Het onderwijs van de lerarenopleiding van de GST is georganiseerd in drie onderdelen: Masterstage, Keuzecursussen en Didactiek.

 

Masterstage

Stage 1 A/B (verplicht)

Het grootste deel van de stage 1A/B vindt plaats op de stageschool. Afhankelijk van het traject dat de student volgt doet hij/zij deze individueel of in 2-of 3-tallen in respectievelijk baan- of stagevariant. De student is tenminste 6 dagdelen per week op school. In stage 1A geeft de student geeft 25 (deel)lessen in onder- en/of bovenbouw (uitgaande van lesuren van 50 minuten) en observeert lessen.* In stage 1B geeft de student zelfstandig 40 lessen in onder en/of bovenbouw en observeert lessen. Op school wordt de student begeleid door een stagebegeleider.

De docent van de cursus of de vakdidacticus bezoekt minimaal één les in stage 1B en bespreekt deze na.
Naast de stagebegeleiding op de school zijn er regelmatig bijeenkomsten in een vaste basisgroep, waarin studenten werken aan hun eigen professionele ontwikkeling.
 Meer concreet:

  • integreren studenten in deze bijeenkomsten diverse soorten kennis en maken zij een start met het ontwikkelen van een eigen praktijktheorie
  • wisselen zij eigen ervaringen uit en verwerken doelgericht feedback
  • expliciteren zij de eigen vaardigheden van de docent in opleiding en koppelen deze aan Theorie
  • stellen zij leerdoelen op
  • analyseren zij eigen professionele ontwikkeling en wordt er (middels een portfolio) gewerkt aan vastlegging van de ontwikkeling en competenties.

Het is verplicht om naast Stage 1A/B de cursussen Pedagogiek 1 en Vakdidactiek 1 te volgen.

Als je start met deze cursus in blok 1, begint het onderwijs met een verplichte voltijd startweek (maandag tot en met donderdag)  in de week van 20 augustus 2018, de laatste week van de schoolvakantie in regio Midden.

* Gedetailleerde richtlijnen voor de stage zijn vastgelegd in de stagebrochure.

Stage 2 (verplicht)

Het grootste deel van de cursus vindt plaats op de stageschool. Deze stage is een individuele eindstage met een duur van 20 weken en kan als betaalde baan voldaan worden. In stage moeten minimaal 60 lessen (uitgaande van lessen van 50 minuten) in de bovenbouw. De student is tenminste full-time voor de opleiding beschikbaar. Op school wordt de student begeleid door een stagebegeleider.
De docent van de cursus of de vakdidacticus bezoekt minimaal één les en bespreekt deze na.
Naast de stagebegeleiding op de school zijn er regelmatig bijeenkomsten in een vaste basisgroep. In dit gedeelte reflecteren de studenten op hun docentgedrag, ontwikkelen zij een eigen docentstijl en een eigen praktijktheorie. De in Masterstage 1A/B opgedane integratie van diverse kennisbronnen en kennis over het leren van docenten, gelden als basis voor het ontwikkeling van de praktijktheorie.

Meer concreet:

  • stellen zij leerdoelen op
  • wisselen zij eigen ervaringen uit, geven en verwerken doelgericht feedback
  • ontwikkelen studenten een professionele identiteit
  • krijgen zij inzicht in hun eigen leren en koppelen dat aan het leren van docenten in algemene zin
  • integreren studenten in deze bijeenkomsten diverse soorten kennis en ontwikkelen een eigen praktijktheorie.
  • analyseren zij hun eigen professionele ontwikkeling en werken (middels een portfolio) gewerkt aan vastlegging van de ontwikkeling en competenties.
  • expliciteren zij de eigen vaardigheden van de docent in opleiding en koppelen deze aan Theorie
  • verwerven vaardigheden voor toekomstige leerlingbegeleiding, de student krijgt ervaring en (werk)vormen om leerlingbegeleiding en stimuleren eigen groei van de leerling.

Het is verplicht om naast Stage 2, de cursussen Pedagogiek 2, Vakdidactiek 2 en het Vakdidactisch onderzoek te volgen.

Didactische cursussen

Didactiek 1 (verplicht)

De focus binnen Didactiek 1 ligt op de onmiddellijke onderwijssituatie en het ontwerpen en uitvoeren van een concreet goed gestructureerde onderwijseenheid (les of korte lessenreeks).In hoorcolleges en literatuuropdrachten maakt de student kennis met onderwijspsychologische, pedagogische en vakdidactische perspectieven op leren en onderwijzen, en met centrale onderzoeksmethoden en -bevindingen uit deze domeinen. In de werkcolleges en bij de toetsopdrachten worden theoretische inzichten en de eigen praktijkervaringen van de student kritisch aan elkaar getoetst, en benut om de eigen praktijk te analyseren en te verbeteren. Het onderwijs in de cursus wordt deels verzorgd in vakoverstijgend verband en deels in vakspecifieke of clusterspecifieke (alfa, bèta, gamma) groepen. In deeltoets A ligt de nadruk op algemene didactiek, in deeltoets B op vakdidactiek en vormgeven van leerprocessen.

