Studieprogramma

Het nieuwe studiejaar 2022-2023 van deze lerarenopleiding start op 5 september 2022. Op dit moment hebben de ontwikkelingen rondom het Coronavirus geen gevolgen voor de start van het nieuwe studiejaar. De Universiteit Utrecht volgt de richtlijnen van het RIVM en de Nederlandse overheid om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Meer weten? Bezoek de website met meer informatie over het coronavirus.

Het masterprogramma Geografie: educatie en communicatie heeft een studielast van 120 EC, verdeeld over twee jaar. Vakinhoud, communicatie over het vak, didactiek, stage en educatief geowetenschappelijk onderzoek zijn de kernelementen van de tweejarige masteropleiding. Het programma bestaat uit 60 EC vakinhoud en 60 EC beroepsvoorbereiding en is opgebouwd uit vier modules van elk 30 EC:

Vakinhoud

  • de Vakinhoudelijke module, waarin je je vakkennis vergroot, en leert over de toepassing van geografische kennis in educatieve en communicatieve context;
  • de Onderzoeksmodule, waarin je je verdiept in de nationale en internationale ontwikkelingen in het schoolvak aardrijkskunde, en een scriptie schrijft op het gebied van Geografie: educatie en communicatie;
  • naast de vakinhoudelijk verplichte cursussen biedt het programma ruimte om vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische keuzecursussen te volgen.

Beroepsvoorbereidend

  • de Educatieve module, waarin je de basis leert van lesgeven in het schoolvak aardrijkskunde, en stage loopt in een onderbouwklas;
  • de Eerstegraads module, waarin je je kennis en ervaring in het lesgeven in het schoolvak aardrijkskunde uitbreidt en verdiept, en stage loopt in een bovenbouwklas;
  • de Educatieve module en de Eerstegraads module richten zich voor een groot deel op het verwerven van praktische vaardigheden.

Opbouw van het studieprogramma

Hoe je studieprogramma eruitziet, is o.a. afhankelijk van het moment dat je start met het programma. Je kunt starten in september (aanmelddeadline 1 april) of in februari (aanmelddeadline 15 oktober). Echter, als je in het bezit bent van een tweedegraads bevoegdheid Geografie, of als je bent toegelaten tot het U-TEAch programma, kun je alleen starten in september.

Kies hier je studieprogramma:

Praktijkervaring via stage of baan

Tijdens de Educatieve module en de Eerstegraads module volg je de praktijkcursussen Professional in Praktijk 1 en respectievelijk Professional in Praktijk 2. Tijdens deze cursussen ben je een groot deel van de week (minstens zes dagdelen tijdens PiP1 en vier tijdens PiP2) op je praktijkschool (via stage of een baan) te vinden.

We hanteren een deadline voor de keuze van de student voor één van de varianten in verband met de hoeveelheid benodigde stageplaatsen. De exacte datum staat in de bijlage bij de toelatingsbeschikking die je krijgt via team Mastertoelating.

Kandidaten met een eerste- of (beperkte) tweedegraads bevoegdheid

Heb je binnen je bacheloropleiding een educatieve minor in hetzelfde schoolvak als de masteropleiding afgerond? Of heb je een hbo lerarenopleiding afgerond? Dan beschik je over een (beperkte) tweedegraads bevoegdheid. Je masterprogramma kan dan verkort worden met een half jaar. Je kunt er ook voor kiezen om die ruimte te gebruiken om je kennis te verdiepen door een keuze te maken uit het ruime aanbod aan keuzecursussen (zie hierboven). Ook kandidaten in het bezit van de volgende bevoegdheden kunnen aanspraak maken op vrijstellingen (mits tevens in het bezit van een universitair bachelor- en masterdiploma): een tweedegraads bevoegdheid in een ander schoolvak, een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een universitaire lerarenopleiding en een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een hbo-master.

Masterthesis

In de Onderzoeksmodule voer je een onderzoek uit op het gebied van geografie en educatie of communicatie, en schrijf je een thesis over je onderzoek. Voorbeelden van onderwerpen:

  • Ontwerponderzoek, gericht op het ontwerpen van lesmodules om leerlingen te betrekken bij klimaatadaptatie in hun eigen omgeving. 
  • Casestudy om te bepalen hoe docenten aandacht besteden aan wereldburgerschapsvorming.
  • Grootschalige enquêtes om te bepalen hoe jongeren denken over klimaatverandering, en welke factoren van invloed zijn op hun houding en handelingsbereidheid.
  • Analyse van schoolboeken, over hoe beeldvorming over de EU wordt gestimuleerd.
  • Meting van de effecten van een overheidscampagne om burgers aan te sporen tot duurzaam watergebruik.