Cursussen

Periode 1

Kennis delen en samenwerken in organisaties (verplicht)

Samenwerkingsvraagstukken bepalen bij veel organisaties met een publieke functie de bestuurlijke agenda. Zij zijn op zoek naar vormen om beter samen te werken met (semi)publieke instanties, private organisaties en burgers, met het oog op het organiseren van maatschappelijke processen in het (semi)publieke en private domein.
Om in een complex en dynamisch netwerk te kunnen opereren is het belangrijk om
aandacht te hebben voor processen van kennisconstructie en kennisdeling.
Op die manier kunnen organisaties maatschappelijk relevante diensten en producten aan burgers leveren en publieke waarde creëren. De focus in deze cursus ligt hierbij op de interactie tussen verschillende actoren in een netwerk.
We richten ons eerst middels literatuurbespreking op ‘networked governance’ als concept om de meerwaarde van samenwerken in (netwerk)organisaties bij de creatie van publieke waarde in kaart te brengen. We spelen vervolgens een managementgame. Hierbij wordt vanuit een interpretatief perspectief geanalyseerd en bediscussieerd hoe actoren kunnen samenwerken in een netwerk, zodat zij in staat zijn kennis te construeren en te delen en belangentegenstellingen te overstijgen. Het ‘samenwerkingsvaardiger organiseren’ en een hierop toegespitst managementinstrumentarium om medewerkers in staat te stellen kennis te construeren en te delen, spelen hierbij een sleutelrol.

Hierna volgt een gastcollege waarin een expert vertelt over praktijkervaringen met het faciliteren en regisseren van kennisdeling en samenwerking in internationaal verband en de mogelijkheden en beperkingen daarin.

In de eerste deeltoets vragen we studenten in een aantal opdrachten o.a. aan de hand van analyse van casuïstiek het maatschappelijk en bestuurlijk krachtenveld waarin publieke organisaties zich bevinden te karakteriseren, aan te geven welke rol de overheid hierin speelt, te beredeneren welke maatschappelijke vraagstukken om netwerksamenwerking vragen, knelpunten in interorganisationele samenwerking te identificeren en analyseren en een aantal strategieën te bespreken om met deze vraagstukken om te gaan.

Vervolgens gaan we middels literatuur- en casuïstiekbespreking nader in op de rol van communicatie om organisaties met een publieke functie samenwerkingsvaardiger te maken. Middels groepsreferaten bespreken we de belangrijkste begrippen en benaderingen die bij kennisdeling en kennisconstructie vanuit organisatieperspectief een rol spelen.

We bezoeken een organisatie om te zien hoe de in deze cursus onderscheiden benaderingen van kennisdelen in de praktijk van publieke organisaties gehanteerd worden. En zoomen in op de strategische inzet van communicatie om deze processen te bevorderen vanuit een argumentatieve benadering. We beschouwen een organisatie hiertoe als een ‘community of practice’: een setting waarbinnen actoren tijdens het construeren en delen van kennis proberen hun versie van de werkelijkheid in de vorm van een frame aan anderen duidelijk te maken. Bij deze communicatieve praktijk gaat het om een voortdurende talige onderhandeling waarbij een specifieke vorm centraal staat: het vertellen van verhalen.

De collegecyclus wordt afgesloten met een debat met een expert over het gebruik en nut van discursieve strategieën in samenwerkingsprocessen en de relatie met kennis delen en leren.

De tweede deeltoets bestaat uit een tentamen waarbij kennis en inzicht met betrekking tot de behandelde thema’s getoetst wordt en wordt gevraagd in een betoog beargumenteerde suggesties te geven voor het samenwerkingsvaardiger maken van netwerkorganisaties vanuit communicatief perspectief.

Deze mastercursus wordt in de eerste weekhelft geroosterd.

Advieskunde

Na je master aan de slag als adviseur? In deze cursus maak je zowel praktisch als theoretisch kennis met organisatieadvieswerk in de publieke sector. Je doet dat door in een adviesteam met medestudenten een adviesopdracht uit te voeren voor een publieke organisatie.

