Cursussen

Hier vind je de cursusbeschrijvingen van Religie en samenleving. Het programma bestaat uit verplichte cursussen, keuzecursussen, een stage en een masterscriptie. Lees meer over de tracks en het studieprogramma.

Religie en samenleving: concepten en theorieën (verplicht)

De cursus introduceert concepten en theorieën die essentieel zijn om religie als een belangrijk aspect van de menselijke cultuur en geschiedenis te bestuderen. Na een inleidende sectie over definitiedebatten over het concept 'religie', zal de cursus zich richten op theoretische ontwikkelingen die relevant zijn voor de studie van religie in de hedendaagse samenleving, zoals postkolonialisme, religieus pluralisme en globalisering. Verder zullen we belangrijke concepten en termen zoals discours, materialiteit, autoriteit en authenticiteit in relatie tot religie bespreken.

De ingangseisen voor Exchange-studenten worden gecontroleerd door International Office en de programma-coördinator.

Religie in het publieke domein (verplicht)

In hoeverre kan en mag religie een rol spelen in het publieke domein? Moet religie in moderne samenlevingen een privézaak zijn die in het publieke domein onzichtbaar blijft? Deze vragen zijn vooral in pluralistische samenlevingen belangrijk. Daarbij spelen principes als secularisme, ‘religieuze neutraliteit’ van de staat en godsdienstvrijheid een belangrijke rol.

In deze cursus worden de rol van religie in het publieke domein en de bovengenoemde principes vanuit religiewetenschappelijke en politiek-filosofische perspectieven onderzocht. Daarbij staan kernbegrippen als secularisme en het publieke domein centraal. Welke betekenis hebben deze concepten in welke context en hoe hebben zich verschijnselen als secularisme en het publieke domein in verschillende situaties ontwikkeld? Daarbij gaan we steeds ook op concrete problemen in, die in de context van de omstreden rol van religie in het publieke domein belangrijk zijn: feestdagen, het dragen van religieus betekenisvolle kleding, kerk- en moskeebouw, religie in scholen, en de rol van religieuze overtuigingen in het maatschappelijke debat. Door de cursus heen staat de vraag centraal hoe religie zich onder de invloed van secularisme verandert en in hoeverre religie in schijnbaar seculiere publieke domeinen toch aanwezig is en deze ‘kleurt’.

Methoden en technieken in de religiewetenschappen (verplicht)

De cursus is deels een theoretische reflectie op de onderzoeksmethoden en- technieken in de religiewetenschap, en deels een (beperkte) training in die methoden en technieken die ook in de scriptiefase kunnen worden toegepast.
In het theoretische deel is er aandacht voor de diverse methoden van dataverzameling en -analyse in de religiewetenschap, maar ook voor de vraag aan welke eisen die methoden dienen te voldoen om als 'wetenschappelijk' te worden beschouwd. Ook wordt stilgestaan bij vragen van wetenschappelijke integriteit. Daarbij gaat het niet alleen om het vermijden van plagiaat, maar ook over de verhouding tussen een (religie)wetenschappelijke onderzoeker en een maatschappelijke opdrachtgever die belang heeft bij uitkomsten van een onderzoek. Ook komt het gedrag tegenover informanten ter sprake.

In het meer praktische deel wordt aan de hand van kleine opdrachten geoefend met onder meer participerende observaties, interviews en het opstellen van onderzoeksvragen

De cursus is nadrukkelijk bedoeld als voorbereiding op de masterscriptie. Een van de laatste opdrachten zal dan ook zijn het uitwerken van een probleemstelling en plan van aanpak voor een masterscriptie. In het paper verdiept de student zich in de achtergronden en mogelijkheden van een wetenschappelijke methode of techniek. Idealiter is dit een eerste grondige verkenning van een voor de masterthesis relevante methode of techniek.

