Regelmatig krijg ik vragen voor interviews voor profielwerkstukken. Hartstikke leuk natuurlijk en belangrijk dat er aandacht is voor de meest kwetsbare kinderen van Nederland, maar het zijn er zo veel dat het helaas onmogelijk is om jullie allemaal te helpen. Daarom heb ik hieronder een Q & A gemaakt met de meestgestelde vragen. Heb je een vraag die er niet bij staat? Bedenk dan goed of deze onder mijn expertise valt (zie inhoudelijke beschrijving van mijn leerstoel). Denk je van wel, maar staat de vraag er niet bij? Stuur me dan je vraag even in een mailtje.
Heel veel succes met jullie profielwerkstuk!
Q: Wat zijn volgens u de meest voorkomende vormen van jeugdcriminaliteit?
A: Dit wisselt afhankelijk van informatiebron en wanneer het gevraagd wordt. De meest up-to date informatie vind je als je zoekt op de website van het WODC, je kan zoeken op “monitor jeugdcriminaliteit” file:///C:/Users/Assch101/Downloads/Cahier-2024-15-infographic-mjc2023.pdf. Daar staat te lezen: “Uitgesplitst naar het type misdrijf laten de trends schommelingen zien Onder minderjarige verdachten komen vermogensmisdrijven het meest voor. Het aantal minderjarige verdachten van (vuur)wapen- en drugsmisdrijven is in de periode 2018-2023 min of meer gelijk. De lichte toename in 2019 komt mogelijk door een andere wijze van registreren van incidenten door de politie. Onder jongvolwassenen is in 2023, na een stijging in 2022, sprake van een daling in het aantal verdachten van verkeersmisdrijven. Verder laten vermogens-, gewelds- en vandalismemisdrijven een lichte afname zien.” (WODC, 3 november 2025)
Q: Wat is volgens u de definitie van Jeugdcriminaliteit?
A: Strafbaargedrag van kinderen tot 24 jaar (https://www.nji.nl/jeugdcriminaliteit)
Q: Ziet u een patroon in de oorzaken van de jeugdcriminaliteit die u tegenkomt?
A: Pedagogen gaan er van uit dat al het gedrag en dus ook delinquent gedrag, tot stand komt door een interactie tussen de aanwezige risico- en beschermende factoren in het kind zelf en in de systemen om een kind heen. Welke factoren zijn dat dan? en hoe belangrijk zijn deze? zie daarvoor bijvoorbeeld: https://scholar.google.com/citations?view_op=view_citation&hl=nl&user=xWRDpBwAAAAJ&citation_for_view=xWRDpBwAAAAJ:u-x6o8ySG0sC. Meer informatie over de oorzaken van jeugdcriminaliteit (in het Nederlands).
Q: In hoeverre ziet u een verband tussen de opvoeding die jongeren krijgen en hun betrokkenheid bij jeugdcriminaliteit?
A: Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat er een verband is tussen opvoeding en delinquentie. Zie bijvoorbeeld: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007/s10802-009-9310-8.pdf
Q: Zijn er bepaalde kenmerken in de opvoeding die vaker voorkomen bij jongeren die met justitie in aanraking komen?
A: zie het artikel bij de vorige vraag van collega Hoeve
Q: Ziet u een verschil tussen jongeren uit eenoudergezinnen en jongeren uit tweeoudergezinnen?
A: ja, alleenstaand ouderschap kan een risicofactor zijn voor delinquentie. (zie bijvoorbeeld: https://hrcak.srce.hr/file/172979)
Q: Ziet u vaak dat crimineel gedrag in families “doorgegeven” wordt?
A: ja, er is wel onderzoek naar intergenerationele continuitiet van delinquent gedrag, zie bijvoorbeeld: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007/s10610-018-9381-6.pdf
Q: Welke invloed heeft armoede of een instabiele thuissituatie op het gedrag van jongeren?
A: Armoede vergroot de kans op problemen in gezinnen, maar dit strekt breder dan alleen criminaliteit. (https://www.researchgate.net/profile/Greg-Duncan-3/publication/13921271_The_Effects_of_Poverty_on_Children/links/57c318a708ae2f5eb3396178/The-Effects-of-Poverty-on-Children.pdf)
Q: In hoeverre spelen traumatische ervaringen een rol bij jongeren die crimineel gedrag vertonen?