Drie belangrijke onderdelen in het adviesproces - de intake, de offerte en het adviesgesprek - vormen de leidraad van de cursus. Aan de hand hiervan train je adviesvaardigheden. Zo doe je onder andere ervaring op in het voeren van een intakegesprek met een (echte) opdrachtgever en oefen je met gespreksvaardigheden die gericht zijn op het bereiken van overeenstemming met de opdrachtgever over de offerte en het eindproduct. Je doet dat in samenwerking met medestudenten in je adviesteam. Daarnaast behandelen we literatuur en gaan we tijdens gastcolleges in gesprek met interne en externe adviseurs. Tot slot reflecteer je grondig op je eigen handelen in de rol van adviseur en het handelen als adviesteam, ondersteund door feedback van medestudenten, de begeleidend docent en de opdrachtgever.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag, geroosterd.

Beleidsvaardigheden

Professionals die te maken hebben met de ontwikkeling en uitvoering van beleid krijgen op verschillende manieren en in verschillende rollen te maken met het verzamelen, bewerken, beoordelen en interpreteren van informatie. De vaardigheden die beleidsmedewerkers nodig hebben in de verschillende stappen van het ontwerpen en beoordelen van beleid vormen het uitgangspunt van de cursus Beleidsvaardigheden.

We simuleren een situatie waarin je als beleidsprofessional werkt voor een bestuurder, zoals een wethouder, minister of directielid van een organisatie met een publieke functie. Je komt steeds in een andere fase in het beleidsproces en van daaruit krijg je een concrete opdracht. Deze opdrachten worden wekelijks in feedbackgroepen door medestudenten en de docent becommentarieerd. In de gezamenlijke bijeenkomsten introduceren we de achtergrond en kenmerken van de opdrachten. Dit mondt uit in een beleidsadvies dat je voor jebestuurlijke opdrachtgever schrijft.

Het beknopt schrijven van notities, die inhoudelijk en analytisch van niveau zijn en bruikbaar in een politiek-bestuurlijke context, staat centraal in deze cursus. Naast het beleidsadvies breng je dit in de praktijk door het schrijven van een Kamerbrief namens een minister of staatssecretaris, gebaseerd op een actuele casus.

We bediscussiëren de literatuur op bruikbaarheid voor beleidsprofessionals. Dit komt ter sprake in de wekelijkse bespreking van de artikelen en in het take home tentamen. Tot slot geven verschillende gastdocenten een kijkje in de keuken van het werk van beleidsprofessionals en gaan we op werkbezoek bij verschillende publieke organisaties.

Managementvaardigheden

Wil je je voorbereiden op een rol als manager? Dan ben je bij de cursus Managementvaardigheden aan het juiste adres. Tijdens deze cursus verplaats je je in de rol van manager in een organisatie en ga je aan de slag met verschillende vaardigheden en interventiemogelijkheden die bij het managementvak komen kijken. De volgende onderdelen staan hierbij centraal:

  • persoonlijke effectiviteit: reflectie op persoonlijke stijl, vragen en geven van feedback;
  • gesprekstechnieken die nodig zijn voor bijvoorbeeld een slechtnieuwsgesprek of functioneringsgesprek;
  • groepsgericht leidinggeven: van instrueren tot delegeren, stijlen van invloed uitoefenen;
  • derde partij-interventies: bemiddelen in conflicten, begeleiden van processen.

De vaardigheden, inzichten en kennis die je opdoet in de cursus dragen bij aan je effectiviteit als manager en geven bovendien zicht op je eigen professionele houding in deze rol. Hierover schrijf je een leerverslag. Daarnaast maak je ook in de praktijk kennis met de rol van manager. Je loopt een dag mee met een manager in een publieke organisatie en schrijft hierover een verslag waarin je observaties verbindt met bestudeerde literatuur.
Aan het eind van de cursus organiseer je met medestudenten een workshop over een zelfgekozen, relevant thema op het gebied van management, waarmee je je kennis en vaardigheden nog verder kunt vergroten.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Organisatiedynamiek

De vaardighedencursus Organisatiedynamiek legt een belangrijke basis voor de ontwikkeling van toekomstige professionals in leiderschaps- en adviesrollen. In deze cursus maak je kennis met de theorie en praktijk van de psychodynamische en systemische benadering van organisaties. Het uitgangspunt van deze benadering is dat er naast de bewuste en bedoelde gebeurtenissen in organisaties ook een andere, onbedoelde dynamiek meespeelt, of men zich daarvan bewust is of niet. Door een bewustzijn te ontwikkelen van deze verborgen ‘onbewuste’ motieven en processen, kun je de kwaliteit van het leiderschap en de effectiviteit van organisaties verbeteren.

