Cursussen

Hieronder kan je het overzicht bekijken van alle cursussen van het masterprogramma Staats- en bestuursrecht.

Verplichte cursussen

Politieke instituties en democratie

Het vak Politieke instituties & democratie is het (eerste) majorvak van de master Staats- en Bestuursrecht, en een kernvak van het track Governance, democratie & grondrechten. Centraal staat het collectieve aspect van governance: het organiseren van draagvlak onder burgers voor noodzakelijk beleid.

Democratie is vandaag de dag een van de meest populaire concepten ter wereld. Er is geen land dat niet tenminste in theorie een democratie genoemd wil worden. Nederland doet het in democratisch opzicht traditioneel goed, tenminste als we de wereldwijde lijstjes mogen geloven. Maar de democratie is ook in Nederland niet af, geen huis waarin we rustig kunnen gaan slapen. In ons staatsbestel krijgt de democratie vooral vorm via de politieke instituties (parlement, provinciale staten, gemeenteraden, waterschapsbesturen e.d.). Ons staatsrecht kent traditioneel echter een voortdurende spanning tussen gekozen en ongekozen bestuur, tussen democratische en technocratische legitimatie. En deze spanning heeft een groot stempel gedrukt op ons constitutionele bestel. Daarbij komt dat politieke instituties in veel Westerse landen, waaronder Nederland, onder druk staan. Veel burgers voelen zich niet goed vertegenwoordigd door die instituties.

In dit vak bezien we welke gevolgen die tendenzen hebben voor het functioneren van de politieke staatsmachten: regering en parlement. In de bachelor hebben studenten al kennisgemaakt met de belangrijkste staatsrechtelijke basisbegrippen en het instrumentarium.
In dit vak gaan we een stap verder en onderzoeken we, soms aan de hand van andere wetenschapsgebieden zoals de geschiedenis, de politicologie en de bestuurskunde, hoe de democratie in Nederland zich ontwikkelt, waar de bedreigingen voor het democratisch gehalte van overheidsbestuur liggen, en hoe invulling wordt, of kan worden gegeven aan democratic governance in een geglobaliseerd en gedigitaliseerd land. Daarnaast is aandacht voor de uitwerking van het democratienebeginsel in het staatsrecht. Zo is er aandacht voor het wetgevingsproces, verantwoording van het bestuur jegens de volksvertegenwoordiging, nieuwe vormen van burgerparticipatie, en de constitutionele inbedding van referenda.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte majorcursus in de master Staats- en bestuursrecht'

Burger en overheid

Vrijwel alles draait in het staats- en bestuursrecht om de relatie tussen burger en overheid. Diverse aspecten zijn in het bachelor-onderwijs op meer of minder globale wijze aan bod gekomen. De cursus Burger en overheid is er op gericht om een aantal belangrijke onderwerpen nader te verdiepen, in het bijzonder tegen de achtergrond van het proces van Europeanisering. Bij de keuze van de onderwerpen speelt een rol de maatschappelijke actualiteit alsmede ontwikkelingen in literatuur en rechtspraak. In algemene zin zijn deze onderwerpen gerelateerd aan de thema’s grondrechten en rechtsbeginselen, procesrecht en rechtsbescherming.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte majorcursus in master Staats- en bestuursrecht

Capita selecta SBR: Onderzoeksopzet scriptie

De onderzoeksmodule is deel van het OST-traject. Het vindt plaats in periode 3 en is een ingangseis voor het mogen schrijven van de masterscriptie. Zie de OER Master 2020-2021 voor nadere regels en Blackboard. Eerder in het academisch jaar moet worden doorgegeven binnen welk vakgebied de student wil afstuderen. Er zal daarover tijdig informatie worden verstrekt. Een scriptiebegeleider wordt toegewezen door de scriptiecoördinator van de master Staats- en bestuursrecht middels een ingevuld scriptieformulier.
In de onderzoeksmodule dienen studenten naast een onderzoeksopzet, feedback te geven op opzet van andere studenten en een presentatie te geven over de eigen opzet. Aanwezigheid is verplicht. De onderzoeksmodule dient binnen drie weken te worden afgerond middels een goedgekeurde onderzoeksopzet.

Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in master Staats- en bestuursrecht

Onderzoeks- en scriptietraject staats- en bestuursrecht

-

Specialisatie Governance, democratie en grondrechten

Rechtsstaat en grondrechten

Dit vak is een van de minorvakken van de specialisatie Governance, democratie & grondrechten. Het bouwt voort op het tweedejaarsvak Constitutioneel recht, en sluit aan bij het (major)vak Politieke instituties en democratie. Net als de democratie, is ook de rechtsstaat een belangrijke (legitimerende) motor van het staatsrecht. Waar de democratie vooral gebaseerd is op het idee van collectieve autonomie, is de rechtsstaat juist een uitdrukking van het ideaal van de individuele autonomie. Het duidelijkst ziet men dat bij de grondrechten. Dit vak is dan ook bedoeld om de toekomst van de verschillende rechtsstatelijke concepten en waarborgen te onderzoeken. Net als de democratie, zijn ook de beginselen van de rechtsstaat een belangrijke normatieve bron van het staatsrecht. Maar anders dan de democratie, staan veel van die concepten in toenemende mate onder druk. We behandelen in dit vak vier ontwikkelingen die de rechtsstaat voor uitdagingen stellen: de opkomst van populisme, een door technologie fundamenteel veranderende samenleving, veiligheid en terrorismebestrijding in de rechtsstaat, en de groeiende aandacht voor de politieke rol van de rechtspraak. Het thema grondrechten, als onderdeel van de rechtsstaat, krijgt hierin een aparte plaats. Ook is er bijzondere aandacht voor de veellagigheid van het stelsel van grondrechtenbescherming in Nederland, dat is verspreid over de Grondwet, het Europese Unierecht, en de internationale mensenrechtenverdragen.

Regulering en handhaving

Uitgangspunt bij de behandeling van de thema’s in deze cursus is dat deze plaatsvindt – natuurlijk voor zover mogelijk en relevant - in Europeesrechtelijk perspectief . In de cursus wordt de kennis verdiept en uitgebreid waar het gaat om een aantal fundamentele en maatschappelijk zeer relevante onderdelen van het staats- en bestuursrecht: uitvoering, toezicht en handhaving. Doelstellingen van overheidsbeleid worden vanzelfsprekend veelal geïmplementeerd in wetgeving. Vervolgens dient echter uitvoering plaats te vinden om de doelstellingen van dat overheidsbeleid te realiseren. Dit stelt bestuur en wetgever voor onder andere de belangrijke keuze welke instrumenten daarvoor worden gehanteerd. Gedacht kan bijv. worden aan instrumenten als vergunningen, ontheffingen, positieve en negatieve incentives (subsidies, staatssteun), algemene regels in plaats van vergunningstelsels en het instrument van de schaarse publieke rechten. Een aantal van deze instrumenten komt aan bod, mede in het licht van bestuurskundige inzichten, en mede afhankelijk van actuele ontwikkelingen. Uitvoering van overheidsbeleid langs genoemde wegen garandeert de realisering van dit beleid evenwel nog allerminst. Essentieel zijn daarvoor ook toezicht en handhaving (sanctionering). Op diepgaande wijze komen aspecten van toezicht aan bod, in het bijzonder het Awb-nalevingstoezicht, als ook andere toezichtsvormen en -concepten. Als sluitstuk van de realisering van overheidsbeleid dient veelal sanctionering. Deze kan via privaatrecht, strafrecht en met name ook bestuursrecht plaatsvinden. Mede aan de hand van actuele tendensen dienaangaande wordt aan in het bijzonder bestuursrechtelijke sanctionering op diepgaande wijze aandacht besteed.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in de specialisatie 'Governance, democratie en grondrechten'

