Profiel

Ik ben een PhD-student binnen het project 'Language Dynamics in the Dutch Golden Age'. Mijn team bestaat uit dr. Marjo van Koppen en dr. Feike Dietz, die de Vrije Competitie Geesteswetenschappen (NWO) gewonnen hebben, dr. Marijn Schraagen, die als computationeel taalkundige zich onder andere bezig houdt met het parsen van historisch Nederlands, Cora van de Poppe MA, die stijlvariatie binnen auteurs uit de 17e eeuw onderzoekt en mijzelf.

Ik onderzoek de patronen en de grenzen van (morfo-)syntactische variatie. Op het moment houd ik me bezig met de relatie tussen (morfologische) naamval en woordvolgorde en met werkwoordsclusters, in de overgangsfase van het Vroegmodernnederlands: in het Middelnederlands bestaat er morfologische naamval en een vrije woordvolgorde, terwijl werkwoordsclusters beperkt zijn; in het Modernnederlands is de morfologische naamval nagenoeg verdwenen, is de woordvolgorde strikter, terwijl werkwoordsclusters volop voorkomen.

Co-promotor: dr. Marjo van Koppen

Promotor: prof. dr. Norbert Corver

Bio Geboren in Utrecht, opgegroeid in Den Bosch, gestudeerd in Utrecht, nu wonende in Amsterdam.
Gegenereerd op 2017-11-22 15:53:24
Alle publicaties
  2016 - Poster
Dietz, F.M., van Koppen, J.M., van Engeland, J., van de Poppe, C.J. & Schraagen, M.P. (07-10-2016). Language Dynamics in the Dutch Golden Age - Linguistic and socio-cultural aspects of intra-author variation. (1 p.).
^ naar boven
Gegenereerd op 2017-11-22 15:53:24
Project:
Taaldynamiek in de Nederlandse Gouden Eeuw: Taalkundige en sociaal-culturele aspecten van variatie binnen auteurs
01-09-2016 tot 01-09-2020
Algemene projectbeschrijving 

De Nederlandse Gouden Eeuw was een dynamisch tijdperk waarin er vernieuwingen plaatsvonden op vele terreinen, zoals cultuur, religie, wetenschap en handel. Ook de taal was volop in beweging. Het Nederlands, de eenheidstaal van de nieuwe Republiek, werd in steeds meer domeinen van de samenleving gebruikt (zoals het religieuze en wetenschappelijke domein) en er werden vele pogingen ondernomen om de positie van de moedertaal te versterken en de taal te standaardiseren. Zo kwamen medewerkers aan de Statenvertaling, afkomstig uit verschillende regio’s, formele taalafspraken overeen. Ook natuurlijke taalontwikkelingen hadden een impact op het Nederlands: steeds meer eigenschappen uit het Middelnederlands (bijvoorbeeld naamval) verdwenen om plaats te maken voor nieuwe eigenschappen (zoals het gebruik van voorzetselgroepen).


Deze taalontwikkelingen resulteerden in veel variatie binnen het taalgebruik van auteurs. Het taalsysteem van een zeventiende-eeuwer bevatte bijvoorbeeld drie manieren om uit te drukken dat vader een broek bezit: vaders broek, de broek des vaders en de broek van vader. Dit project gaat in op de vraag waarom in een bepaalde situatie een van deze opties werd gebruikt. Hing dat samen met de regels van het genre, de afspraken die werden gemaakt in het Statenbijbelproject of de sociale achtergrond van het beoogde publiek?


Dit project onderzoekt deze nog zo weinig bestudeerde intra-author variation, en wil begrijpen welke factoren die variatie tot stand brachten: hoe ontstond de intra-author variation in het zeventiende-eeuws Nederlands? Onze hypothese is dat de variatie het resultaat was van een dynamische interactie tussen het interne taalsysteem van taalgebruikers enerzijds en hun sociaal/literair-culturele context anderzijds. Het taalsysteem van een taalgebruiker maakte variatiemogelijkheden beschikbaar, die vervolgens door een taalgebruiker systematisch en vaak strategisch werden ingezet, afhankelijk van bijvoorbeeld het publiek of de doelstellingen en literaire vormgeving van zijn tekst.


We zullen een voorbeeld geven van het type verschijnselen waar we naar kijken, namelijk negatie. In het Middelnederlands werden zinnen ontkennend gemaakt door tweeledige negaties van het type en…niet (vergelijk het Franse ne…pas). In de zeventiende eeuw maakte deze vorm van negatie langzaam plaats voor eenledige negaties: ic en sal niet moghen gaen werd steeds vaker ik zal niet mogen gaan. Hooft gebruikte in zijn brieven eenledige en tweeledige negaties door elkaar. Was dat toeval of zit er systematiek achter zijn keuzes? Op basis van ons vooronderzoek denken wij dat in het interne taalsysteem van Hooft de twee typen negaties een verschillende lading kregen. Zo gaf Hooft zinnen van het type ‘niet dit, maar dat’ extra nadruk door de tweeledige ontkenning toe te voegen: ‘Ick en zoek de rouw niet, maer zij weet mij te vinden’ (Hooft 1624). Daarnaast lijkt de sociaal-culturele context relevant te zijn voor zijn keuzes. Juist in zijn brief aan zijn geliefde Eleonora Hellemans, waarin hij haar afwijzing betreurt, komen dubbele  negaties vaker voor dan in andere brieven.