In deze cursus maak je kennis met basisbegrippen uit deze benadering zoals systeem en systeemgrenzen, Organization-in-the-mind, rol, weerstand, projectie, overdracht, work- en basic-assumptiongroups, en ga je aan de slag met een intensieve vorm van ervaringsonderwijs. Zo werk je onder andere met je eigen voorbeelden van organisatiedynamiek uit werk- of studiesituaties, en leer je van je ervaringen in de leergroep. Door op deze ervaringen te reflecteren en door het ontwikkelen van werkhypothesen over onderliggende groeps- en organisatiedynamiek leer je jezelf en groepen beter te begrijpen. Op deze manier ontwikkel je het vermogen om leiderschap te nemen en te interveniëren op procesniveau.

De cursus bestaat uit:

  • een tweedaagse mini-conferentie ”Organizational Role Analysis”
  • organisatieobservaties en verwerkingen
  • een tweedaagse mini-conferentie “leerprocessen in organisaties”
  • literatuur besprekingen.

Er wordt van je verwacht dat je bij alle bijeenkomsten aanwezig bent.
Aan het eind van de cursus lever je een portfolio in. Dit bestaat uit:

  • een reflectie op de ervaringen tijdens de mini-conferentie Organizational Role Analysis;
  • een reflectie op de ervaringen tijdens de mini-conferentie Leerprocessen in organisaties en het eigen leerproces;
  • een recensie van twee artikelen;
  • een kritische reflectie op het psychodynamisch-systeem perspectief op organisatiedynamiek.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Bedrijfsvoering in de publieke sector: getting things done!

Publieke organisaties zoals scholen, ziekenhuizen, de Belastingdienst en sociale diensten zijn interessante studieobjecten door hun positie midden in de samenleving en het politieke debat. Maar het zijn ook gewoon hardwerkende bedrijven met concrete taken die efficiënt moeten worden uitgevoerd.

In de cursus Bedrijfsvoering krijg je inzicht in de praktische instrumenten die managers van publieke organisaties gebruiken om hun organisatie van dag tot dag te besturen. Je leert werken met de meetindicatoren, managementtaal, en rapportages die managers gebruiken. Concreet oefenen we met managementinstrumenten die inzicht geven op vier verschillende onderdelen van een organisatie:

  • operationele processen, zoals de afhandeling van klanten of het leveren van diensten;
  • planning en control van prestaties, zoals het opstellen van prestatie-indicatoren en het beoordelen van geboekte successen;
  • financieel beheer, zoals het lezen van een begroting, het opstellen van een balans en het sturen op financiële gezondheid;
  • informatiehuishouding, zoals het inrichten van IT-systemen en het verspreiden van informatie onder stakeholders.

In deze cursus werken we samen met een publieke organisatie in Utrecht, bijvoorbeeld UMC Utrecht, het Openbaar Ministerie (OM) en de gemeente. Elke week pas je de geleerde instrumenten toe op echte bedrijfsmatige vraagstukken van deze organisaties. Zo kijk je wekelijks in groepen naar de efficiëntie van de patiëntenzorg, de informatieveiligheid binnen het OM, of de maatschappelijke prestaties van de gemeente.
Het effectief overbrengen van de verkregen inzichten is een kernfunctie van bedrijfsvoering. Teksten zijn daarbij vaak ontoereikend. Daarom leer je in deze cursus je conclusies over te brengen in de vorm van visuele managementrapportages met schema’s, grafische hulpmiddelen en slides. De rapportages die je wekelijks met je groepje maakt, worden beoordeeld door de docent zodat je steeds beter wordt in het overbrengen van je bevindingen. Als eindopdracht maak je uiteindelijk individueel een managementrapportage.

