Hier vind je de cursusbeschrijvingen van Meertaligheid en taalverwerving. Het programma bestaat uit verplichte cursussen, keuzecursussen en een afstudeerproject. Het is mogelijk om verschillende tracks te volgen. Lees meer over het studieprogramma.

Kerncurriculum

Taalverwerving (verplicht)

In deze cursus behandelen wij verschillende vormen van taalverwerving (L1, L2, 2L1), taalverlies en taalontwikkelingsstoornissen. De vraag hoe talen worden geleerd kan vanuit verschillende theoretische perspectieven worden bestudeerd. In deze cursus nemen we een aantal van deze modellen onder de loep en zodoende bestuderen we de rol van factoren zoals individuele verschillen, leeftijd/startmoment, type en hoeveelheid taalaanbod. Voorbeeldvragen die in deze cursus aan de orde kunnen komen zijn: Welke mechanismen stellen jonge kinderen in staat om betekenissen van nieuwe woorden te achterhalen? Is het mogelijk om syntaxis te leren alleen op basis van het ouderlijke taalaanbod? Leren kinderen en volwassenen taal op dezelfde manier of gebruiken ze verschillende (leeftijdsafhankelijke) leermechanismen? Zijn de taalsystemen in het meertalige brein autonoom of is er veel crosslinguïstische invloed? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen tweetalige kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis? Verandert je conceptuele systeem als je dominant wordt in je tweede taal? Op welke leeftijd kun je het beste beginnen met het leren een vreemde taal? Wat zijn mogelijke implicaties voor het taalonderwijs, taaltherapie en taalbeleid? Studenten leren een advies te formuleren op basis van opgedane kennis en inzicht.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Vertalen van onderzoeksresultaten naar de praktijk (taalonderwijs, logopedie, taalbeleid), formuleren van adviezen, deadlines respecteren, schrijfvaardigheid, presentatievaardigheid, analytisch vermogen.

Meertaligheid (verplicht)

In deze cursus worden maatschappelijke en individuele aspecten van meertaligheid toegelicht aan de hand van het verschijnsel codewisseling. Onderwerpen die aan bod komen zijn sociolinguistische, grammaticale en psycholingüistische factoren die een rol spelen bij codewisseling, evenals de relatie met taalcontact, conversatiestructuur en taalverwerving. We zullen stilstaan bij de vraag waarom codewisseling plaatsvindt (functionele aspecten) en op welke wijze (grammaticale aspecten). Deze onderwerpen geven voldoende aanleiding om meertaligheid en taalcontact vanuit een breed scala aan perspectieven te bekijken en te analyseren. Zo zal er aandacht zijn voor de positie van codewisseling in een taxonomie van taalcontactverschijnselen.  

Arbeidsmarktoriëntatie:
Studenten doen kennis op over meertaligheid, op individueel en maatschappelijk niveau en passen deze kennis toe. Te denken valt aan kennis die relevant is voor de taalproblematiek rond recente migranten en vluchtelingen, waaronder het NT2 onderwijs. Eveneens komen schrijfvaardigheid, presentatievaardigheid en analytisch vermogen aan bod.

MTV Onderzoek in perspectief (verplicht)

De cursus plaatst het taalkundige onderzoek naar meertaligheid en taalverwerving in het perspectief van de verschillende manieren waarop dat onderzoek in maatschappelijke domeinen kan worden toegepast. Taalkundig onderzoek vormt de basis voor taaldiagnostiek, taalonderwijs, taaladviezen, taalbeleid en taaldocumentatie, toegepast in domeinen die variëren van het tweetalige gezin tot de multilinguale Europese Unie en van het onderwijs in wereldtalen tot de bescherming van streektalen.In het afstudeerproject (met praktijkcomponent) maakt de student kennis met de manier waarop een praktische probleemstelling op basis van taalkundig onderzoek leidt tot adviezen en beleid. In deze cursus wordt de student daarop voorbereid doordat taalkundigen uit de praktijk vertellen hoe zij taalbeleid ontwikkelen en taaladviezen geven in hun eigen domein, op basis van hun onderzoeksexpertise en theoretische kennis. De studenten denken met iedere afzonderlijke case study mee door zich van tevoren in te lezen, vragen te formuleren en na afloop hun bevindingen te rapporteren. Aan het eind van de cursus zijn er voor de student enkele projecten of domeinen in het vizier gekomen die interessant zijn voor het afstudeerproject en waar de student zelf het contact mee gaat uitbouwen. 

