Testimonials

  • Student Ulrike Burki besloot na haar MA in Antwerpen naar Utrecht te komen.

    Profielfoto Ulrike Burki, alumna Nederlandse literatuur en cultuur

    "Soms zijn er zo van die momenten waar je achteraf heel precies de vinger op kan leggen en waarvan je dan kan zeggen: ‘Daar, precies dat moment heeft mijn leven veranderd’. De eerste keer dat ik naar Utrecht reisde was zo een moment.

    Het was 2017 en ik was uitgenodigd om gedichten voor te dragen op een literaire avond van Mensen zeggen dingen in het Utrechtse EKKO. Ik woonde en studeerde op dat moment nog in Antwerpen en besloot om het optreden te koppelen aan een weekendje in Utrecht. Onmiddellijk werd ik verliefd op de charmante terrasjes aan de grachten, de bruisende studentencultuur en de statige universiteitsgebouwen op de Drift. Mijn opleiding Nederlandse en Duitse taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen volgde ik met hart en ziel, maar een studentenleven in Utrecht leek me toen ook wel erg aantrekkelijk.  

    Toen ik me drie jaar later op een tweede opleiding begon te oriënteren, moest ik weer aan Utrecht denken. Ik was in de laatste jaren van mijn studie in Antwerpen sterk geïnteresseerd geraakt in cultuursociologische en transculturele vraagstukken. Hoe kijken Nederlandse auteurs naar de Vlaamse literatuur en omgekeerd? Welke rol spelen verhalen in de constructie of deconstructie van nationale identiteiten? Bestaat er eigenlijk zoiets als ‘typisch Nederlands’ en ‘typisch Vlaams’? En zo ja, wat is dat dan? De Utrechtse onderzoeksmaster Nederlandse literatuur en cultuur was het uitgelezen programma om die vragen te blijven stellen.

    Voor een Vlaamse student in Nederland is het transculturele perspectief sowieso van belang. Het is extra spannend dat dat perspectief in de master voortdurend bevraagd en gethematiseerd wordt. Dat je daarbij ook veel vrijheid krijgt om eigen accenten aan te brengen, maakt het programma nog boeiender. Zo kon ik mijn achtergrond in de Duitse letterkunde al inzetten in een verkennend onderzoek naar de ontvangst van de Vijftigers in de DDR. Een onderzoekslijn die ik volgend jaar in mijn scriptie misschien wel verder wil uitzetten.

    En natuurlijk is het ook heerlijk dat ik die bruisende stad met haar mooie grachten en statige universiteitsgebouwen nu ‘thuis’ mag noemen."

  • Luck van Leeuwen is alumnus Nederlandse literatuur en cultuur

    Profielfoto Luck van Leeuwen, alumnus RMA Nederlandse literatuur en cultuur

    "Toen ik aan het einde van de middelbare school voor het eerst Max Havelaar las, kreeg ik voor het eerst door dat de literaire verbeeldingskracht iets kan doen met mensen, verandering kan bewerkstelligen in de samenleving. Literatuur bleek ook andere doelen dan vermaak te kunnen dienen. Het was een schokkende ontdekking. De contouren van mijn toekomst werden toen zichtbaar: ik moest en zou Nederlands studeren, om daar nog meer romans te lezen van schrijvers die net zoveel moed en bravoure hadden als Multatuli.

    Tijdens mijn studie Nederlands kwam ik er echter achter dat de Nederlandse literatuur meer is dan de klassieke roman of het sonnet: het ‘verhalende’ manifesteert zich ook op Instagram, in podcasts, reclamefolders van de Albert Heijn of speeches van politici. Ik wilde daarover door studeren, en het is om die reden dat ik de onderzoeksmaster Nederlandse literatuur en cultuur ben gaan doen. Het intensieve tweejarige programma is gericht op het verkennen van deze grenzen, en docenten moedigen het zeer aan als je daarin je eigen pad bewandelt.