Gedurende de cursus reflecteren we op de werkelijke waarde en betekenis van al deze managementinstrumenten. Bedrijfsvoering kan echt inzicht geven in het functioneren van organisaties, maar woorden als ‘cash flow’ en ‘lean production’ geven managers ook macht. Je leert de instrumenten te gebruiken als analyse-instrument en te zien als taal. Door deze cursus leer je die taal zelf te gebruiken, waar nodig te ontmaskeren en waar nuttig toe te passen.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.
body { font-size: 9pt;

Strategisch human resource management vaardigheden

De cursus Strategisch Human Resource Management vaardigheden is bedoeld voor toekomstige HR business partners, strategy consultants en leidinggevenden op het gebied van HR. De cursus richt zich op het kennismaken en oefenen met effectief ‘evidence based’ advies binnen de HR praktijk in organisaties. Het gaat hierbij om het kunnen toepassen van een context sensitieve benadering, waarin HR-inzichten uit de praktijk en wetenschap vertaald worden naar de daadwerkelijke praktijk in organisaties.

In deze cursus staan de volgende interne organisatie issues centraal:

  • de link tussen HRM en organisatie- en medewerker performance;
  • het overbruggen van de kloof tussen beleidsretoriek en werkelijkheid door toepassing van de Evidence Based Management (EBM) methodiek in het advies;
  • de inrichting van het HR-systeem van de organisatie.

Het accent van de cursus ligt op analyseren, adviseren en praktijkleren. Je maakt individueel een wetenschappelijk adviesrapport over een hedendaagse casus op basis van een HR Strategy Scan. Hierbij leer je HR interventies in kaart brengen en te bepalen of de HR praktijk goed aansluit op de interne en externe organisatie context. Daarnaast leer je in teamverband een business case op te stellen van een actueel en relevant HR-thema bij een organisatie in de praktijk. Hierin leer je de opbrengst van een HR praktijk/investering te kwantificeren aan de hand van de Evidence Based Management (EBM) en Evidence Based HRM (EBHRM) methodiek. De eindrapportage van de business case houd je in de vorm van een presentatie. Je presenteert de teamopdracht aan je collega studenten en docenten, waarbij de docenten zowel beoordelen op de kwaliteit van het advies als de gespreks- en presentatietechnieken. Omdat de opdracht een ‘real-life’ adviesopdracht is kan het zo zijn dat je gevraagd wordt de presentatie ook aan de klant te geven. In voorgaande jaren is het voorgekomen dat het gepresenteerde advies van studenten ook daadwerkelijk door de organisatie werd geïmplementeerd.

Voor het schrijven van een individueel paper zoek je zelf minimaal 5 wetenschappelijke artikelen die je in je paper gebruikt.

De docenten van de cursus zorgen voor het koppelen van de studententeams aan organisaties met relevante HR vraagstukken.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Samenwerken in interculturele teams

De wereld globaliseert in ijltempo en organisaties worden steeds internationaler. Dit betekent dat onze eigen cultureel bepaalde gedragingen niet langer vanzelfsprekend zijn en dat het belangrijk is om competenties te ontwikkelen om te kunnen samenwerken op een werkvloer die zich kenmerkt door culturele diversiteit
Deze cursus is interessant als je inzicht wilt verwerven in de complexiteit van het samenwerken met mensen uit andere (sub)culturen in organisaties, als je bereid bent te onderzoeken hoe intercultureel competent jijzelf op dit moment bent en als je wilt investeren in het oefenen en verbeteren van je eigen vaardigheden op dit punt.

Vier competenties staan centraal in deze cursus:

  • interculturele sensitiviteit: de manier en mate waarin iemand actief geïnteresseerd is in en informatie zoekt over normen, waarden, perspectieven en behoeften van mensen met een andere culturele achtergrond en de mate waarin iemand zich bewust is van zijn of haar eigen culturele achtergrond;
  • het opbouwen van commitment: investeren in het opbouwen van relaties met mensen die een andere culturele achtergrond hebben en oog hebben voor uit de cultuur voortvloeiende belangen;
  • interculturele communicatie: het bewust communiceren met mensen met een andere culturele achtergrond;
  • en het omgaan met onzekerheid: het hanteren van de ambiguïteit, complexiteit en spanning van een cultureel diverse omgeving en dit zien en benutten als plek voor leren en innoveren.

