Algemene projectbeschrijving
Onze kennis van Latijnse teksten uit de (late) Oudheid is vooral gebaseerd op manuscripten uit de vroege Middeleeuwen. Er zijn meer manuscripten overgeleverd uit de 9e eeuw dan uit elk van de daaropvolgende zes eeuwen. De marges van deze manuscripten bevatten aantekeningen die interpretatieniveaus toevoegen aan de in de vroege Middeleeuwen zo gekoesterde teksten. Deze marginalia zijn lange tijd beschouwd als onbeduidende schrijfsels van anonieme monniken. Toch vormen deze commentaren bronnen van intellectuele geschiedenis. Zij vertellen het verhaal van de veranderingen in het leren op velerlei gebied, van neoplatonistische ideeën over de schepping tot de natuurlijke fenomenen van de kosmos. Zij onthullen de methoden en interesses van de wetenschap in deze periode.
Vanwege de ontoegankelijke stijl en vaak groezelige weergave zijn de marginalia tot op heden nauwelijks in kaart gebracht. Dit project vestigt de aandacht op deze notities, die een essentieel element vormen voor het begrip van het intellectuele leven in Europa in de vroege Middeleeuwen.