Hieronder staan een aantal voorbeelden van de verplichte cursussen. Zie het cursusrooster onder Studieprogramma voor het totale overzicht.

Cursussen jaar 1

chronische aandoeningen

Het centrale thema van cursus FA-MA101 is een patiënt met een chronische ziekte. In deze cursus worden de volgende ziektebeelden en de bijbehorende geneesmiddelen behandeld: COPD, hartfalen, hartritmestoornissen, diabetes mellitus type I en II, migraine, dementie en ziekte van Parkinson. Ook wordt aandacht besteed aan oncologie/borstkanker.

Farmacotherapie op maat

In de cursus Farmacotherapie op maat staat de individuele farmacotherapeutische behandeling van de psychiatrische patiënt centraal. Belangrijke aspecten hierbij zijn farmacologische, fysisch-chemische en farmacotherapeutische eigenschappen van geneesmiddelen, de aangetoonde effectiviteit van geneesmiddelen en individuele patiëntkenmerken zoals farmacogenetisch profiel, co-medicatie en co-morbiditeiten. Deze aspecten komen in de cursus Farmacotherapie op maat aan de orde en worden toegespitst op de aandoeningen (therapieresistente) depressie, angst en bipolaire stoornis. Het doel van de cursus is dat de student inzicht krijgt in een zo optimaal mogelijke behandeling van de patiënt met bovenstaande aandoeningen, rekening houdend met individuele patiëntkenmerken.
 

Individuele productzorg

Een geneesmiddel kan alleen effectief zijn wanneer de juiste werkzame stof op het juiste moment op de juiste wijze wordt toegediend. Deze optimale toediening betreft zowel de toedieningroute als de toedieningsvorm. Alleen wanneer de stof in de juiste concentratie en met de juiste snelheid en de vereiste tijdsduur op de plaats van werkzaamheid aanwezig is kan er sprake zijn van optimale farmaceutische patiëntenzorg. In beginsel wordt dit in de klinische praktijk gerealiseerd met geregistreerde farmaceutische producten die een klinische en farmaceutische ontwikkeling hebben doorlopen. Kennis van deze farmaceutische producten is een randvoorwaarde om tot optimale farmaceutische patiëntenzorg te komen.
 
Tijdens deze cursus worden geneesmiddelen behandeld zoals ze door de farmaceutische industrie worden geleverd; waarom zijn ze zo samengesteld en wat zijn de consequenties van deze presentatievorm op de wijze van toedienen, de farmaceutische en/of biologische beschikbaarheid van het farmacon, de farmacokinetiek (en daarmee de werkzaamheid) en de wijze van bewaring?
 
Vanuit kennis van het farmaceutische product wordt de student zich bewust gemaakt van de (on)mogelijkheden die bestaan om een toediening te veranderen. Is het mogelijk om hetzelfde effect te bewerkstelligen door eenzelfde stof in een andere toedieningsvorm en/of andere toedieningroute te presenteren? Is het mogelijk om het geneesmiddelproduct te modificeren of op een alternatieve wijze toe te dienen? De student moet kunnen bepalen - voordat tot aanpassing van een handelspreparaat of bereiding van een preparaat voor een individuele patiënt wordt overgegaan - of een farmacotherapeutisch rationeel, werkzaam en veilig geneesmiddel ontworpen kan worden dat resulteert in het gewenste farmacotherapeutische effect.
 
Op basis van deze kennis leert de student een farmaceutisch alternatief te ontwerpen door het modificeren van een handelspreparaat, door het zogenaamde 'voor toediening gereed maken' van een handelspreparaat (VTGM), of door aangepast gebruik van een handelspreparaat.
 

Farmacie in praktijk

De integratie van taakgebieden en competenties staat in de cursus FA- MA104 Farmacie in praktijk centraal. De cursus is bedoeld om de student voor te bereiden op de rol van (mede)behandelaar. Het slaat een brug tussen de kennis en inzichten verworven aan de universiteit en de stages die de student gaat lopen. In deze cursus zijn de praktijksituaties in ‘gamesetting’, wat inhoudt dat er in een (onderwijs)omgeving geoefend kan worden.
De cursus levert een belangrijke bijdrage aan het verkrijgen van inzicht in de complexiteit van de taakgebieden en het werkveld van een apotheker. Daarnaast biedt de cursus een voorbereiding op de cursus Polyfarmacie, waarin de student met praktijksituaties in de apotheek in aanraking komt.
 