We bespreken wetenschappelijke artikelen en gaan aan de slag met gevarieerde trainingsvormen, oefeningen en simulaties. We zetten ook een wetenschappelijk onderbouwde test in om jouw eigen competenties te toetsen en op te zoeken waar voor jou je sterke punten en je uitdagingen liggen: de zogeheten Intercultural Readiness Check. Daarnaast gaan we actief interculturele settings opzoeken waar samenwerking nodig is, en vervolgens reflecteren op de opgedane ervaringen. Bovendien leg je contacten met mensen uit andere culturen die voor jou interessante partners en leermeesters zijn bij het oefenen van jouw interculturele competenties in de praktijk en bij het uitwisselen van jullie kennis en ervaring.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag, geroosterd.

Periode 2

Veranderen met beleid (verplicht)

In de eerste cursus van het masterprogramma Communicatie, Beleid en Management heb je inzicht gekregen in de rol die taal, macht en kennis spelen in relatie tot het managen van kennis om de kans op efficiënt en effectief beleid te vergroten. De focus lag daar vooral op het communicatief handelen van leidinggevenden en professionals in en tussen organisaties.

In de cursus Veranderen met beleid onderzoeken we hoe managers van een overheidsinstantie of een andere organisatie met een publieke functie via beleid trachten gewenste veranderingen bij externe doelgroepen tot stand te brengen.
Vaardigheden op het gebied van de internationalisering worden opgedaan door niet alleen van Nederlandse maar ook van buitenlandse literatuur gebruik te maken en internationale case studies te bestuderen. Ook worden voor de arbeidsmarkt belangrijke vaardigheden als het afnemen van interviews (onder andere met een communicatiebureau) en het houden van een presentatie gebruikt.

Voor onze analyse gebruiken we inzichten uit de semiotiek. Deze interpretatieve stroming beschouwt taal als een tekensysteem, waarmee mensen al communicerend betekenis geven aan hun omgeving en elkaars gedrag sturen. Daarbij besteden we niet alleen aandacht aan tekstuele, maar ook aan visuele aspecten van communicatie. Zo bekijken we ook hoe ons gedrag wordt beïnvloed door tekst en beeld, en hoe we zelf hiermee het gedrag van anderen kunnen proberen te sturen.

De cursus bestaat uit drie onderdelen:

  1. We lezen in werkcolleges eerst een aantal publicaties om een instrumentarium te hebben waarmee we vanuit een semiotisch perspectief de persuasieve werking van beleid kunnen analyseren. Dit onderdeel wordt voor de kerst afgesloten met een eerste individuele toets (tentamen over Nederlandse en internationale literatuur op dit terrein);
  2. Vervolgens verdelen we de groep in een aantal projectteams die elk een voorlichtingscampagne voor een specifiek publiek vraagstuk van een overheidsinstantie of een andere organisatie met een publieke functie kiezen. Doel is dat je een literatuurreview uitvoert en de persuasieve werking van een dergelijke campagne met behulp van bovengenoemd semiotisch instrumentarium onderzoekt. Om dit doel te bereiken worden niet alleen 'tekens' in teksten, afbeeldingen en/of bewegende beelden semiotisch geanalyseerd. Het is de bedoeling dat ook de zender van de campagne naar het beleidsdoel wordt gevraagd. Wat wil deze met het beleid bereiken? En wat is de perceptie van het beleid voor de beoogde diverse doelgroepen? Vatten ze het zo op zoals het de zender voor ogen staat? Ter afronding wordt de zender met de semiotische analyse van het beleid en de perceptie van de beoogde doelgroep geconfronteerd: In hoeverre heeft het beleid overtuigend gewerkt voor deze doelgroepen? Hoe kan er rekening gehouden worden met kwaliteitscriteria en ethische aspecten bij de opzet en de uitvoering van het onderzoek?
  3. Tenslotte leggen de projectteams na discussie met en feedback van medestudenten en de docent in werkcolleges de resultaten van hun onderzoek schriftelijk in een onderzoeksverslag vast (inclusief kwaliteitscriteria en met aandacht voor ethische aspecten in de Methode en de Discussie) en worden de resultaten ook mondeling tijdens een afsluitende plenaire sessie gepresenteerd. Dit vormt de tweede toets (collectief cijfer per projectteam).

Deze mastercursus wordt in de eerste weekhelft geroosterd.

Advieskunde

Na je master aan de slag als adviseur? In deze cursus maak je zowel praktisch als theoretisch kennis met organisatieadvieswerk in de publieke sector. Je doet dat door in een adviesteam met medestudenten een adviesopdracht uit te voeren voor een publieke organisatie.