Practicum procederen

Een rechtsbeschermingsprocedure kan staan of vallen met de kwaliteit van een advocaat en zijn of haar vermogen een goed en helder gestructureerd betoog op overtuigende wijze te presenteren, zowel schriftelijk als mondeling.
Het vak Procederen in het bestuursrecht is erop gericht om studenten zich deze vaardigheden eigen te doen maken. Je verdiept de kennis en het inzicht van het bestuursrecht en vooral van het bestuursprocesrecht die je eerder in je studie hebt verworven en je leert deze toe te passen in een praktijksituatie.
Om de vaardigheid van het procederen onder de knie te krijgen, krijg je een casus uitgereikt aan de hand waarvan je een aantal stukken (bezwaarschrift, beslissing op bezwaar, beroepschrift; verweerschrift) moet produceren. Het vak wordt afgerond met een oefenrechtbank, waarin je de rol van advocaat of vertegenwoordiger van een bestuursorgaan speelt. Gerenommeerde praktijkjuristen treden op als rechter.
De werkgroepbijeenkomsten zijn primair bestemd voor instructies ten behoeve van de verschillende opdrachten. De voortgangsbesprekingen waarin de resultaten van de diverse schriftelijke opdrachten worden besproken, vinden in beginsel plaats in subgroepen, zoveel mogelijk, maar niet uitsluitend gedurende de reguliere onderwijstijd.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in de specialisatie 'Governance, democratie en grondrechten'

Specialisatie Recht voor een duurzame leefomgeving

Duurzaamheid en recht

Het specialisatietraject Recht voor een duurzame leefomgeving introduceert de student in het recht dat beoogt de transitie naar een duurzame samenleving te faciliteren. Tegelijkertijd stelt deze specialisatie studenten in staat het Nederlandse omgevingsrecht zelfstandig op een casus toe te passen. In de komende decennia moet de maatschappij een transitie maken naar een koolstofarme, circulaire economie met duurzaam waterbeheer en behoud en verbetering van de biodiversiteit. Het recht speelt een belangrijke, maar ook beperkte rol in dit transitieproces. De specialisatie laat zien wat de internationaalrechtelijke kaders zijn en hoe het EU en het nationale recht (kunnen) worden ingezet om de afgesproken doelstellingen te verwezenlijken. Het Nederlandse omgevingsrecht speelt daarbij een belangrijke rol. Het omgevingsrecht heeft betrekking op de ordening van ruimtelijk relevante ontwikkelingen, de bescherming van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de regulering van activiteiten die daarop een nadelige invloed kunnen hebben.
Het specialisatietraject Recht voor een duurzame leefomgeving bestaat uit twee vakken (Duurzaamheid en Recht alsmede Omgevingsrecht. Het specialisatietraject bouwt voort op de major vakken en strekt ook tot verdieping van het begrip van het staats- en bestuursrecht.

Het vak Duurzaamheid en Recht laat je de rol van het recht bij de transitieprocessen naar een duurzame(re) wereld verkennen. Het vertrekpunt is deels interdisciplinair en multidimensionaal. Waar staan wij, wat zijn de uitdagingen (planetary boundaries, SDGs, ecologische voetafdruk etc.) Ook wordt een overzicht gegeven wat de ontwikkeling en de stand van zaken van het internationaal juridisch kader over duurzaamheid zijn (internationale duurzaamheidsverdragen). Vervolgens wordt geanalyseerd hoe het EU-recht en nationale recht de transitieopgaves en de internationale juridische kaders adresseren en uitwerken. Dat laatste kan niet alles omvattend en voor alle duurzaamheidthema’s geschieden. Gekozen zal worden voor enkele voorbeelden zoals klimaatrecht (mitigatie), luchtkwaliteitsrecht, biodiversiteitsrecht en recht voor een circulaire economie.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in de specialisatie 'Recht voor een duurzame leefomgeving'

Omgevingsrecht

Het specialisatietraject Recht voor een duurzame leefomgeving introduceert de student in het recht dat beoogt de transitie naar een duurzame samenleving te faciliteren. Tegelijkertijd stelt deze specialisatie studenten in staat het Nederlandse omgevingsrecht zelfstandig op een casus toe te passen. In de komende decennia moet de maatschappij een transitie maken naar een koolstofarme, circulaire economie met duurzaam waterbeheer en behoud en verbetering van de biodiversiteit. Het recht speelt een belangrijke, maar ook beperkte rol in dit transitieproces. De specialisatie laat zien wat de internationaalrechtelijke kaders zijn en hoe het EU en het nationale recht (kunnen) worden ingezet om de afgesproken doelstellingen te verwezenlijken. Het Nederlandse omgevingsrecht speelt daarbij een belangrijke rol. Het omgevingsrecht heeft betrekking op de ordening van ruimtelijk relevante ontwikkelingen, de bescherming van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de regulering van activiteiten die daarop een nadelige invloed kunnen hebben.
Het specialisatietraject Recht voor een duurzame leefomgeving bestaat uit twee vakken (Duurzaamheid en Recht alsmede Omgevingsrecht. Het specialisatietraject bouwt voort op de major vakken en strekt ook tot verdieping van het begrip van het staats- en bestuursrecht.

