Cursussen

Hier vind je de cursusbeschrijvingen van Meertaligheid en taalverwerving. Het programma bestaat uit verplichte cursussen, keuzecursussen en een afstudeerproject. Het is mogelijk om verschillende tracks te volgen. Lees meer over het studieprogramma.

Kerncurriculum

Taalverwerving (verplicht)

In deze cursus behandelen wij verschillende vormen van taalverwerving (L1, L2, 2L1), taalverlies en taalontwikkelingsstoornissen. De vraag hoe talen worden geleerd kan vanuit verschillende theoretische perspectieven worden bestudeerd. In deze cursus nemen we een aantal van deze modellen onder de loep en zodoende bestuderen we de rol van factoren zoals individuele verschillen, leeftijd/startmoment, type en hoeveelheid taalaanbod. Voorbeeldvragen die in deze cursus aan de orde kunnen komen zijn: Welke mechanismen stellen jonge kinderen in staat om betekenissen van nieuwe woorden te achterhalen? Is het mogelijk om syntaxis te leren alleen op basis van het ouderlijke taalaanbod? Leren kinderen en volwassenen taal op dezelfde manier of gebruiken ze verschillende (leeftijdsafhankelijke) leermechanismen? Zijn de taalsystemen in het meertalige brein autonoom of is er veel crosslinguïstische invloed? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen tweetalige kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis? Verandert je conceptuele systeem als je dominant wordt in je tweede taal? Op welke leeftijd kun je het beste beginnen met het leren een vreemde taal? Wat zijn mogelijke implicaties voor het taalonderwijs, taaltherapie en taalbeleid? Studenten leren een advies te formuleren op basis van opgedane kennis en inzicht.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Vertalen van onderzoeksresultaten naar de praktijk (taalonderwijs, logopedie, taalbeleid), formuleren van adviezen, deadlines respecteren, schrijfvaardigheid, presentatievaardigheid, analytisch vermogen.

Meertaligheid en sociolinguïstiek (verplicht)

Centraal in deze cursus staat het kennismaken met– en verdiepen van kennis m.b.t. meertaligheid, zowel vanuit taalkundig, psycholinguïstisch als sociolinguïstisch perspectief. Het is belangrijk dat er in een wereld waar iedereen een mening heeft over meertaligheid, ook mensen zijn die met kennis van zaken deel kunnen nemen aan het debat. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer taalpolitiek in Nederland en Europa, meertaligheid en gebarentaal, cognitieve aspecten van meertaligheid, jongerentalen, codewisseling en (het ontstaan van) andere taalcontactverschijnselen zoals mengtalen en creolen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Studenten doen kennis op over meertaligheid, op individueel en maatschappelijk niveau en passen deze kennis toe. Te denken valt aan kennis die relevant is voor de taalproblematiek rond recente migranten en vluchtelingen, waaronder het NT2 onderwijs. Eveneens komen schrijfvaardigheid, presentatievaardigheid en analytisch vermogen aan bod.

MTV Onderzoek in perspectief (verplicht)

De cursus plaatst het taalkundige onderzoek naar meertaligheid en taalverwerving in het perspectief van de verschillende manieren waarop dat onderzoek in maatschappelijke domeinen kan worden toegepast. Taalkundig onderzoek vormt de basis voor taaldiagnostiek, taalonderwijs, taaladviezen, taalbeleid en taaldocumentatie, toegepast in domeinen die variëren van het tweetalige gezin tot het onderwijs in wereldtalen en de bescherming van streektalen. Tijdens het begeleide met praktijkcomponent (die meestal wordt uitgevoerd als stage) maakt de student kennis met de manier waarop een praktische probleemstelling op basis van taalkundig onderzoek leidt tot adviezen en beleid. In deze cursus wordt de student daarop voorbereid doordat taalkundigen uit de praktijk vertellen hoe zij taalbeleid ontwikkelen en taaladviezen geven in hun eigen domein, op basis van hun onderzoeksexpertise en theoretische kennis. De studenten denken met iedere afzonderlijke case study mee door zich van tevoren in te lezen, vragen te formuleren en na afloop hun bevindingen te rapporteren. Aan het eind van de cursus zijn er voor de student enkele projecten of domeinen in het vizier gekomen die interessant zijn voor het afstudeerproject en waar de student zelf het contact mee gaat uitbouwen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Deze cursus bereidt bij uitstek voor op de arbeidsmarkt; het centrale doel van de cursus is om studenten kennis te laten met en voor te bereiden op mogelijke beroepsvelden.