Drie belangrijke onderdelen in het adviesproces - de intake, de offerte en het adviesgesprek - vormen de leidraad van de cursus. Aan de hand hiervan train je adviesvaardigheden. Zo doe je onder andere ervaring op in het voeren van een intakegesprek met een (echte) opdrachtgever en oefen je met gespreksvaardigheden die gericht zijn op het bereiken van overeenstemming met de opdrachtgever over de offerte en het eindproduct. Je doet dat in samenwerking met medestudenten in je adviesteam. Daarnaast behandelen we literatuur en gaan we tijdens gastcolleges in gesprek met interne en externe adviseurs. Tot slot reflecteer je grondig op je eigen handelen in de rol van adviseur en het handelen als adviesteam, ondersteund door feedback van medestudenten, de begeleidend docent en de opdrachtgever.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag, geroosterd.

Arbeidsrecht

Kennis, begrip en vaardigheden op arbeidsrechtelijk terrein zijn van groot belang voor Human Resource Management en beleid van organisaties. In deze cursus staan daarom de mogelijkheden en beperkingen voor het voeren van werving- en aanstellingsbeleid van een organisatie centraal. Er wordt zowel aandacht besteed aan de procedurele als aan de inhoudelijke aard van het beleid. Je raakt als niet-jurist bekend met de plaats van arbeidsrecht in het Nederlandse rechtssysteem en de actoren en rechtsbronnen die vanuit arbeidsrechtelijk perspectief een rol kunnen spelen bij het voeren van HR beleid.
De cursus kent een praktische en thematische aanpak waarin onderwerpen op het gebied van arbeidsrecht, zoals individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten, de rol van vakbonden, medezeggenschap in organisaties en sociale zekerheid aan de orde komen.

De cursus bestaat uit drie hoofdthema’s: flexibiliteit, gezondheid en veiligheid en organisatie en reorganisatie.
Bij flexibiliteit gaan we in op de interne en externe flexibiliteit van organisaties. In het tweede thema wordt aandacht besteed aan re-integratie- en zorgverplichtingen die werkgevers hebben ten aanzien van werknemers. Tot slot bespreken we in het laatste thema de arbeidsrechtelijke kaders van onder meer ontslagbeleid, reorganisatieplannen, en herstructureringen.

Het accent van deze cursus ligt op het verwerven van vaardigheden om in de praktijk arbeidsrechtelijke mogelijkheden en beperkingen te herkennen en om in concrete gevallen oplossingen binnen de arbeidsrechtelijke kaders te bedenken. We vullen de bijeenkomsten in met theoretische uiteenzettingen, afgewisseld met verschillende werkvormen waarin je actief aan de slag gaat met de verkregen kennis. Zo presenteer je onder andere oplossingen in een concrete casus en ben je deelnemer aan een ‘moot court’, waarin een rechtszaak wordt gesimuleerd.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Managementvaardigheden

Wil je je voorbereiden op een rol als manager? Dan ben je bij de cursus Managementvaardigheden aan het juiste adres. Tijdens deze cursus verplaats je je in de rol van manager in een organisatie en ga je aan de slag met verschillende vaardigheden en interventiemogelijkheden die bij het managementvak komen kijken. De volgende onderdelen staan hierbij centraal:

  • persoonlijke effectiviteit: reflectie op persoonlijke stijl, vragen en geven van feedback;
  • gesprekstechnieken die nodig zijn voor bijvoorbeeld een slechtnieuwsgesprek of functioneringsgesprek;
  • groepsgericht leidinggeven: van instrueren tot delegeren, stijlen van invloed uitoefenen;
  • derde partij-interventies: bemiddelen in conflicten, begeleiden van processen.