Het is verplicht de cursussen Didactiek 1 en Masterstage 1 naast elkaar te volgen.

Als je start met deze cursus in blok 1, begint het onderwijs met een verplichte voltijd startweek in de week van 15 augustus 2016, de laatste week van de schoolvakantie in regio Midden.

Vakdidactiek 2 (verplicht)

In blok 3 en 4 (Vakdidactiek 2) ligt de focus op het leren van de leerling. Een centrale vraag is: wat hebben leerlingen nodig en hoe organiseer ik dat? Naast de onmiddellijke onderwijssituatie is er ook aandacht voor de bredere (curriculaire en maatschappelijke) context waarin dat leren plaatsvindt. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld het adequaat begeleiden van leerlingen bij het doorlopen van het bovenbouwprogramma op vak- en profielniveau, leerproblemen signaleren en indien nodig met hulp van collega’s oplossingen zoeken en systematisch een vakspecifiek leerprobleem of curriculumprobleem onderzoeken, gericht op verbetering van de praktijk.

Het is verplicht om de cursussen Masterstage, Vakdidactiek en Pedagogiek naast elkaar te volgen. Dat wil zeggen dat de cursussen Masterstage 1, Vakdidactiek 1 en Pedagogiek 1 en ook de cursussen Masterstage 2, Vakdidactiek 2 en Pedagogiek 2 tegelijkertijd gevolgd moeten worden.

Het onderwijs voor de cursussen Masterstage 1, Vakdidactiek 1 en Pedagogiek 1 begint altijd met een verplichte voltijd startweek.

Let op: Als je start in blok 1 valt deze startweek in de week van 20 augustus 2018, de laatste week van de schoolvakantie in regio Midden.

Pedagogiek 1 (verplicht)

In blok 1 en 2 (Pedagogiek 1) ligt de focus op de leraar, de klas en de leerling en dan met name op het creëren van een veilig leerklimaat en het scheppen van voorwaarden voor individuele ontwikkeling.

Pedagogiek 2 (verplicht)

In blok 3 en 4 (Pedagogiek 2) wordt de focus uitgebreid naar de school en de samenleving, waarbij vragen rond de rol van de leraar in de school als morele gemeenschap en het invullen van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de leraar aan de orde zijn. 

Een van de keuzecursussen die je in blok 3 of blok 4 gaat kiezen zal moeten passen in de pedagogische leerlijn, zoals bijvoorbeeld burgerschapseducatie, interculturele educatie of leerlingzorg.

(Vak)didactisch onderzoek (verplicht)

In de cursus (Vak)didactisch onderzoek werk je aan een leeronderzoek binnen een schoolrelevant thema (onderzoeksdossier), waarin delen van het  onderzoek al voor je zijn bepaald, en dat aangeboden wordt door experts op dat thema. Andere delen van het onderzoek voer je –onder begeleiding van een docent- zelf uit. Dit mondt uit in een onderzoeksverslag dat beoordeeld zal worden. Je kunt ook werken aan een onderzoeksdossier dat je zelf hebt ingebracht. In overleg stel je vast welke onderdelen van het dossier jij zelf gaat uitvoeren.

Pedagogische keuzecursussen

Burgerschap en educatie

Alle Nederlandse scholen zijn wettelijk verplicht om actief burgerschap en sociale integratie te bevorderen en docenten van alle schoolvakken hebben daarin een rol. Dat vraagt veel van jouw professionaliteit als docent en de keuzes die je maakt op het gebied van vak-inhoud, didactiek en de manier waarop je omgaat met je leerlingen. Hoe leid je leerlingen bijvoorbeeld naar zelfstandigheid terwijl je ook verwacht dat ze zich aanpassen aan de regels van jou, de klas, de school en de samenleving? Die uitdaging staat centraal in deze keuze-cursus. We verkennen de betekenissen van burgerschap, toegespitst op de relatie met onderwijs, en onderzoeken vanuit verschillende invalshoeken het spanningsveld tussen socialisatie en emancipatie, tussen aanpassing en zelfstandig worden. Kernthema’s zijn: ‘Bildung’, ‘Liberal Education’, canonvorming, democratie, vrijheid van onderwijs, het gezag van de leraar, democratie op school, burgerschap in een informatiesamenleving, religie en radicalisering.
De cursus heeft 9 bijeenkomsten met elk een eigen thema. Ieder thema bereid je voor op basis van (keuze)literatuur. Na de bijeenkomsten werk je het thema burgerschap uit voor je eigen vak en je eigen onderwijs. In de loop van de cursus ontwikkel je zo je eigen perspectief op burgerschap en onderwijs.
Als afsluiting van de cursus schrijf je een integrerend essay.  