Scriptie Religie en samenleving (verplicht)

Het masterprogramma wordt afgesloten met een scriptie. Deze vormt het eindpunt van het masterprogramma waarin je de opgedane kennis, vaardigheden en inzichten integraal toepast. Je doet zelfstandig onderzoek en schrijft op basis van verzamelde informatie een academische of praktijkgerichte scriptie. Er zijn verschillende typen scripties. Een scriptie kan bijvoorbeeld in het verlengde van een gevolgde onderzoeksstage liggen. Bij andere vormen van scripties kan worden gedacht aan het opzetten van een eigen onderzoek ofwel op basis van veldwerk ofwel op basis van literatuur of teksten. We raden aan dat scripties voortborduren op onderzoek of een thematiek die in een cursus aan de orde is gekomen, of aansluit bij een stage. De omvang van de masterscriptie beslaat ongeveer 30.000 woorden.De eisen waaraan de scriptie moet voldoen zijn geformuleerd in een facultair beoordelingsformulier voor masterscripties, en worden bovendien opgenomen in het Programmaboek van de opleiding Religie en Samenleving.Je bent vrij in de keuze van het scriptieonderwerp, zolang het past binnen de doelen van de opleiding. Wel moet je er rekening mee houden dat de scriptie in principe moet worden begeleid door een docent van de opleiding, en daarom moet aansluiten bij de expertise én beschikbaarheid van de docenten.Tijdens de cursus ‘Methoden en technieken in de religiewetenschap’ in dit blok schrijf je al een (voorlopige) probleemstelling voor een scriptieonderzoek en word je begeleid bij de onderwerpskeuze. Over de expertise van docenten vind je informatie in het Programmaboek. Omdat ook de beschikbaarheid van docenten van belang is, kies je de begeleider niet zelf, maar doet de opleidingscoördinator dat in overleg met het docententeam, mede op basis van je voorgestelde probleemstelling.Deadlines voor scriptieplannen en het inleveren van concept- en eindversies van de scripties staan in het Programmaboek.

Islam in Europa

Deze tutorial betreft het ontstaan van een islamitische diaspora in Europa. Enerzijds komen de moslimgemeenschappen zelf ter sprake, waarbij onder meer de volgende onderwerpen worden behandeld: het migratieproces dat hen naar West-Europa bracht, hun sociaal-economische positie in de diverse Europese landen, de etnische, culturele en religieuze diversiteit, de religieuze organisatievorming en de transnationale netwerken. Anderzijds wordt gekeken naar de plaats die de Europese samenleving de islam biedt. Daarbij valt te denken aan de geldende verhoudingen tussen kerk en staat in het algemeen, en aan verhouding tussen islam en integratie in het bijzonder. Centraal staan veranderingsprocessen die de moslimgemeenschappen doormaken en de spanningen waarmee hun toenemende zichtbaarheid gepaard gaat. Daarom wordt uitvoerig stilgestaan bij maatschappelijke debatten zoals deze bijvoorbeeld na de aanslagen van 11 september 2001 zijn gevoerd.
Naast theoretische reflectie over deze onderwerpen, aan de hand van secundaire academische literatuur, staan we in deze tutorial ook stil bij overheidsbeleid m.b.t. Europese moslims, en bestuderen we de totstandkoming en doorwerking van beleidsdocumenten.

De ingangseisen voor Exchange-studenten worden gecontroleerd door International Office en de programma-coördinator.

