• Wendy volgde als ‘zij-instromer’ de master Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs (schoolvak Frans)

    Waarom juist dit programma, en hoe bevalt het?

    ‘Omgang met mensen, anderen iets leren door mijn eigen kennis en ervaring in te zetten en te delen is echt iets wat bij mij past. Daarnaast heb ik in het verleden Franse taal- en letterkunde gestudeerd aan de UU. Ik wilde graag mijn kennis van de taal en de cultuur weer oppakken.  Het studeren in Utrecht heb ik destijds als zeer plezierig ervaren, en de woon-studie afstand is voor mij ook voordelig (ik heb niet meer de leeftijd om ‘op kamers te gaan’). Bovendien kon ik in februari starten met mijn opleiding, dat kon niet op alle universiteiten. Voor mij allemaal redenen om dit programma in Utrecht te gaan doen.’

    Over het programma

    ‘De opbouw van het programma vind ik erg fijn; ik begon onder andere met een stage en maakte hierdoor gelijk kennis met de praktijk. Dat is toch best spannend, dus hoe eerder hoe beter! In het eerste halfjaar krijg je, parallel met je stage, een aantal theoriecursussen. De lesstof werk je in werkcolleges verder uit en bespreek je met je docent en medestudenten.’

    ‘Ik kom er wel steeds meer achter dat je geen docent in slechts één jaar kunt worden; het echte leren gaat na deze studie in de praktijk pas beginnen. Ik heb echter wel een hoop bagage meegekregen. Er is een groot verschil tussen de studenten binnen de ‘zij-instroomgroep’: we hebben allemaal werkervaring, maar sommigen hebben dat al in het onderwijs en gaan nu na een aantal jaren hun bevoegdheid halen. Voor mij is onderwijs een nieuwe stap.’

    Persoonlijke voorkeuren

    ‘Vakdidactiek vind ik het leukst. Persoonlijk vind ik dat dit onderwijs het meest direct aansluit op de schoolpraktijk: hoe geef je Frans en hoe laat je de verschillende vaardigheden (schrijf-, lees-, spreek- en luistervaardigheid) aan bod komen? Eigenlijk vind ik het wel jammer dat we dit vak slechts eens per twee weken hebben, ik zou graag nog meer diepgang willen.’

    Een drukke week

    ‘Mijn week is best wel druk. Ik heb geen baan meer, dus ik kan me volledig inzetten voor mijn studie. Op de maandagen heb ik college van 9:00 tot 17:00 uur: best een lange dag. Op dinsdag, woensdag en donderdag loop ik meestal stage en op vrijdag ben ik in principe ‘vrij’. Maar je raadt het al, er moet ook nog gestudeerd worden. Met name de colleges voor maandag voorbereiden kost me veel tijd. Doordeweeks kom ik daar niet altijd goed aan toe, omdat ik dan vooral de lessen op school aan het voorbereiden ben. Gelukkig heb ik nog wel tijd over voor mijn wekelijks kooravond. Ontspanning is natuurlijk heel belangrijk! Ik zit verder niet bij een studie- of studentvereniging, ik denk dat dit ook wat minder geldt voor ‘zij-instromers’… ’

    Stageschool en de universiteit

    ‘Mijn eerste stage heb ik gelopen op een hele leuke en veilige school in Zeist, het Herman Jordan Lyceum. Dit is een montessorischool, wat enerzijds prettig was want ik was niet bekend met deze bijzondere manier van lesgeven (veel zelfstandig werken). Aan de andere kan heb ik het klassikale lesgeven ook wel gemist, omdat er wat weinig te observeren viel. De collega’s waren heel vriendelijk en behulpzaam, ook het contact met mijn stagebegeleidster was erg prettig en inspirerend. Het was hierdoor wel een fijne eerste kennismaking met de praktijk.’

    ‘Mijn colleges volg ik op de campus in De Uithof, dat met de auto goed te bereiken is. Van studiefaciliteiten die er voor de studenten zijn, heb ik eerlijk gezegd nog geen gebruik gemaakt. Qua begeleiding kan ik zeggen dat het prettig is om een mentor te hebben en deel uit te maken van een mentorgroep met zo’n tien medestudenten. We zien elkaar eens per twee weken en delen dan onze ervaringen ‘intervisie’ en gaan in op de in de hoorcolleges behandelde stof. Dat werkt goed voor me!’