Pedagogiek en passend onderwijs

De invoering van de wet Passend Onderwijs heeft als doel zoveel mogelijk leerlingen met gedrag- en leerproblemen onderwijs te laten volgen op een reguliere school. Dit betekent in de praktijk dat in de klassen steeds meer leerlingen zitten met autisme, ADHD, externaliserend gedrag, leerproblemen, hoge intelligentie, etc. De cursus richt zich op kennis over deze leerlingen en hoe je als docent met deze leerlingen om kunt gaan. Wat heeft deze specifieke leerling nodig in de school en van docenten? Hoe zorg je dat de leerling een goede werkhouding krijgt voor je vak? Wat is de rol van ouders bij deze leerling?

Onderwerpen die aan bod zullen komen: de leerling met autisme en/of ADHD, de regelovertredende leerling, de leerling met angst en stress klachten, de ongemotiveerde en/of verzuimende leerling, de hoog-intelligente leerling, de leerling met leerproblemen en de gepeste of pestende leerling. Deze onderwerpen worden geplaatst binnen het HandelingsGericht Werken en het beleid van Passend Onderwijs.

NB: Voor deelname aan deze cursus is het noodzakelijk dat je gedurende de cursusperiode toegang hebt tot een vo-klas (als stagiair of docent)!
 

Interpersoonlijk leraarsgedrag

Wat er in de klas gebeurt kan vanuit verschillende oogpunten worden beschreven, bijvoorbeeld:
Welke kennis komt aan bod? Welke leeractiviteiten? Maar ook: wat gebeurt er interpersoonlijk tussen docent en leerlingen? Interpersoonlijke processen in de klas hangen aan de ene kant samen met leeropbrengsten van leerlingen (hoe goed presteren leerlingen, maar ook hoe leuk vinden leerlingen een vak) en aan de andere kant met opbrengsten van docenten. Hoeveel stress ervaren docenten en hoe gemotiveerd zijn zij voor hun berope? Basisbeginsel van het interpersoonlijke perspectief is dat een klas een sociaal systeem is, waarin docent en leerlingen elkaars gedrag wederzijds beïnvloeden en dat al het gedrag dat een docent in de klas vertoont een interpersoonlijke betekenis heeft. Deze betekenis beschrijven we met de mate van invloed van een docent (d.w.z. dominantie of sturing) en de mate van nabijheid (de warmte in het contact met leerlingen).
In dit keuzevak wordt een begrippenkader aangereikt waarmee interpersoonlijke aspecten van lesgeven, zoals relaties met leerlingen en interactie in de klas kunnen worden beschreven.
Studenten leren de wetmatigheden van interpersoonlijke processen kennen en leren hun gedrag als instrument in de klas in te zetten. We leggen uit waarom je wél moet 'lachen voor de kerst'.

NB: Voor deelname aan deze cursus is het noodzakelijk dat je gedurende de cursusperiode toegang hebt tot een vo-klas (als stagiair of docent)!

Dealing with Cultural Diversity and Social Inclusion in Education

Promoting social inclusion in culturally diverse educational settings is a goal shared by many schools and universities, but actually achieving this goal in every day classroom practice is often hard to do. The goal of this teaching module is to highlight a few of the key challenges and concerns in promoting social inclusion in culturally diverse classrooms and schools. Within this general theme, we address interrelated, but separate subthemes such as, intercultural communication, polarization, punitive approaches and student marginalization. This course will be given in English.

Leerpsychologie

Tijdens deze cursus zal vanuit een leerpsychologisch perspectief een antwoord geformuleerd worden op de centrale vraag: Onder welke omstandigheden leren mensen het beste? Om dit complexe vraagstuk te doorgronden moet je weten hoe mensen eigenlijk leren, hoe je er als docent voor kan zorgen dat leerlingen zo goed mogelijk presteren, maar ook, hoe ze gemotiveerd blijven en zichzelf leren reguleren tijdens het leerproces. Door verschillende, deels zelfgekozen, bronnen te bestuderen, zal niet alleen theoretisch inzicht ontstaan van de (on)mogelijkheden van ons leren, maar komt ook de praktische vertaling naar lesgeven in de klas aan bod.