Levensbeschouwing, organisatie en beleid

Organisaties in soorten en maten bepalen het moderne leven. Formeel bedoeld om menselijke doelstellingen te realiseren, maar in de praktijk ook zelf normen en idealen stellend, en zo de betrokken mensen meebepalend. Het delen van betekenissen maakt de organisatie tot een gemeenschap; een onvermijdelijke interne diversiteit maakt deze samenhang echter tot een complex en dynamisch proces. Het krachtenspel van individuele belangen en interpretaties van participanten, relatienetwerken en zingevingsprocessen staat centraal in deze tutorial, waarbij een sociaal-wetenschappelijk, constructivistisch en narratief perspectief wordt gehanteerd. Kernvraag: hoe werken organisaties?
Soms wordt de levensbeschouwelijke dimensie van een organisatie expliciet benoemd en spreken we over kerken en moskeeën, of bijvoorbeeld over instellingspastoraat, scholen, zorginstellingen, nieuwsmedia en politiek partijen van een specifieke kleur en ‘snit’. Soms ook blijft de levensbeschouwelijke oriëntatie van een organisatie impliciet, maar worden bij nadere beschouwing met termen als 'corporate identity', de missie en visie van een organisatie of een nastrevenswaardig geachte ‘business-spiritualiteit’, toch levensbeschouwelijke thema’s aangeraakt. En ook individueel wordt de professional in opleidingen en organisaties als een ‘reflective practitioner’ (Schon, Wenger) benoemd, waardoor levensbeschouwelijke biografieën en waardenoriëntaties in relatie tot de beroepsbeoefening en daarmee tot de organisatieidentiteit aan de orde komen.

De ingangseisen voor Exchange-studenten worden gecontroleerd door International Office en de programma-coördinator.

Religie en gender. Dis/closed Bodies: Gender and Sexuality as Markers of Religious Identity in Modernity

This course addresses the question why it is that religion, gender and sexuality often seem to be in a tense relation to one another. Issues of gender and religion appeal to deeply rooted convictions and deeply felt emotions among religious and non-religious alike. Current debates on, for instance, the prohibition of the headscarf in the public sphere, the membership of women in the Reformed Political party (Staatkundig Gereformeerde Partij, SGP) and the obligation of religious civil servants to marry gay and lesbian couples show that religion has not, as has been assumed, disappeared from the public arena. On the contrary, religion is very much present and often seems to present itself (or is represented) through the scope of gender and sexuality. Often, debates concerning religion, gender and sexuality are strongly related to struggles over identity. What does it mean to be religious, secular, male, female, straight, gay, liberal, conservative, Dutch, European, etc., and how are these identities and belongings negotiated in the public arena, within religious communities and in individual private lives? In order to answer these questions, this course explores the ways in which gender and sexuality are employed in the study of religion (with a focus on Judaism, Christianity and Islam), from a range of disciplines (with an emphasis on religious studies/theology and the sociology/anthropology of religion), and from a range of critical perspectives, such as feminist, post-colonial, queer and post-secular theory. Students will learn to apply these perspectives to specific issues, challenges, transformations, and questions concerning gender and religion in our contemporary world.

The entrance requirements for Exchange Students will be checked by International Office and the Programme coördinator. Therefore, you do not have to contact the Programme coördinator yourself.