Track: Algemeen

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Meertaligheid binnen het Nederlands: Informatieoverdracht en expressiviteit (verplicht)

Meertaligheid treffen we aan binnen een samenleving en binnen een individu. We denken bij meertaligheid dan typisch aan de aanwezigheid/beheersing van verschillende talen, zoals bijv. Nederlands + Engels, Turks + Nederlands, of Engels + Spaans. Meertaligheid komt echter ook voor binnen een taal, bijvoorbeeld binnen het Nederlands. Eén vorm van 'binnentaalse' meertaligheid bestaat in de vorm van dialectvariatie. Naast het Standaardnederlands worden er tal van dialecten gesproken binnen Nederland (en Vlaanderen). Een spreker die zowel de Standaardvariëiteit als de dialectvariëiteit beheerst, is feitelijk tweetalig; hij of zij beheerst twee taalsystemen. Een tweede vorm van 'binnentaalse' meertaligheid bestaat in 'vormen van taalgebruik': informatie kan in verschillende talige 'verpakkingen' ('information packaging') worden overgedragen met het doel om de afstemming en informatieoverdracht van spreker op hoorder te optimaliseren. De 'neutrale' zin 'Jan heeft een dikke buik' kan vormelijk (bijv. syntactisch, morfologisch, lexicaal, prosodisch) worden aangepast om een bepaald type informatie toe te voegen, die nuttig is voor de hoorder. Zo drukt de zin 'JAN die heeft een dikke buik (, niet PIET)' contrast uit. En de zin 'Die kluns van een Jan heeft me een dikke pens!' heeft een zwaar emotionele lading. We spreken in dit laatste geval van expressief taalgebruik. Dit talig afstemmen op de hoorder (of lezer) en het talig weergeven van je gevoelens is overigens iets wat we ook aantreffen in poëzie of andere vormen van creatief taalgebruik (bv. kinderrijmpjes).

In deze cursus raak je dus bekend met verschillende dimensies van meertaligheid binnen het Nederlands: dialectvariatie, discourse-gerelateerde taalvariatie ('information packaging') en expressieve taalvariatie (vormvariatie als gevolg van emotie). We doen dat onder meer aan de hand van twee centrale digitale databronnen over de Nederlandse taal en de Nederlandse dialecten: het Taalportaal en Mimore. Daarnaast zullen we uitstapjes maken naar de taalverwerving: Waarom, bijvoorbeeld, krijg je als tweede-taal-leerder expressief taalgebruik zo moeilijk onder de knie? En waarom is dialectonderzoek nuttig voor onderzoek op het gebied van kindertaalverwerving?

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the sound structure of a second language (L2) is a process which involves more than “learning to pronounce”. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer') and age of the learner, size of exposure, properties of human perception and production, and possibly universal factors (“markedness”). The course focuses on the major questions (a) how L2 speech perception develops, and (b) to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2 acquisition, the role of learners’ age, the role of transfer, the notion of “perceptual distance”, and effects of perception and production training. The optional readings (which students can select for oral presentations) and the topics for final papers are adapted to MA students from the following fields of study: Dutch, English, French, German, and Spanish.

Masterlanguage Meertaligheid en Taalverwerving

Binnen het masterprogramma Meertaligheid en taalverwerving kunnen de volgende cursussen uit het landelijke cursusaanbod van Masterlanguage (MaLa) als keuzecursus gevolgd worden. Ook kan je ervoor kiezen om een Masterlanguage-cursus kan in blok 3 te volgen in de plaats van 5 EC van de begeleide praktijkcomponent. Je vindt meer info over masterlanguage op: www.masterlanguage.nl. Op diezelfde website schrijf je je in voor de cursussen.

Duits
Blok 3: Deutsch und seine Verwandten

Engels
Blok 3: Learner corpus research

Frans
Blok 3: Communication Interculturelle

Nederlands
Blok 3: Taalkunde in de klas

Spaans
Blok 2: ¿Cómo se aprende español?
Blok 3: El español en contacto hoy

Let op: Voor MaLa-cursussen buiten de bovenstaande selectie moeten studenten toestemming aanvragen bij de examencommissie om de cursus(sen) mee te laten tellen voor het afstuderen.
Kijk hiervoor op de studenten-website: https://students.uu.nl/gw/meertaligheid-en-taalverwerving/praktische-zaken/regelingen-en-procedures

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Akademy in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over de begeleidende praktijkcomponent wordt gerapporteerd in een stageverslag en een stageonderzoeksverslag . De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de stagegever en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de stagegever (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en de begeleidende docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het onderzoek moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Nederlands.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving > studieprogramma > masterscriptie.