    In het begin van mijn studie had ik nog in mijn achterhoofd dat ik na het afronden ervan wilde promoveren, maar gaandeweg kwam ik er steeds meer achter dat ik als docent Nederlands in het voortgezet- of hoger onderwijs aan de slag zou willen gaan. Ik kreeg mede dankzij de inzet van de vakgroep Nederlands van de Universiteit Utrecht de kans om stage te lopen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en werkte daar mee aan diverse beleidsnota’s. Ook deed ik voor OCW onderzoek naar de relatie tussen de academische neerlandistiek en het schoolvak Nederlands, waarbij ik nadacht over welke wetenschap het schoolvak Nederlands weer aantrekkelijk zou kunnen maken. Gedurende een halfjaar heb ik me intensief kunnen verdiepen in deze thematiek.

    Een van de mooie dingen aan de master is dat je mag twijfelen, en dat zowel verdieping als verbreding wordt aangemoedigd. Mijn masterscriptie heb ik namelijk geschreven over een heel ander onderwerp dan het schoolvak Nederlands: de constructie van de ‘waarheid’ in Nederlandstalige narratieve journalistieke podcasts. Een belangrijke vraag, omdat steeds meer journalistieke genres, en zelfs teksten in de landelijke dagbladen, verhalende middelen inzetten om de lezer of luisteraar mee te nemen. In hoeverre gaan deze literaire middelen ten koste van het streven naar ‘objectieve’ waarheidsvinding – van oudsher één van de belangrijkste normen in de journalistiek?

    Al tijdens het schrijven van mijn scriptie vond ik een baan als docent Nederlands op een categoriaal atheneum. De komende jaren wil ik intensief aan de slag met wat ik allemaal heb geleerd in de onderzoeksmaster, door grensoverschrijdend onderwijs te creëren waarmee ik leerlingen wil inspireren om verder te denken dan het bekende. Door het interdisciplinaire en intermediale programma van de onderzoeksmaster ben ik in staat om de samenwerking met andere secties op te zoeken, en kan ik hopelijk aan leerlingen laten zien dat, zoals Multatuli al schreef, alles taal is geworden."

  • Aafje de Roest is alumna Nederlandse literatuur en cultuur

    Profielfoto Aafje de Roest, alumna Nederlandse literatuur en cultuur

    "Het land van’, ‘Made in NL’, ‘Nederland’ - het zijn nummers die je misschien wel eens beluisterd hebt. Ik in elk geval wel, toen ik twee jaar geleden in het televisieprogramma ‘Lekker Nederlands’ zag hoe Lange Frans een remake van ‘Het land van’ rapte. Ik vroeg me af: waarom verschijnt dit nummer juist nu? En wat wordt er in raps over Nederland en Nederlandse steden eigenlijk gezegd?

    Ik ben Aafje de Roest en onlangs afgestudeerd aan de onderzoeksmaster Nederlandse literatuur en cultuur (voorheen Nederlandse letterkunde). Ik ben altijd nieuwsgierig om te weten te komen wat (jonge) mensen écht lezen, kijken of beluisteren en wil nauwkeurig ‘lezen’ wat daarin gezegd wordt en wat voor betekenis dit heeft. In de master bestudeerde ik de verbeelding van plaatsen en ruimtes in Nederlandse hiphop. Vanuit een grote interesse voor populaire cultuur analyseerde ik raps met Nederland en Nederlandse steden als thema en betoogde ik dat in deze teksten via ogenschijnlijke trots wezenlijke problemen in de Nederlandse maatschappij worden aangekaart. Momenteel ben ik op zoek naar een promotieplaats om mijn onderzoek te kunnen voortzetten.

    Het overgrote deel van mijn studietijd ging uit naar mijn stage bij het Meertens Instituut te Amsterdam (waar ik binnen het project Nederlandsheid onderzoek deed naar de verbeelding van de Bijlmer, de Bims, door het Amsterdamse hiphopcollectief SMIB). Tijdens mijn onderzoek wilde ik erachter komen hoe rappers de wijk en de stad inzetten in hun teksten en profilering. Wel eens van represent gehoord? Dat bedoel ik! In mijn masterscriptie zette ik een methodologisch kader op om represent mee te onderzoeken en analyseerde ik teksten, interviews en performances van rappers Hef, Broederliefde, Ares en Killer Kamal. Dat rappers het hebben over hun afkomst is een bekend fenomeen. Hoe zij dit inzetten in hun muziek, voor hun reputatie en om een divers publiek aan te spreken is een urgente vraag waar ik met mijn onderzoek een antwoord op wil geven.

