Geluid is een krachtig politiek medium. Het kan ongewenste geluiden overstemmen, of juist ingezet worden als instrument van verzet. Ook de afwezigheid van geluid is veelzeggend, stilte als uitdrukking van verzet of een oppositie die het zwijgen opgelegd is. De aanwezigheid van Europese kolonisten transformeerde de alledaagse soundscapes van gekoloniseerde landen: ze introduceerden daar de klanken van andere talen, andere religies, andere muziek, en andere objecten. Daarmee verstoorden zij (vaak door geweldadige onderdrukking) de muzikale tradities, geluiden en talen van de oorspronkelijke bevolking. Hoe kunnen we de effecten van deze transformaties onderzoeken? (Hoe) definieerde de kolonisator geluidspolitiek? En hoe kan een sonisch perspectief ons begrip van het koloniale verleden verdiepen? Door te putten uit een diversiteit aan tekstuele bronnen en deze in dialoog te plaatsen met andere media (afbeeldingen, muziek), fysieke objecten (muziekinstrumenten, kerkklokken, wapens), popular memory en aspecten van ruimtelijkheid, zal er een holistisch perspectief ontstaan dat mij in staat stelt verschillende aspecten van de sonische omgeving van het kolonialisme te reconstrueren en de dynamiek en betekenissen van koloniale geluidspolitiek te onderzoeken.