Testimonials

“Ik vind het zo waardevol dat ik elke dag voor de klas mag staan.”

Mirela Erol – Kobilić, studente

Dit is wat ik wil
Ondanks dat mijn ouders zelf een andere afkomst hebben, gaven ze mij veel mee over de Nederlandse taal en literatuur. Mijn moeder nam mij en mijn zussen vaak mee naar de bibliotheek, mijn vader was van het verhalen vertellen. Op de middelbare school groeide de liefde voor de taal nog meer. Een docente Nederlands inspireerde me. Haar manier van lesgeven was fantastisch. Toen ik bij haar een maatschappelijke stage liep, liet ze mij lesfragmenten verzorgen. Ik wist gelijk: dit is wat ik wil. En nu ik de master Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie doe, vind ik het nog leuker om voor de klas te staan. 

Mezelf blijven ontwikkelen
Mijn ouders zijn gevlucht uit ex-Joegoslavië. Zij moesten helemaal opnieuw beginnen. Voor hen was het heel belangrijk dat hun kinderen een goede toekomst zouden krijgen. Daar werk ik zelf ook hard voor. Al tijdens de lerarenopleiding op het hbo kon ik aan de slag op een openbare school. Toen daar behoefte was aan een eerstegraads docent, ben ik via een premaster Geesteswetenschappen doorgestroomd naar deze master. In de introductieweek leerde ik mijn medestudenten kennen. Sindsdien hebben we goed contact en werken we samen aan opdrachten. De opleiding is heel kleinschalig, iedereen kent elkaar. Ook de docenten zijn heel open en benaderbaar. Als ik een vraag heb, reageren ze snel. Ze steunen me zodat ik me verder kan ontwikkelen.

De docenten zijn heel open. Ze steunen me zodat ik me verder kan ontwikkelen.

Actief bezig met de Nederlandse taal
Tijdens deze master ben je heel actief bezig met de taal. We behandelen proza en poëzie en bespreken hoe je naar literatuur kijkt. Die theorie kan ik direct toepassen in mijn eigen bovenbouwklassen. Ik stel mijn leerlingen veel vragen over wat ze lezen. Wat spreekt hen aan, wat is ze opgevallen, waarom heeft een schrijver ergens voor gekozen? Praten over literatuur is iets dat ik tijdens de master heb geleerd. Net als hoe je literatuuronderwijs op de juiste manier kunt aanbieden. Dat zijn dingen die zeker in de bovenbouw erg goed van pas komen.

Ruimte voor gesprekken
Wat ik heel belangrijk vind, is een veilig leerklimaat. Dat is een voorwaarde om goed te kunnen leren. Vanaf de eerste les ben ik daarmee bezig; ik begin niet direct met uitleggen, maar met elkaar leren kennen. Ik vertel ook iets over mezelf. Mijn hoofddoek roept soms vragen op, daar kunnen we het dan over hebben. En iets wat nu veel speelt is dat er leerlingen genderneutraal zijn en van naam willen veranderen. Omdat ik moslim ben, vinden ze het lastig om zoiets met mij te delen. Dan leg ik uit dat we elkaars keuzes kunnen respecteren. Het is mooi om die gesprekken te voeren. En binnen het vak Nederlands kun je een onderwerp altijd wel ergens aan koppelen; iets uit de literatuur, een debat of een schrijfopdracht. Win-win dus.

Een band opbouwen
Het is zo waardevol dat ik elke dag voor de klas mag staan en mijn leerlingen mag helpen. Daarin ga ik heel ver. Ik kan eindeloos dingen blijven uitleggen en wil er als een coach voor mijn mentorleerlingen zijn. Mijn examenleerlingen van vorig jaar komen nog wel eens langs om te vertellen hoe het met ze gaat. Dat ze dat doen, zegt genoeg. Je bouwt echt een band met ze op. Ik vind mijn vak echt heel erg leuk.

Mirela Erol – Kobilić is studente Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie en werkt als docente Nederlands op een middelbare school.

