Testimonials

  • Majbritt van Nispen over master paard

    Majbritt van Nispen

    “Het klinkt misschien als een cliché, maar vanaf dat ik een klein meisje was wist ik al dat ik dierenarts wilde worden. Omdat ik al bijna mijn hele leven paardrijd, heb ik geen moment getwijfeld om voor het masterprogramma Paard te kiezen. Ik houd van de nuchtere mentaliteit die je bij paardeneigenaren vaak ziet. Dat is bij eigenaren van gezelschapsdieren vaak anders, daar speelt het emotionele aspect over het algemeen een grotere rol. Het programma Landbouwhuisdieren was voor mij geen optie. Daar staat de productie centraal en worden dieren als groep behandeld. Ik richt mij veel liever op het individuele dier.

    Als je voor het programma Paard kiest, is het een pré als je ervaring en affiniteit hebt met deze dieren. Ze hebben een eigen wil en kunnen soms best onberekenbaar zijn. Dat vraagt om een specifieke aanpak en ik merk dat dit soms nog best lastig is voor studenten die een ander masterprogramma volgen. Hoewel ik deze master ontzettend leuk vind, is de opleiding ook heel intensief. Als student draai je ook avond- en weekenddiensten en dat gaat ten koste van vrije tijd. Een goede motivatie is dus belangrijk!

    Na het afronden van mijn studie Diergeneeskunde, wil ik graag in een paardenpraktijk gaan werken. Daarom heb ik gekozen voor de track Klinische verdieping. Je kunt zo langer oefenen met klinisch redeneren en krijgt de kans om je praktische vaardigheden verbeteren. Ik merk dat ik daardoor steviger in mijn schoenen sta. Het liefst ga ik straks sportpaarden begeleiden. Omdat ik zelf ook in de wedstrijdsport zit, merk ik dat ik makkelijk kan communiceren met de eigenaren. We spreken als het ware dezelfde taal. Daarnaast lijkt het me heerlijk om veel buiten te werken en ‘s ochtends niet te weten hoe de rest van mijn dag eruit komt te zien. Voor mij is paardendierenarts het mooiste beroep dat er is!”

  • Hester de Vries over de track One Health

    “Voor mij was dierenarts worden altijd een kinderdroom. Ik heb meerdere familieleden die een boerderij hebben, onder andere in Zweden. Hierdoor is mijn interesse  voor landbouwhuisdieren ontstaan. Ook het type mens in deze sector spreekt mij aan: nuchter, realistisch en gezellig."

    “Inmiddels ben ik met deze master gestart en ik vind het fijn dat er nu ruimte is voor praktijkonderwijs. In de bachelor lag de nadruk voonamelijk op de theorie. Ik heb bewust gekozen voor de track One Health, omdat ik geïnteresseerd ben in de raakvlakken tussen humane geneeskunde en diergeneeskunde. Daar zitten veel meer overeenkomsten in dan mensen vaak denken. Momenteel volg ik vakken als Exposure Assessment, Infectieziekten en Risk Assessment. Het leuke is dat er ook regelmatig gastsprekers uit het beroepsveld worden uitgenodigd, zoals specialisten van het Centraal Veterinair Instituut (CVI).  Ik denk dat er op het gebied van One Health veel te winnen valt, denk maar eens aan kennisuitwisseling zoals we dat hebben gezien rondom de uitbraak van  Q-koorts. Hierin kunnen dierenartsen en humane artsen  echt iets voor elkaar betekenen. Zelf ga ik ook een bijzondere onderzoeksstage doen op het gebied van One Health. Het unieke hieraan is dat ik dat samen ga doen met een hele leuke student Geneeskunde. Samen met mijn tweelingzus vertrek ik voor vier maanden naar Zuid-Afrika waar we onderzoek gaan doen naar kennis, gebruik en houding ten aanzien van antibioticagebruik. We willen enquêtes af gaan afnemen onder dierenartsen, veehouders, huisartsen en de bevolking. Ik kijk hier erg naar uit, het lijkt me een unieke ervaring!”

    “Hoe ik mijn toekomst zie? Ik wil mij later graag bezig houden met bijvoorbeeld beleid op het gebied van One Health. Maar voor die tijd wil ik eerst aan de slag als praktiserend dierenarts. Je kunt naar mijn mening pas beleid maken als je weet waar je over praat.”