A: Traumatische gebeurtenissen kunnen ook samenhangen met het ontstaan van jeugdcriminaliteit, maar onderzoek laat zien dat het een complex verband is: https://d1wqtxts1xzle7.cloudfront.net/31455141/Unravelling_Link_Trauma_and_Male_Delinquency-libre.pdf?1392266967=&response-content-disposition=inline%3B+filename%3DUnravelling_Link_Trauma_and_Male_Delinqu.pdf&Expires=1762289666&Signature=az4cZNNm~0FjTmr9FqbYdbBXb8AvHR1tko-X8aCD8JRyg4fCzEmtsBfpw1Qzdu4PixDOmVE6WMiZ0AmGNLFxNhaOnakdlwFZ~3mSljjF~VccEYWmPKP8mx19WEEZdcWXsc4AtObFrtbIlC7ohSwm4B10n-vJTPersRs2d~6EWSIs2ivEO6v-b7SXJKJvn5CyW8BSDW1gmEqvNDWyiE5vPn0kH8LJOvGIdyZ9yET9044tv9S0-4fYSo3lm9hERIvCUyOsFqPTlH3~FXmUsf5v3rI6oc9v1iTP4dgOIZeNfgWR79s-GP5C3ZehKIoKDFwncbGyU54e~EhLl02LwTbSZQ__&Key-Pair-Id=APKAJLOHF5GGSLRBV4ZA
Q: Wat zijn de grootste verschillen tussen een jeugdgevangenis en een ‘normale’ gevangenis?
A: https://www.dji.nl/over-dji#:~:text=Er%20zijn%20gevangenissen%20en%20huizen,%3B%20Justiti%C3%ABle%20Jeugdinrichtingen%20(JJI)
Bij jeugdigen is er in de regel meer aandacht voor heropvoeding, dus behandeling, en staat het pedagogische doel voorop.
Q: Heeft een jeugdgevangenis een grote invloed op de mentale gezondheid van jongeren?
A: Dat wordt altijd aangenomen en is voorstelbaar. Dit wordt vaak detentieschade genoemd. Zie ook: https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/14617771/2009-DirkzwagerAJE-Onbedoelde.pdf
Q: Als iemand in een jeugdgevangenis heeft gezeten, heeft dit dan nog gevolgen voor de rest van zijn/haar leven?
A: Dat kan. Meestal komen mensen niet zo maar in een JJI terecht, dus exacte oorzaak van problemen later in het leven is vaak lastig aan te wijzen.
Q: Wat voor onderwijs krijgen jongeren in een jeugdgevangenis?
A: https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/adviezen/2025/02/11/onderwijs-in-justitiele-jeugdinrichtingen. Het is de bedoeling dat jongeren in een JJI onderwijs volgen op hun eigen niveau.
Q: Hoe worden jongeren met fysieke en/of mentale gezondheidsproblemen in een jeugdgevangenis geholpen?
A: Jongeren kunnen in principe een behandeling krijgen in een JJI. Of dat daadwerkelijk tot stand komt hangt af van de verblijfsduur van een jongere en beschikbaar behandelaanbod dat aansluit bij de specifieke problemen van een jongere.
Q: Worden jongeren ook wel eens naar een tbs-kliniek gestuurd in plaats van naar een jeugdgevangenis?
A: Jongeren met een PIJ maatregel (TBS voor jeugdigen) worden behandeld in JJIs en niet in een TBS kliniek. Met de komst van het adolescentenstrafrecht kunnen jeugdigen echter berecht worden als volwassenen en in theorie dus ook een TBS opgelegd krijgen. Een voorbeeld van een recente zaak waar dat gebeurd is is: https://nos.nl/artikel/2452531-cel-en-tbs-voor-zeeuwse-broers-die-15-jarige-tim-vermoordden-om-50-euro
Q: Wat is de rol van sociale media in het faciliteren van toetreding tot de criminele wereld?
A: Op basis van nog te verschijnen onderzoek van Van Deuren, kunnen we zeggen dat sociale media enerzijds kunnen helpen de drempel naar criminele leefstijl (?) te verlagen, maar anderzijds ook fungeert om het eerste contact met (on)bekenden te leggen (snapchat) en als marktplaats waar vraag en aanbod samenkomen (telegram). (https://nscr.nl/medewerker/sjoukje-van-deuren/#onderzoeksgebieden).
Q: Wat zijn volgens u de 3 belangrijkste factoren die het moeilijk maken voor jongeren om de criminele wereld te verlaten?
A: Er zijn verschillende beschermende factoren die gerelateerd zijn aan desistance. Welke dat zijn, hangt af van de leeftijd van de jongeren en andere specifieke kenmerken. Van oudsher wordt in dit kader ook wel gesproken van de drie “w’s”, woning, werk en wederhelft. Maar de drie “w’s”, zijn ook te vertalen naar beschermende factoren, zoals zinvolle dagbesteding, betekeninsvolle relaties, sociaal netwerk, etc. en die laatste opsomming is vollediger. Studies zijn ook niet altijd eenduidig in welke factoren van belang zijn ( https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1359178915001275). Daarnaast is het van belang je te realiseren dat veel jongeren op een gegeven moment vanzelf stoppen met delinquent gedrag (age-crime curve).