Medicatiebeleid

Tijdens de levenscyclus van een geneesmiddel speelt besluitvorming op basis van evidence over de (kosten-)effectiviteit en veiligheid van het betreffende geneesmiddel een belangrijke rol. Grofweg kunnen daarbij twee situaties worden onderscheiden: besluitvorming door beleidsmakers op (inter)nationaal niveau over toelating en vergoeding van geneesmiddelen en besluitvorming ten aanzien van toepassing in de klinische praktijk: het maken van farmacotherapeutische keuzes. In dit blok komt de student achtereenvolgens met beide situaties in aanraking.
 
In de eerste helft van de cursus verkrijgt de student basale kennis en vaardigheden op het gebied van farmaco-epidemiologie en farmaco-economie. Daarnaast krijgt de student in deze periode vooral inzicht in besluitvorming op basis van evidence ten aanzien van toelating en vergoeding van geneesmiddelen. Aan de hand van één specifieke casus (bijv. nieuw middel hepatitis of COPD of nieuw oncolyticum) wordt de student geconfronteerd met het perspectief van de patiënt en beleidsmakers (scoping: welke eindpunten zijn van belang en welke evidence zou je willen hebben) en gaat hij zelf kritisch kijken naar onderzoeken die ten behoeve van besluitvorming zijn ingediend (RCTs en farmaco-economische analyses) en de bijbehorende rapporten van registratie- en vergoedingsautoriteiten. CHMP vergaderingen en ZIN vergaderingen worden nagebootst om studenten te laten oefenen met argumenteren en ervaren hoe evidence wordt meegenomen in deze besluitvorming. Daarbij moet de student beleidsmatige keuzes met valide argumenten onderbouwen. Aan het eind van dit gedeelte van de cursus zal experts gevraagd worden om hun ervaringen in deze gremia te delen.
 
In de tweede helft van de cursus gaat de student zelf aan de slag met het uitwerken van één specifieke vraagstelling, waarbij op basis van gerapporteerd geneesmiddelenonderzoek farmacotherapeutische keuzes moeten worden gemaakt t.b.v. beleid op “lokaal” niveau (formularium of andere beleidsafspraken 1e lijnszorg of instelling). Hierbij gaan studenten ook aan de slag met prescriptiegegevens: zij formuleren een adequate vraagstelling om de kwaliteit van gemaakte afspraken rondom hun vraagstelling met behulp van prescriptiegegevens te analyseren. Ook is er op het gebied van mondelinge communicatie specifieke aandacht voor argumenteren: het helder verwoorden van het eigen standpunt en wetenschappelijke argumenten, de standpunten van de ander doorgronden en daarvoor openstaan en het zorgvuldig afwegen hiervan.

 

Geneesmiddelontwerp

Niet alle geneesmiddelen zijn in de gewenste toedieningsvorm verkrijgbaar, en soms is er voor een werkzame stof nog helemaal geen geschikte toedieningsvorm beschikbaar. De apotheker dient in staat te zijn om op grond van een aantal basisoverwegingen te komen tot een rationeel geneesmiddelontwerp. Hierbij is het van belang dat, uitgaande van een therapeutische behoefte, een werkzame stof farmaceutisch en biologisch beschikbaar gemaakt wordt; het geneesmiddel moet geproduceerd kunnen worden met beschikbare apparatuur en technieken. Daarnaast zal aan het bereide geneesmiddel een onderbouwde houdbaarheid moeten worden toegekend. Ook hoort een apotheker in staat te zijn vast te stellen of het bereide geneesmiddel voldoet aan vooraf gestelde specificaties (kwaliteitseisen). De cursus FA-MA106 Geneesmiddelontwerp beoogt de student toe te rusten voor deze taak. In deze cursus wordt verondersteld dat de student bekend is met de benodigde basiskennis uit de bachelorfase op de gebieden van fysiologie, biofarmacie en fysische-chemie.

Polyfarmacie

In de cursus Polyfarmacie staat de individuele patiënt met een combinatie van aandoeningen en daarbij horende farmacotherapie centraal. Belangrijke aspecten hierbij zijn het analyseren, beoordelen en optimaliseren van de huidige farmacotherapie van de betreffende patiënt. Ook het schriftelijk en mondeling communiceren over deze aspecten is onderdeel van de cursus. In de cursus Polyfarmacie komen de aandoeningen die eerder in de bachelor en het eerste jaar van de master farmacie aan de orde zijn geweest aan bod. Na afronding van de cursus kan de student academische kennis van geneesmiddelen en geneesmiddelgerelateerde problemen vertalen in (praktische) adviezen voor de patiënt en de arts.
In deze cursus maakt de student voor het eerst kennis met de beroepspraktijk door middel van een coschap in de openbare apotheek. Door cursorisch onderwijs te integreren met een coschap in de praktijk (werkplaatsleren), wordt de opgedane kennis direct toegepast in de praktijk.
Aan de cursus FA-MA107 kan alleen worden deelgenomen na het gevolgd hebben van de cursus FA-MA104.
 