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving > studieprogramma > masterscriptie.

Track: Duits

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Kultur und Kommunikation im deutschen Kontext (verplicht)

Gegenstand des Kurses ist die Vermittlung von Elementen einer fremden Kultur. Im Mittelpunkt stehen dabei Unterschiede zwischen dem niederländischen und dem deutschen Sprachraum. Unter anderem auf der Basis des „Linguistic awareness of cultures“-Modells von Müller-Jacquier (2000) wird untersucht, inwiefern scheinbare Kulturunterschiede auf unterschiedliche Strategien des kommunikativen Handelns zurückgeführt werden können. Anschließend wird auch die Interaktion in einem mehrsprachigen Kontext fokussiert und werden diese interkulturellen Interaktionen analysiert.
Desweiteren werden unterschiedliche Möglichkeiten zur Darstellung und Vermittlung von Kultur(en), Kulturinhalten und Kulturunterschieden behandelt. Studierende erarbeiten im Kurs selbständig Vermittlungsformen für spezifische Interaktionsmuster unter Bezugnahme auf spezifische Segmente einer fremden Kultur bzw. untersuchen Auswirkungen von bestimmten Vermittlungsformen. Hierzu kann unter anderem das ICC-Modell von Byram herangezogen werden. Dies erfolgt theoretisch und/oder praktisch und in Bezug auf unterschiedliche Kontexte (Schule, Erwachsenenbildung, Weiterbildung/interkulturelles Training, interne und externe Kommunikation von Firmen).

Dieser Kurs gehört zu mehreren Masterstudiengängen. Studierende erhalten Aufgaben, die auf den jeweiligen Masterstudiengang ausgerichtet sind.

Arbeidsmarktoriëntatie
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden
Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt

Mehrsprachigkeit im deutschen Kontext (verplicht)

Gegenstand des Kurses sind theoretische Konzepte zum Thema Mehrsprachigkeit und deren Anwendung in konkreten linguistischen Analysen. Im Mittelpunkt stehen dabei Aspekte der Mehrsprachigkeit im deutschen Sprachraum und Unterschiede zwischen dem niederländischen und dem deutschen Sprachraum. Die behandelten Themengebiete sind u.a. bilingualer Spracherwerb und Zweitspracherwerb, Transfer und Interferenz, Sprachwechsel und Sprachmischung, Migrantensprachen/Kiezdeutsch und Sprachpolitik.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden
Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Duits (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het onderzoek moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.

De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Duits.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Duits op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Duits en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Duits die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Engels

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Learning English (verplicht)

Studenten die voor September 2018 zijn begonnen kunnen deze cursus ook voor 3,75 EC volgen. Neem in dat geval voor aanvang van de cursus contact op met de cursuscoördinator.

This course deals with the acquisition of English as a foreign language (EFL) in instructed settings. The key questions addressed in the course include the following: What are the advantages and disadvantages of explicit and implicit instruction? What are the typical errors made by Dutch learners of English? How can these errors be explained and effectively targeted in teaching interventions? How can positive transfer be effectively supported in EFL classrooms?​

Career orientation:
Developing teaching interventions; making didactic choices on the basis of relevant research on language acquisition and language education; developing presentation and writing skills.

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the sound structure of a second language (L2) is a process which involves more than “learning to pronounce”. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer') and age of the learner, size of exposure, properties of human perception and production, and possibly universal factors (“markedness”). The course focuses on the major questions (a) how L2 speech perception develops, and (b) to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2 acquisition, the role of learners’ age, the role of transfer, the notion of “perceptual distance”, and effects of perception and production training. The optional readings (which students can select for oral presentations) and the topics for final papers are adapted to MA students from the following fields of study: Dutch, English, French, German, and Spanish.

Attitudes, Ideologies and Variation in English around the World

The many varieties of English worldwide include not only native varieties, but also many nativised or non-native Englishes. Using appropriate sociolinguistic methodology and terminology, this course will survey a selection of these World Englishes, analysing differences in the prestige each has in different multilingual and/or multicultural settings. In addition, the question will be raised to what extent these Englishes are embedded in their particular cultures and ideologies.