  • Klaske Brongers over de track bestuur en beleid

    Klaske Brongers

    “Ik wilde graag paardendierenarts worden en koos daarom niet voor niets voor de master Paard. Helaas ontwikkelde ik een allergie voor stallen, waardoor paardendierenarts geen optie meer was. Dat was wel even slikken! Gelukkig heeft Marianne Sloet, universitair hoofddocent bij het departement Gezondheidszorg Paard, mij enorm goed geholpen. Ik kwam erachter dat er voor mij nog vele andere opties waren om  te kunnen afstuderen en een carrièrepad te ontwikkelen.

    Ik koos daarom voor de track Bestuur en Beleid en heb met behulp van mevrouw Sloet een programma samengesteld waarin ik ervaring kon opdoen binnen verschillende organisaties. Ik ben gestart bij de apotheek waar ik zeven weken lang verschillende opdrachten heb uitgevoerd. Zo heb ik bijvoorbeeld meegewerkt aan het formularium voor de Universiteitskliniek voor Paarden en mee geholpen met het opstellen van het antibioticabeleid. Na deze periode heb ik bij de KNMvD onderzocht hoe leden invloed uit kunnen oefenen op het beleid van de KNMvD. Ook heb ik een kijkje kunnen nemen in de keuken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Ik heb daar onder andere kunnen zien wat het werk van een dierenarts in de haven van Rotterdam inhoudt en hoe het er aan toegaat op het Incident en Crisiscentrum voor dierziekten. Vervolgens ben ik ruim tien weken werkzaam geweest bij de paardensportbond van Nederland, de KNHS. Hier heb ik ontzettend veel van geleerd! Met name hoe een grote organisatie als de KNHS werkt en in elkaar zit en wat de rol van de dierenarts hier kan zijn. Mijn hoofdopdracht was het opstellen van een draaiboek hoe te handelen bij een uitbraak van het West Nijl virus, met bijbehorende persberichten en meest gestelde vragenlijst. Dat betekende dat ik de taal van de dierenarts moest omzetten naar ‘lekentaal’. Een hele andere tak van sport betrof mijn stage bij de Hoge Agrarische School in Den Bosch. Hier heb ik ook zelf les gegeven, een spannende maar leerzame ervaring! Ik heb mijn track afgesloten bij  Elanco Animal Health, een farmaceutisch bedrijf. Ik heb mij altijd afgevraagd hoe het zou zijn om voor een commercieel bedrijf te werken en eerlijk gezegd bleek dat in de praktijk veel interessanter te zijn dan ik had gedacht!

    Ondernemerschap is binnen de track Bestuur en Beleid heel belangrijk. Je hebt wel gesprekken met docenten om erachter te komen wat bij je past, maar uiteindelijk moet je het zelf regelen. Dat vraagt om een zelfstandige en assertieve houding. Dankzij mijn track ben ik erachter gekomen hoeveel mogelijkheden er zijn voor een baan buiten de praktijk. Ook heb ik geleerd om mijzelf te presenteren en heb ik mijn CV kunnen uitbreiden. Je moet tijdens je studie al beginnen met het opbouwen van je carrière. Mij heeft dat zelfs mijn eerste baan opgeleverd!”

  • Linsey van de Reep over de track onderzoek

    Linsey van de Reep

    “Ik heb eerst twee jaar Diergeneeskunde in Antwerpen gestudeerd. Daarna werd ik gelukkig alsnog toegelaten in Utrecht. Tijdens mijn gehele studie heb ik iedere vakantie mee gelopen met dierenartsen, niet alleen in Nederland, maar ook in Suriname en bij de University of California in Davis. Hierdoor kwam ik er al snel achter waar mijn interesses liggen, namelijk dierenwelzijn, diergedrag en dierhouderij. Ik wilde meer de diepte in en daarom koos ik in mijn master voor de track Onderzoek. Zo kwam ik terecht bij het departement Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren waar ik kon meewerken aan het promotieonderzoek van Ellen Meijer naar kreupelheid bij varkens. Binnen dit onderzoek voerde ik mijn eigen deelonderzoek uit. Dat betekende dat ik eerst op zoek moest gaan naar meer informatie over dit onderwerp en dat ik in de literatuur moest duiken. Vervolgens heb ik een onderzoeksvoorstel geschreven en na goedkeuring heb ik mijn eigen DEC-aanvraag gedaan.