Arbeidsmarktoriëntatie
Deze cursus bereidt bij uitstek voor op de arbeidsmarkt; het centrale doel van de cursus is om studenten kennis te laten met en voor te bereiden op mogelijke beroepsvelden.

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Methoden van taalonderzoek (verplicht)

In deze cursus komen methoden die relevant zijn voor taalonderzoek aan bod, waarbij de studenten deze kennis direct gaan toepassen op specifieke problemen. In het eerste deel van de cursus zullen zij hiervoor literatuur lezen en aan de hand daarvan probleemstellingen en onderzoeksvragen formuleren, die relevant zijn voor de betreffende methode, als wekelijkse voorbereiding van de colleges. Tweemaal werken zij deze probleemstellingen en onderzoeksvragen uit als korte opdracht. Voor het tweede deel van de cursus kiezen zij één van de opdrachten om een kleinschalig onderzoek op te zetten, uit te voeren en daarover te rapporteren in een paper. De bijeenkomsten tijdens het tweede deel van de cursus zullen deels benut worden om de studenten te voorzien van feedback. Het onderzoek wordt mogelijk uitgevoerd in groepen; over de resultaten wordt gerapporteerd in een individueel paper. Voorbeelden van onderzoeksmethoden waaruit een keuze gemaakt zal worden voor de cursus zijn: online/offline enquêtes,  sociolinguistische interviews, matched-guise technique, grammaticality judgement task, truth value judgement task, picture verification/selection task, eye-tracking, self-paced reading. Eveneens zullen studenten kennis maken met een selectie van corpora, bijvoorbeeld CHILDES, Speechnome, LENA. 

Arbeidsmarktoriëntatie
Kennis van onderzoeksmethoden is onontbeerlijk voor het toekomstige werkveld en zal binnen deze cursus sterk toepassingsgericht zijn. Idealiter bereidt deze cursus al voor op de praktijkcomponent van het afstudeerproject. 
 

Track: Algemeen

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Achtergronden van Nederlands als tweede taal

In de cursus Nederlands als tweede taal is de aandacht in de eerste plaats gericht op het eigenlijke proces van tweedetaalverwerving en pas in latere instantie op de lessituatie of leermiddelen.
Studenten krijgen de gelegenheid om vanuit verschillende taalkundige en sociolinguïstische invalshoeken de verwerving van het Nederlands als Tweede Taal te bestuderen. In het eerste deel van de cursus worden door middel van hoorcollege en intensieve werkcolleges deelaspecten van de verwerving belicht waarbij veel aandacht zal zijn voor de vraag in hoeverre transfer een rol speelt in tweede-taalverwerving. In het tweede deel van de cursus gaan studenten aan de hand van geluidsfragmenten en transcripten taaldiagnoses stellen met behulp van de kennis die ze in deel 1 hebben opgedaan.

Perception and Production in Second Language Acquisition

Acquiring the phonology of a second language (L2) is a process which involves more than learning to pronounce it. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer'), properties of human perception and production, and possibly universal factors such as markedness. The course focuses on the question how L2 perception develops, and to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2, the role of transfer, the notion of perceptual distance, and the effects of perception training.

Meertaligheid binnen het Nederlands: Informatieoverdracht en expressiviteit

Meertaligheid treffen we aan binnen een samenleving en binnen een individu. We denken bij meertaligheid dan typisch aan de aanwezigheid/beheersing van verschillende talen, zoals bijv. Nederlands + Engels, Turks + Nederlands, of Engels + Spaans. Meertaligheid komt echter ook voor binnen een taal, bijvoorbeeld binnen het Nederlands. Eén vorm van “binnentaalse” meertaligheid bestaat in de vorm van dialectvariatie. Naast het Standaardnederlands worden er tal van dialecten gesproken binnen Nederland (en Vlaanderen). Een spreker die zowel de Standaardvariëiteit als de dialectvariëiteit beheerst, is feitelijk tweetalig; hij of zij beheerst twee taalsystemen. Een tweede vorm van “binnentaalse” meertaligheid bestaat in "vormen van taalgebruik": informatie kan in verschillende talige "verpakkingen" ("information packaging") worden overgedragen met het doel om de afstemming en informatieoverdracht van spreker op hoorder te optimaliseren. De "neutrale" zin Jan heeft een dikke buik kan vormelijk (bijv. syntactisch, morfologisch, lexicaal, prosodisch) worden aangepast om een bepaald type informatie toe te voegen, die nuttig is voor de hoorder. Zo drukt de zin 'JAN die heeft een dikke buik (, niet PIET)' contrast uit. En de zin 'Die kluns van een Jan heeft me een dikke pens!' heeft een zwaar emotionele lading. We spreken in dit laatste geval van expressief taalgebruik.