    De insteek van de onderzoeksmaster is namelijk om verbanden te zien tussen het lokale, nationale en globale. Dan wordt zichtbaar dat (net als in de V.S.) de notie van plaats en ruimte in hiphop een steeds sterkere politieke (emanciperende) werking heeft gekregen. Via de wijk of de stad wordt door rappers als Opgezwolle, maar ook Boef of Broederliefde veel prijsgegeven over de manier waarop zij Nederland en de rest van de wereld bezien. Dat komt vervolgens terecht bij jou, de luisteraar – en zo kan ook jouw manier van kijken veranderen.”

  • Student Arjan van Dalfsen legt zich toe op Digital Humanities

    Profielfoto Arjan van Dalfsen, Nederlandse literatuur en cultuur

    Toen ik een master ging kiezen, had ik een gevoel dat ik eigenlijk maar zelden heb: ik wist het al wel. Natuurlijk ging ik toch nog naar wat andere masterprogramma’s kijken, het is tenslotte een belangrijke keuze, maar meer en meer kwam ik erachter dat ik de beslissing eigenlijk al genomen had. De RMA Nederlandse literatuur en cultuur is de enige researchmaster die de Nederlandse literatuur primair in het Nederlands onderzoekt; dat maakte de keuze voor mij eenvoudig. Bovendien kende ik vanuit mijn bachelor in Utrecht de docenten al en had ik goede verhalen gehoord van mijn voorgangers. Deze master moest het worden en werd het ook!

    Sindsdien zijn mijn ervaringen met de master heel positief gebleven. Een pluspunt dat ik bij mijn studiekeuze nog niet helemaal in de gaten had, is groepsgrootte. Deze master is kleinschalig, waardoor je je een fijne band op kan bouwen met je medestudenten en docenten. Dat is niet alleen leuk, maar ook heel nuttig: omdat we weten waar elkaars onderzoeksinteressen liggen, houden we elkaar op de hoogte als we iets relevants voorbij zien komen.

    Zelf ben ik me al snel gaan toeleggen op Digital Humanities, het snijvlak van geesteswetenschap en digitale technologie. Voor mij is dat ideaal, omdat ik daar veel in kwijt kan uit de andere bachelor die ik gedaan heb: scheikunde. Zo houd ik dat ook een beetje bij me! Wat Digital Humanities betreft, biedt de master in het verplichte deel van het curriculum slechts één vak aan, maar daarbuiten is er wel veel mogelijkheid om jezelf te specialiseren. Daarbij heb ik ontzettend veel gehad aan het netwerk van de docenten van de master en aan studenten uit de jaren boven me. Dankzij begeleiders uit het masterprogramma, doe ik nu een op maat gemaakte leeslijst over het modelleren van culturele evolutie en loop ik stage bij het Meertens Instituut waar ik vaardigheden opdoe rondom programmeren in Python. Dat je veel van die expertise van buiten moet halen of op eigen kracht tot je moet nemen zou je kunnen zien als een nadeel, maar ik denk dat er ook een belangrijk voordeel aan zit. Je leert ervan hoe je andere mensen kan benaderen om hulp en informatie te vragen. Het maakt je zelfredzamer en leert je dat er van alles mogelijk is zolang je maar vragen durft te stellen en met mensen in contact wilt komen; een goede voorbereiding op de wereld na de universiteit, denk ik!

  • Alumna Camilla Pargentino werkt bij het Nederlands Letterenfonds

    Profielfoto Camilla Pargentino, alumna Nederlandse literatuur en cultuur

    "Toen ik als Erasmus-student naar Utrecht kwam in de zomer van 2017, had ik geen idee dat deze stad me nooit meer zou laten gaan. Gewend aan het hectische ritme van Rome, waar ik vandaan kom, en aan de dynamiek van de grote universiteit waaraan ik studeerde, was ik opeens in een ander universum beland. Een universum waarin je les krijgt in kleine groepen (in plaats van grote aula’s met honderden studenten), waar je je docent bij de voornaam kan noemen en je naar je colleges kan fietsen. Het was ook de eerste keer dat de Nederlandse taal, die ik toen sinds een paar jaar studeerde, voor mij echt leefde: door het in het alledaagse leven te gebruiken en op de universiteit, begon het langzaam ook van mij te worden.