Stage Religie en samenleving

De stage dient als kennismaking met het werkveld van de opleiding. Voor de hand liggende stageplekken zijn dan ook organisaties die zich met de rol van religie in de samenleving bezighouden. Dit kan gaan om levensbeschouwelijke organisaties die trainingen verzorgen of onderzoek doen naar maatschappelijke kwesties (bijvoorbeeld NieuwWij, SPIOR). Het kan gaan om welzijnsorganisaties die de diversiteit van de samenleving centraal stellen (bjivoorbeeld Amsterdams Centrum Buitenlanders). Het kan gaan om media die (mede) over religieuze ontwikkelingen rapporteren ( Trouw, EO, e.a.). Het kan gaan om overheidsorganen die (gewild of ongewild) zaken doen met religieuze groeperingen (een gemeentelijke dienst inburgering). Het maatschappelijke veld waarin de stage kan plaatsvinden is breed.
Je moet zelf op zoek gaan naar een stageplek, al kunnen de stagecoördinator en docenten van de opleiding hierin adviseren. Duur en intensiteit van de stage kan variëren en hangt af van de mogelijkheden en wensen van de stagegever.
De stage moet naar inhoud en niveau aansluiten bij de opleiding. Om dit te garanderen moeten er afspraken worden gemaakt tussen de stagiaire (de student), de stagegever, en de stagebegeleider (een docent van de opleiding). Het academische niveau wordt onder meer gewaarborgd doordat de stage altijd een uitvoerig reflectieverslag bevat, waarin de stagiaire niet slechts verslag doet van werkzaamheden, maar ook de ervaringen en observaties tijdens de stage in verband brengt met vraagstukken die in de opleiding centraal staan.
Een aanbevolen manier op het academische niveau van de stage te garanderen is het verbinden van de stage en de afstudeerscriptie. Zo kan een stage bestaan uit een bijdrage aan een door de stage-organisatie uitgevoerd onderzoek. Maar ook is denkbaar dat het netwerk van de stage-organisatie wordt benut voor veldwerk van een eigen scriptie-onderzoek, of dat de scriptie inhoudelijk voortborduurt op thema’s die in de stage aan de orde waren. Als stage en scriptie met elkaar worden verbonden, dan ligt de stage- en de scriptiebegeleiding in handen van dezelfde docent.
De opleiding verzorgt in blok 1 of 2 een bijeenkomst om studenten voor te lichten over de stage-mogelijkheden.
Voor elke stage moet een stagecontract worden gesloten tussen de faculteit, de stagegever, en de student. Technische en juridische informatie daarover, en de benodigde formulieren, zijn te vinden op de facultaire stagesite.

Interreligieuze relaties: Islam en Christendom

Deze tutorial Interreligieuze relaties. islam en christendom bestaat uit twee delen. Het eerste deel van de tutorial behandelt de verhoudingen tussen christendom en islam in historisch perspectief, met een focus op de relatie tussen Europa en de islamitische wereld. Daarbij besteden we aandacht aan de geschiedenis van de beeldvorming tussen beide religies. We gaan in op de vraag op welke wijze een geschiedenis van polemiek en dialoog, van conflict en vreedzaam samenwonen, heeft bijdragen aan de beeldvorming over Islam in Europa en omgekeerd.

Het tweede deel van de tutorial behandelt actuele thema's in de relaties tussen beide godsdiensten, zoals de impact van de clash of civilizations-these op interreligieuze beeldvorming en initiatieven in interreligieuze dialoog, migratie, religie en overheidsbeleid mbt. nieuwe religieuze groeperingen en het Nederlandse islamdebat.

De ingangseisen voor Exchange-studenten worden gecontroleerd door International Office en de programma-coördinator.

Track Islamologie

Islamitische bronnen vandaag (verplicht)

In deze cursus staat de vraag centraal hoe de islamitische bronnen vandaag worden gelezen en gebruikt om religieuze en morele vraagstukken van moslims in Europa op te lossen.
Een belangrijk uitgangspunt daarvoor is de fatwa: het antwoord van een islamitische schriftgeleerde op een vraag van gelovigen, dat gebaseerd moet op de klassieke bronnen van de islam, in het bijzonder de koran en de soenna. Op Internet zijn fatwaverzamelingen uitgegroeid tot een rijke bron van kennis over hedendaagse islaminterpretaties. Daarbinnen vormen fatwas die specifiek zijn gericht op moslims in het westen een interessante subcategorie. Dit kan gaan om dagelijkse omgangsvormen (bijvoorbeeld het begroeten van iemand van het andere geslacht), economische kwesties (het aangaan van een rentedragende hypotheek), zaken van medische ethiek (bloedtransfusie), maar ook milieuverontreiniging.

Door het bestuderen van casussen krijg je niet alleen inzicht in de betreffende thema’s zelf, maar ook in de hermeneutische methoden die door hedendaagse moslimschrijvers worden gebruikt: hoe worden koran en soenna relevant gemaakt voor problemen die zich in de tijd van de profeet nog niet voordeden? En omgekeerd: hoe wordt omgegaan met uitspraken in koran en soenna waarvan een letterlijke interpretatie met moderne inzichten, bijvoorbeeld op het terrein van man-vrouw-relaties?