De vaardigheden, inzichten en kennis die je opdoet in de cursus dragen bij aan je effectiviteit als manager en geven bovendien zicht op je eigen professionele houding in deze rol. Hierover schrijf je een leerverslag. Daarnaast maak je ook in de praktijk kennis met de rol van manager. Je loopt een dag mee met een manager in een publieke organisatie en schrijft hierover een verslag waarin je observaties verbindt met bestudeerde literatuur.
Aan het eind van de cursus organiseer je met medestudenten een workshop over een zelfgekozen, relevant thema op het gebied van management, waarmee je je kennis en vaardigheden nog verder kunt vergroten.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Normatieve beleidsanalyse

Op veel plaatsen in de (semi-)publieke sector moeten functionarissen normatieve betogen kunnen schrijven. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een beleidsambtenaar op een ministerie die een standpunt moet kunnen innemen en beargumenteren over een politieke kwestie, over ‘oud’ beleid of over een rapport van een adviesorgaan. Hij moet toespraken schrijven voor de minister die deze kan voorlezen bijvoorbeeld bij de opening van een conferentie;
  • personen die werken bij een belangengroep die, namens die belangengroep, een opiniebijdrage schrijven voor de krant;
  • Medewerkers van adviesorganen die een mening moeten ontwikkelen over onderwerpen als intergenerationele solidariteit (hoe eerlijk is het pensioenstelsel?), selectie in het hoger onderwijs, topinkomens in het bedrijfsleven, bezuinigingen op de gezondheidszorg of de grenzen van vrijheid van meningsuiting.

Hoe vorm je je een oordeel over dit soort kwesties en hoe breng je dat oordeel vervolgens overtuigend onder woorden in een krantenartikel, een advies of een notitie voor de minister?

Tijdens deze cursus lezen we een aantal politiek-filosofische teksten om enkele klassieke argumenten over belangrijke beleidsvraagstukken te leren kennen. Aan de hand van On Liberty denken we na over vrijheid van meningsuiting en ‘slachtofferloze delicten’. Met behulp van Setting Limits discussiëren we over keuzen in de zorg en via het boek The Rhetoric of Reaction maken we kennis met een aantal vaste argumenten pro en contra beleidswijzigingen.
Je schrijft in de loop van de cursus enkele keren een korte normatieve beschouwing over een opgegeven onderwerp aan de hand van de bestudeerde teksten. Deze notities worden besproken in intervisie groepjes. Ook bereid je twee keer een mondelinge bijdrage voor. Het geheel van korte notities en enkele mondelinge bijdragen heet in de toetsing bij deze cursus ‘het vaardighedenpracticum’.

Voor je eindpaper kies je een eigen onderwerp. De eindopdracht bestaat uit twee onderdelen: 1) een column van 800 woorden voor een krant of website naar keuze en 2) een langere tekst (ongeveer 2000 woorden) in een zelf te kiezen genre, bijvoorbeeld een fractienotitie voor een Kamerfractie, een notitie voor een wethouder of minister, een kort advies voor een adviesorgaan, of een langere toespraak.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag, geroosterd.

Projectmanagement

Veel uitdagende klussen in de publieke sector worden projectmatig aangestuurd. Er wordt een tijdelijk verband met een specifieke groep mensen opgericht om samen met beperkte middelen een min of meer uniek en concreet resultaat te behalen.
Wil je meer weten over hoe je als toekomstig professional deze essentiële methodiek kunt beheersen? Maak in deze cursus dan kennis met de uitgangspunten van projectmanagement en leer hoe je deze in de praktijk kunt toepassen.
We behandelen onder andere thema’s als structuur, fasering, projectbeheersing, organisatie, opdrachtgeverschap, cultuur, communicatie en risico’s. Je wordt gedurende de cursus begeleidt door docenten met jarenlange ervaring als projectmanager.

De cursus bestaat uit twee delen: in het eerste deel maak je aan de hand van een casus kennis met de theoretische achtergronden van projectmanagement. Dit deel wordt afgesloten met een individuele ‘projectanalyse’ van een werkelijk projectplan.
In het tweede deel ga je in een team daadwerkelijk aan de slag met concrete opdrachtgevers van de gemeente Utrecht. Elke student is één keer in the lead van een simulatiegesprek met de opdrachtgever van zijn of haar team. In die gesprekken laat je jouw individuele projectmanagement vaardigheden zien. De uitkomsten van alle gesprekken ligt aan de basis van het opstellen van het ‘projectcontract’.

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag, geroosterd.

Coaching in organisaties

De vaardighedencursus ‘Coaching in Organisaties’ legt een belangrijke basis voor je ontwikkeling in de rol van coach. In deze cursus maak je kennis met de praktijk en theorie van coaching van medewerkers in organisaties en leer je te werken vanuit het psychodynamisch en systemisch perspectief op het coachingsproces.