In deze cursus raak je dus bekend met drie dimensies van meertaligheid binnen het Nederlands: (1) dialectvariatie, (2) discourse-gerelateerde taalvariatie ('information packaging') en (3) expressieve taalvariatie (vormvariatie als gevolg van emotie). We doen dat onder meer aan de hand van twee centrale digitale databronnen over de Nederlandse taal en de Nederlandse dialecten: het Taalportaal en Mimore. Daarnaast zullen we uitstapjes maken naar de taalverwerving: Waarom, bijvoorbeeld, krijg je als tweede-taal-leerder expressief taalgebruik zo moeilijk onder de knie? Hoe verwerf je zoiets als contrastieve focus in een tweede taal? En waarom is dialectonderzoek nuttig voor onderzoek op het gebied van kindertaalverwerving?

Taalbeleid in onderwijs en maatschappij

Bijna alle leren op school verloopt via taal; daarom is taalbewustzijn en taalvaardigheid een voorwaarde voor schoolsucces. Docenten van alle vakken spelen een belangrijke rol bij de schooltaal- en vaktaalontwikkeling van leerlingen.
In de cursus Taalbeleid leer je vakonderwijs te versterken door een effectieve focus op taal (taalgericht vakonderwijs) en hoe je dat op school en in de maatschappij vakoverstijgend kunt aanpakken (taalbeleid). We richten ons zowel op de ondersteuning van taalzwakke en anderstalige leerlingen als op academische taalontwikkeling in de bovenbouw van havo/vwo. De cursus is nadrukkelijk gericht op docenten in opleiding in zowel exacte vakken, maatschappijvakken als talen, en opstudenten van het GW masterprogramma Taalverwerving en Meertaligheid.

In de cursus zullen de volgende thema’s aan de orde komen:

  • Taalbeleid; ontwikkelingen in de maatschappij en het onderwijs
  • De taal van het leren en de taal van de vakken,
  • Taalgericht vakonderwijs: context, taalsteun, interactie,
  • Taalbeleid: afstemming binnen de school: rollen van vak- en taaldocenten,
  • Taalbeleid en tweetalig onderwijs: content and language integrated learning
  • Academische en vakspecifieke woordenschatontwikkeling, woordleerstrategieën,
  • Interactie in de klas; effectieve leerdialogen,
  • Leesvaardigheid als vakgerichte studievaardigheid
  • Schrijven om te leren in de vakken,
  • Feedback op taal en inhoud

Voor studenten MTV is er een aanvullend thema Taalbeleid in Friesland. In dit thema zal de tweetalige Friese situatie in maatschappij en onderwijs worden belicht en geanalyseerd. Ook zullen parallellen getrokken worden met taalbeleid in andere meertalige regio's in Europa.
Studenten MTV maken over dit thema een aanvullende opdracht.

Cursusmateriaal:

  • Hajer, M., & Meestringa, T. (2015). Handboek taalgericht vakonderwijs.  Bussum, Coutinho.
  • Aanvullende onderzoeksliteratuur (wordt online beschikbaar gesteld)
  • Voorbeelden van lesmateriaal en videofragmenten, o.a. via www.taalgerichtvakonderwijs.nlwww.leoned.nl
  • Aanbevolen voor studenten MTV: Spolsky, B (2009), Language Management,  Cambridge University Press

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Nederlands.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving > studieprogramma > afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving > studieprogramma > afstudeerproject.