    Na een paar maanden realiseerde ik me deze leefstijl voor de lange termijn te willen. Ik ging toen naar de open dag van de RMA Nederlandse literatuur en cultuur. Het brede perspectief op de Nederlandse literatuur, de aandacht voor kwesties rondom de Nederlandse identiteit (die me, als buitenstander, erg fascineerden) en de internationale focus maakten het een heel interessant traject voor mij. De docenten en programmacoördinator hebben me vanaf het begin erg welkom laten voelen – de aanmeldingsprocedure was voor mij als buitenlandse student wat ingewikkelder, maar ze waren altijd bereid om mij te helpen met alle technische en bureaucratische kwesties. Deze persoonlijke aandacht voor de studenten heb ik gedurende mijn hele studie erg gewaardeerd.

    Op een didactisch niveau heb ik deze master als een ontdekkingsreis ervaren – niet alleen door de Nederlandse literatuur en cultuur, maar ook door mijn eigen interesses als jonge wetenschapper. De cursussen zijn opgebouwd om eerst je nieuwsgierigheid te prikkelen en je de basisinstrumenten te geven (kennis, methode) om daarna zelf aan de slag te gaan met wat je het meest enthousiasmeert. Je vormt op deze manier een eigen profiel en je werkt aan je expertise. In mijn geval is die expertise ook mijn passie (en huidige baan) geworden. Tijdens de cursus 'Literatuur tussen het lokale en het globale' heb ik kennis kunnen vergaren over de internationale verspreiding van de Nederlandse literatuur, en het institutionele kader waarin die plaatsvindt. Ik besloot toen om een stage te gaan lopen bij de afdeling buitenland van het Nederlands Letterenfonds, waar ik momenteel nog steeds werkzaam ben. Mijn ervaring bij het fonds heeft ook vormgegeven aan mijn scriptie, waarin ik een grootschalig vergelijkend internationaal project heb opgezet: ik heb toen het beleid van tweeëntwintig internationale literatuurfondsen onderzocht die actief zijn in kleine taalgebieden in heel Europa—waaronder ook het Nederlandse. Een mooie manier om mijn traject bij de Universiteit Utrecht af te sluiten!"

  • Anne Sluijs is projectmedewerker bij het Expertisecentrum Literair Vertalen

    Profielfoto Anne Sluijs, alumna Nederlandse literatuur en cultuur

    "In mijn bachelor Nederlandse taal en cultuur in Utrecht koos ik voor een specialisatie in letterkunde. Ik interesseerde me erg voor onderzoek: zo vond ik het heel boeiend om van mijn docenten te horen met welk onderzoek zij zich bezighielden, en raakte ik verder op de hoogte van lopend onderzoek in dit vakgebied als redacteur van het literair-wetenschappelijke tijdschrift Vooys. Wel hinkte ik altijd op twee gedachten: wil ik nou vooral onderzoek doen naar het literaire veld, of er zelf deel van uit maken? Omdat ik toch eerst graag nog meer de diepte in wilde, koos ik voor deze onderzoeksmaster.

    Ik wist bovendien dat ik in deze master mijn eigen pad kon kiezen. Ik ben nooit een student geweest die helemaal opging in de literatuurtheorie of zich alleen maar richtte op het close readen van teksten. Natuurlijk lees ik graag, maar net zo interessant vind ik de wereld buiten het boek: hoe is het tot stand gekomen, waarom noemen we het literatuur, hoe verhoudt het zich tot deze tijd en maatschappij? En: in welke contexten gaat het functioneren als het eenmaal verschenen is, misschien wel buiten het Nederlandse taalgebied? In de onderzoeksmaster Nederlandse literatuur en cultuur is er zeker plaats voor deze vragen, graag zelfs.

    In mijn master heb ik de zogenaamde institutionele benadering verder leren beheersen, bijvoorbeeld tijdens het traject Meester-Gezel dat je zelf mag invullen en bij het vak ‘Literatuur tussen het lokale en het globale’. Mijn masterscriptie was een vergelijking tussen het Nederlandse en Vlaamse beleid in het verspreiden van Nederlandstalige literatuur over de grens. Inmiddels werk ik zelf mee aan de uitvoering van dat beleid binnen mijn baan bij het Expertisecentrum Literair Vertalen. Ik heb hierin veel baat bij de kennis die ik al had van Nederlandse en Vlaamse literaire en beleidsorganisaties. Nog belangrijker vind ik dat de master, dankzij de inspirerende docenten én mijn fijne medestudenten, mijn kritische blik verder gestimuleerd en verruimd heeft. Dat zal me in elke baan helpen, maar zeker ook als mens."

  • Linde Lammers doet archiefonderzoek naar de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949)

    Profielfoto Linde Lammers, Nederlandse literatuur en cultuur

    "Als je mij zou vragen wat ik het meeste waardeer in deze master zou ik, los van de hechte community waar ik dol op ben, als snel beginnen over de ruimte die je hebt om je eigen profiel te ontwikkelen: de ruimte om erachter te komen wat je nou écht interessant vindt, om te ontdekken wat voor onderzoeker je bent. Al in mijn bachelor Nederlandse taal en cultuur had ik interesse opgevat voor het koloniale verleden van Nederland, de postkoloniale maatschappij en de doorwerking hiervan in bijvoorbeeld de literatuur. Specifiek ging mijn interesse hierbij uit naar voormalig Nederlands-Indië, zo schreef ik mijn bachelorscriptie over De tolk van Java van Alfred Birney.

    In deze master heb ik de kans gehad mijn (post)koloniale ‘profiel’ als letterkundig onderzoeker nog meer uit te diepen, zowel binnen het vaste curriculum als in de vrije profileringsruimte. Hierbij ben ik van een interesse waarin de literaire doorwerking van het koloniale verleden centraal stond, gegaan naar een bredere interesse in de (cultuur)historische context van het koloniale verleden van Nederland en de doorwerking daarvan vandaag de dag. Zo heb ik mij doormiddel van keuzevakken o.a. nog meer verdiept in de cultural memory, een tak van studie die zich expliciet bezighoudt met herinneringscultuur en de doorwerking van het verleden in het heden, waarbij een traumatisch verleden, zoals het koloniale verleden, vaak centraal staat.

    Ook binnen de verplichte vakken is het mij vaak gelukt om mijn eigen onderzoeksinteresse uit te werken door er bij mijn eindpaper of andersoortige opdracht voor te kiezen om de geleerde theorie of methode toe te passen op een casestudy die in lijn lag met mijn belangstelling in het (post)koloniale. Wat hierbij ook hielp is dat we in deze master literatuur, of ‘tekst’, heel breed opvatten, waardoor er ruimte is voor onderzoeksobjecten die wellicht minder voor de hand liggen.

    Zo heb ik onderzoek kunnen doen naar de dekoloniale nationalistische retoriek van Soekarno in zijn pleitrede Indonesië klaagt aan! uit 1930. Deze pleitrede, uitgesproken in een juridische context, kun je natuurlijk niet onder literatuur scharen, maar dit betekent echter niet dat je de tekst niet kan close readen zoals je bij een literaire tekst ook kan doen. De tools die je in de master aangereikt krijgt om literatuur te analyseren kunnen ook heel mooi toegepast worden in een discoursanalyse van een heel ander soort bron. Mijns inziens zorgt deze brede opvatting van literatuur en cultuur er voor dat je als Neerlandicus nog meer interessante vragen kan stellen over identiteit, verleden en herinnering binnen een (trans)nationale context.

    Mijn stage vormt een mooie samenvatting van de ontwikkeling die ik binnen deze master door heb gemaakt: momenteel doe ik namelijk in het kader van mijn stage bij het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde) archiefonderzoek naar de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). In dit onderzoek staan niet literaire bronnen, maar dagboeken, rapporten, propagandaposters en correspondentie centraal. In deze stage komen mijn passie voor (post)koloniale vraagstukken en het analyseren op detailniveau van verschillende soorten culturele bronnen samen. Ik kijk er naar uit om deze ontdekkingsreis een mooie afronding te geven in mijn scriptie!"