Talentontwikkeling in de VO-schoolvakken

Onderwijs moet natuurlijk alle leerlingen ondersteunen en uitdagen. Maar in elke klas in het voortgezet onderwijs zitten wel enkele leerlingen die méér kunnen en willen dan het reguliere curriculum hen biedt. Zij laten over een langere tijd excellente prestaties zien, of ze laten die prestaties niet (meer) zien maar als docent merk je op verschillende momenten dat er meer inzit dan eruit komt. Als de leeromgeving hen te weinig uitdaagt, missen ze de kans om zich te blijven ontwikkelen. Zij kunnen zelfs hun interesse in de leerstof en in leren kwijtraken. Juist op deze leerlingen richten we ons in deze cursus. In de cursus komt aan de orde hoe je als vakdocent deze leerlingen kunt herkennen en hoe je hun de uitdaging kunt bieden om excellente prestaties te gaan of blijven leveren, toegelicht met ervaringen en lesmaterialen vanuit verschillende schoolvakken.

Overige keuzecursussen

Toetsing en beoordeling

Op vele manieren en momenten in het onderwijs wordt er getoetst en beoordeeld, om na te gaan hoeveel leerlingen van het onderwijs hebben opgestoken, om hen feedback en aanwijzingen te geven, om te bepalen welk niveau ze op een bepaald moment hebben bereikt of welk vervolg passend zou zijn, etc.
Voor docenten is het belangrijk om inzicht te hebben in wat er komt kijken bij goede toetsing. Wat en hoe leerlingen leren wordt vooral bepaald door hetgeen wordt beoordeeld of getoetst, maar het maken van goede toetsen is niet eenvoudig.  In deze cursus komt een aantal aspecten van toetsing aan bod: diverse vormen van toetsing, hun sterke en zwakke kanten, werkwijzen voor de cyclus van toetsconstructie tot evaluatie achteraf, methoden om de kwaliteit van toetsen te analyseren, het bepalen van zak-slaag grenzen en cijfers, en de onderliggende theorieën. Er wordt bovendien ingegaan op ontwikkelingen in het VO op terrein van toetsing (zoals RTTI) en op de nationale en internationale context (centrale examens, cve, cito,  PISA).

Het organiseren van leren. De leraar in de context van schoolorganisatie en onderwijsbeleid.

Als docent maak je deel uit van een grotere context waarin verschillende partijen zich mengen in discussies over onderwijs, zoals ouders, collega’s, directie en de maatschappij. Deze partijen hebben vaak verschillende perspectieven op hoe onderwijs het best georganiseerd en verbeterd zou kunnen worden. Recent onderzoek toont aan dat onderwijsverbetering een complex proces is, waarbij schoolorganisatie, schoolcultuur, en leiderschap een belangrijke rol spelen.
 
In de cursus “Het organiseren van leren” ontwikkel je inzicht in verschillende perspectieven op onderwijs en de manieren waarop scholen georganiseerd en aangestuurd worden. Ook leer je meer over hoe onderwijsbeleid tot stand komt, over de rol van onderwijsadviseurs bij onderwijsverbetering, de maatschappelijke functie van onderwijs, en de rol van (aankomend) onderwijsprofessionals in deze context.

ICT in education

After an introduction of theory about ICT in education (TPACK, learning principles) various themes of ICT will be studied, tested and discussed. The use of ICT at school and in the own teaching context is the base, which will be linked to backgrounds, research, discussions and experiences. First, the own teaching and school practice regarding ICT will be analyzed. Suggestions to improve the use of ICT will be done. Then students will work in small groups to write a well-founded, but also specific design for an ICT application in education. The question is always: how can ICT be used in secondary education to strengthen (and transform) the (subject) pedagogics.
Each seminar will focus on a particular theme on the use of ICT and thus offers the theoretical framework for the (subject) pedagogical and learning psychological underpinnings of the design. Also the justification of technological and practical aspects will be addressed during the seminars by offering different applications to test. Draft designs are evaluated by peer feedback. During the last meeting, the final ICT designs are presented and discussed. The entire course is designed according to principles of blended learning.

 
 

Data in de school

Binnen een school worden doorgaans veel data verzameld over leerlingen. Sterker nog, als docent verzamel je ook veel gegevens over je leerlingen; denk bijvoorbeeld maar aan toetsresultaten, leerlingvolgtoetsen, absentielijsten en misschien houd je wel huiswerkcontroles. In de praktijk worden die gegevens vaak nog niet optimaal benut om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en/of om het onderwijs goed af te stemmen op een specifieke groep leerlingen.
In de keuzecursus “Data in de school” ga je aan de slag met data van jouw leerlingen en leer je hoe je die kunt analyseren om tot verbeteracties te komen. Je zult hiertoe een aantal basistechnieken voor data-analyse leren/opfrissen, die nodig zijn voor datagestuurd werken. Daarnaast kijken we naar gegevens die op landelijk niveau beschikbaar zijn en hoe jouw (casus)school omgaat met het beoordelingskader van de onderwijsinspectie..