Track: Duits

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Kultur und Kommunikation im Deutschen Kontext (verplicht)

Gegenstand des Kurses ist die Vermittlung von Elementen einer fremden Kultur. Im Mittelpunkt stehen dabei Unterschiede zwischen dem niederländischen und dem deutschen Sprachraum. Unter anderem auf der Basis des „Linguistic awareness of cultures“-Modells von Müller-Jacquier (2000) wird untersucht, inwiefern scheinbare Kulturunterschiede auf unterschiedliche Strategien des kommunikativen Handelns zurückgeführt werden können. Anschließend wird auch die Interaktion in einem mehrsprachigen Kontext fokussiert und werden diese interkulturellen Interaktionen analysiert.
Desweiteren werden unterschiedliche Möglichkeiten zur Darstellung und Vermittlung von Kultur(en), Kulturinhalten und Kulturunterschieden behandelt. Studierende erarbeiten im Kurs selbständig Vermittlungsformen für spezifische Interaktionsmuster unter Bezugnahme auf spezifische Segmente einer fremden Kultur bzw. untersuchen Auswirkungen von bestimmten Vermittlungsformen. Hierzu kann unter anderem das ICC-Modell von Byram herangezogen werden. Dies erfolgt theoretisch und/oder praktisch und in Bezug auf unterschiedliche Kontexte (Schule, Erwachsenenbildung, Weiterbildung/interkulturelles Training, interne und externe Kommunikation von Firmen).
 
NB: Studenten van de individuele masterprogramma’s, waarvan deze cursus deel uitmaakt, krijgen (verwerkings)opdrachten die op het betreffende masterprogramma gericht zijn.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden
Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt
 

Mehrsprachigkeit im deutschen Kontext (verplicht)

Gegenstand des Kurses sind theoretische Konzepte zum Thema Mehrsprachigkeit und deren Anwendung in konkreten linguistischen Analysen. Im Mittelpunkt stehen dabei Aspekte der Mehrsprachigkeit im deutschen Sprachraum und  Unterschiede zwischen dem niederländischen und dem deutschen Sprachraum. Die behandelten Themengebiete sind u.a. bilingualer Spracherwerb und Zweitspracherwerb, Transfer und Interferenz, Sprachwechsel und Sprachmischung, Migrantensprachen/Kiezdeutsch und Sprachpolitik.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden
Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Duits (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag.  Het verslag van dit onderzoek  moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
 
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Duits.

Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Duits op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Duits en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Duits die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.
 

Track: Engels

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

English and Cultural Diversity (verplicht)

The many varieties of English worldwide include not only native varieties, but also many nativised or non-native Englishes. Using appropriate sociolinguistic methodology and terminology, this course will survey a selection of these World Englishes, analysing differences in the prestige each has in different multilingual and/or multicultural settings. In addition, the question will be raised to what extent these Englishes are embedded in their particular cultures. Is it true, as Oscar Wilde (and others) have claimed, that England and America are "divided by a common language"? Faced with such an abundance of accents, millions of non-native users of English have to decide if they should adopt any particular one, or continue to use their own non-native English. There is perhaps another option -- some kind of "international English" or English as a Lingua Franca. Choices of this sort will inevitably be affected by factors such as effective communication, instrumental or integrative motivation, identity and cultural orientation, social and geo-political questions and, of course, down-to-earth practical considerations. Is it actually possible to adopt a neutral version of English without taking on the baggage of a particular culture? 
 

Perception and Production in Second Language Acquisition (verplicht)

Acquiring the phonology of a second language (L2) is a process which involves more than learning to pronounce it. It involves an interplay of factors, including the first language (L1) background ('transfer'), properties of human perception and production, and possibly universal factors such as markedness. The course focuses on the question how L2 perception develops, and to what extent L2 production and L2 production are interrelated. Recurrent themes are: similarities and differences between L1 and L2, the role of transfer, the notion of perceptual distance, and the effects of perception training.

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Engels (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie .Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Engels.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Engels op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Engels en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Engels die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.
 

Track: Frans

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Plurilinguisme, discours et identité (verplicht)

Plurilinguisme et communication interculturelle sont des phénomènes que la globalisation ne nous permet plus d’ignorer quel que soit le milieu dans lequel nous évoluons : qu’il soit scolaire, universitaire, entrepreneurial ou politique. Ensemble, nous analyserons les dynamiques de participation, d’inclusion et d’exclusion qui se manifestent dans la communication plurilingue et pluriculturelle en croisant les approches.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden
Opdrachten met transfer voor de arbeidsmarkt
 

L'acquisition du français (verplicht)

Ce cours se propose de créer des échanges fructueux entre la linguistique théorique, les recherches sur l'acquisition et l'enseignement. Sur la base du profil des participants le focus sera l’acquisition L1 ou L2 et dans le choix des thèmes les intérêts des étudiants et l’expertise de l’enseignant seront pris en compte.
Le cours est construit sur trois piliers :
- une extension des connaissances et compétences des étudiants en linguistique théorique (phonologie, syntaxe, sémantique) ;
- une discussion interactive sur les théories de l’acquisition de la langue et l’enseignement;
- une discussion interactive sur un certain nombre de thèmes dans lesquels la littérature sur la linguistique théorique,  l’acquisition et l’enseignement des langues est combinée avec de petites recherches et des expériences dans l’enseignement des étudiants.
 
