Master Geneeskunde: de nieuwe opbouw

De masteropleiding Geneeskunde beslaat drie jaar. In het eerste en tweede jaar ligt de focus op de beroepspraktijk en de bekwaming in de meest voorkomende gezondheidsvraagstukken. In het derde jaar draait het met name om verdieping en verbreding in de beroepspraktijk, toenemende verantwoordelijkheid en een grotere focus op wetenschap en/of onderwijs.

Schematische weergave van het nieuwe curriculum van de Master Geneeskunde. In de tekst op de pagina is dit schema omschreven.

Masterjaar 1 en 2: Coschappen en Onderwijs

In de eerste twee jaren zijn er drie periodes van coschappen (LINKs). Tijdens je coschappen ben je vier dagen per week op de werkplek. Eén dag per week is voor zelfstudie of een terugkomdag. De eerste twee LINKs (klinisch leertraject) bevatten coschappen in verschillende disciplines in het ziekenhuis. Het ene LINK richt zich op meer beschouwende vakken, de andere op meer snijdende vakken. Elke LINK start met een voorbereidend blok van drie weken, gevolgd door 16 weken coschap. Het derde LINK richt zich op vakken die voornamelijk buiten het ziekenhuis uitgevoerd worden. Dit LINK start ook met drie weken voorbereidend blok en duurt 19 weken. Twee weken zomer- en twee weken kerstvakantie zijn ingeroosterd.

Project DNUS

In het tweede masterjaar is er een project van tien weken met focus op de visie van De Nieuwe Utrechtse School (DNUS). Dit project benadrukt interdisciplinariteit, adaptieve expertise en maatschappelijke betrokkenheid. Je kunt kiezen uit verschillende thema’s en je werkt samen met studenten van universiteiten als Wageningen en Eindhoven.

Keuzestages en Wetenschap

Er zijn twee keuzestages van zes weken in de eerste twee jaren, die je kan invullen met een coschap, wetenschap of onderwijs. In minstens één keuzestage moet een wetenschappelijke component zitten, zodat studenten wetenschappelijke vaardigheden ontwikkelen. De stages kunnen ook in het buitenland plaatsvinden, mits je tenminste één LINK in masterjaar 1 hebt afgerond.

Praktisch lijnonderwijs

In het praktisch lijn onderwijs leren studenten (klinische) vaardigheden die van belang zijn voor de coschappen en het goed leren in de praktijk.

Discipline overstijgend onderwijs

Dit bestaat uit meerdere onderdelen die bijdragen aan de vorming van de student tot basisarts. Deze onderdelen noemen we: Ik als mens, Ik als academicus, Ik als samenwerker en Ik midden in de samenleving.

iVTG

Dit is de interuniversitaire VoortgangsToets Geneeskunde, waarmee je meerdere keren per jaar je kennisprogressie kan controleren. In jaar 2 van de master toetsen we of je kennisprogressie voldoende is voor afstuderen in jaar 3.

Masterjaar 3: Verdieping en Academische Vorming

Masterjaar 3 blijft grotendeels ongewijzigd, en bevat veel keuzeruimte gericht op verdieping, verbreding en academische vorming. Dit geeft studenten de kans om zich verder te ontwikkelen in hun specialisatie.