Dr. Wendy Wiertz

Universitair docent
Kunstgeschiedenis
Kunstgeschiedenis
w.c.wiertz@uu.nl

Doctoraatsbegeleiding

 

Elena Vanden Abeele (november 2025-heden): "Fashion in Belgium 1830-1914. Organisation, garments, gender, class and nationalism", onder begeleiding van prof. dr. Maude Bass-Krueger (promotor, Universiteit Gent) en dr. Wendy Wiertz (copromotor, Universiteit Utrecht)

Birgit Weijkamp (april 2025-heden) “Historical wardrobes as ‘ego documents’, shaping identities through dress biographies in the Netherlands (1850-1960)”, onder begeleiding van prof. dr. Marieke de Winkel (promotor, Radboud Universiteit) en dr. Wendy Wiertz (copromotor, Universiteit Utrecht)

Projecten
Project
Threads in Common: de Omega Workshop, welzijn en vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog 01-12-2025
Algemene projectbeschrijving

In 1916 ging het ‘Coloured Embroidery’-project van start in het door oorlog verscheurde noorden van Frankrijk, onder leiding van de Britse quaker en wiskundige Margery Fry. De levendige stukken, met de hand genaaid door Franse en Belgische ontheemde vrouwen, tonen baanbrekende modernistische geometrische ontwerpen en zijn gemaakt met garen van de Omega Workshops, een ontwerpbureau dat in 1913 in Londen was opgericht door haar broer, kunstcriticus Roger Fry. Het bestuderen van het Coloured Embroidery Scheme biedt een uitzonderlijk inzicht in het vergeten verhaal van hoe Britse modernistische kunstenaars uit Bloomsbury en hun familieleden rechtstreeks ingrepen in het oorlogsgebied van de Eerste Wereldoorlog om een nieuwe visuele taal van internationalisme te ontwikkelen, gericht op het creëren van harmonie en troost in het licht van trauma's.

Ons project heeft een aantal doelstellingen (1) het toetsen van aannames tussen kunst en therapeutische troost door confrontatie met de soundscapes van WO I (2) het identificeren van de vergeten rol van het modernistische ontwerp en de praktijk van Omega in het overbruggen van Britse kunst en internationale ambachtstradities vóór de opening van het Bauhaus in Duitsland in 1919 (3) het doorbreken van de voorstelling van het pacifisme van de Bloomsbury-kring als insulair door de geschiedenis van de Belgische en Franse vluchtelingendiaspora en het activisme van de Quakers te integreren (4) het onderzoeken van de hedendaagse betekenis van deze avant-gardistische visuele tradities en het reflecteren op de plaats van innovatief design in vluchtelingenondernemingen toen en nu. 

Ons project ‘Threads in Common’ brengt geschiedenissen samen die te lang gescheiden waren. Het overbrugt hiaten in de wetenschap en in museumcollecties en geeft aandacht aan de ervaringen en materiële cultuur van degenen die voorheen werden genegeerd, met name vrouwelijke vluchtelingen. Dit zal worden gedaan door het testen en ontwikkelen van praktijkgerichte en collaboratieve onderzoeksmethoden, terwijl organisaties en gemeenschapsgroepen worden verbonden die door een geschiedenis van textielkunst met elkaar verbonden zijn, maar tot nu toe nog niet met elkaar in dialoog zijn.

Rol
Uitvoerder
Financiering
3e geldstroom - overig Collaborative Project Grant van Paul Mellon Centre for Studies in British Art
Overige projectleden
  • Dr. Rebecca Gill (University of Huddersfield)
  • Dr. Claire Barber (University of Huddersfield)
  • Dr. Stéphanie Prévost (Université Paris Cité/ IUF)
Project
War Lace. Kunstnijverheid, gender en humanitarisme
Algemene projectbeschrijving