Faced with an abundance of varieties of English, millions of non-native users have to decide if they should adopt any particular one, or continue to use their own non-native English. There is perhaps another option -- some kind of "international English" or English as a Lingua Franca. Choices of this sort will inevitably be affected by factors such as effective communication, instrumental or integrative motivation, identity and cultural orientation, social and geo-political questions and, of course, down-to-earth practical considerations. Is it actually possible to adopt a neutral version of English without taking on the baggage of a particular culture?

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Engels (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het onderzoek moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Engels.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Engels op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Engels en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Engels die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Frans

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Apprentissage du vocabulaire (verplicht)

Dans ce cours on discutera les propriétés de la langue française qu'un linguiste appellera lexicales. Mais, comme ce cours cible les futurs professeurs FLE, on mettra l'accent sur les théories et les idées qui portent sur l'emploi des mots, l'organisation des mots et les façons de les enseigner (à différents niveaux). Nous nous proposons de ne pas simplement vous faire lire et comprendre des textes, mais de mettre un accent sur vos contributions individuelles ou en duos dans lesquelles vous faites plusieurs sortes d'applications pratiques.
Si le cours est suivi pour 3,75 ECTS, il y aura moins de "opdrachten".

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the sound structure of a second language (L2) is a process which involves more than “learning to pronounce”. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer') and age of the learner, size of exposure, properties of human perception and production, and possibly universal factors (“markedness”). The course focuses on the major questions (a) how L2 speech perception develops, and (b) to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2 acquisition, the role of learners’ age, the role of transfer, the notion of “perceptual distance”, and effects of perception and production training. The optional readings (which students can select for oral presentations) and the topics for final papers are adapted to MA students from the following fields of study: Dutch, English, French, German, and Spanish.

Plurilinguisme, discours et identité

Dans le cadre de ce cours, les approches discursives et sociolinguistique se complètent pour mettre en évidence les stratégies de communication et caractériser les représentations identitaires liées à la pratique linguistique, dans l'interaction. Plurilinguisme et communication interculturelle sont des phénomènes que la globalisation ne nous permet plus d’ignorer quel que soit le milieu dans lequel nous évoluons: qu’il soit scolaire, universitaire, entrepreneurial ou politique. Ensemble, nous analyserons les dynamiques de participation, d’inclusion et d’exclusion qui se manifestent dans la communication plurilingue et pluriculturelle en croisant les approches.

Arbeidsmarktoriëntatie
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden. Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Frans (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.

De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Frans.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving>studieprogramma >masterscriptie.

Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Frans op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Frans en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Frans die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Nederlands

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden? De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Achtergronden van Nederlands als tweede taal (verplicht)

In de cursus Nederlands als tweede taal is de aandacht in de eerste plaats gericht op het eigenlijke proces van tweedetaalverwerving en pas in latere instantie op de lessituatie of leermiddelen. Studenten krijgen de gelegenheid om vanuit verschillende taalkundige en sociolinguïstische invalshoeken de verwerving van het Nederlands als Tweede Taal te bestuderen. In het eerste deel van de cursus worden door middel van hoorcollege en intensieve (jigsaw) werkcolleges deelaspecten van de verwerving belicht waarbij veel aandacht zal zijn voor de vraag in hoeverre transfer een rol speelt in tweede-taalverwerving. In het tweede deel van de cursus gaan studenten aan de hand van geluidsfragmenten en transcripten taaldiagnoses stellen met behulp van de kennis die ze in deel 1 hebben opgedaan.

Meertaligheid binnen het Nederlands: Informatieoverdracht en expressiviteit (verplicht)

