Afgesloten projecten
Project
Understanding Knowledge in the Low Countries, 1500-1900 06-04-2020 tot 26-06-2020
Algemene projectbeschrijving

This long duree history of changing conceptions and designations of knowledge builds on existing scholarship on early modern knowledge societies and provides much-needed insight in the formation and modification of understandings of knowledge.

Understandings of knowledge are notoriously complicated in historiography. The use of concepts is fluid, multi-layered, and they have various, context-specific meanings. Moreover, interpretations and uses change over time. This makes it hard to speak of stable, well-defined practices or domains of knowing. Such conceptual unclarity is a particularly relevant problem for the history of knowledge. This group takes up the challenge by developing a multidisciplinary collection of essays discussing changing uses and understandings of knowledge in the Low Countries from roughly 1500- 1900.

https://nias.knaw.nl/themegroup/understanding-knowledge-in-the-low-countries-1500-1900/ 

 

Rol
Uitvoerder
Financiering
2e geldstroom - overig Theme Group Project NIAS
Projectleden
Overige projectleden
  • Marieke Hendriksen; Alexander Marr; Fokko Jan Dijksterhuis; Ann Sophie Lehmann; Verena Lehmbrock; Bruno Boute
Project
Intra-auteur-variatie op het gebied van negatie: de brieven van P.C. Hooft 01-02-2017 tot 01-08-2017
Algemene projectbeschrijving

Within the dynamic linguistic situation of the Dutch Golden Age, we observe a type of language variation that has rarely been addressed before: variation within individual language users (intra-author variation). This becomes especially clear in the way 17th century authors use negation: they express negation in the Middle Dutch way (i.e. embracing negation, a combination of the negative clitic en and a negative particle niet; compare French ne…pas) as well as in the modern way (single negation: niet). In this Nederlab pilot project, we aim to describe and analyze in detail the linguistic and literary/rhetorical contexts in which these two variants of negation occur within the letters of the famous Dutch author and politician P.C. Hooft, written between 1600 and 1638. In this period, he used both forms of negation: as earlier research has demonstrated, Hooft stopped using embracing negation in 1638. This pilot project will enrich Hooft’s letters in the Nederlab corpus in such a way that we are able to search for grammatical properties that are specific for 17th century Dutch. We will then analyze in which linguistic, literary and sociolinguistic contexts specific types of negation and negation particles were used.

Rol
Onderzoeksleider
Financiering
2e geldstroom - overig Nederlab
Project
Taaldynamiek in de Nederlandse Gouden Eeuw: Taalkundige en sociaal-culturele aspecten van variatie binnen auteurs 01-09-2016 tot 01-09-2020
Algemene projectbeschrijving

De Nederlandse Gouden Eeuw was een dynamisch tijdperk waarin er vernieuwingen plaatsvonden op vele terreinen, zoals cultuur, religie, wetenschap en handel. Ook de taal was volop in beweging. Het Nederlands, de eenheidstaal van de nieuwe Republiek, werd in steeds meer domeinen van de samenleving gebruikt (zoals het religieuze en wetenschappelijke domein) en er werden vele pogingen ondernomen om de positie van de moedertaal te versterken en de taal te standaardiseren. Zo kwamen medewerkers aan de Statenvertaling, afkomstig uit verschillende regio’s, formele taalafspraken overeen. Ook natuurlijke taalontwikkelingen hadden een impact op het Nederlands: steeds meer eigenschappen uit het Middelnederlands (bijvoorbeeld naamval) verdwenen om plaats te maken voor nieuwe eigenschappen (zoals het gebruik van voorzetselgroepen).

Deze taalontwikkelingen resulteerden in veel variatie binnen het taalgebruik van auteurs. Het taalsysteem van een zeventiende-eeuwer bevatte bijvoorbeeld drie manieren om uit te drukken dat vader een broek bezit: vaders broek, de broek des vaders en de broek van vader. Dit project gaat in op de vraag waarom in een bepaalde situatie een van deze opties werd gebruikt. Hing dat samen met de regels van het genre, de afspraken die werden gemaakt in het Statenbijbelproject of de sociale achtergrond van het beoogde publiek?

Dit project onderzoekt deze nog zo weinig bestudeerde intra-author variation, en wil begrijpen welke factoren die variatie tot stand brachten: hoe ontstond de intra-author variation in het zeventiende-eeuws Nederlands? Onze hypothese is dat de variatie het resultaat was van een dynamische interactie tussen het interne taalsysteem van taalgebruikers enerzijds en hun sociaal/literair-culturele context anderzijds. Het taalsysteem van een taalgebruiker maakte variatiemogelijkheden beschikbaar, die vervolgens door een taalgebruiker systematisch en vaak strategisch werden ingezet, afhankelijk van bijvoorbeeld het publiek of de doelstellingen en literaire vormgeving van zijn tekst.