In deze cursus is Luistertaal mogelijk. Deze cursus wordt aangeboden in het Frans. De cursus staat ook open voor studenten die deze taal vooral receptief beheersen (als luistertaal). Deze studenten kunnen desgewenst in het Nederlands/Engels deelnemen, en ook toetsonderdelen in die talen afleggen. Als je van luistertaal gebruik wilt maken, neem dan direct na inschrijving contact op met de docent. Let op: als je van luistertaal gebruik maakt, dan geldt deze cursus niet als taalspecifieke cursus.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Opdrachten met arbeidsmarktvaardigheden

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Frans (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. .Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek  moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Frans.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving>studieprogramma >afstudeerproject.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Frans op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Frans en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Frans die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.
 

Track: Italiaans

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Plurilinguismo e Interculturalità (verplicht)

In questo corso si esaminano gli aspetti linguistici di alcuni concetti chiave nella cultura italiana confrontandoli poi con concetti simili nella cultura olandese e utilizzando recenti approcci teorici e metodologie di ricerca.Scegliendo la metodologia appropriata (tra quelle presentate durante il corso) lo studente sarà in grado di descrivere in modo oggettivo un fenomeno tipico della cultura italiana e di prevedere come esso verrà visto e interpretato attraverso il filtro della cultura olandese.
 

L'Italiano come L1 e L2 (verplicht)

Il corso si concentrerà sulle problematiche centrali relative all'acquisizione dell'Italiano. Gli studenti lavoreranno in particolare su un fenomeno linguistico (sintattico, semantico o pragmatico) concordato con il docente, in una particolare area di ricerca ( L1, L2 o 2L1). La prima parte del corso sarà dedicata ad introdurre i fenomeni linguistici e le relative problematiche riguardo il processo di acquisizione della lingua italiana. Questo costituirà le basi teoriche necessarie per la seconda parte del corso che  si concentrerà su uno specifico aspetto che gli studenti  dovrranno analizzare lavorando ad una piccola ricerca. Questa ricerca darà modo agli studenti di conoscere e applicare le varie metodologie di ricerca e analisi empiriche.

Career orientation:
Capacità di analisi critica.
Applicazione delle conoscenze e delle metodologie nell'insegnamento delle lingue straniere o in soggetti con disturbi di appendimento linguistico. 

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Italiaans (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie .Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek dat moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Italiaans.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving>studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving>studieprogramma >afstudeerproject.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Italiaans op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Italiaans en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Italiaans die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Nederlands

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Achtergronden van Nederlands als tweede taal (verplicht)

In de cursus Nederlands als tweede taal is de aandacht in de eerste plaats gericht op het eigenlijke proces van tweedetaalverwerving en pas in latere instantie op de lessituatie of leermiddelen.
Studenten krijgen de gelegenheid om vanuit verschillende taalkundige en sociolinguïstische invalshoeken de verwerving van het Nederlands als Tweede Taal te bestuderen. In het eerste deel van de cursus worden door middel van hoorcollege en intensieve werkcolleges deelaspecten van de verwerving belicht waarbij veel aandacht zal zijn voor de vraag in hoeverre transfer een rol speelt in tweede-taalverwerving. In het tweede deel van de cursus gaan studenten aan de hand van geluidsfragmenten en transcripten taaldiagnoses stellen met behulp van de kennis die ze in deel 1 hebben opgedaan.

