel, betrouwbaar en open access beschikbaar te maken.

Binnen Europa zijn er tientallen onderzoeksinstituten die vanuit verschillende disciplines onderzoek doen naar de evolutie en het gedrag van de aardkorst. Het European Plate Observing System (EPOS) is een project dat valt binnen het Europese Horizon 2020 programma en heeft een tweeledig doel. Het brengt niet alleen verschillende disciplines bij elkaar om data over de Europese aardkorst geïntegreerd voor wetenschap, industrie en samenleving beschikbaar te stellen, maar het zorgt ook voor makkelijke toegang tot specialistische onderzoeksfaciliteiten binnen de EU-landen.

HPT-lab
Onderzoek doen naar gesteenten in het High Pressure and Temperature Lab, onderdeel van de EPOS infrastructuur.

Eén grote infrastructuur

“Met deze subsidie kunnen we alle grote geofysische faciliteiten in Nederland integreren in één infrastructuur”, vertelt prof. dr. Martyn Drury, projectleider van EPOS-NL en aardwetenschapper aan de Universiteit Utrecht. “We zijn ook twee nieuwe projecten aan het ontwikkelen. Eén daarvan is het KNMI seismisch netwerk; de ander is een datacenter waarmee we onder andere onderzoek kunnen doen naar geothermische toepassingen aan de TU Delft, en aardbevingen in Groningen kunnen monitoren. De Groningse gasvelden zijn de best gemonitorde gasvelden ter wereld, en vormen voor ons een natuurlijk laboratorium. Zo kunnen we onderzoeken hoe we zo veilig mogelijk met onze aardbodem omgaan.”

Tevens wordt het gloednieuwe Earth Simulation Lab van de Universiteit Utrecht opgeleverd in 2018. “We kunnen nu nieuwe faciliteiten bouwen die ons helpen te begrijpen hoe vloeistoffen en gesteentes in de aardkorst op elkaar inwerken”, vervolgt Drury. “Dat is essentiële informatie als we willen begrijpen hoe vulkaanuitbarstingen en natuurlijke aardbevingen werken.”

Van kilometerschaal naar microniveau

“We kijken dus niet alleen naar processen op kilometerschaal, maar ook op microniveau”, vervolgt Drury. “EPOS-NL stelt ons in staat berekeningen en modellen te maken om van de kleinste schaal naar de grootste schaal te overbruggen en voorspellingen te maken en te vergelijken met data uit de natuurlijke laboratoria, zoals Groningen en Delft.”

TEClab
Tectonics laboratorium

Een grotere kans op doorbraken

De uitbreiding van EPOS-NL zal volgens Drury resulteren in meer wetenschappelijke talenten, meer internationale allure en dus een grotere kans op doorbraken in het aardwetenschappelijk onderzoek. Hij besluit: “Zo lang we onze data blijven delen en toegankelijk maken voor de buitenwereld kunnen we onze impact blijven vergroten, zowel wetenschappelijk als in de maatschappij.”

Nationale Roadmap

Op donderdag 12 april 2018 reikte minister Van Engelshoven van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het Koningsbergergebouw op het Utrecht Science Park de certificaten uit voor de Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur. De bouw of vernieuwing van de tien gehonoreerde toponderzoeksfaciliteiten krijgt de hoogste prioriteit voor de wetenschap. Ze ontvangen in totaal €138 miljoen. €12 miljoen is gereserveerd voor EPOS-NL, waarvan €5 miljoen voor de Universiteit Utrecht.

Zes projecten

Naast de coördinerende rol die de Universiteit Utrecht heeft binnen EPOS-NL, neemt het deel aan vijf andere projecten. Samen met het UMC is het betrokken bij het Netherlands Electron Microscopy Infrastructure (NEMI). Verder is de Universiteit Utrecht actief in het Ruisdael Observatory (TU Delft), het National Plant Eco-Phenotyping Centre (NPEC, samenwerking met de WUR), X-omics (met het Radboud UMC) en CLARIAH PLUS, het Common Lab Research Infrastructure fort he Arts and Humanities.