"Elke dag gebeurt er wel iets leuks en hoor ik iets moois. Geen dag is hetzelfde."

Fleur van der Kaag, studente

Mijn docent Nederlands praatte zo mooi over de taal en het vak. Toen ben ik het extra gaan waarderen. Ik schreef me in voor een bacheloropleiding Nederlands en ging op zoek naar de kortst mogelijke weg naar een eerstegraads lesbevoegdheid. Dat bleek via de master Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie. Ik wilde snel aan de slag. En nu is het bijna zover: over een paar maanden ben ik afgestudeerd.

Een eigen draai vinden
Ik heb het altijd leuk gevonden om voor een groep mensen te staan. Er samen iets van te maken en een beetje de leiding te nemen. Ik geef al heel lang waterpolotraining, zowel aan kinderen als aan volwassenen. Een sport doe je alleen omdat je het leuk vindt, maar het gaat wel om mensen die iets van je willen leren. Ik was benieuwd hoe dat tijdens mijn eerste stage zou zijn. Het is toch een iets minder welwillende doelgroep, een klas vol pubers. Hoewel mijn lessen in het begin wat rommelig waren, was het wel gelijk wat ik ervan had verwacht. Als je in het diepe wordt gegooid, kom je vanzelf bovendrijven. Ik vond het heerlijk om mijn eigen draai te vinden.

Mentoren die weten waar je mee bezig bent
Met de jaren heb ik geleerd om wat strenger te zijn, dat vond ik in het begin echt nog wel lastig. Mede door de interpersoonlijkheidscirkel, waarover je tijdens de master leert, is dit goed gelukt. Die stukjes theorie helpen je in de praktijk. Net als de gesprekken met medestudenten, die je tijdens een stageperiode ook wekelijks ziet. Er heerste zo’n goede sfeer binnen de opleiding. Zeker met onze vaste mentorgroep was het enorm gezellig. De mentoren zag ik geregeld op de universiteit, maar ook daarbuiten waren ze altijd goed bereikbaar. Ze wisten echt waar ik mee bezig was en reageerden snel op mailtjes. Dat maakt het vertrouwd.

Mijn mentoren wisten echt waar ik mee bezig was en waren altijd bereikbaar. Dat maakt het vertrouwd.

Extra verdieping
Naast de vakken Pedagogiek en Vakdidactiek heb ik ook vakken gevolgd waar ik van tevoren niet aan had gedacht. Zoals de Masterlanguage cursussen; vakken die je samen met studenten van andere universiteiten volgt en die gegeven worden door topdocenten. Dat biedt extra verdieping en ik vond het echt een toevoeging. Zo heb ik een cursus gevolgd over historische letterkunde, waar echt mijn hart ligt. Dat kon ik gelijk toepassen in de praktijk, toen ik een lessenserie moest verzorgen voor een 4VWO-klas. Ik heb geprobeerd om aan te sluiten bij wat leerlingen nu leuk vinden, met o.a. een podcast. Wonder boven wonder vonden ze het echt leuk en kreeg ik veel positieve reacties. Enthousiasme werkt aanstekelijk, zo blijkt.

Meer dan lesgeven
Op dit moment moet ik nog één vak afronden en mijn scriptie schrijven. Daarnaast heb ik nu acht eigen klassen, dus dat is best intensief. Maar omdat ik voor de baanvariant heb gekozen, kan ik veel opvoeren als stage. Nu ik bijna mijn eerstegraadsbevoegdheid op zak heb en dus les mag geven in de bovenbouw, kan ik ook dieper ingaan op de stof. Ik kan nu veel meer aandacht besteden aan literatuur, dat vind ik ontzettend leuk. En als ik straks klaar ben, heb ik meer in mijn mars dan alleen lesgeven. Ik zou bijvoorbeeld ook iets kunnen gaan doen met NT2 mensen en hoe zij een taal verwerven.