Meertaligheid binnen het Nederlands: Informatieoverdracht en expressiviteit (verplicht)

Meertaligheid treffen we aan binnen een samenleving en binnen een individu. We denken bij meertaligheid dan typisch aan de aanwezigheid/beheersing van verschillende talen, zoals bijv. Nederlands + Engels, Turks + Nederlands, of Engels + Spaans. Meertaligheid komt echter ook voor binnen een taal, bijvoorbeeld binnen het Nederlands. Eén vorm van “binnentaalse” meertaligheid bestaat in de vorm van dialectvariatie. Naast het Standaardnederlands worden er tal van dialecten gesproken binnen Nederland (en Vlaanderen). Een spreker die zowel de Standaardvariëiteit als de dialectvariëiteit beheerst, is feitelijk tweetalig; hij of zij beheerst twee taalsystemen. Een tweede vorm van “binnentaalse” meertaligheid bestaat in "vormen van taalgebruik": informatie kan in verschillende talige "verpakkingen" ("information packaging") worden overgedragen met het doel om de afstemming en informatieoverdracht van spreker op hoorder te optimaliseren. De "neutrale" zin Jan heeft een dikke buik kan vormelijk (bijv. syntactisch, morfologisch, lexicaal, prosodisch) worden aangepast om een bepaald type informatie toe te voegen, die nuttig is voor de hoorder. Zo drukt de zin 'JAN die heeft een dikke buik (, niet PIET)' contrast uit. En de zin 'Die kluns van een Jan heeft me een dikke pens!' heeft een zwaar emotionele lading. We spreken in dit laatste geval van expressief taalgebruik.

In deze cursus raak je dus bekend met drie dimensies van meertaligheid binnen het Nederlands: (1) dialectvariatie, (2) discourse-gerelateerde taalvariatie ('information packaging') en (3) expressieve taalvariatie (vormvariatie als gevolg van emotie). We doen dat onder meer aan de hand van twee centrale digitale databronnen over de Nederlandse taal en de Nederlandse dialecten: het Taalportaal en Mimore. Daarnaast zullen we uitstapjes maken naar de taalverwerving: Waarom, bijvoorbeeld, krijg je als tweede-taal-leerder expressief taalgebruik zo moeilijk onder de knie? Hoe verwerf je zoiets als contrastieve focus in een tweede taal? En waarom is dialectonderzoek nuttig voor onderzoek op het gebied van kindertaalverwerving?

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Nederlands (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie. Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Nederlands.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving  >studieprogramma >afstudeerproject. 
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Nederlands op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Nederlands en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Nederlands die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.

Track: Spaans

Taaldiagnostiek (verplicht)

Onderwijs, klinische praktijk en overheid maken veelvuldig gebruik van taaltesten om het niveau van taalkennis- en beheersing te meten en eventuele taalproblemen vast te stellen. Denk hierbij aan volgsystemen voor eerste-taalontwikkeling, diagnostische toetsen voor taalstoornissen, toetsing van de beheersing van een tweede of vreemde taal, inburgeringstoetsen en taalanalyse in asielprocedures. In deze cursus richten we ons op de taalwetenschappelijke  eigenschappen en onderbouwing van deze testen. We stellen vragen aan de orde zoals: Welke taalniveaus en -kenmerken spelen een rol in de test? Waarom deze, zijn er andere die kunnen/moeten worden getoetst? Wat is de taalwetenschappelijke onderbouwing van de testen en is deze valide?  Hoe kan de test in taalkundig opzicht verbeterd worden?  De studenten met een taalspecifiek tracé bestuderen met name taalspecifieke toetsen.

Groepsindeling:
Van week 1 t/m 5 volgen alle studenten samen in groep 1 de hoor/werkcolleges.
Van week 6 t/m 9 splitsen de groepen op:
Groep 1 is voor studenten van het algemene en Nederlandse track
Groep 2 is voor studenten Engels
De studenten van de andere talentracks worden per taal verdeeld over de resterende groepen.

Arbeidsmarktoriëntatie:
Gastsprekers uit werkveld, toegepast taalkundige opdrachten mbt taaldiagnostische toetsen die in de praktijk gebruikt worden, schrijfvaardigheid.
 

Encuentros lingüísticos (verplicht)

Entry Requirements: Alleen toegankelijk met receptieve en productieve taalvaardigheid op niveau B2. Conocimientos básicos de la sociolingüística.
 
En esta asignatura se estudiarán los procesos de estandarización y normalización de las lenguas minoritarias, tanto en España como en América. Partiendo de estudios sobre el prestigio de las lenguas minoritarias, se demostrará cómo mediante la estandarización y la normalización, entre otras cosas mediante su presencia en el sistema escolar, se trata de aumentar el prestigio de las lenguas minoritarias y fomentar su uso.  Temas concretas que se tratarán son, entre otros, el prestigio del español en EE.UU., y los procesos de estandarización y normalización del catalán y del quechua. Este curso contribuye a desarrollar la competencia mediadora intercultural al aumentar la sensibilidad del estudiante a las diferentes valoraciones que se hacen de diferentes variantes lingüísticos en el mundo hispanohablante.
 