Cursussen jaar 2

Therapeutische eiwitten
Het hoofddoel van deze cursus is dat studenten in staat zijn om de verschillen tussen organisch gesynthetiseerde moleculen en therapeutische eiwitten te doorgronden op alle daarvoor noodzakelijke aspecten. Dit vereist kennis van de structuur, stabiliteit, werking, formulering en productie van therapeutische eiwitten. Verder zullen ook biofarmaceutische aspecten van deze klasse van farmaceutische producten aanbod komen in de cursus. De andere pijler binnen de cursus is de patiëntenzorg. Doordat de studenten zich verdiepen in het werkingsmechanisme van een aantal aandoeningen, zullen zij beter instaat zijn om het optimale geneesmiddelengebruik van de individuele patiënt, te waarborgen. Tot slot zal er binnen deze cursus aandacht besteed worden aan vaccins, met name de mechanistische werking en productie. 

Klinische farmacie
Deze cursus is het eerste moment binnen het curriculum dat de student kennis maakt met de beroepspraktijk van een apotheker in het ziekenhuis. In jaar 1 van de master is kennis gemaakt met de beroepspraktijk in de openbare apotheek. Vanuit de productzorg borduurt de cursus verder op de cursus Individuele Productzorg. Zaken als het kiezen van de juiste toedieningsvorm en –route bestudeert de student ditmaal in de ziekenhuissetting, evenals het beoordelen van de uitvoerbaarheid van bereidingsverzoeken en het identificeren van alternatieve producten ten behoeve van adequate farmacotherapie.

Het cursorisch onderwijs in deze cursus zal doorlopend gekoppeld worden aan leeractiviteiten (coschap) in een ziekenhuis. Uitgangspunt is dat zit zoveel mogelijk dagelijkse activiteiten zijn die doorgaans ook door ziekenhuisapothekers worden uitgevoerd. Medicatieoverdrachtgesprekken, het vrijgeven van individuele bereidingen, het afhandelen van clinical rules en het voorbereiden van en participeren in multidisciplinaire overleggen zijn hierbij voorbeelden van activiteiten die de student (onder supervisie) zal uitvoeren in het ziekenhuis. 

Onderzoeksproject
Het onderzoeksproject vindt plaats in het tweede jaar van de master. Het heeft een omvang van 20 weken (30 studiepunten). In het onderzoeksproject pas je academische vaardigheden uit de bachelor toe op een onder begeleiding uitgevoerd individueel onderzoek. Het is de bedoeling dat hierbij de gehele onderzoekscyclus wordt doorlopen. Je hebt de vrijheid zelf een onderwerp te kiezen en uit te voeren bij het departement Farmaceutische Wetenschappen (bij het gerenommeerde onderzoeksinstituut UIPS). Je kunt ook terecht bij een groot aantal instituten, universiteiten en ziekenhuizen in Nederland. Verder is de onderzoeksperiode ook de ideale gelegenheid om voor je studie een tijdje naar het buitenland te gaan. Het departement heeft bijna overal ter wereld contacten voor het doen van onderzoeksprojecten.

Polyfarmacie i.s.m. LINK BLAUW (GNK)
De snelle toename van het aantal ouderen wereldwijd vormt een belangrijke uitdaging voor de gezondheidszorg en meer specifiek voor een veilig geneesmiddelengebruik. Ouderen lopen namelijk een groter risico dan jongere volwassenen op het ervaren van negatieve effecten van medicatie. Dit verhoogde risico wordt veroorzaakt door factoren als het tegelijkertijd voorkomen van verschillende chronische aandoeningen, de behandeling met verschillende medicijnen, een veranderde reactie van het lichaam op het geneesmiddel en praktische problemen tijdens het gebruik van geneesmiddelen. Het op een juiste manier voorschrijven of toedienen van medicatie en een zorgvuldige communicatie tussen zorgverleners kan farmacotherapie gerelateerde problemen verminderen.

Het doel van het blok polyfarmacie is dat de student zich bewust is van goed geneesmiddelgebruik en medicatieveiligheid; kennis en vaardigheden verwerft om te komen tot rationele farmacotherapie alsmede interprofessioneel leert en communiceert en hierdoor inzicht heeft in verschillen in expertise en denk- en zienswijze van  arts en apotheker.

Tijdens dit deel werken geneeskunde- en farmaciestudenten samen in groepjes. Deze samenwerking is ook onderdeel van de beoordeling.

Cursussen jaar 3
  • Therapie van Oncologische aandoeningen
  • Kwaliteitszorg en Patiëntveiligheid
  • Medicatiebeoordeling