We zullen een voorbeeld geven van het type verschijnselen waar we naar kijken, namelijk negatie. In het Middelnederlands werden zinnen ontkennend gemaakt door tweeledige negaties van het type en…niet (vergelijk het Franse ne…pas). In de zeventiende eeuw maakte deze vorm van negatie langzaam plaats voor eenledige negaties: ic en sal niet moghen gaen werd steeds vaker ik zal niet mogen gaan. Hooft gebruikte in zijn brieven eenledige en tweeledige negaties door elkaar. Was dat toeval of zit er systematiek achter zijn keuzes? Op basis van ons vooronderzoek denken wij dat in het interne taalsysteem van Hooft de twee typen negaties een verschillende lading kregen. Zo gaf Hooft zinnen van het type ‘niet dit, maar dat’ extra nadruk door de tweeledige ontkenning toe te voegen: ‘Ick en zoek de rouw niet, maer zij weet mij te vinden’ (Hooft 1624). Daarnaast lijkt de sociaal-culturele context relevant te zijn voor zijn keuzes. Juist in zijn brief aan zijn geliefde Eleonora Hellemans, waarin hij haar afwijzing betreurt, komen dubbele  negaties vaker voor dan in andere brieven.

Hooft bezit dus blijkbaar een ‘subgrammatica’ – ofwel een ‘register’ – met twee negatie-varianten dat hij inzet in bepaalde situaties. In andere gevallen gebruikt hij juist zijn register met alleen eenledige negaties. Hoe dat werkt, willen we in dit project onderzoeken via drie samenhangende deelprojecten, waarin teksten van verschillende auteurs worden onderzocht. We kijken bijvoorbeeld zowel naar zowel taalkunstenaars die het Nederlands actief wilden vernieuwen en verfraaien (zoals Bredero en Hooft) als naar taalgebruikers die geschreven taal inzetten als een praktisch communicatiemiddel (Michiel de Ruyter), en combineren mannen met vrouwen, en migranten met in de Republiek geboren en getogen auteurs.

De eerste twee deelprojecten, gericht op de kwalitatieve analyse van case studies, worden uitgevoerd door AiO’s. Deelproject 1 verklaart intra-author variation vanuit het interne taalsysteem en deelproject 2 vanuit de literair-culturele context. Het postdoc-project legt op grootschalige wijze patronen van intra-author variation bloot, om zo de resultaten van de andere deelprojecten te testen en nieuwe variatiepatronen op het spoor te komen. Om dit kwantitatieve onderzoek uit te voeren, zal de postdoc nieuwe tools ontwikkelen om teksten uit het zeventiende-eeuws Nederlands te voorzien van syntactische informatie en automatisch te doorzoeken op syntactische structuren. De resultaten van deze drie deelprojecten zullen worden samengebracht in een aantal synthetiserende studies.

Innovatief aan dit project is de interdisciplinaire aanpak: het combineert methodiek en theorievorming uit de theoretische taalkunde, historische sociolinguïstiek, computationele taalkunde en vroegmoderne letterkunde. De variatie binnen taalgebruikers wordt normaal gesproken door theoretisch taalkundigen verklaard vanuit het taalsysteem en binnen de historische sociolinguïstiek vanuit sociale variabelen zoals geslacht en sociale klasse. Dit project brengt de beide perspectieven samen, en voegt daar een letterkundige benadering aan toe, om op die manier beter inzicht te krijgen in de literaire aspecten van taalvariatie binnen auteurs (zoals genreconventies) en in het strategische en creatieve gebruik van taalvariatie. Daarnaast profiteert dit project van recente ontwikkelingen in de computationele taalkunde. Dankzij de vernieuwende interdisciplinaire aanpak werpt dit project licht op zowel de grammaticale kenmerken als de literaire en culturele factoren die taalvariatie tot stand brachten in een tijd van intensieve taalontwikkeling.

 

 

Rol
Onderzoeksleider
Financiering
2e geldstroom - NWO
Project
Creating a Knowledge Society in a Globalizing World, 1450-1800 01-09-2015 tot 31-12-2017
Algemene projectbeschrijving

The Global Knowledge Society is a large-scale research project that investigates the historical roots of knowledge societies. The innovative capability of the present-day knowledge society depends upon the large-scale collection and distribution of information on the basis of which knowledge is produced and multiplied. The process of production and distribution happens at a global level. Facilitating knowledge and information exchange is almost invariably accompanied by regulation of its distribution. This project investigates the historical roots of the global knowledge society. Its long-term ambition is to contribute to our understanding of the knowledge society in a global context and to gain insights in its development up to today. Researchers are hosted at the NIAS and the Max Planck Institute for the History of Science in Berlin. The project aims to be highly innovative, not only in its approach and method, but also in its output. It will not only result in a number of studies and volumes, but will also develop tools for the study of knowledge societies in general, as well as a handbook on knowledge societies that can be used by students and senior academics alike. 