CKV-didactiek

In deze keuzecursus staat de didactiek van het schoolvak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) centraal. Het doel is om kennis en inzichten te verwerven die je helpen verantwoorde en authentieke keuzes te maken in onderwijzen van het vak CKV.  Als CKV docent heb je namelijk een belangrijke taak: het is aan jou leerlingen te motiveren en enthousiasmeren en hen te begeleiden in het vormen van een nieuwsgierige attitude wat betreft het ervaren en waarderen van culturele en kunstzinnige uitingen. In deze cursus onderzoeken we wat het vak (in praktijk en theorie) inhoudt, waarom er een nieuw examenprogramma ingevoerd is, wat het van je vraagt om een goede CKV docent te zijn en welke rol ICT hierbij speelt.

Duurzaamheidseducatie

Eén van de grootste uitdagingen van deze eeuw is een transitie naar een duurzame wereld. Dit vereist grote inspanning op wetenschappelijk, technologisch en politiek gebied en publieke steun en begrip zijn daarbij noodzakelijk. Onderwijs als motor voor verandering krijgt daarin een belangrijke rol toebedeeld. Daarom heeft UNESCO de periode 2005-2014 uitgeroepen tot ‘Decade of Education for Sustainable Development’. In deze cursus gaan we in op de grote uitdagingen in duurzaamheidseducatie en hoe deze zich verhouden tot onze eigen praktijk in onderwijs en educatie. Het doel hiervan is om uiteindelijk vanuit bestaande kennis en inzichten verantwoorde eigen keuzes te kunnen maken in onderwijs, educatie en communicatie.

Erfgoededucatie

De cursus “Erfgoededucatie” biedt een introductie op het fenomeen erfgoed, en op de omgang met materieel en immaterieel erfgoed in samenleving en onderwijs. Aan bod komen de plaats van erfgoed in de samenleving, de omgang met erfgoed door de overheid, de infrastructuur ervan, alsook de vormgeving van formele en informele erfgoededucatie in de klas en in situ: in musea, monumenten, historische binnensteden, landschappen, etcetera. Tijdens de cursus creëren studenten als aankomend docenten hun eigen visie op erfgoed en erfgoededucatie. Hoe kan ik dat op een zinvolle wijze in mijn schoolvak - en in connecties met andere vakken –vormgeven? Deze cursus staat open voor alle studenten aan de lerarenopleidingen die interesse hebben in erfgoed en willen verkennen wat zij er in hun lespraktijk mee zouden kunnen doen.

Vakoverstijgende bètadidactiek

De cursus “Vakoverstijgende bètadidactiek” biedt inzicht in het belang, de mogelijkheden en de moeilijkheden van vakoverstijgende bètadidactiek . Centraal staan vakoverstijgende denk- en werkwijzen welke momenteel nationaal en internationaal veel aandacht krijgen. Deelnemers ontwikkelen vaardigheden om hier in de onderwijspraktijk mee om te gaan, door bestaand en eigen onderwijs kritisch te analyseren. Tevens ontwikkelen zij een visie op wenselijke veranderingen in de uitvoering van het schoolcurriculum voor het eigen vak.

N.B. Alleen voor studenten die tenminste 1 blok stage-ervaring hebben (begonnen met Masterstage 1 of tweedegraads bevoegdheid via educatieve minor of hbo).

Lezen en schrijven: onderwijs en toetsing

Deze cursus is alleen bestemd voor studenten die een Educatieve Master in een taal doen.
 
In het voortgezet onderwijs wordt lezen vaak opgevat als het maken van een tekst met vragen, terwijl schrijven vaak wordt geleerd door het maar te oefenen. Beide varianten zijn wel erg minimalistisch. Recent onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat observeren van schrijvers veel grotere leereffecten heeft dan leren door doen.

In deze cursus bekijken we eerst wat de noties lees- en schrijfvaardigheid inhouden en wat het belang is van taal bij de toetsing in andere schoolvakken. Vervolgens bestuderen we literatuur waarin de effectiviteit van verschillende lees- en schrijfdidactieken is getest en kijken we naar problemen die zich voordoen bij verschillende manieren om schrijfvaardigheid te beoordelen.