Hooft bezit dus blijkbaar een ‘subgrammatica’ – ofwel een ‘register’ – met twee negatie-varianten dat hij inzet in bepaalde situaties. In andere gevallen gebruikt hij juist zijn register met alleen eenledige negaties. Hoe dat werkt, willen we in dit project onderzoeken via drie samenhangende deelprojecten, waarin teksten van verschillende auteurs worden onderzocht. We kijken bijvoorbeeld zowel naar zowel taalkunstenaars die het Nederlands actief wilden vernieuwen en verfraaien (zoals Bredero en Hooft) als naar taalgebruikers die geschreven taal inzetten als een praktisch communicatiemiddel (Michiel de Ruyter), en combineren mannen met vrouwen, en migranten met in de Republiek geboren en getogen auteurs.


De eerste twee deelprojecten, gericht op de kwalitatieve analyse van case studies, worden uitgevoerd door AiO’s. Deelproject 1 verklaart intra-author variation vanuit het interne taalsysteem en deelproject 2 vanuit de literair-culturele context. Het postdoc-project legt op grootschalige wijze patronen van intra-author variation bloot, om zo de resultaten van de andere deelprojecten te testen en nieuwe variatiepatronen op het spoor te komen. Om dit kwantitatieve onderzoek uit te voeren, zal de postdoc nieuwe tools ontwikkelen om teksten uit het zeventiende-eeuws Nederlands te voorzien van syntactische informatie en automatisch te doorzoeken op syntactische structuren. De resultaten van deze drie deelprojecten zullen worden samengebracht in een aantal synthetiserende studies.


Innovatief aan dit project is de interdisciplinaire aanpak: het combineert methodiek en theorievorming uit de theoretische taalkunde, historische sociolinguïstiek, computationele taalkunde en vroegmoderne letterkunde. De variatie binnen taalgebruikers wordt normaal gesproken door theoretisch taalkundigen verklaard vanuit het taalsysteem en binnen de historische sociolinguïstiek vanuit sociale variabelen zoals geslacht en sociale klasse. Dit project brengt de beide perspectieven samen, en voegt daar een letterkundige benadering aan toe, om op die manier beter inzicht te krijgen in de literaire aspecten van taalvariatie binnen auteurs (zoals genreconventies) en in het strategische en creatieve gebruik van taalvariatie. Daarnaast profiteert dit project van recente ontwikkelingen in de computationele taalkunde. Dankzij de vernieuwende interdisciplinaire aanpak werpt dit project licht op zowel de grammaticale kenmerken als de literaire en culturele factoren die taalvariatie tot stand brachten in een tijd van intensieve taalontwikkeling.


 


 

Rol: Promovendus Financiering
2e geldstroom - NWO
Projectleden

Afgesloten projecten

Project:
Intra-auteur-variatie op het gebied van negatie: de brieven van P.C. Hooft 01-02-2017 tot 01-08-2017
Algemene projectbeschrijving

Within the dynamic linguistic situation of the Dutch Golden Age, we observe a type of language variation that has rarely been addressed before: variation within individual language users (intra-author variation). This becomes especially clear in the way 17th century authors use negation: they express negation in the Middle Dutch way (i.e. embracing negation, a combination of the negative clitic en and a negative particle niet; compare French ne…pas) as well as in the modern way (single negation: niet). In this Nederlab pilot project, we aim to describe and analyze in detail the linguistic and literary/rhetorical contexts in which these two variants of negation occur within the letters of the famous Dutch author and politician P.C. Hooft, written between 1600 and 1638. In this period, he used both forms of negation: as earlier research has demonstrated, Hooft stopped using embracing negation in 1638. This pilot project will enrich Hooft’s letters in the Nederlab corpus in such a way that we are able to search for grammatical properties that are specific for 17th century Dutch. We will then analyze in which linguistic, literary and sociolinguistic contexts specific types of negation and negation particles were used.

 
Rol: Uitvoerder Financiering
2e geldstroom - overig: Nederlab
Projectleden
Gegenereerd op 2017-11-22 15:53:24
Nevenfuncties

Geen nevenfuncties

Gegenereerd op 2017-11-22 15:53:24
Volledige naam
J. van Engeland MA Contactgegevens
Transcomplex

Trans 10
Kamer 2.23A
3512 JK  UTRECHT

Telefoonnummer direct +30 253 5709
Transcomplex

Trans 10
Kamer -
3512 JK  UTRECHT

Aanwezigheid
Ma Di Wo Do Vr
Ochtend
Middag
Gegenereerd op 2017-11-22 15:53:24
Laatst bijgewerkt op 21-11-2016