In dit vak staat de systematiek en de inhoud van het nationale omgevingsrecht centraal. Het nationale omgevingsrecht biedt de overheid het juridisch instrumentarium om invulling te geven aan de zorg die haar in art. 21 Grondwet is opgedragen: de zorg voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu met het oog op een duurzame ontwikkeling. Belangrijk daarbij is het bereiken van een evenwicht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Wat dat evenwicht voor een gebied in concreto is of moet zijn is veelal een politieke en/of beleidsmatige keuze die op verschillende overheidsniveaus (internationaal, Europees, nationaal) kunnen worden gemaakt. Die keuzes leiden uiteindelijk tot juridisch bindende regels, waarbij uitsluitend op grond van het nationale recht door gemeente-, waterschaps- en provinciebesturen en het Rijk juridische bindende regels en besluiten voor burgers en bedrijven worden vastgesteld.

Het nationale omgevingsrecht is dan ook een onmisbare schakel in het bereiken van de internationale en Europese duurzaamheids- en milieudoelstellingen, waarvan er enkele in het vak Duurzaamheid & Recht aan de orde zijn geweest. De vele verplichtingen die voortvloeien uit het internationale en Europese recht zullen uiteindelijk moeten worden omgezet in het nationale omgevingsrecht en op grond van dat nationale recht moeten worden gehandhaafd. Daarnaast zijn er ook terreinen van het omgevingsrecht die niet voortvloeien uit het Internationale en Europese recht, maar daardoor wel indirect door kunnen worden beïnvloed, zoals de ruimtelijke ordening.

Het omgevingsrecht biedt niet alleen voor een belangrijk deel de instrumenten om de noodzakelijke transities te bewerkstelligen, het maakt ook zelf een ingrijpende transitie door. Met de Omgevingswet, die volgens de planning in 2021 in werking zal treden, wordt het stelsel van het omgevingsrecht namelijk fundamenteel herzien. De huidige lappendeken aan wettelijke regelingen voor specifieke deelterreinen van het omgevingsrecht, zoals de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Waterwet, , de Erfgoedwet enz. worden samengevoegd geïntegreerd en geharmoniseerd. Deze wet geeft een goed inzicht in de structuur van het omgevingsrecht, zodat dit vak daarbij in grote lijnen aansluit. Ook de Omgevingswet komt in dit vak aan de orde.

Welke verantwoordelijkheden dragen de verschillende overheden voor de zorg voor de fysieke leefomgeving en hoe worden die zorgtaken verder ingevuld? Welke juridische instrumenten hebben deze overheden tot hun beschikking om die verantwoordelijkheden waar te maken en op welke wijze kunnen die instrumenten het beste worden ingezet om de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken? Bij instrumenten kan worden gedacht aan plannen en programma’s, waarin overheden hun doelstellingen voor de fysieke leefomgeving stellen en beschrijven op welke wijze die doelstellingen willen bereiken, instructie(regels) voor Rijk en provincie om dat omgevingsbeleid dwingend door te laten werken naar andere overheden, regulering van activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals het stellen van algemeen verbindende voorschriften of het verlenen van vergunningen, projectbesluitvorming voor de uitvoering van projecten van algemeen belang, zoals voor de aanleg en wijziging van wegen en dijken. Het gebruik van deze juridische instrumenten door de overheid kan ingrijpende gevolgen hebben voor de burgers en bedrijven, zodat er in dit vak vanzelfsprekend ook aandacht is voor rechtsbescherming daartegen.