    Mijn onderzoek richtte zich op de relatie tussen kreupelheid van biggen en hun activiteit. Hierbij maakte ik gebruik van een accelerator die via een hondentuigje aan de big werd vastgemaakt. Dit apparaat meet de activiteit van de big. Gelukkig merken de dieren daar niets van! In het tweede deel van mijn onderzoek gaf ik kreupele biggen pijnstillers om erachter te komen of dit van invloed was op hun activiteit. Zo kwam ik erachter of de accelerometers geschikt zijn om een interventiemiddel, zoals pijnstilling, te onderzoeken.

    Het leuke aan mijn onderzoek was dat ik zowel literatuuronderzoek deed, als ook daadwerkelijk met de dieren zelf bezig was! Ook heb ik veel samengewerkt met mensen met een andere achtergrond dan ik, dat was een leerzame ervaring. Voordeel is dat je tijdens je studie extra onderzoek kunt doen en dat je nog steeds afstudeert als algemeen bevoegd dierenarts. Minpuntje is dat ik minder klinische ervaring heb opgedaan dan mijn medestudenten, maar dat heb ik ruimschoots gecompenseerd tijdens de stages die ik in mijn vakanties heb gedaan. Dat laatste kan ik overigens iedereen aanraden! Het is wel belangrijk dat je tijdens je track Onderzoek zelf het initiatief neemt. Dat geldt trouwens voor de gehele studie. Jij weet zelf het beste wat je wel of niet leuk vindt en daar moet je ook naar handelen.”

  • Annemiek Bruijne over de track Animal Welfare Management

    “Binnen de diergeneeskunde gaat mijn interesse uit naar het gedrag van dieren en naar dierenwelzijn. Dierenwelzijn is natuurlijk een actueel thema en beslaat alle dierenpopulaties: van dierentuindieren tot productiedieren. Kwaliteit van leven van een dier staat centraal in deze track. Je kiest binnen de track voor een bepaalde dierenpopulatie. Ik heb ervoor gekozen om te kijken naar het welzijn en gedrag van de onderwijshonden van het departement Geneeskunde van Gezelschapsdieren. Dit heb ik gedaan tijdens mijn stageperiode van twaalf weken. Tijdens het onderwijs reageren de honden altijd enthousiast op studenten en wordt er goed voor ze gezorgd, maar misschien valt er in het kader van de leefomstandigheden nog wat te halen. Het kan natuurlijk altijd beter. Aan het einde van de track heb ik mijn animal welfare managementplan gepresenteerd, met daarin ook een advies.”

    Saskia Arndt, universitair docent  Dierenwelzijn en proefdierkunde, over de track Animal Welfare Management

    “Kennis delen, eigen initiatief, discussie, dialoog en multidisciplinariteit, het zijn allemaal thema’s die ik belangrijk vind in het onderwijs. Deze aspecten zie je terug in de track. De student wordt als het ware eigenaar van zijn eigen onderwijstraject. Door bijvoorbeeld zelf een dierenpopulatie uit te kiezen en zelf een stageplek te zoeken bij een van de departementen of buiten de faculteit bij bijvoorbeeld een dierentuin of asiel. Ik vind het belangrijk om te anticiperen op ontwikkelingen die er gaande zijn in de samenleving. Dierenwelzijn staat steeds hoger op de agenda van zowel politiek als maatschappij. De dierenarts van de toekomst zou als manager en adviseur op moeten kunnen treden als het gaat om dierenwelzijn. Of dit nu om een muis gaat of om een kudde schapen. In deze track gaan studenten de theorie die ze in de bachelor geleerd hebben, toepassen in de praktijk. Ze kijken naar de  bedreigingen voor het dierenwelzijn, ze ontwikkelen methodes om die bedreigingen te meten en ze zetten een strategie uit om het dierenwelzijn te verbeteren. Dit doen ze allemaal op verschillende gebieden: van juridisch tot ethisch en van economisch tot filosofisch. Naast het onderzoek volg je als student ook vier keuzevakken op het gebied van welzijn, gedrag van dieren, ethiek, neurobiologie en wetgeving. De te volgen keuzevakken maken deel uit van de track. Twee van de keuzevakken volgen de studenten hier en twee mogen ze buiten de faculteit volgen. Dit is erg belangrijk, wij geven de student hiermee veel vrijheid. Daardoor wordt de student nog meer eigenaar van zijn eigen onderwijstraject.”