Rol
Uitvoerder
Financiering
2e geldstroom - NWO Internationalisation Grant
Project
GOLIATH (Genealogies of Literature, Autonomisation, Theory and History) 01-01-2012 tot 01-01-2016
Algemene projectbeschrijving
Deze Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap van historisch letterkundigen onder de neerlandici in Nederland en Vlaanderen heeft als doelstelling: (1) het leggen van de grondslagen voor een onderzoek naar verschillende aspecten van de voorgeschiedenis van het moderne literatuurconcept (12e-18e eeuw), (2) op grond van deze bevindingen een aantal centrale vooronderstellingen ter discussie stellen die het literatuurhistorisch onderzoek in de Lage Landen traditioneel hebben gestuurd, met het oog op een verdere uitwerking in vervolgonderzoek en (3) het faciliteren van onderzoekssamenwerking tussen verschillende groepen literatuurhistorici die elkaar in de klassieke onderzoeksstructuren maar zelden ontmoeten, daarbij inbegrepen het creëren van nieuwe internationale onderzoeksverbanden.
Rol
Uitvoerder
Financiering
2e geldstroom - overig FWO subsidie
Overige projectleden
  • Projectleider: Jürgen Pieters (Universiteit Gent)
  • en neerlandici aan universiteiten in Louvain-la-Neuve
  • Antwerpen
  • Leuven
  • Leiden en Nijmegen
Project
De religieuze embleemtraditie in de Lage Landen in het licht van Hugo's Pia Desideria (NWO/FWO) 01-07-2007 tot 20-11-2011
Algemene projectbeschrijving