Tot slot kijken we hoe we kunnen komen tot evidence-based adviezen voor de onderwijspraktijk. Via studentpresentaties komt een variëteit aan didactieken en toetsvormen op het gebied van lezen en schrijven aan bod. De verworven inzichten worden vervolgens toegepast tijdens de evaluatie en bijstelling van een lessenserie.

Taalbeleid in onderwijs en maatschappij

Bijna alle leren op school verloopt via taal; daarom is taalbewustzijn en taalvaardigheid een voorwaarde voor schoolsucces. Docenten van alle vakken spelen een belangrijke rol bij de schooltaal- en vaktaalontwikkeling van leerlingen.
In de cursus Taalbeleid leer je vakonderwijs te versterken door een effectieve focus op taal (taalgericht vakonderwijs) en hoe je dat op school en in de maatschappij vakoverstijgend kunt aanpakken (taalbeleid). We richten ons zowel op de ondersteuning van taalzwakke en anderstalige leerlingen als op academische taalontwikkeling in de bovenbouw van havo/vwo. De cursus is nadrukkelijk gericht op docenten in opleiding in zowel exacte vakken, maatschappijvakken als talen, en opstudenten van het GW masterprogramma Taalverwerving en Meertaligheid.

In de cursus zullen de volgende thema’s aan de orde komen:

  • Taalbeleid; ontwikkelingen in de maatschappij en het onderwijs
  • De taal van het leren en de taal van de vakken,
  • Taalgericht vakonderwijs: context, taalsteun, interactie,
  • Taalbeleid: afstemming binnen de school: rollen van vak- en taaldocenten,
  • Taalbeleid en tweetalig onderwijs: content and language integrated learning
  • Academische en vakspecifieke woordenschatontwikkeling, woordleerstrategieën,
  • Interactie in de klas; effectieve leerdialogen,
  • Leesvaardigheid als vakgerichte studievaardigheid
  • Schrijven om te leren in de vakken,
  • Feedback op taal en inhoud

Voor studenten MTV is er een aanvullend thema Taalbeleid in Friesland. In dit thema zal de tweetalige Friese situatie in maatschappij en onderwijs worden belicht en geanalyseerd. Ook zullen parallellen getrokken worden met taalbeleid in andere meertalige regio's in Europa.
Studenten MTV maken over dit thea een aanvullende opdracht.

Cursusmateriaal:

  • Hajer, M., & Meestringa, T. (2015). Handboek taalgericht vakonderwijs.  Bussum, Coutinho.
  • Aanvullende onderzoeksliteratuur (wordt online beschikbaar gesteld)
  • Voorbeelden van lesmateriaal en videofragmenten, o.a. via www.taalgerichtvakonderwijs.nl;www.leoned.nl
  • Aanbevolen voor studenten MTV: Spolsky, B (2009), Language Management,  Cambridge University Press

Apprentissage du vocabulaire

Dans ce cours on discutera les propriétés de la langue française qu'un linguiste appellera lexicales. Mais, comme ce cours cible les futurs professeurs FLE, on mettra l'accent sur les théories et les idées qui portent sur l'emploi des mots, l'organisation des mots et les façons de les enseigner (à différents niveaux). Nous nous proposons de ne pas simplement vous faire lire et comprendre des textes, mais de mettre un accent sur vos contributions individuelles ou en duos dans lesquelles vous faites plusieurs sortes d'applications pratiques.
Si le cours est suivi pour 3,75 ECTS, il y aura moins de "opdrachten".

Complexiteit van educatieve teksten

Educatieve teksten verschillen in moeilijkheid. Kinderen in groep 4 lezen korte teksten met korte zinnen, veel hoogfrequente woorden en alledaagse onderwerpen. Studenten lezen lange teksten met langere zinnen, moeilijkere woorden en abstractere onderwerpen. In deze cursus bekijken we welke factoren de complexiteit van educatieve teksten beïnvloeden, leren we evidence-based schrijfadviezen te formuleren, en gaan we educatieve teksten optimaliseren.           
Eerst bekijken we de waarde van leesbaarheidsformules, zoals het AVI-systeem, die vaak woordlengte, zinslengte en het percentage hoogfrequente woorden meewegen. Anderson en Davison (1988) hebben laten zien dat dergelijke leesbaarheidsformules niet optimaal zijn.
Vervolgens bestuderen we de middelbareschoolpraktijk, waar uitgevers per richting (vmbo, havo, vwo) andere tekstversies uitgeven. We lezen werk van o.a. Van Silfhout en collega’s (2014), die hebben aangetoond dat uitgeversintuïties om teksten te vereenvoudigen niet altijd het gewenste effect sorteren.
Tot slot kijken we hoe we kunnen komen tot evidence-based schrijfadviezen voor leerteksten en toetsvragen. Via studentpresentaties komt een variëteit aan concrete tekstkenmerken aan bod, op het gebied van woordkeuze, zinsbouw, tekststructuur en het gebruik van afbeeldingen. We bestuderen hun (positieve of negatieve) effecten op het tekstverwerkingsproces en/of het uiteindelijke tekstbegrip. De verworven inzichten worden vervolgens toegepast tijdens een evaluatie van de begrijpelijkheid van educatieve materialen (van de middelbare school of een andere educatieve praktijk).

