Studieprogramma

Het masterprogramma Geografie: educatie en communicatie heeft een studielast van 120 EC, verdeeld over twee jaar. Vakinhoud, communicatie over het vak, didactiek, stage en educatief geowetenschappelijk onderzoek zijn de kernelementen van de opleiding.

Opbouw van het studieprogramma

Hoe je studieprogramma eruitziet, is o.a. afhankelijk van het moment dat je start met het programma. Je kunt starten in september (aanmelddeadline 1 april) of in februari (aanmelddeadline 15 oktober). Als je echter in het bezit bent van een (beperkte) tweedegraads bevoegdheid in het schoolvak aardrijkskunde of een ander schoolvak (én voldoet aan de vakinhoudelijke toelatingseisen), óf als je bent toegelaten tot het U-TEAch programma, kun je alleen starten in september.

Kies hier je studieprogramma:

Inhoud van het studieprogramma

Het programma bestaat uit 60 EC vakinhoud en 60 EC beroepsvoorbereiding en is opgebouwd uit vier modules van elk 30 EC. De volgende modules worden onderscheiden:
 

  • Vakinhoud
    • vakinhoudelijke module
    • onderzoeksmodule
  • Beroepsvoorbereidend
    • educatieve module 
    • eerstegraads module

Standaard volg je dus één module per semester. Hieronder volgt informatie over elke module.

Vakinhoudelijke module

Dit semester vergroot je je vakkennis en leer je over de toepassing van geografische kennis in educatieve en communicatieve context. Naast de twee verplichte vakinhoudelijke cursussen Introductie Geografie, educatie en communicatie en Atelier educatief ontwerpen voor geografen kies je ook drie vakspecifieke keuzecursussen. 

Onderzoeksmodule 

Tijdens dit semester verdiep je je in de nationale en internationale ontwikkelingen binnen het schoolvak aardrijkskunde en schrijf je een scriptie op het gebied van de Geografie: educatie en communicatie. Het onderwerp van je scriptie kan voortkomen uit een vraag van je stageschool.  Voorbeelden van onderwerpen: 

  • Ontwerponderzoek, gericht op het ontwerpen van lesmodules om leerlingen te betrekken bij klimaatadaptatie in hun eigen omgeving.  
  • Casestudy om te bepalen hoe docenten aandacht besteden aan wereldburgerschapsvorming. 
  • Grootschalige enquêtes om te bepalen hoe jongeren denken over klimaatverandering, en welke factoren van invloed zijn op hun houding en handelingsbereidheid. 
  • Analyse van schoolboeken, over hoe beeldvorming over de EU wordt gestimuleerd. 
  • Meting van de effecten van een overheidscampagne om burgers aan te sporen tot duurzaam watergebruik. 

Naast de scriptie volg je nog een vakspecifieke keuzecursus. 

Educatieve module

Tijdens deze module ontwikkel je je professionele competenties en leer je hoe je je kennis en vaardigheden overbrengt op je leerlingen. Ook loop je stage: tijdens de praktijkcursus Professional in Praktijk 1a/b ben je in minstens zes dagdelen op je stageschool te vinden. Je loopt voornamelijk stage in tweedegraads gebied. Je lessen op de universiteit vinden tijdens de educatieve module in principe altijd plaats op maandag. Op de andere dagen ben je beschikbaar voor je stage, of baan indien je de opleiding in de baanvariant volgt. 

Beschik je over een (beperkte) tweedegraads bevoegdheid? Dan kun je vrijstelling krijgen voor deze module. Onder de kop "Heb je al een lesbevoegdheid” kun je hier meer over lezen (zie hieronder).

Eerstegraads module 

Tijdens de eerstegraads module breid je je kennis over en ervaring in het lesgeven in het schoolvak aardrijkskunde uit, verzorg je tijdens je tweede stage 60 lessen zelfstandig in het eerstegraads gebied tijdens de praktijkcursus Professional in Praktijk 2 én kies je een beroepsvoorbereidende pedagogische en een beroepsvoorbereidende algemene keuzecursus. Het onderwijs op de universiteit vindt tijdens de eerstegraads module in principe altijd plaats op dinsdag. 

Praktijkervaring via stage of baan

Tijdens de educatieve module en de eerstegraads module volg je o.a. de praktijkcursussen Professional in Praktijk 1 (PiP1) en Professional in Praktijk 2 (PiP2). Tijdens deze cursussen ben je een groot deel van de week (minstens zes dagdelen tijdens PiP1 en vier tijdens PiP2) op je praktijkschool (via stage of baan) te vinden. Hieronder vind je meer informatie over je praktijkuren.

Meer informatie over de praktijkuren (zoals stageplaatsing en begeleiding) lees je in de stagebrochure.

We hanteren een deadline voor de keuze van de student voor één van de varianten in verband met de hoeveelheid benodigde stageplaatsen. De exacte datum staat in de bijlage bij de toelatingsbeschikking die je krijgt van team Mastertoelating.

Heb je al een lesbevoegdheid?

Heb je binnen je bacheloropleiding een educatieve minor in hetzelfde schoolvak als de masteropleiding afgerond? Of heb je een hbo-lerarenopleiding afgerond? Dan beschik je over een (beperkte) tweedegraads bevoegdheid. Je masterprogramma kan dan verkort worden met een half jaar. Je kunt er ook voor kiezen om die ruimte te gebruiken om je kennis te verdiepen door een keuze te maken uit het ruime aanbod aan keuzecursussen (zie hierboven).

Ook kandidaten in het bezit van de volgende bevoegdheden kunnen aanspraak maken op vrijstellingen (mits tevens in het bezit van een universitair bachelor- en masterdiploma):

  • een tweedegraads bevoegdheid in een ander schoolvak;
  • een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een universitaire lerarenopleiding;
  • een eerstegraads bevoegdheid in een ander schoolvak behaald via een hbo-master.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met de studieadviseurs.