Studieprogramma

Nederlandse taal en cultuur: educatie en communicatie heeft een studielast van 120 studiepunten (EC), verdeeld over twee jaar.
Hoe je studieprogramma eruitziet, is o.a. afhankelijk van het moment dat je start met het programma. Je kunt starten in september (aanmelddeadline 1 april) of in februari (aanmelddeadline 15 oktober). Echter, als je in het bezit bent van een tweedegraads bevoegdheid Nederlands, of als je bent toegelaten tot het U-TEAch programma, kun je alleen starten in september.

Studieprogramma bij een start in september

Het eerste jaar

Semester 1 - vakinhoud 1 Semester 2 - beroepsvoorbereiding 1
Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4
Literatuuronderwijs Taalonderwijs Stage 1
Taalverwerving Taal & Literatuur in educatie Pedagogiek 1
Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus Vakdidactiek 1

 

Blok 1 en 2 (september - januari)
In het eerste jaar zijn blok 1 en 2 gevuld met cursorisch onderwijs en onderzoek op het gebied van taalverwerving, taal- en literatuuronderwijs. Het doel hiervan is inhoudelijke verdieping van - en reflectie op - je vakkennis. Hierbij gaat het om je kennis van zowel de Nederlandse taal en cultuur als het moderne talenonderwijs. Aandacht wordt besteed aan de relatie tussen vakinhoud en vakdidactiek. De colleges vinden plaats in de binnenstad.

Blok 3 en 4 (februari - juni)
Tijdens blok 3 en 4 volg je het eerste deel van het beroepsvoorbereidende gedeelte: je gaat je professionele competenties als leraar ontwikkelen.
Dit gedeelte is georganiseerd in drie onderdelen: Vakdidactiek, Pedagogiek en Stage. In het onderdeel Masterstage doe je ervaring op in de schoolpraktijk en zal je op de universiteit uitwisselen over deze ervaringen en bepalen op welke manier je jezelf kan en moet ontwikkelen als docent.

In het onderdeel Didactiek (Vakdidactiek en Pedagogiek) verwerf je theoretische achtergronden bij het beroep van leraar en leer je hoe je je kennis over je schoolvak kunt vertalen naar de schoolpraktijk. Onderwijstheorieën worden aan de hand van centrale thema’s aangeboden en in aansluitende werkcolleges wordt de vertaalslag naar de praktijk gemaakt.

De colleges vinden plaats in het Utrecht Science Park.

 

Het tweede jaar

Semester 1 - beroepsvoorbereiding 2 Semester 2 - vakinhoud 2
Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4
Stage 2 Masterscriptie
Pedagogiek 2 Vakdidactiek 2
(Vak)didactisch onderzoek Beroepsvoorbereidende keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus

 

In het tweede jaar van het masterprogramma staat de invulling van de twee semesters vast, maar de volgorde ervan niet. De voorgestelde volgorde heeft de voorkeur, maar je mag de twee semesters ook omdraaien.

 

Blok 1 en 2 (september - januari)
In blok 1 en 2 volg je het tweede deel van het beroepsvoorbereidend gedeelte. Je ontwikkelt je verder als eerstegraads leraar in de cursussen stage 2 en pedagogiek 2 en vakdidactiek 2. Bij de stage ben je verantwoordelijk voor een eigen klas. Daarnaast oefen je met het opzetten, uitvoeren en presenteren van een kleinschalig (vak)didactisch onderzoek en volg je een keuzecursus.

Blok 3 en 4 (februari - juni)
Tijdens blok 3 en 4 schrijf je je masterscriptie, en volg je nog een of twee keuzecursussen.  Het onderwerp van je scriptie komt vaak voort uit een vraag van je stageschool. Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe kunnen we de woordenschat vergroten?
  • Hoe kunnen we een vrijleesprogramma voor de vreemde talen opzetten?
  • Hoe kunnen we het curriculum binnen de talen beter op elkaar afstemmen?
  • Hoe kunnen we de leeropbrengst van de samenwerking met een tandemschool vergroten?

Studieprogramma bij een start in februari

Het eerste jaar

Semester 1 - beroepsvoorbereiding 1 Semester 2 - vakinhoud 1
Blok 3 Blok 4 Blok 1 Blok 2
Stage 1 Literatuuronderwijs Taalonderwijs
Pedagogiek 1 Taalverwerving Taal & Literatuur in educatie
Vakdidactiek 1 Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus

 

Blok 3 en 4 (februari - juni)
In je eerste jaar zijn blok 3 en 4 gevuld met het eerste deel van het beroepsvoorbereidend gedeelte: je gaat je professionele competenties als leraar ontwikkelen.

Dit gedeelte is georganiseerd in drie onderdelen: Vakdidactiek, Pedagogiek en Stage. In het onderdeel Masterstage doe je ervaring op in de schoolpraktijk en zal je op de universiteit uitwisselen over deze ervaringen en bepalen op welke manier je jezelf kan en moet ontwikkelen als docent.

In het onderdeel Didactiek (Vakdidactiek en Pedagogiek) verwerf je theoretische achtergronden bij het beroep van leraar en leer je hoe je je kennis over je schoolvak kunt vertalen naar de schoolpraktijk. Onderwijstheorieën worden aan de hand van centrale thema’s aangeboden en in aansluitende werkcolleges wordt de vertaalslag naar de praktijk gemaakt.