Vanzelfsprekend ontwikkelt het omgevingsrecht zich tegen de achtergrond van het algemeen bestuursrecht en het positieve staatsrecht en heeft het daar ook sterke relaties mee, waarbij in dit vak de onderwerpen ‘bestuursrechtelijke rechtsbescherming’ en ‘decentralisatie’ nadrukkelijker worden belicht.

De werk- en toetsvorm van dit vak sluiten aan bij de inhoud. De studenten krijgen in het begin van de cursus een complexe praktijkcasus (met mogelijk fictieve elementen), bijvoorbeeld het realiseren van een olieterminal in de haven van Rotterdam of een gebiedsontwikkeling in verband met de wateropgaven van de Waal voorgelegd en worden gevraagd daarvoor (in groepen van max. 3 studenten) een juridisch advies te schrijven. De voortgang van dit advies wordt in de werkgroepen en op evaluatiemomenten besproken.

Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in de specialisatie 'Recht voor een duurzame leefomgeving'

Practicum water en klimaat

Waterproblemen als overstromingen, watertekorten en waterverontreiniging bedreigen steeds grotere delen van de wereldbevolking. Deze problemen nemen toe door urbanisatie, bodemdaling en klimaatverandering en zullen hun invloed krijgen op het leven, veiligheid, welzijn, gezondheid en voedselveiligheid van de bevolking. Het wordt inmiddels erkend dat waterproblemen wereldwijd niet alleen kunnen worden opgelost met technische maatregelen maar dat de ‘governance’ van het waterbeheer de grootste opgave voor de nabije toekomst is. Daarbij staat waterbeheer nooit op zichzelf maar dient rekening gehouden te worden met politieke, bestuurlijke, geografische en sociaal-economische ontwikkelingen. Belangrijke aspecten voor Nederland zijn de invloed van de Europese Unie, de toenemende verstedelijking in het meest kwetsbare deel van Nederland en de krimp in andere delen van het land, het omgaan met klimaatrisico’s (adaptatie), de afstemming met andere delen van het omgevingsrecht, de relaties met ander landgebruik, maar ook de discussie over de noodzaak andere vormen van regulering en bestuur te ontwikkelen. Nederland heeft op het terrein van het waterbeheer een goede en wereldwijd gewaardeerde positie, waarbij het functionele decentrale bestuur, de regelgeving, de financiering en de betrokkenheid van burgers en andere belangengroepen bij het waterbeheer worden geprezen.

In het practicum waterrecht wordt algemene Europeesrechtelijke, staats- en bestuursrechtelijke en omgevingsrechtelijke kennis toegepast aan de hand van concrete praktijkopdrachten. Deze opdrachten worden geformuleerd in nauwe samenwerking met de praktijk en door de studenten ook aan de praktijk (de waterbeheerders) gepresenteerd. De opdrachten worden afgestemd met de vakken Omgevingsrecht I en II en de overige practicumvakken. De nadruk zal liggen op thema’s uit het ‘klassieke’ waterstaats- en waterschapsrecht, vanzelfsprekend geplaatst binnen het multidimensionale kader dat kenmerkend is voor het waterrecht.

Als opdrachten valt te denken aan:

  • wetgeving: herziening van de keur van een waterschap naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet
  • beleid/strategie: advies aan een bedrijf, een ngo, het college van B&W van een gemeente, de minister van I&M, het college van Gedeputeerde Staten of het college van dijkgraaf en heemraden bijvoorbeeld in het kader van de watertoets, de aanpak van een rivierverruiming, de wijziging van een dijkring etc. of het onder de aandacht brengen van een belang van de eigen organisatie in het kader van bredere besluitvorming (bijvoorbeeld het drinkwaterbelang bij schaliegaswinning), of een advies ten aanzien van bevoegdheden van het waterschapsbestuur of provinciale staten
  • besluitvorming: advies aan de afdeling vergunningen of handhaving i.v.m. een te verlenen watervergunning/keurontheffing of een handhavingsverzoek
  • procederen: schrijven van een beroepschrift en/of verweerschrift naar aanleiding van een projectplan (waterberging, aanleg of wijziging waterstaatswerk), watervergunning/keurontheffing of verzoek om schadevergoeding
  • Presenteren (van een advies) of deelname als een van de partijen aan een zitting van een bezwaarschiftencommissie/rechtszitting
  • Schrijven van een kort essay of annoteren van een uitspraak