Kantwerken is een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed van België. Tijdens de Eerste Wereldoorlog dreigde deze gerenommeerde industrie voorgoed te verdwijnen: de vraag naar het luxe handgemaakte materiaal kelderde, terwijl de aanvoer van grondstoffen werd onderbroken. Duizenden kantwerksters raakten werkloos. Als reactie hierop ontwikkelden humanitaire organisaties kanthulpprogramma's met een tweeledig doel: het redden van een bedreigde Europese traditie en het verzekeren van werkgelegenheid in oorlogstijd voor Belgische kantwerksters, vaak vrouwen die zichzelf en hun gezin onderhielden. De programma's waren zeer succesvol, brachten ongekende publiciteit voor de industrie en Amerikaanse filantropie, en boden werk aan meer dan 50.000 vrouwen in het door Duitsland bezette België en onder Belgische vluchtelingen in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Oorlogskant, met zijn unieke iconografie, verwijst rechtstreeks naar het conflict en omvat oorlogstaferelen, namen en portretten van personen, plaatsen, data, wapenschilden of nationale symbolen van de geallieerde landen, van de negen Belgische provincies of van de Belgische martelaarssteden. 

Kunsthistorici en makers waren steeds al op de hoogte van oorlogskant, maar hun aandacht ging vooral uit naar een klein aantal hoogkwalitatieve kantwerken die door erkende kunstenaars waren ontworpen. Historici hebben zich daarentegen vooral gericht op voedsel- en medische hulp in oorlogstijd, en niet zozeer op culturele en ambachtelijke filantropie. Aan de hand van oorlogskant onderzoekt dit project de vergeten oorsprong van de inspanningen van humanitaire organisaties om cultureel erfgoed te behouden – tegenwoordig een belangrijk onderdeel van hulpactiviteiten over de hele wereld. Het project onderzoekt met name de relaties tussen humanitaire hulp, vrouwelijke zeggenschap en artistieke expressie. Door een combinatie van archief-, collectie- en praktijkgericht onderzoek levert dit multidisciplinaire en transnationale project een innovatieve geschiedenis van humanitaire hulp op, die historici in staat stelt aandacht te besteden aan het materiële object, en kunsthistorici en hedendaagse makers toelaat zich bezig te houden met de historische processen en de productie van embodied knowledge.

Rol
Uitvoerder
Financiering
3e geldstroom - EU Marie Sklodowska-Curie Fellowship 2021, Fulbright Scholarship Program 2018, KU Leuven postdoctoral mandate 2018, Honorary Belgian American Educational Foundation (B.A.E.F.) Award 2018
Afgesloten projecten
Project
Adellijk en artistiek. Amateurkunstenaressen met blauw bloed in België (1815-1914) 01-11-2012 tot 04-07-2018
Algemene projectbeschrijving

In de 19de eeuw ging een negatief imago aan de amateurkunsten kleven. Die raakten geassocieerd met de vrijetijdsbesteding van vrouwen, met huiselijkheid en met lage kwaliteit. Mijn doctoraat verruimde dit enge perspectief. Het toont hoe amateurkunsten voor vrouwen een krachtig instrument waren om de eigen identiteit vorm te geven, om een plaats in een sociaal-cultureel netwerk te verwerven en om tastbare herinneringen na te laten.

De rijk geïllustreerde uitgave van mijn doctoraat zoekt het gezelschap van adellijke amateurkunstenaressen op. Deze vrouwen borduurden in het salon, leerden schilderen in het damesatelier en stelden tentoon tijdens liefdadigheidsbazaars. Documenten, objecten en verhalen uit vooral privéarchieven en -verzamelingen bieden een diepgaande blik op hun artistieke activiteiten. Ze laten een wisselwerking zien tussen de schone en toegepaste kunsten, tussen individuele en gemeenschappelijke betrokkenheid en tussen traditionele verwachtingen en persoonlijke ambities.

Het doctoraat is in 2023 door Universitaire Pers Leuven uitgegeven en werd in 2021 met de Prijs Fonds Keingiaert de Gheluvelt bekroond.

Rol
Promovendus & uitvoerder
Financiering
Anders