De colleges vinden plaats in het Utrecht Science Park.

Blok 1 en 2 (september - januari)
Blok 1 en 2 zijn gevuld met cursorisch onderwijs en onderzoek op het gebied van taalverwerving, taal- en literatuuronderwijs. Het doel hiervan is inhoudelijke verdieping van - en reflectie op - je vakkennis. Hierbij gaat het om je kennis van zowel de Nederlandse taal en cultuur als het moderne talenonderwijs. Aandacht wordt besteed aan de relatie tussen vakinhoud en vakdidactiek. De colleges vinden plaats in de binnenstad.

 

Het tweede jaar

Semester 1 - beroepsvoorbereiding 2 Semester 2 - vakinhoud 2
Blok 3 Blok 4 Blok 1 Blok 2
Stage 2 Masterscriptie
Pedagogiek 2
(Vak)didactisch onderzoek Beroepsvoorbereidende keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus

 

In het tweede jaar van het masterprogramma staat de invulling van de twee semesters vast, maar de volgorde ervan niet. Bovenstaande volgorde heeft de voorkeur, maar je mag de twee semesters ook omdraaien.

Blok 3 en 4 (februari - juni)
In blok 3 en 4 volg je het tweede deel van het beroepsvoorbereidend gedeelte. Je ontwikkelt je verder als eerstegraads leraar in de cursussen stage 2, pedagogiek 2 en vakdidactiek 2 Bij de stage ben je verantwoordelijk voor een eigen klas. Daarnaast oefen je met het opzetten, uitvoeren en presenteren van een kleinschalig (vak)didactisch onderzoek en volg je een keuzecursus.

Blok 1 en 2 (september - januari)

Tijdens blok 1 en 2 schrijf je je masterscriptie, en volg je nog een of twee keuzecursussen. Het onderwerp van je scriptie komt vaak voort uit een vraag van je stageschool. Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe kunnen we de woordenschat vergroten?
  • Hoe kunnen we een vrijleesprogramma voor de vreemde talen opzetten?
  • Hoe kunnen we het curriculum binnen de talen beter op elkaar afstemmen?
  • Hoe kunnen we de leeropbrengst van de samenwerking met een tandemschool vergroten?
Voor kandidaten met een eerste- of (beperkte) tweedegraads bevoegdheid

Heb je binnen je bacheloropleiding een educatieve minor in hetzelfde schoolvak als de masteropleiding afgerond? Dan beschik je over een beperkte tweedegraadsbevoegdheid (voor vmbo-tl en de onderbouw van havo en vwo). Je masterprogramma kan dan verkort worden met een half jaar, omdat je één praktijkdeel minder hoeft te doen. Je kunt er tevens voor kiezen om die ruimte te gebruiken om je kennis te verdiepen. Ook kandidaten in het bezit van de volgende bevoegdheden kunnen aanspraak maken op enkele vrijstellingen (mits tevens in het bezit van een universitair bachelor- en masterdiploma): een tweedegraads bevoegdheid in een ander schoolvak, een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een ULO en een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een hbo-master.

Studieprogramma voor tweedegraders

Het eerste jaar

Semester 1 - vakinhoud 1 Semester 2 - beroepsvoorbereiding 2
Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4
Literatuuronderwijs Taalonderwijs Stage 2
Taalverwerving Taal & Literatuur in educatie Pedagogiek 2 Vakdidactiek 2
Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus (Vak)didactisch onderzoek Beroepsvoorbereidende keuzecursus

Blok 1 en 2 (september - januari)

In het eerste jaar zijn blok 1 en 2 gevuld met cursorisch onderwijs en onderzoek op het gebied van taalverwerving, taal- en literatuuronderwijs. Het doel hiervan is inhoudelijke verdieping van - en reflectie op - je vakkennis. Hierbij gaat het om je kennis van zowel de Nederlandse taal en cultuur als het moderne talenonderwijs. Aandacht wordt besteed aan de relatie tussen vakinhoud en vakdidactiek. De colleges vinden plaats in de binnenstad.

Blok 3 en 4 (februari - juni)

In blok 3 en 4 volg je het beroepsvoorbereidende gedeelte. Je ontwikkelt je als eerstegraads leraar in de cursussen stage 2, pedagogiek 2 en vakdidactiek 2. Bij de stage ben je verantwoordelijk voor een eigen klas. Daarnaast oefen je met het opzetten, uitvoeren en presenteren van een kleinschalig (vak)didactisch onderzoek en volg je een keuzecursus.

Het tweede jaar

Semester 1 - vakinhoud 2
Blok 1 Blok 2
Masterscriptie
Vakinhoudelijke keuzecursus Vakinhoudelijke keuzecursus

Blok 1 en 2 (september - januari)

Tijdens blok 1 en 2 schrijf je je masterscriptie, en volg je nog een of twee keuzecursussen. Het onderwerp van je scriptie komt vaak voort uit een vraag van je stageschool. Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe kunnen we de woordenschat vergroten?
  • Hoe kunnen we een vrijleesprogramma voor de vreemde talen opzetten?
  • Hoe kunnen we het curriculum binnen de talen beter op elkaar afstemmen?
  • Hoe kunnen we de leeropbrengst van de samenwerking met een tandemschool vergroten?