De laatste jaren is er in het internationale onderzoek (mede onder invloed van de bloei van een op moderne leest geschoeide 'jezuïtologie' (specialisten hebben het over 'le désenclavement des jésuites')) in brede zin sprake van een groeiende belangstelling voor de religieuze emblematiek en voor het religieuze liefdesembleem in het bijzonder. Een van de meest toonaangevende bundels in dit opzicht is ongetwijfeld de Neo-Latijnse bundel Pia desideria van de Jezuïet Herman Hugo te Antwerpen. Deze bundel zou met uiteindelijk 49 herdrukken en 90 bewerkingen in diverse Europese talen in belangrijke mate het karakter van het religieuze liefdesembleem in Europa bepalen.
Met het bestuderen van de bewerkingen van Hugo's Pia desideria in landen als Engeland, Frankrijk en Duitsland werd in het embleemonderzoek reeds een aanvang gemaakt en hierover zijn reeds diverse publicaties beschikbaar, maar vreemd genoeg is een doorgedreven onderzoek naar het functioneren van Hugo's Pia desideria in de omgeving waar de bundel ontstond en waar deze ook zijn eerste successen kende - de Nederlanden dus - tot op heden uitgebleven. Tegelijk moet men vaststellen dat een deugdelijke editie van de Pia desideria ontbreekt. Het voorliggende project wil hier verandering in brengen en beoogt naast een adequate editie van de Pia desideria een doorgedreven onderzoek naar Hugo's Pia desideria in de Nederlanden vanuit functionalistisch perspectief: niet alleen de bundel zelf, maar zeer zeker ook de werking en de uitstraling ervan in de Nederlanden staan centraal. Vanuit deze optiek wil dit onderzoek uiteindelijk ook de eigen bevindingen kritisch toetsen aan en inbedden in de onderzoeksinzichten van anderstalige bewerkingen of uitgaven van de Pia desideria in andere Europese landen, deze doorlichten en waar nodig bijstellen, en een stevige basis bieden voor verder en meer diepgaand onderzoek op dit vlak.
Een eerste luik van het onderzoek bestaat er dan ook in om na te gaan hoe Hugo's embleembundel in Zuid-Nederland te situeren binnen bredere strategieën van het contrareformatorisch culturele offensief. Bijzonder belangrijk in dit opzicht is de wijze waarop nagenoeg gelijktijdig van een zelfde oeuvre niet alleen Latijnse maar ook anderstalige en Nederlandstalige versies werden uitgebracht. Het gaat daarbij niet alleen om vertalingen maar om heuse en op specifieke doelpublieken gerichte bewerkingen en herwerkingen. Duidelijk is dat daarbij niet alleen de Neo-Latijnse versie van de Pia desideria, maar ook de anderstalige vertalingen en bewerkingen in dit opzicht hun eigen functie hadden. In 1629 verscheen in Antwerpen van de Latijnse Pia desideria de (nog niet bestudeerde) Nederlandse vertaling/bewerking van de hand van Justus de Harduwijn, onder de titel Goddelycke wenschen, een bundel die net als de Pia desideria in de eerste plaats was bedoeld om het contrareformatorische offensief in de Zuidelijke Nederlanden te ondersteunen maar die ook in de Noordelijke Nederlanden invloedrijk bleek te zijn. Op een soortgelijke wijze werd de groots opgezette en op zelfpresentatie gerichte eeuwfeestbundel Imago primi saeculi Societatis Jesu a Provincia Flandria-Belgica (1640) zowel in een Neo-Latijnse als in een Nederlandse versie/bewerking uitgebracht, en zo was er ook de Neo-Latijnse en Nederlandse versies van Antonius a Burgundia's Linguae vitia et remedia - stuk voor stuk bundels die vanuit een soortgelijke offensieve publicatiestrategie werden geproduceerd. In een tweede luik wil dit onderzoek bepalen hoe de Pia desideria, al dan niet via vertalingen en/of bewerkingen, de religieuze emblematiek in de protestantiserende Noordelijke Nederlanden heeft gestuurd. Daarbij zal de werking van de bundel voor zowel de protestantse als de contrareformatorische religieuze emblematiek in het Noorden worden bestudeerd. Uit eerdere, zij het weinig systematisch opgezette studies is immers gebleken dat de Pia desideria in beide tradities sporen heeft nagelaten. De Noord-Nederlandse dichter J.H. Krul b.v. baseerde een van zijn bundels, bestemd voor Amsterdamse klopjes, op De Harduwijn, en verwantschap met de Pia desideria blijkt ook uit de latere editie van Jacob Cats' invloedrijke embleembundel Sinne- en minnebeelden (1618/27). Nog veel diepgaander geldt dit voor Jan Luykens befaamde religieuze en mystiek georiënteerde embleembundel Jezus en de ziel (1678). Luyken werd in oudere studies vooral met het Böhmisme in verband gebracht, meer recente studies leggen alle nadruk op de gereformeerde trekken in Luykens oeuvre, ondanks een manifeste en direct aantoonbare beïnvloeding van Hugo, wellicht via Serrarius' bewerking. Daarnaast zal ook onderzocht moeten worden of en hoe de tweede bloeiperiode van het religieuze liefdesembleem in de Noordelijke Nederlanden (vanaf de publicatie van Luykens Jezus en de ziel), werd bepaald door Hugo's werk. In methodologisch opzicht laat het onderzoek zich kenmerken als een systeemgericht vertaal- en bewerkingsonderzoek, met aandacht voor verschuiving, verdichting, herlezing, repliek, enz., naast een specifiek genrematige inbedding, gekoppeld aan de inzichten aangereikt vanuit boekhistorisch onderzoek, de ideeën- en mentaliteitsgeschiedenis en meer in het bijzonder en zeer nadrukkelijk vanuit een bestudering van de diverse manifestaties van de contrareformatorische spiritualiteit en de daarbij gehanteerde culturele codes. Bovenstaand onderzoek steunt bovendien op en wordt begeleid door de uitbouw van een (voor het eerst) kritische editie van de Neo-Latijnse brontekst met annotaties, waaraan ook een Engelse vertaling zal worden toegevoegd. Op dit ogenblik zijn van de (Neo-Latijnse) Pia desideria immers alleen twee facsimile-uitgaven in boekvorm en op microfiche beschikbaar. Op het net staan daarnaast facsimile-edities van Edmund Arwakers Engelse bewerking uit 1690 en een Keulse druk uit 1682. Een facsimile uitgave van de Franse bewerking is in voorbereiding. Het door ons beoogde onderzoeksinstrument (een kritische editie met annotaties en Engelse vertaling) zal ook buiten het onderhavige onderzoeksproject zijn nut bewijzen, met name in internationaal verband voor verder onderzoek omtrent de zeventiende-eeuwse (contrareformatorische) spiritualiteit. De inbedding van Hugo's Pia desideria en de diverse vertalingen/bewerkingen ervan in de Nederlanden binnen het bredere kader van het contrareformatorische beschavingsoffensief, biedt ten opzichte van de bestaande studies een belangrijk surplus omdat de Latijnse productie niet langer als een corpus teksten an sich wordt bestudeerd, maar nadrukkelijk ook in samenhang met een breder literair-religieus meertalig aanbod. Vernieuwend is ook de aandacht voor de confrontatie en de wisselwerking tussen enerzijds bundels met een uitgesproken contrareformatorisch signatuur en anderzijds geschriften die in de Nederlanden vanuit een andere confessionele gerichtheid werden vervaardigd.

Rol
Promovendus
Financiering
2e geldstroom - NWO
Projectleden