Meertaligheid treffen we aan binnen een samenleving en binnen een individu. We denken bij meertaligheid dan typisch aan de aanwezigheid/beheersing van verschillende talen, zoals bijv. Nederlands + Engels, Turks + Nederlands, of Engels + Spaans. Meertaligheid komt echter ook voor binnen een taal, bijvoorbeeld binnen het Nederlands. Eén vorm van 'binnentaalse' meertaligheid bestaat in de vorm van dialectvariatie. Naast het Standaardnederlands worden er tal van dialecten gesproken binnen Nederland (en Vlaanderen). Een spreker die zowel de Standaardvariëiteit als de dialectvariëiteit beheerst, is feitelijk tweetalig; hij of zij beheerst twee taalsystemen. Een tweede vorm van 'binnentaalse' meertaligheid bestaat in 'vormen van taalgebruik': informatie kan in verschillende talige 'verpakkingen' ('information packaging') worden overgedragen met het doel om de afstemming en informatieoverdracht van spreker op hoorder te optimaliseren. De 'neutrale' zin 'Jan heeft een dikke buik' kan vormelijk (bijv. syntactisch, morfologisch, lexicaal, prosodisch) worden aangepast om een bepaald type informatie toe te voegen, die nuttig is voor de hoorder. Zo drukt de zin 'JAN die heeft een dikke buik (, niet PIET)' contrast uit. En de zin 'Die kluns van een Jan heeft me een dikke pens!' heeft een zwaar emotionele lading. We spreken in dit laatste geval van expressief taalgebruik. Dit talig afstemmen op de hoorder (of lezer) en het talig weergeven van je gevoelens is overigens iets wat we ook aantreffen in poëzie of andere vormen van creatief taalgebruik (bv. kinderrijmpjes).

In deze cursus raak je dus bekend met verschillende dimensies van meertaligheid binnen het Nederlands: dialectvariatie, discourse-gerelateerde taalvariatie ('information packaging') en expressieve taalvariatie (vormvariatie als gevolg van emotie). We doen dat onder meer aan de hand van twee centrale digitale databronnen over de Nederlandse taal en de Nederlandse dialecten: het Taalportaal en Mimore. Daarnaast zullen we uitstapjes maken naar de taalverwerving: Waarom, bijvoorbeeld, krijg je als tweede-taal-leerder expressief taalgebruik zo moeilijk onder de knie? En waarom is dialectonderzoek nuttig voor onderzoek op het gebied van kindertaalverwerving?

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the sound structure of a second language (L2) is a process which involves more than “learning to pronounce”. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer') and age of the learner, size of exposure, properties of human perception and production, and possibly universal factors (“markedness”). The course focuses on the major questions (a) how L2 speech perception develops, and (b) to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2 acquisition, the role of learners’ age, the role of transfer, the notion of “perceptual distance”, and effects of perception and production training. The optional readings (which students can select for oral presentations) and the topics for final papers are adapted to MA students from the following fields of study: Dutch, English, French, German, and Spanish.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Nederlands (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het onderzoek moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.

De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Nederlands.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Nederlands op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Nederlands en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Nederlands die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Spaans

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide? Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?

Groepsindeling
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op: groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track en groep 2 is voor studenten Engels. De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten met betrekking tot taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.

Competencia pragmática del español (verplicht)

Tras un estudio preliminar de la pragmática (conceptos, principios y teorías) se abordará la cuestión de su adquisición en contextos de L1 y, especialmente, de L2. Se estudiarán diferentes corrientes de investigación empírica. Se tratarán aspectos relacionados con la enseñanza/aprendizaje de esta competencia en clases de ELE (se analizarán y evaluarán materiales, tareas, interacciones, etc.). Se prepararán o adaptarán materiales para desarrollar la competencia pragmática y cultural.

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the sound structure of a second language (L2) is a process which involves more than “learning to pronounce”. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer') and age of the learner, size of exposure, properties of human perception and production, and possibly universal factors (“markedness”). The course focuses on the major questions (a) how L2 speech perception develops, and (b) to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2 acquisition, the role of learners’ age, the role of transfer, the notion of “perceptual distance”, and effects of perception and production training. The optional readings (which students can select for oral presentations) and the topics for final papers are adapted to MA students from the following fields of study: Dutch, English, French, German, and Spanish.

Encuentros lingüísticos

En este curso se estudiarán casos de encuentros plurilingües en el mundo hispanohablante. Después de una introducción al tema de las actitudes lingüísticas, se tratarán la política lingüística y sus consecuencias en diferentes ámbitos de la enseñanza, tanto en España como en el continente americano. Este curso contribuye a profundizar el conocimiento de la sociolingüística en el mundo hispanohablante y fomenta la competencia mediadora intercultural, al aumentar la sensibilidad del estudiante a las diferentes valoraciones lingüísticas en contextos variados.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Spaans (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek vloeit voort uit of is gerelateerd aan de begeleide praktijkcomponent en is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De scriptie moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het onderzoek moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.

De scriptie heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Spaans.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >masterscriptie.

Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Spaans op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Spaans en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Spaans die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.