Q: Hoe denken jongeren met een crimineel verleden over hun gemaakte keuzes en de kansen die ze hadden?
A: Dat verschilt per jongere neem ik aan.
Q: Wat zijn volgens u de 3 belangrijkste oorzaken voor het toetreden van jongeren in de criminele wereld?
A: Het is belangrijk je te realiseren dat een keer iets strafbaars doen niet automatisch “ toetreding tot de criminele wereld” betekent. Er zijn verschillende risicofactoren voorspellend voor het plegen van een eerste delict en voor het voorspellen van opnieuw plegen van delicten (https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1359178915001275). In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat het ontstaan en in stand blijven van delinquent gedrag het gevolg is van een samenspel van risico- en beschermende factoren (kenmerken), van het kind zelf, het gezin waarin het kind opgroeit en de bredere sociale omgeving (leeftijdgenoten, school). Zie voor een overzicht ook: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26301752/
Q: Wat zouden mogelijke nieuwe maatregelen zijn die de overheid kan treffen tegen de groei van de criminele wereld?
A: zo vroeg mogelijk evidence-based interventies opleggen. Zie voor een overzicht: https://www.nji.nl/databanken/interventies/erkende-justitiele-interventies
Q: Wat vindt u van de manier waarop de overheid momenteel met jeugdcriminaliteit omgaat? Bijvoorbeeld het strafbeleid.
A: Ik sta heel erg achter het principe achter jeugdstrafrecht, dat uitgaat van een pedagogische invalshoek, gericht op het voorkomen van herhaling. De focus ligt op de ontwikkeling van de jongere. Het doel is om het gedrag positief te beïnvloeden, zodat het kind zich op een goede manier kan ontwikkelen. Dit bestaat enerzijds uit bescherming: waarbij er twee beschermende aspecten zijn: Bescherming van de samenleving: Het voorkomen van recidive en het beschermen van de samenleving tegen jeugdige overtreders.; Bescherming van het kind: Het beschermen van het kind tegen de 'bederf der maatschappij' en het opvangen van verwaarloosde jeugd. Daarnaast betekent dit dat aangepaste sancties en straffen worden opgelegd: Er is een speciaal pakket aan straffen en maatregelen voor jeugdige wetsovertreders, zoals geldboetes, taakstraffen en jeugddetentie. En tenslotte betekent dit dat een aangepast strafproces gevolgd wordt: De procedure is aangepast aan de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind. (zie verder: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/straffen-en-maatregelen/straffen-en-maatregelen-voor-jongeren#:~:text=Jongeren%20tussen%20de%2012%20en,de%20ontwikkeling%20van%20jongeren%20stimuleren.). Helaas is het wel zo dat momenteel sprake is van wachtlijsten en dat het behandelaanbod voor jeugdige delinquenten nog lang niet volledig evidence-based (dat wil zeggen: bewezen effectief, dus aantoonbaar leidend tot afname van recidive). Om dat te bereiken is meeren systematischer onderzoek nodig naar overheidsingrijpen zoals gedaan wordt binnen het jeugdstrafrecht.
Q: Wat zijn volgens u de 3 beste manieren om jongeren te helpen die betrokken zijn in de criminele wereld?
A: Het zorgvuldig vaststellen wat er met een jongere aan de hand is, waardoor hij/zij tot hun gedrag gekomen is. Dat wil zeggen: zorgvuldige risicotaxatie om de hoogte van het recidiverisico te bepalen en vast te stellen welke criminogene en beschermende factoren er zijn bij het kind zelf, in het gezin of in de bredere sociale context. Vervolgens zou maatwerkbehandeling aangeboden moeten worden, die aansluit bij deze risico en beschermende factoren. De duur en intensiteit hangen af van de hoogte van het recidiverisico (hoe hoger het risico, hoe langer/intensiever de behandeling) en de behandeling zou aan moeten sluiten bij de kenmerken van de jongeren (denk aan cognitieve vermogens, aanwezigheid van steunend gezinssysteem, etc.). Dit is beschreven door Andrews & Bonta in het Risk-Needs-Responsivity model (https://www.securitepublique.gc.ca/cnt/rsrcs/pblctns/rsk-nd-rspnsvty/rsk-nd-rspnsvty-eng.pdf