Als senior onderzoeker aan het NIOD en hoogleraar Oorlogsculturen aan de Universiteit Utrecht onderzoek ik de manieren waarop mensen en samenlevingen omgaan met oorlog en massaal geweld.
Oorlogsculturen zijn het geheel aan gedragingen, ideeën en praktijken die samenlevingen in staat stellen grootschalig geweld te begaan en te ondergaan. Om meer inzicht te krijgen in deze processen, gebruik ik transnationale, global history en microhistorische benaderingen, die ik combineer met methoden uit de sociale wetenschappen en de digital humanities.
Mijn inhoudelijke focus ligt momenteel op ontrechting, het toekennen en ontnemen van nationaliteit en burgerschap, vlucht en ‘resettlement’. Deze thema’s onderzoek ik voor mijn boek over de zogenoemde ‘Nansen vluchtelingen’: de eerste, zeer heterogene groep staatloze vluchtelingen voor wie internationale afspraken werden gemaakt (jaren twintig tot vijftig van de vorige eeuw). Ik richt me daarbij op de vraag wat die afspraken betekenden in de praktijk, hoe ze manieren van doen uit de periode van de Eerste Wereldoorlog doorbraken of juist bestendigden en hoe dat zich ontwikkelde door de tijd (inclusief een nieuwe wereldoorlog) heen. Daarbij ga ik in op onderwerpen zoals in- en uitsluiting, loyaliteit en verraad, communities of care, enemies within, illegaliteit en uitzetting, ontheemding, stiltes en complexe historische bronnen.
Mensen zijn ‘meaning makers’: als ze het gevoel hebben dat de wereld om hen heen geen betekenis heeft, gaan ze betekenis creëren. In onze tijd van wijdverbreid geweld en polarisatie zorgt dat ervoor dat we gauw geneigd zijn te denken dat de wereld vol vijanden is die we moeten uitschakelen of voor wie we moeten vluchten. Deze processen van mobilisatie – de discursieve constructie van een vijand en de legitimering van geweld – spelen zich af op alle niveaus, van interpersoonlijke relaties tot mondiale interacties. Zo kan ons proces van betekenisgeving angst en geweld in standhouden.
Oorlogsculturen zijn dus niet alleen iets van het verleden of iets dat over anderen gaat. Ik wil ze onderzoeken opdat we als wetenschappers, docenten, burgers en al die andere rollen en identiteiten die we hebben, beter leren zien hoe we gewelddadige manieren van denken en doen blijven reproduceren én hoe we ze dus kunnen loslaten en ombuigen tot manieren van denken en doen die niet gewelddadig zijn en die juist het gedeelde leven tot bloei kunnen brengen (regeneratieve culturen).
Via publicaties, samenwerking met collega’s en maatschappelijke partners, onderwijsprojecten en begeleiding van studenten, hoop ik er aan bij te dragen dat mensen zich kunnen openstellen voor de ervaringen van anderen, dat barrières geslecht worden en we onze wereld kunnen opbouwen vanuit het inzicht van onze gedeelde menselijkheid.