De cursus islamitische bronnen vandaag richt zich op zienswijzen binnen de islamitische traditie zelf; de westerse academische traditie om de islam te analyseren staat centraal in een andere cursus, namelijk Sleutelteksten in de islamwetenschap.

Track Religiewetenschap

Christendom in een veranderend Europa (verplicht)

Het Europese Christendom heeft in de 20/21st eeuw een groot aantal veranderingen ondergaan, o.a. als gevolg van secularisatie, migratie en de val van het zogenaamde Oostblok. De voortgaande secularisatie heeft met name in West Europese landen de invloed van het Christendom in zowel de publieke als de prive sfeer verder doen afnemen. Tegelijkertijd zijn in de 20st eeuw, als reactie op de moderniteit, nieuwe stromingen binnen Christendom ontstaan, die het landschap van het Europese Christendom mede bepalen. Te denken valt aan fundamentalisme, pentecostalisme en vormen van evangelicaal en charismatisch christendom.
Ook de thematiek van migratie heeft grote gevolgen voor het Europese christendom: onder invloed van dekolonisatie en globalisering kwamen grote groepen migranten naar Europa en brachten zowel andere religies (i.e. Islam, Hindoeisme) als andere vormen van Christendom naar Europa. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een hernieuwde bezinning rond thema's van multireligiositeit en multiculturaliteit.
De val van het communisme en de nieuwe vrijheid voor religie en mn. het Christendom heeft ook zijn repercussies gehad op het Europese Christendom. Dit heeft o.a. geleid tot vormen van Europees christendom die een directe link maken tussen religie en etniciteit, met alle vragen en spanningen die dat oproept.
Tegelijkertijd moet gezegd worden, dat Europees Christendom zich niet in een isolement ontwikkelt, maar een onderdeel vormt van het Christendom wereldwijd. In dit wereldwijde christendom vormen Afrika en Latijns Amerika de belangrijkste spelers en neemt de invloed van Europese Christenen gestaag af, zowel qua percentage Christenen als wat betreft het bepalen van de agenda van het Wereldchristendom. Ook deze ontwikkelingen zijn van belang om inzicht te krijgen in de betekenis en de veranderingen van het Christendom in Europa
De cursus Christendom in een Veranderend Europa zal op deze - en andere ontwikkelingen - ingaan en inzicht geven in de wijze waarop het Europese Christendom zich in de 21st eeuw verder zal ontwikkelen.

De ingangseisen voor Exchange-studenten worden door International Office en de programmacoördinator gecontroleerd.

Nieuwe vormen van religiositeit in Europa (verplicht)

Gedurende de laatste 50 jaar is de religiositeit in de Westerse wereld ingrijpend veranderd. Waar aanvankelijk het christendom de toon zette, maar daarna in grote gebieden een ingrijpende secularisatie plaatsvond, kondigden zich in de jaren ’70 van de vorige eeuw nieuwe ontwikkelingen aan. New Age kwam op, migranten introduceerden het hindoeïsme en de islam, religies die daarvoor in het westen nauwelijks vaste voet gekregen hadden. Ondertussen groeide de populariteit van het boeddhisme en ervaringsgerichte lichamelijke praktijken zoals yoga en meditatie. Daarnaast waren er mensen die niet langer voor een bepaalde religie wilden kiezen. Zij bouwden een levensbeschouwing op uit elementen ontleend aan uiteenlopende religieuze tradities. Tegelijkertijd gingen anderen op zoek naar niet-religieuze en post-theïstische vormen van geloof. Het denken veranderde; opvattingen zoals bijvoorbeeld die aangaande de reïncarnatie, die in de jaren ’70 nauwelijks aanhang hadden, vonden nu meer weerklank dan ooit tevoren.Deze cursus schenkt aandacht aan religie-wetenschappelijk materiaal en methoden inclusief een klein veldwerkonderzoek naar nieuwe vormen van religiositeit in Nederland.