Academisch perspectief op historische literatuur voor het voortgezet onderwijs

Werken uit de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd worden niet of nauwelijks gelezen buiten de muren van de universiteit, onder meer vanwege hun vermeende ontoegankelijkheid. In deze cursus stellen we ons de vraag: Hoe brengen we oude literatuur naar de wereld van vandaag? Hoe houden we historische teksten levend; welk nieuw leven kunnen we ze eigenlijk inblazen?
In deze cursus staat het historische-letterkunde-onderwijs op de middelbare school centraal, als deel van de grotere maatschappelijke uitdaging waarmee bijvoorbeeld ook musea en erfgoedinstellingen worstelen: het levend houden en actualiseren van de historische culturele producten. Gedurende de cursus zullen we diepgaand reflecteren op de situatie in het historische-letterkunde-onderwijs, met aandacht voor zowel het (internationale) onderzoek dat daarnaar wordt verricht als de maatschappelijke discussies die gevoerd worden over de inhoud van het schoolvak Nederlands. Daarnaast verdiepen we ons in de recente studie van de historische Nederlandse letterkunde, om te zien welke perspectieven, vragen en thema’s we kunnen benutten in het middelbaar onderwijs. De didactische en theoretische verkenningen en reflecties helpen ons bij het ontwerpen van een eigen lesplan met didactische verantwoording.
 
NB: ‘historische letterkunde’ wordt in deze cursus zeer ruim opgevat als categorie. In het middelbaar onderwijs geldt alle literatuur van vóór 1880 als historisch, maar twintigste-eeuwse teksten kampen met vergelijkbare didactische uitdagingen: hoe maken we ze begrijpelijk en levend? Dat kader zal in de cursus zeker worden meegenomen, en kan studenten zelfs uitdagen om een eindopdracht te maken rondom de literatuur van ná 1880.

Learning English

This course deals with the acquisition of English as a foreign language (EFL) in instructed settings. The theoretical concepts acquired in the course “Taalverwerving: gestuurd versus ongestuurd” will be applied specifically to the study of EFL. The key questions addressed in the course include the following: What are the advantages and disadvantages of explicit and implicit grammar instruction? Should vocabulary and pronunciation be taught explicitly? What are the typical errors made by Dutch learners of English? How can these errors be explained and effectively targeted in teaching interventions? What kinds of corrective feedback should be provided for grammatical phenomena of different levels of complexity (e.g. tense and aspect, dative alternation, counterfactual conditionals)? How should we teach writing in the EFL classroom? How can EFL proficiency be measured?

Career orientation:
Developing teaching interventions; making didactic choices on the basis of relevant research on language acquisition and language education; developing presentation and writing skills.

Literatur in der Schule

Für die 8.-9. Klassen gibt es leichte Lektüren ("Easy Readers") auf A2-Niveau. Welche Texte sind für die 9.-12. Klassen angemessen? Und welche Didaktisierungen sind sinnvoll? Dieses Tutorial bietet auf Basis des Modells von www.lezenvoordelijst.nl ein praxisorientiertes Konzept, um literarische Leseniveaus unterscheiden zu können, damit für jeden Schüler geeignete Prosatexte gefunden werden können. Die Teilnehmenden absolvieren eine Leseliste, damit sie eine Basis haben, in Zukunft literarische Lese-Entwicklung von (niederländischen) Schülern erfolgreich fördern zu können. Außerdem lernen sie, nach einem fachdidaktischen Modell Textanalysen und Aufgaben zu erstellen.

Enseñanza y aprendizaje de la competencia pragmática del español

Tras un estudio preliminar de la pragmática (conceptos, principios y teorías) se abordará la cuestión de su adquisición en contextos de L1 y, especialmente, de L2. Se estudiarán diferentes corrientes de investigación empírica. Se tratarán aspectos relacionados con la enseñanza/aprendizaje de esta competencia en clases de ELE (se analizarán y evaluarán materiales, tareas, interacciones, etc.).