Zoals gezegd worden de resultaten van de opdrachten gepresenteerd aan de praktijk.
Een of meerdere excursies en of veldbezoeken maken dan ook deel uit van het vak.
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Verplichte cursus in de specialisatie 'Recht voor een duurzame samenleving'

VAR-pleitwedstrijd of Studentenparlement (via selectie)

VAR pleitwedstrijd

Het VAR-pleitconcours vindt plaats in mei 2019. Voorafgaande aan het mondelinge pleiten in mei moeten de geselecteerde studenten schriftelijke processtukken schrijven naar aanleiding van de door de VAR verstrekte casus. De deelnemende studenten krijgen een cijfer voor hun bijdrage.
Aanmelden kan tot 1 december door een mail te sturen naar de coördinator, mevr. Titia de Kramer, e-mail t.dekramer@uu.nl .
Plaats van de cursus in het curriculum:

  • Keuzecursus in master Staats- en bestuursrecht

Studentenparlement

In mei 2019 wordt er op initiatief van de Staatsrechtkring in de vergaderzaal van de Tweede Kamer weer een Studentenparlement georganiseerd over een nog vast te stellen onderwerp. Inclusief de voorbereiding loopt deze cursus gedurende 8 maanden. Er is geen vast onderwijsrooster. De gang van zaken is als volgt:Alle juridische faculteiten in Nederland worden uitgenodigd een fractie af te vaardigen. Een fractie bestaat uit vijf tot acht studenten. De deelnemende studenten dienen zo ver in hun studie gevorderd te zijn dat zij een grondige kennis van het staats- en bestuursrecht bezitten. Door middel van loting worden de politieke kleuren over de fracties verdeeld en wordt uitgemaakt welke fracties als regerings- en welke als oppositiepartijen zullen optreden. Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal is, voor zover mogelijk, van toepassing op de te volgen procedures. De fractie wordt begeleid door een docent.

CAPITA SELECTA
Capita Selecta zijn zogenaamd "carrouselvakken", waarbinnen je een aantal modules volgt. De Capita Selecta Staats- en bestuursrecht bestaat uit de modules, van elk 2,5 EC. Je kiest drie modules uit het aanbod. De vierde module 'Onderzoeksmethoden en technieken in het Staats- en bestuursrecht' is verplicht. Je kan ieder jaar kiezen uit een wisselend aanbod van actuele onderwerpen in de vorm van modules van drie weken. Zo'n module is een korte, hevige ‘onderdompeling’ in een juridisch probleem of kwestie van beperkte omvang. Elke module vergt veel zelfstudie, en is flexibel ingevuld (zowel qua onderwerp; groepsgrootte; toetsvorm; en taal). Een belangrijk voordeel van de Capita Selecta vakken is dat het je in staat stelt om binnen het vak aansluiting te zoeken bij je eigen persoonlijke voorkeuren. Dit onderwijs volg je in kleine groepen en je hebt een actieve rol en inbreng. Een deel van de onderwerpen wordt per studiejaar vernieuwd om optimale aansluiting bij de actualiteit te verzekeren. Voorbeelden van vakken die in het verleden zijn aangeboden, zijn onder meer: 

  • Recht en ethiek
  • Nadeelcompensatie
  • Openbare ordehandhaving
  • De rechter in het staatsbestel
  • Kiesrecht en verkiezingen
  • ICT & privacybescherming
  • Gelijkheid en diversiteit
  • Indringende toetsing door de bestuursrechter    
  • Openbaarheid van bestuur           
  • Vreemdelingenrecht                                      
  • Openbare ordehandhaving: Ondermijning         
  • Toekomst parlementair stelsel en democratie                 
  • Ethisch beladen wetgeving                                      
  • Transboundary Water Management in the European Union
  • Circulaire economie

Minor

Je kan ook kiezen voor een minor, dan volg je majorvakken van andere masterprogramma's. Daarvoor komen met name (niet uitsluitend) de volgende minoren in aanmerking:

  • European Criminal Justice
  • European Law
  • ​Onderneming en recht
  • Privaatrecht
  • ​Public International Law
  • Strafrecht