El Español como L1, L2 y 2L1 (verplicht)

Los temas que se tratarán son la adquisición de la morfosintaxis nominal, la flexión verbal, el sistema pronominal, la topicalización, la interrogación y el significado de los verbos. También se prestará atención a aspectos de la lingüística teórica que ayudan a analizar y comprender fenómenos de la adquisición del lenguaje.

Begeleide praktijkcomponent Meertaligheid en Taalverwerving

De begeleide praktijkcomponent  moet inhoudelijk aansluiten bij het programma Meertaligheid en Taalverwerving. Het onderzoek is toepassingsgericht en kan intern of extern uitgevoerd worden. Een intern onderzoek is gekoppeld aan lopende projecten binnen het onderzoeksinstituut (Uil-OTS), een extern onderzoek wordt uitgevoerd bij een ander onderzoeksinstituut of bij een instelling of bedrijf.
Voorbeelden van externe onderzoeksinstituten zijn het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, de Fryske Academie in Leeuwarden of het Meertens Instituut in Amsterdam. Voorbeelden van instellingen en bedrijven die onderzoek doen, beleid en/of materiaal ontwikkelen op gebieden die aansluiten bij de inhoud van het master-programma zijn de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), het CITO, de landelijke pedagogische centra, (taal)beleidsorganisaties, taleninstituten en uitgeverijen.
Over het onderzoek wordt gerapporteerd in een verslag van minstens tien bladzijden. De taalkeuze van het verslag wordt in overleg met de onderzoeksbegeleider en de begeleidende docent bepaald. Indien de student een taalspecifieke invulling volgt moet het verslag in de betreffende taal worden geschreven. De begeleide praktijkcomponent kan worden opgenomen als cursorisch onderdeel van de taalspecifieke invulling van het programma, indien het voldoet aan de taalspecifieke eisen (het verslag is in de betreffende taal geschreven, de inhoud is gerelateerd aan de betreffende taal en het onderzoek is begeleid door een docent van de betreffende opleiding). Het verslag wordt in overleg beoordeeld door de onderzoeksbegeleider (een medewerker van het onderzoeksinstituut, de instelling of het bedrijf waar de student het onderzoek uitvoert) en een docent die fungeert als beoordelaar namens het masterprogramma.

Afstudeerproject Meertaligheid en Taalverwerving Spaans (verplicht)

Het afstudeerproject vormt een academische proeve van bekwaamheid op het terrein van het masterprogramma. De student toont aan in staat te zijn een aspect van het vakgebied te onderzoeken en dit te beoordelen mede in het licht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie .Het onderzoek is praktijkgericht, dat wil zeggen: het heeft betrekking op een algemeen maatschappelijk probleem of op een onderzoeksvraag die voortkomt uit een instelling of bedrijf. De praktische relevantie en toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten worden verwoord in een praktijkcomponent van het onderzoeksverslag. Het verslag van dit onderzoek moet voldoen aan wetenschappelijke eisen. Het moet nauwkeurig, controleerbaar en systematisch zijn. De student maakt hierbij duidelijk in staat te zijn de resultaten van zijn/haar bevindingen op een effectieve wijze te presenteren.  
De Master thesis heeft de vorm van een schriftelijk verslag in het Spaans.
 
Meer informatie over vorm en inhoud van het afstudeerproject is te lezen op de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
 
Studielast, duur, begeleiding, procedure en beoordeling worden beschreven in de Richtlijnen Masterthesis, te downloaden vanaf de website van het masterprogramma Meertaligheid en Taalverwerving >studieprogramma >afstudeerproject.
Studenten die in aanmerking willen komen voor een taalspecifieke aantekening Spaans op hun diploma dienen zich in te schrijven voor dit afstudeerproject MTV. In het kader van een taalspecifieke invulling van het MA programma moet de masterscriptie geschreven zijn in het Spaans en is minstens een van de begeleiders een gekwalificeerd examinator in de opleiding Spaans die het taalspecifieke karakter van de scriptie bewaakt.