Leerlingen zien groeien
Wat het onderwijs zo bijzonder maakt, is dat geen enkele dag hetzelfde is. Elke dag gebeurt er wel iets leuks en hoor ik iets moois. Soms verwacht ik het niet, maar toch gebeurt het iedere dag weer. Ik vind het aan het einde van een schooljaar ook vreselijk om afscheid te nemen. Als je leerlingen al drie jaar in de klas hebt, zie je ze groeien. Ze worden volwassener en maken verstandigere keuzes in het leven. Dat vind ik eigenlijk nog mooier om te zien dan hoe ze groeien in het vak Nederlands.

Fleur van der Kaag is studente Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie en werkt als docente Nederlands op een middelbare school.

“Ik weet bij leerlingen de juiste snaar te raken.”

Wouter Koster, student

Ik heb altijd veel met taal gehad, maar heb nooit de keuze durven maken om voor een schrijversopleiding te gaan. Ik was een tijdje zoekende en werd trainer van een voetbalteam van enthousiaste tieners. Dat was ontzettend leuk. Zo werd het zaadje geplant om meer met de doelgroep te doen. Als docent kon ik meer met taal doen en werken met pubers.

De juiste beslissing
Ik begon met een lerarenopleiding op hbo-niveau. Al tijdens mijn eerste stage voelde ik dat dit de juiste richting was. Het klopte. In die jaren heb ik een heel fijne praktische en pedagogische basis gelegd, waar ik nog steeds profijt van heb. Ik wilde alleen intellectueel en cognitief meer uitgedaagd worden, dus ging ik op zoek naar meer verdieping. Het werd de master Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie aan de Universiteit Utrecht, zodat ik een eerstegraadsbevoegdheid kon behalen.

Voor de klas en in de collegebanken
Samen met de studievoorlichters van de Graduate School of Teaching ben ik gaan kijken wat de mogelijkheden waren. Ik had inmiddels een baan als docent en mocht die inzetten als stage. Daarnaast kreeg ik vrijstellingen. Toen bleek het allemaal haalbaar. Je hoort weleens dat je als student een nummer zou zijn op de universiteit, maar ik heb echt het tegendeel ervaren. Ook met de docenten heb ik een heel goede band opgebouwd en als ik daar behoefte aan heb, is er iedere week contact.

Met de docenten heb ik een heel goede band. Als ik wil, is er wekelijks contact.

Verdiepend bezig
Er worden pedagogisch en didactisch echt andere dingen verwacht op universitair niveau dan op het hbo. Daar was ik ook naar op zoek. Vakinhoudelijk heb ik enorm veel geleerd tijdens deze master. De hoorcolleges vond ik altijd heel prettig. Het was voor mij dé manier om heel veel kennis tot me te nemen. Maar ook het werken in (kleinere) groepen is erg leerzaam; je bespreekt casussen met medestudenten en geeft elkaar feedback.

De baan voor het kiezen
Ik heb verschillende keuzemogelijkheden gehad en zo mijn eigen studiepad bepaald. Zo kreeg ik de kans om richting de moderne letterkunde te gaan. Op dit moment ben ik bezig met mijn scriptie én geef ik les op een school in Amsterdam. Vooral in de bovenbouw, waar ik vakinhoudelijk veel kwijt kan. Ik had de luxe dat ik kon kiezen uit drie verschillende plekken en ben gegaan voor een Daltonschool. Deze doelgroep is cognitief sterk genoeg voor inhoudelijke verdieping, dat vind ik leuk. Ze zijn enorm zelfstandig.

Een mooi beroep
Deze baan past me goed. Vooral het pedagogische aspect; ik weet bij leerlingen de juiste snaar te raken. Door ze relaxt te benaderen, kan ik ze triggeren om aan de slag te gaan. Dat is ook een soort fingerspitzengefühl. Het menselijke contact vind ik belangrijk. Daarnaast heb je als docent een bepaalde maatschappelijke impact. Die combinatie maakt het zo’n mooi beroep.

Wouter Koster is student Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie.