Cursussen

Het master programma Geneeskunde van gezelschapsdieren bestaat uit de major uniform en gedifferentieerd en de profileringsruimte. De onderdelen van de major zijn verplicht. In de profileringsruimte kies je voor een specifieke track, de onderzoeksstage (verplicht) en keuzecursussen. Je kunt er voor kiezen een of meerdere keuzecursussen buiten faculteit Diergeneeskunde te volgen. Er gelden enkele randvoorwaarden.

Major uniform (verplichte cursussen)

Management en maatschappelijke verantwoordelijkheid van de dierenarts (verplicht)

Inhoud van het masteronderdeel

De rode draad is het voorbereiden op het dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheden als dierenarts en het toepassen van management, waarbij de apotheek van de dierenartsenpraktijk centraal staat als voorbeeld.
Met het oog op het goed functioneren in de klinieken is het zgn. Apotheekstartbewijs ingevoerd. Tijdens de eerste periode moet de student dit bewijs verdienen door een kennis-/inzichttentamen en een vaardigheidstentamen succesvol af te sluiten. Voorbereidend hierop worden de volgende apotheekvaardigheden getraind: documentatie opsporen, doseren, recept en attest, baliewerk, afval verwerken, blootstellingspreventie, etc. Tevens oefent de student zich in het geven van de juiste informatie over een in Nederland geregistreerd diergeneesmiddel, inclusief mogelijke knelpunten met betrekking tot dit middel.De relevantie voor de beroepsuitoefeningVaardigheden die getraind moeten worden op het gebied van management zijn onderverdeeld in taakgericht management en procesgericht management. Voor taakgericht management komen aan de orde: praktijkfinanciën, tarifering, financiële levensloop, marketing, praktijkoverdracht, personeelsbeleid. Deze onderwerpen worden deels verzorgd door de AUV, VvAA en de KNMvD. Procesgericht management richt zich op vaardigheden met betrekking tot samenwerken, conflicthantering, onderhandelen en ergonomie.
De student is zelf verantwoordelijk voor het behalen van de eindtermen binnen het aangeboden onderwijs. Als middel voor monitoring voor de student zelf en voor de uiteindelijke tentaminering dient het Persoonlijk Praktijk Portfolio (PPP).

Verantwoord Proefdiergebruik (verplicht)

Het blok Verantwoord Proefdiergebruik bouwt voort op de in de bachelor fase opgedane kennis en vaardigheden t.o.v. verantwoord proefdiergebruik. In het blok worden de interdisciplinaire aspecten van verantwoord proefdiergebruik bij elkaar gebracht, aangevuld met proefdier specifieke aspecten en toegepast op een proefdierkundig onderwerp:

  • Basistechnieken voor het toedienen en afnemen van stoffen aan verschillende proefdiersoorten;
  • Ethische afweging betreffende dierproeven
  • Integreren van in de bachelor verworven kennis m.b.t. proefdiergebruik en toerpassen van deze kennis op een proefdierkundig onderwerp

Beoordeling vindt plaats op basis van een werkcollegeopdracht (WCO). Deze is zo opgebouwd dat de studenten via kritische analyses, ethische en praktische afwegingen, hun eigen keuzes kunnen onderbouwen. Zij passen de tijdens de studie verworven kennis toe op een proefdierkundig onderwerp. De studenten zoeken informatie, beoordelen deze, maken keuzes voor een zelf op te zetten proefprotocol dat zij uitwerken en onderbouwen. Hierop wordt dan kritisch gereflecteerd door een andere groep (peer review). Hierdoor worden de studenten ertoe gebracht twee keer kritisch na te denken, de eerste keer over bestaande literatuur waarop zij eigen keuzes baseren en de tweede keer over de keuzes van de medestudenten. Hierdoor leren de studenten van elkaars goede voorbeelden en fouten.
Het landelijk examen voor het art.9 certificaat is optioneel en wordt alleen in Osiris geregistreerd wanneer dit is behaald. Inschrijven voor deelname kan gedurende de hele masterfase op Blackboard.

Hygiëne en Microbiologische en Pathologische Diagnostiek (verplicht)

Binnen het onderdeel HMPD zul je gedurende 3 weken kennis en inzicht in de methodologie van aanvullend pathologisch en microbiologisch onderzoek vergaren en toepassen. Ook hygiëneconcepten en algemene principes van de voedingsmicrobiologie komen aan bod. Het pathologisch en microbiologisch onderzoek wordt besproken in de context van een klinische casus waarbij u zelf inzicht vergaart in de keuze van monstername en de uiteindelijke interpretatie van de gegevens. Je zult zelf enkele secties en microbiologische diagnostische technieken uitvoeren om het belang van systematisch werken, de risico’s van verlies van informatie, het belang van hygiëne en van een goede monstername te onderstrepen. Naast het oefenen van vaardigheden wordt veel aandacht besteed aan de beoordeling en interpretatie van de resultaten uit pathologische en microbiologisch onderzoek en het terugkoppelen van deze gegevens naar de problematiek van het individuele dier of koppel waartoe het dier behoorde, het product of de omgeving. 

Major gedifferentieerd (verplichte cursussen)

Gedifferentieerde co-schappen Gezelschapsdieren (verplicht)

Het onderdeel “gedifferentieerd coassistentschap Gezelschapsdieren” van de master GD zal in de meeste gevallen gevolgd worden nadat de student de gemeenschappelijke onderdelen van de master (verantwoord proefdiergebruik, management en maatschappelijk verantwoordelijkheid van de dierenarts en hygiëne en microbiologische en pathologische diagnostische technieken) heeft doorlopen.
Het onderwijsprogramma bestaat uit een viertal thematische onderwijsblokken. De studenten volgen het programma eerst op niveau 1 (Niv1) en later op niveau 2 (Niv2). De vier blokken zijn: (1) de opgenomen patiënt, (2) groei, beweging en ontwikkeling, (3) homeostase/stofwisseling en (4) de chirurgisch patiënt. Elk van de vier blokken op Niv1 sluit aan op het onderwijs in de bachelor. Na het doorlopen van de vier blokken op Niv1 zullen de studenten, indien logistiek mogelijk, het basis coassistentschap Landbouwhuisdieren en het basis coassistentschap Paard volgen. Vervolgens doorlopen de studenten de 4 blokken op Niv2. De blokvolgorde op Niv 2 is gelijk aan de volgorde op Niv1. In het onderwijsprogramma wordt veel aandacht besteed aan het werkplekleren en het competentie gestuurde onderwijs. De beoordelingen van competenties, die tijdens het werkplekleren gegeven worden, worden gedocumenteerd in het e-portfolio.

Extern onderwijs gezelschapsdieren (verplicht)

Het extern onderwijs wordt in een aaneengesloten periode van acht weken door de student gevolgd. Gedurende deze periode zal de student vier dagen per week in de praktijk onder supervisie van de extern docent werkzaam zijn. Bovendien is één dag per week voor reflectie en verdieping gereserveerd. Om de week wordt dit bij Gezelschapsdieren en Landbouwhuisdieren vorm gegeven door een “terugkomdag”. De overige roostervrije dagen zijn gereserveerd voor zelfstudietijd en ter voorbereiding van het eventuele terugkomonderwijs van de week daarop. De precieze invulling van het extern onderwijs verschilt per masterrichting.

Basiscoschap landbouwhuisdieren en veterinaire volksgezondheid (verplicht)

Het basiscoschap bestaat uit 10 weken:
3 meer theoretische weken waarin sectorkennis van drie diersoorten centraal staat
2 kliniekweken herkauwer
1 kliniekweek pluimvee
1 kliniekweek varken
2 weken waarin de nadruk ligt op de veterinaire volksgeondheidsaspecten
1 week bedrijfsprocessen Tolakker, met nadruk op veterinaire aspecten

Basiscoschap paard (verplicht)

​Tijdens dit coschap ligt de nadruk op de vakinhoudelijke/praktische aspecten van de paardengeneeskunde. Er is ook aandacht voor andere (meer algemene) competenties. Kennis en inzicht worden toegepast bij het oplossen van vragen/problemen bij het paard gebaseerd op de eindtermen van het gemeenschappelijke deel van de opleiding.
Vaardigheden zoals beschreven in de vaardighedenlijst voor het gemeenschappelijk deel van de opleiding worden getraind.
De student oefent in een praktijksituatie met een patiënt, een bedrijf of een casuïstiek en is gericht op het geïntegreerd toepassen van de kennis en vaardigheden opgedaan in de bachelorfase. Dit deels onder geconditioneerde omstandigheden en deels in de reële werkomgeving van de betreffende sector. Voor alle klinische thema’s is een patiënt of een zelfstudiemodule voorhanden. Na een ‘voorweek’ waarin belangrijke kennis en vaardigheden worden behandeld, herhaald en/of geoefend, volgen een week coschap bij de inwendige ziekten, een week bij de heelkunde, een week avond- en nachtdienst en een week bij de ambulante kliniek.

Profileringsruimte

Track verdieping gezelschapsdieren

De track verdieping Gezelschapsdieren bestaat uit een aantal verplichte weken, die voor elke student hetzelfde zijn en keuzeweken, waar de student zelf zijn of haar onderwijsprogramma kan samenstellen, binnen of buiten de faculteit.

Track Bestuur en Beleid

De track Bestuur en beleid kan interessant voor studenten die:

  • belangstelling hebben voor allerlei organisaties in de maatschappij, die zich op een of andere wijze bezighouden met dieren en diergeneeskunde;
  • politiek geïnteresseerd zijn en inzicht willen krijgen in de invloed van de politiek op de diergeneeskunde;
  • meer affiniteit hebben met aspecten van ondernemerschap in de diergeneeskunde.

Er wordt een grote zelfstandigheid van werken nagestreefd in de diverse organisaties waar de student gaat werken. Het studieplan wordt volledig door de student samengesteld in afstemming met de verantwoordelijke docent. Dat betekent dat de student in staat wordt gesteld zich te verdiepen in zijn/haar bijzondere interessegebieden.
De dierenarts die de track bestuur &beleid heeft doorlopen is toegerust met een pakket aan kennis en vaardigheden dat hem bij uitstek geschikt maakt om mee te denken over diergeneeskundige vraagstukken op het gebied van diergezondheid, dierwelzijn, voedselveiligheid en volksgezondheid en deze te vertalen naar de veterinaire “werkvloer". Er is zeker behoefte aan practici die meer inzicht hebben in bestuurlijke vraagstukken en weten hoe processen in organisaties en de politiek verlopen.
Studenten, die de track bestuur &beleid hebben gevolgd, kunnen, ondanks het feit dat ze minder klinisch onderwijs hebben gevolgd, prima als practicus aan de slag.

Let op: Bij afstudeerrichting Paard duurt de track twee weken korter dan bij de afstudeerrichtingen Landbouwhuisdieren en Gezelschapsdieren, daarom krijg je bij afronding 3 EC minder toegekend.

Randvoorwaarden

  • De duur van de track bedraagt maximaal 37-39 weken (paard 37 weken, andere 39 weken)
  • de track kan variabel worden opgebouwd, waarbij één onderdeel verplicht is:
    • cursus inleiding in bestuur en organisatie (USBO) is een verplichte cursus van 7,5 ECTS, die tweemaal per jaar gedurende 10 weken wordt gegeven (dus halftijds)
    • een vrije invulling van 10-12 weken (15-18 ECTS)
    • daarnaast is het mogelijk (een deel van) de keuzevakken (profileringsruimte) te besteden aan onderwerpen gelieerd aan de track (15 ECTS), maar dit is niet noodzakelijk.
    • de onderzoeksstage kan een onderwerp hebben dat in de lijn ligt met de verdere invulling van de track (18 ECTS), maar dit is niet noodzakelijk.

Track Onderzoek

De track onderzoek is één van de mogelijke track opties, waarvoor de student binnen ieder van de drie afstudeerrichtingen (LH-VV, GD, en P) kan kiezen.

De track onderzoek beoogt een eerste stap te zijn in de opleiding tot onderzoeker die veterinair en biomedisch relevante thema's kan integreren, vraagstellingen op dit terrein kan formuleren, en vooral ook onderzoek zelfstandig kan uitvoeren.
Het onderzoeksproject past binnen het onderzoeksprogramma van de groep waarvan de student voor een periode deel uit maakt en sluit daardoor aan bij de facultaire en universitaire speerpunten. Supervisie door een erkende onderzoeker ter plaatse, en (mede-)begeleiding door promovendi en laboratoriummedewerkers garandeert een optimale communicatie en interactie met de onderzoekomgeving. Tevens volgt de student een aantal cursussen ter verkrijging van algemene en specifieke vaardigheden (3 weken). De student kan er (vooraf) voor kiezen om de 10 vrije keuzeweken van de profileringsruimte te gebruiken om de track te verlengen.

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk deze variant te koppelen aan een promotie traject, waardoor het behalen van een doctors titel (PhD) na afronding van de master versneld kan plaatsvinden. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer zowel gedurende het (Master) Honours Programma als tijdens de vrije keuze weken en het verdiepend onderwijs (track)onderzoek verricht wordt, dat onderdeel uitmaakt van een promotieonderzoek. Meer informatie over deze track zoals het indienen en laten goedkeuren van een projectvoorstel en de volledige studiewijzer zijn te vinden in de module track onderzoek op Blackboard..
De dierenarts die de track onderzoek heeft doorlopen is toegerust met een pakket aan kennis en vaardigheden en heeft een professioneel gedrag dat hem bij uitstek geschikt maakt te functioneren in veterinair-biomedisch onderzoek. Door de combinatie van enerzijds specifiek diersoortoverschrijdend inzicht en anderzijds kennis en ervaring op het gebied van veterinair-biomedisch onderzoek is de dierenarts 'wetenschappelijk onderzoek' bij uitstek geschikt om als intermediair op te treden tussen het biomedisch onderzoeksveld en de (praktische/toegepaste) diergeneeskunde.

Let op: Bij afstudeerrichting Paard duurt de track twee weken korter dan bij de afstudeerrichtingen Landbouwhuisdieren en Gezelschapsdieren, daarom krijg je bij afronding 3 EC minder toegekend.

Track One Health

The MSc Veterinary Medicine track One Health will educate Veterinary BSc graduates to become veterinarian with extensive knowledge on One Health principles. A maximum of 25 students will be admitted annually. The One Health track will consist of a course based education period of 20 weeks and an internship of 20 weeks. Topics addressed are risk assessment, risk management and risk communication. The course based education period will be divided in a compulsory core program (10 weeks) and an elective program (10 weeks). Courses will identified by a “Track One Health Education Committee” the TOC OH. A student should provide the TOC OH an individual education program consisting of the compulsory core program, an elective course program and a internship based program. These programs will be reviewed by the TOC OH and must be approved by the TOC OH.The internship should fit within the total individual student’s education plan. In the internship period students should perform a research assignment of at least 12 weeks. International internships are encouraged.

In the remaining weeks of the internship period, One Health subjects related to the internship e.g. disaster preparedness and actions, food quality assurance systems will be studied by the students. Subjects and education goals to be met, for this period should be provided by the students in the individual education program (see above). A list of selected preferred partners for internships will be provided by the TOC OH. Every preferred partner will have a contact person at the Veterinary Faculty in Utrecht. Specific selection criteria for specific internships can exist. If the latter is the case, selection procedures for application will be provided. Part of the track One Health will be writing a Master Thesis.

Let op: Bij afstudeerrichting Paard duurt de track twee weken korter dan bij de afstudeerrichtingen Landbouwhuisdieren en Gezelschapsdieren, daarom krijg je bij afronding 3 EC minder toegekend.

Track Animal Welfare Management

This track equips students within the master’s programme to become veterinarian with specialist knowledge of Animal Welfare Management. A maximum of 25 students will be admitted annually. The track consists of 20 weeks of courses on specific topics combined with an research internship of 19 weeks (for those pursuing a track in equine veterinary medicine: 17 weeks). The taught element of the course is divided in a compulsory core program (10 weeks) and an elective program (10 weeks). Students will write their Master’s thesis related to their research internship and also prepare a dissertation specifically within the track (track thesis) which will be the development of an animal welfare management plan (AWMP).A maximum of 25 students will be admitted annually. For more details please contact the course coordinator Dr. Arndt.

Let op: Bij het masterprogramma Paard duurt de track twee weken korter dan bij de programma’s Landbouwhuisdieren en Gezelschapsdieren, daarom krijg je bij afronding 3 EC minder toegekend.

Onderzoekstage (verplicht)

Voor de onderzoekstage kan een keuze gemaakt worden uit onderwerpen die passen binnen de onderzoeksprogramma’s van de faculteit, aangeboden via blackboard of in onderling overleg met een medewerker van de faculteit overeengekomen. Onderwerpen hebben dus een veterinair of biomedisch karakter, of betreffen de veterinaire volksgezondheid.
Een onderzoekstage kan binnen ieder Departement van de faculteit Diergeneeskunde plaats vinden, maar, onder supervisie van een facultaire medewerker ook bij departementen van de faculteiten Geneeskunde, Biologie en Farmacie van de Utrechtse Universiteit en andere universiteiten (LUW), evenals bij onderzoek instituten, industrielaboratoria, ambtelijke instellingen op veterinair gebied en gezondheidsdiensten, in binnen- en buitenland.

Meer informatie over de onderzoeksstage zoals het indienen en laten goedkeuren van een projectvoorstel en de volledige studiewijzer zijn te vinden in de module onderzoeksstage op Blackboard.

Tijdens de stage wordt een (bescheiden) onderzoeksplan uitgevoerd, dat voor aanvang is getoetst aan de criteria van wetenschappelijkheid, haalbaarheid en creativiteit. Wetenschappelijke resultaten worden mondeling en schriftelijk gerapporteerd en beoordeeld door de supervisor (voorbereiding, praktisch werk, verslaglegging, presentatie) en een 2e beoordelaar (verslag).

Tropical Animal Health (keuzecursus)

The course will provide students the opportunity to gain insight into the peculiar and unique aspects of animal health and production in the tropics and involves the study of several important tropical infectious and parasitic diseases in order to give students insights in epidemiology, mode of transmission, pathogenesis, diagnostics and therapeutics. Special attention will go to control and preventive strategies (vaccine development, early warning systems, etc.). The role of vectors in transmission of some of the major tropical animal diseases is another focal point.The course will not only give students insights into the major tropical infectious diseases, but also includes typical management aspects of livestock husbandry systems in the tropics, the livestock-wildlife interface and transboundary disease management.

The major international organizations regarding animal health in developing countries and the contributing role of veterinarians in those organizations will be part of the course. The one health approach will be used, integrating veterinary medicine, human medicine and environmental science with special emphasis on the tropical human/livestock/wildlife interface.The course aims to create a clear perspective of the developing world, which is necessary to place tropical animal health into a broader context. As a result, introductory lectures on economical and environmental issues with emphasis on the developing world will also be part of the course.

Ethiek van diergebruik (keuzecursus)

Het betreft een verbreding, omdat het de mogelijkheid biedt om thema´s die niet, of in zeer beperkte mate, in het andere onderwijs aanbod komen in dit vak te presenteren. Hierbij gaat het zowel om een uitbreiding van dierethische als om beroepsethisch vraagstukken.

Thema’s waar de dierenarts met grote regelmaat mee te maken krijgt (b.v. Het al of niet doodspuiten van gezonde stierkalveren, de beslissing om te castreren als dat ten koste gaat van ongeboren kittens, de wijze van advisering als het gaat om weidegang en huisvesting van melkvee, maar ook bredere thema’s als de noodzaak van een ethische afweging bij ruimen Q-koorts en de regulering van antibioticagebruik.) of waar hij/zij op wordt aangesproken vanuit de samenleving of de overheid.

Eerder verworven kennis en vaardigheden op het terrein van ethiek wordt gemobiliseerd, verdiept en toegepast op concrete maatschappelijke vraagstukken, nieuwe kennis op het terrein van ethische theorie, morele oordeelsvorming, en de morele status van dieren die nodig zijn om als dierenarts met een concrete (klinische en maatschappelijke) ethische vraagstukken om te kunnen gaan worden opgedaan en nieuwe vaardigheden die de professional in staat stellen om – met inzicht van theoretische achtergronden – te komen tot praktische beslissingen worden ontwikkeld en daar wordt mee geoefend. Je leert actief te reflecteren op de eigen (veterinaire) rol en verantwoordelijkheid in de te behandelen maatschappelijke en ethische vraagstukken.

Mechanism-based veterinary pharmacology and toxicology (keuzecursus)

This elective course provides an opportunity for MSc students to acquire profound, knowledge on current scientific topics in (veterinary) pharmacology and toxicology and provides background and training to master the process to do so. Apart from specific expertise, participation in this course will contribute a critical attitude and skills in assessing and evaluating pharmacological and toxicological effects and teach you to pose the right questions for elaborating translational aspects of drugs and toxicants (life-long learning).

Each topic of this course departs from a recent high-interest scientific finding in (veterinary) pharmacology and toxicology and is an exercise to recognize, describe and present its potential value for future application in veterinary medicine. As a participant you will select and study one topic from literature, resulting in a written report. In the process, you will provide feed-back to other students working on different topics on the choices made, the approach taken, and the results obtained and you will receive such feedback yourself. This active role is an important part of the course and will be considered in the final assessment. Although this elective is designed as a stand-alone module, you may consider elaborating a subject linked to your personal interest or fitting with your MSc track. Selected high-interest topics are offered in the detailed course info. Please note that for elaborating a topic of your personal preference, you will need to inquire at least one month in advance of the start of the course (late proposals will not be considered). The course is suited for students from all stages in the MSc track.

Neurobiologie van Gedrag (keuzecursus)

Korte omschrijving In het diersoort-overschrijdende keuzevak Neurobiologie van Gedrag staan het functioneren van de hersenen en de rol van de hersenen bij het tot stand komen van gedrag centraal. Dieren en mensen zijn uitgerust met een breed gedragsrepertoire om te kunnen functioneren en overleven. De hersenen vormen een uiterst complex orgaan dat aan het stuur staat van ons complexe gedragsrepertoire. Als dierenarts zult u een grote diversiteit aan dieren tegenkomen met gedragsproblemen. Om dieren – van gezelschapsdieren tot paarden, kippen, varkens en dieren in het wild - goed te begrijpen en te behandelen is het belangrijk voor u om te begrijpen hoe functioneel en disfunctioneel gedrag bij dieren tot stand komt. Het keuzevak Neurobiologie van Gedrag is gestructureerd rondom een drietal thema’s: ‘Neuroanatomie en Neurofysiologie’, ‘Neurobiologie en Emotie’ en ‘Neurobiologie en Cognitie’ met als doel de kennis over neuroanatomie en neurobiologie van complexe gedragingen te vergroten. Emoties en cognitie zijn nauw met elkaar verbonden. Het is voor u als dierenarts belangrijk te begrijpen hoe dieren hun omgeving waarnemen, hoe gebeurtenissen in het interne en externe milieu emoties teweeg kunnen brengen, hoe dieren hierover leren en hoe cognitieve processen gebruikt kunnen worden bij de behandeling van de dieren die u in uw praktijk zult tegenkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een angstige hond die veel baat zou kunnen hebben bij counterconditionering. De integratie van de drie thema’s zal daarom ook nadrukkelijk aandacht krijgen in deze keuzecursus. Toetsing en beoordeling De studenten worden voor het keuzevak Neurobiologie van Gedrag beoordeeld en getoetst op een tweetal punten: de werkcollegeopdracht en een tentamen. De studenten maken groepsgewijs of in duo’s een werkcollegeopdracht. Het doel van deze opdracht is verdieping van de kennis over de neurobiologie van gedrag aan de hand van een relevante vraag en door het kritisch verzamelen en analyseren van wetenschappelijke literatuur. Door kruiselings elkaars opdracht te becommentariëren zullen de opdrachten nader verbeterd worden en in een minisymposium zullen de studenten de opdrachten aan de groep presenteren en bediscussiëren. Het keuzevak wordt afgesloten met een overkoepelend tentamen. Voor het tentamen moet de stof bestudeerd worden uit de hoorcolleges, werkcolleges, aangeleverde studiematerialen en zelfstudieopdrachten. Het eindcijfer wordt voor 70% bepaald door het tentamen en voor 30% door de werkcollegeopdracht.

Communicatie en marketing (keuzecursus)

Het keuzevak wordt als geheel gegeven (5 weken) en bevat de volgende aspecten (mogelijk in de toekomst modules):

Communicatie

  • de enorme hoeveelheid (veterinaire) kennis op een goede manier communiceren naar eigenaren, collegae en toezichthouders;
  • het ontwikkelen van een hoger niveau van intermenselijke communicatie;
  • presentatietechnieken (niet de inhoud) op een hoog niveau uit kunnen voeren, zowel voor kleinere als voor grote groepen;
  • oefenen en analyseren van verbale en non-verbale communicatie (en de reactie daarop);

Professioneel gedrag

  • het in beeld brengen van rolpatronen en eigen voorkeursgedrag van de deelnemende studenten;
  • beoordeling van meer of minder professioneel gedrag van anderen;
  • daardoor het verder ontwikkelen en toetsen van professioneel gedrag aan de hand van werkelijke situaties (dilemma's);
  • het professioneel acteren onder bijzondere omstandigheden (stress situaties, (veterinaire) crisissituaties, dreigende situaties);
  • Omgaan met crisiscommunicatie (uitbraken dierziekten, contacten CVO).

