Testimonials

  • Romy van Voren liep stage bij het Monumenten Bureau Aruba

    Romy van Voren

    "Tijdens de master Cultuurgeschiedenis van modern Europa liep ik stage bij het Monumenten Bureau Aruba. Aruba is een prachtig eiland met veel contrasten: witte stranden met wuivende palmbomen, kliffen aan de Oostkust en het binnenland waar de cactus het landschap domineert. Een buitenlandstage op Aruba klinkt echt als een droom, en dat was het natuurlijk ook, maar ik was ook gewoon 40 uur per week met mijn stage bezig.

    Ik deed onderzoek naar de betekenis, herkomst en geschiedenis van authentieke Arubaanse huizen met muurornamenten gepleisterd op de gevellijsten en friezen. Deze huizen worden in het Papiaments cas floria of cas decora genoemd (huis met bloemen of versierd huis) en zijn vooral te vinden in de kunuku, het platteland van Aruba. Ik werkte aan de inventarisatie van de cas floria, want nog niet alle huizen waren als monument bestempeld, en ik ging bij alle cas floria op het eiland (zo’n 200) langs om foto’s te nemen en de maten van de versieringen op te meten. Hierdoor heb ik in korte tijd enorm veel van het eiland gezien en had ik veel contact met de Arubaanse bewoners van deze prachtige huizen. Ook heb ik veel geleerd over de geschiedenis van het eiland. Ik interviewde een archeoloog, gespecialiseerd in de indianengeschiedenis van Aruba, en hij nam me vervolgens mee om grotschilderingen op het eiland te bekijken. Dat is iets wat niet veel mensen weten, maar Aruba heeft ontzettend veel grotschilderingen die redelijk goed bewaard zijn gebleven.

    Het menselijke aspect van de stage trok mij enorm. De bewoners wisten vaak weinig over de geschiedenis van hun huis, maar wilden er alles aan doen om mij te helpen. Ik werd enorm gastvrij ontvangen en de meeste mensen waren erg enthousiast over mijn onderzoek en over het feit dat hun huis daarin een rol speelde. Ook bij het Monumenten Bureau Aruba zelf werd ik meteen goed ontvangen. Ik deed mijn best om me aan te passen aan de Arubaanse cultuur: Papiaments leren, alles lekker rustig aan doen – en dat werd gewaardeerd. Ik kan het iedereen aanraden om het eiland te bezoeken en zich onder te dompelen in dit zonnige stukje Nederland."

  • Maarten Roos volgt de eenjarige docentenopleiding Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs (LVHO) Geschiedenis en Staatsinrichting

    “De master Cultuurgeschiedenis van modern Europa heeft me veel geleerd: binnen dit programma word je continu uitgedaagd om zelfstandig na te denken over de vele debatten die spelen rondom cultuur- en publieksgeschiedenis. Je vormt eigen standpunten en ontwikkelt je tot een cultuurhistoricus die problemen met een kritische en scherpzinnige blik durft te benaderen. Dit zijn voor mij belangrijke aspecten van een academische opleiding.

    In deze master werd ik gestimuleerd om mijn eigen interesses te verkennen. Zo ben ik geïnteresseerd in het Zuid-Limburgse mijnverleden. Bij een eindopdracht voor een vak heb ik onderzocht hoe de herinnering van dit verleden zich tot nu toe heeft ontwikkeld. Omdat dit soort onderzoeken  voor de regio Zuid-Limburg ook interessant zijn, heb ik mijn verslag doorgestuurd naar het Limburgs Dagblad. De krant reageerde direct: ik werd kort erna geïnterviewd voor de zaterdageditie (80.000 exemplaren), waarop ik vele reacties heb ontvangen.

    Momenteel volg ik de eenjarige docentenopleiding Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs (LVHO) Geschiedenis en Staatsinrichting aan de Universiteit Utrecht. Daar heb ik niet voor gekozen omdat ik geen baan kon vinden na mijn master, maar omdat mijn hart bij het onderwijs ligt – dat is al sinds mijn bachelor Geschiedenis duidelijk.

    Het netwerk dat ik tijdens mijn master heb opgebouwd en de kennis die ik heb opgedaan, maken het voor mij mogelijk om vele wegen te bewandelen in verschillende sectoren. Naast een mogelijke carrière in het onderwijs, zou ik het interessant vinden om te werken bij een gemeente, een museum of een erfgoedinstantie. Aangeleerde vaardigheden als kritisch analyseren, en het open staan voor meerdere perspectieven en groepen komen in al deze werkvelden goed van pas. Dat merk ik nu al tijdens mijn stage op een middelbare school.”

  • Lizanne Gille studeert Cultuurgeschiedenis van modern Europa

    Lizanne Gille

    “Tijdens de bachelorcursus ‘Wat is cultuurgeschiedenis?’ raakte ik geïnteresseerd in culturele benaderingswijzen van de geschiedenis. Ik koos voor de master Cultuurgeschiedenis van modern Europa om meer te weten komen over het Nederlandse erfgoed-, cultuur- en museumbeleid, aangezien dat de sector is waarin ik werk hoop te vinden.

    In deze master leer je dat geschiedenis niet alleen iets van het verleden is, maar dat iedereen zijn persoonlijke verleden probeert te plaatsen ten opzichte van grotere historische gebeurtenissen. Als student richt ik me op de manier waarop geschiedenis door het grotere publiek wordt geconsumeerd en welke rol de academische historicus hier in kan spelen. De publieksgeschiedenis voorzien van een analytische context om het collectieve beeld van de geschiedenis te corrigeren en te optimaliseren; dát is de taak die cultuurhistorici zichzelf moeten opleggen.

    Gedurende de opleiding ben ik in aanraking gekomen met het werkveld van de museologie, de studie naar de ontwikkelingen en werkwijzen van musea in de bredere context van de samenleving. Mede dankzij mijn stage bij Het Spoorwegmuseum raakte ik bekend met hedendaagse debatten over museologie en erfgoed. Daarom heb ik toelating gedaan voor een tweede master, Museology, aan de Reinwardt Academy in Amsterdam.

    Naast de verwerving van een kritische houding ten opzichte van cultuurhistorische kwesties, heb ik me ook vaardigheden als een analytisch denk- en  schrijfvermogen en het hanteren van een wetenschappelijk instrumentarium eigen gemaakt. Bovendien ben ik door de master kritisch gaan kijken naar de hedendaagse geschiedschrijving. Doordat ik mijn historische kennis kan vertalen naar een breder publiek, ben ik in inmiddels in staat om de relevantie van (cultuur)geschiedenis voor maatschappelijke discussies duidelijk te maken aan anderen.”