Aquellos estudiantes que sigan el curso por 3,75 EC tendrán tres momentos de evaluación (tareas 40 puntos; presentación final 20 puntos y trabajo final 40 puntos).

Teaching Shakespeare: The History Plays

This course studies Shakespeare’s second tetralogy of history plays: Richard II, Henry IV (parts 1 and 2), and Henry V. It focuses on the way Shakespeare fashions medieval history for the early modern stage, but it also investigates the various ways in which modern stage and screen adaptations of the Histories have tended to transform this early modern material for our understanding today, and how these plays are part of our 21st century culture. Studying the past and the present in conjunction, this course looks at perennial themes like leadership, loyalty, nationhood, language, class, family, and gender. Recognizing a myriad of relations between the past and the present, the student develops a rich sense of history and is encouraged to consider how he or she might devise new teaching formats and strategies to share the richness of the historical and literary material with EFL students at different levels of their education.

Innovation and Dissemination: Change in Science Education and Communication

A proposed change in science and mathematics education will evoke a range of reactions among relevant stakeholders, such as curiosity, enthusiasm, disinterest, and resistance. Examples of changes in science and mathematics education (also denoted as innovation projects) are, among others, new teaching approach (such as integrated science, context-based science curricula or realistic mathematics education) or new ways to address socio scientific issues (such as sustainability or genetic modification). In the past decades, however, many curricular or extracurricular innovation projects have failed, either immediately or after a while, or have quite different effects from those intended. What, in retrospect, could be reasons for these failures or unexpected results, and what can we learn from these projects for future changes in science and mathematics education? 
 
In this course we will study some conducted national and international science and mathematics curricular and extracurricular innovation projects and their spreading (also denoted as dissemination) out in schools and teachers. We will discuss the relative strengths and weaknesses of a variety of innovation and dissemination strategies taking into account how the different actors, from the policy level down to school management and individual teachers, play their roles in such strategies.

Science in Society

Many of the big developments in our current society are related to science and technology. We look at scientists to identify problems and propose solutions. New technologies have great impact on our daily lives, and often raise even bigger expectations about their future impact. At the same time, the position of (academic) science seems to be under pressure. The authority of scientists as public ‘experts’ is not self-evident anymore. Scientific knowledge has become a topic of public debates.
In this course we reflect on these changes and discuss the possible implications of these shifts for master students in their future professional life. We will use the models and approaches of Science and Technology Studies (STS, a.k.a. Social Studies of Science) as the foundation for these discussions. At the end of this course you will be able to formulate an informed answer to questions like: why and how do controversies around science and technology evolve? How can we define expertise and what different types of expertise can be distinguished? What is the role of experts in public debates? How are scientific concepts and theories used in public arguments by different stakeholders? What does this mean for the role of scientists and universities? How do I envision my role as a communicative professional?

U-TEAch: stage en extra cursussen

Content and Integrated Language (CLIL)

The Content and Integrated Language module of Uteach aims to prepare the student teachers (both subject teachers and teachers of English) to teach and function professionally and effectively at  schools for ‘Tweetalig Onderwijs’  in the Netherlands. 

The course focuses both on theories related to teaching your subject through English and various models how to achieve this. You learn about how learners learn languages and how you can facilitate this in your subject lessons. How is teaching biology or history through English different from teaching it in the learners' first language? Which skills do you need to develop to facilitate learning of both your subject and English? How can you give feedback to learners on both content and language?
In the course you will design, practise at your school and evaluate learning actitivies related to CLIL.
Moreover, will you gain insight into the specifics of the Dutch TTO situation.
 
In the course the  following formats will be used:
Blended learning, Workshop, Individual assignments (designing and executing lesson, Group assignments, Presentations, Peer Evaluation and feedback, Editorial Review, Online Interaction, Self Study.
Before each workshop session chapter or articles need to be studied and or observation tasks need to be carried out.

International Crosscultural Education (ICE)

This module explores and evaluates the characteristics of different educational systems, e.g. the International Baccalaureate (IB). You study the IB curriculum both for your own subject area, as well as the IB philosophy about international education. Another extremely important factor in becoming a successful international or bilingual teacher is clear cultural awareness, which is another integral element of this course.

Second teaching practice abroad (verplicht)

The second internship abroad is mandatory and will take place between February and May. You will go abroad for three to four months, usually in pairs or threes. This training period takes place either in a bilingual, mainstream or international school abroad. You will be asked to teach and assume responsibility for a number of classes at one of our partner schools, though the ultimate responsibility for your classes ultimately rests with your school supervisor. At this moments internships are being offered in South Africa, Norway, Poland and Saint Maarten.

For some internships abroad students can apply for an Erasmus bursary.