Organisatorische vaardigheden

  • organisatievormen in en rond de toekomstige werkkring;
  • overlegstructuren (gestructureerd vergaderen, interne audit);
  • methoden van time-management;
  • kwaliteit en borging;
  • het aansturen van mensen (in allerlei gezagsverhoudingen).

Sociaal-economisch inzicht

  • sociaal economische positie van de beroepsgroep en van het individu;
  • inzicht in marketing en aanbod van leveranciers;
  • analyse marketingtechnieken van anderen;
  • daardoor beter vermarkten van vakkennis en producten.

Netwerken

  • het in beeld brengen van netwerken binnen en buiten het beroepsveld en de rol van het individu daarin;
  • inzicht krijgen in de nationale en internationale (politieke) speelvelden van het beroepsveld;
  • aandacht voor de door de maatschappij verwachte rol van de dierenarts (poortwachter, One Health).

Dier en recht (keuzecursus)

Dier en recht speelt een steeds grotere rol in de samenleving. Of het nu gaat om een discussie over ‘animal cops’ of over megastallen, juridische vragen rond het houden van dieren, maar ook onze attitude ten aanzien van dieren, zijn aan de orde van de dag. Dat betreft zeker niet alleen productiedieren en gezelschapsdieren, maar ook wilde en al dan niet beschermde dieren. Dierenartsen, maar ook juristen en biologen, komen steeds vaker in aanraking met juridische onderwerpen. Dierenartsen moeten zich regelmatig verantwoorden voor de rechter, maar dierenartsen en andere deskundigen worden ook betrokken in vragen over verwaarlozing (Oostvaardersplassen), aansprakelijkheid, agressie, erfelijke afwijkingen, etc. Daarbij spelen mens, dier en maatschappij een rol, maar ook wordt specifiek het dierenwelzijn steeds in de vragen betrokken.

Dierenartsen krijgen de basiskennis die voor de uitoefening van hun vak noodzakelijk is, aangeboden binnen het onderwijs van DB3L4-EWM, DB3B25-EWM en DB3L05-DKR. De mastercursus biedt verbreding en verdieping van deze basiskennis.
Verbreding met onderwerpen zoals wildlife, aggressieve dieren, en de verschillen in regelgeving voor verschillende categorieën van dieren; productiedieren, gezelschapsdieren, wilde dieren, proefdieren. Verdieping doordat met een hoorcollege en een werkcollege per onderwerp, op basis van literatuur en presentaties, de kennis over het betreffende onderwerp wordt verdiept, met focus op uitoefening van de diergeneeskunde.

Ezels (keuzecursus)

In Nederland zijn meer dan 3000 ezels geregistreerd bij het Ezelstamboek en er komen nog jaarlijks ezels bij. “Ezels zijn geen paarden met lange oren” (quote Ezelsociëteit). Ze hebben een hoge pijngrens en daardoor word de ernst van een aandoening bij ezels door (paarden)dierenartsen wel eens onderschat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan koliekverschijnselen bij de ezel; deze zijn veel minder zichtbaar dan bij paarden.

Daarom is het belangrijk dat dierenartsen die ezels gaan behandelen goede kennis hebben over onder andere ezelgedrag, gewenste huisvesting, anatomie en fysiologie, klinische- en bloedparameters en farmacologie (verschillen met paard!) zodat een diagnose ook tot ezelspecifieke (be)handelingen kan leiden.

Aan bod komen onder meer normaal en afwijkend gedrag van de in Nederland gehouden ezels en de gewenste huisvesting. Maar ook beoordelen van het exterieur, het bekappen van hoeven en eerstelijns gebitsbehandelingen komen aan de orde. In dit keuzevak is er ook aandacht voor het klinisch en aanvullend onderzoek aan ezels. De te onderzoeken dieren staan voornamelijk bij de Ezelsociëteit te Zeist. Het is mede op verzoek van de Ezelsociëteit dat er meer aandacht is voor de ezel als gehouden dier binnen de Master Paard (en deels Landbouwhuisdieren en Gezelschapsdieren) en daarom zijn wij ter plaatse zeer welkom met onze studenten. Naast 12 hoorcolleges, (deels verzorgd door gastsprekers), 5 werkcolleges en 5 practica is er een onderzoeksopdracht (project), het Equiforum en een schriftelijke toets. Binnen de practica, het project en Equiforum is er expliciet aandacht voor professioneel gedrag.