We werken met de methodiek Organizational Role Analysis, zoals die door The Grubb Institute en anderen is ontwikkeld. Centraal in deze methodiek voor coaching en consulting staat de analyse van de ervaringen van de gecoachte medewerker in zijn/haar rol in een organisatie en een procesgerichte advisering.

Tijdens de cursus verkrijg je kennis en vaardigheden via concrete ervaringen en reflectie hierop. Om de specifieke vaardigheden van de coach aan te leren, krijg je onder andere training in gesprekstechnieken, in het werken met de methodiek, leer je hoe een coachingstraject eruit ziet, en zijn er literatuurbesprekingen. Daarnaast ga je ook zelf een coachingstraject uitvoeren met een externe cliënt waarin alle facetten (van intake tot afronding, de fasen van het coachingsproces, het belang van de coachingsrelatie en het omgaan met weerstand) aan bod komen. Je wordt hierin begeleid door ervaren coaches in de vorm van supervisie.

Aan het eind van de cursus lever je een portfolio in dat de volgende zaken bevat:

  • Een reflectie op de ervaringen tijdens de workshop Organizational Role Analysis; werken met de ‘organization-in-the-mind’. In deze reflectie worden de ervaringen beschreven en geduid aan de hand van de basisconcepten uit de ORA methodiek.
  • Een case beschrijving van het eigen coachingstraject met een externe client. De case beschrijving bestaat uit:
    • Een beknopte beschrijving van het traject;
    • Een reflectie op het eigen handelen in de rol van coach tijdens dit traject en op de feedback uit de supervisie. in de reflectie wordt gebruikgemaakt van de concepten uit de literatuur.
    • Een beschrijving van de ontwikkeling van eigen coachingsvaardigheden en attitude.
  • Een verdiepende bespreking van twee voor de studente relevante thema’s uit de literatuur;

Deze vaardighedencursus wordt in de tweede weekhelft, vanaf woensdagmiddag geroosterd.

Periode 3

Communiceren met impact (verplicht)

Communicatie is van groot belang voor organisaties in het publieke domein of voor private organisaties die een maatschappelijke opgave vervullen. Zij worden blootgesteld aan allerlei actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals individualisering, vergrijzing, internationalisering, kennisintensieve dienstverlening en digitalisering. Door communicatief te handelen met behulp van tekst en beeld proberen ze een zo groot mogelijke maatschappelijke impact te bereiken.

In Communiceren met impact bouwen we voort op de rol van communicatie om samenwerking tussen in- en externe stakeholders te vergroten [cursus 1 van de master] en om het gedrag van externe stakeholders te beïnvloeden [cursus 2 van de Master].

Studenten stellen op basis van hun specifieke interesse en hun ideeën over hun scriptie een canon samen. Een canon is een verzameling van werken die binnen een bepaald gebied als waardevol worden beschouwd, maar kent ook andere betekenissen. Op elk werkterrein bestaan er canons. De literaire canon verwijst bijvoorbeeld naar de lijst met boeken die tot de wereldliteratuur behoren. Ook voor het domein van het masterprogramma Communicatie, Beleid en Management is het interessant en functioneel om een canon te maken. De canon is een overkoepelend geheel dat samenhang biedt tussen allerlei onderwerpen, theorieën, empirische studies en beeldmateriaal.

De canon kan gaan over een van de volgende onderwerpen (studenten kunnen zelf ook zelf een onderwerp ter goedkeuring aan de docenten voorstellen), waarbij de rol van tekstuele en/of visuele communicatie de leidraad is:

  • Stakeholder analyse naar het creëren van “public value” voor specifieke maatschappelijke groeperingen.
  • Analyse van de wijze waarop actoren draagvlak creëren aan de hand van inzichten uit de argumentatieve benadering [The argumentative turn in public policy revisited: twenty years later van Fischer & Gottwei (2013) en boek Introducing the argumentative turn in policy analysis series van Hansson & Hirsch Hadorn (2016)].
  • Impact van Nudging om gedrag van burgers te beïnvloeden [zie o.a. Thaler R., & Sunstein, C, (2008). Naar betere beslissingen over gezondheid, geluk en welvaart. Amsterdam/Antwerpen: Business contact; Coulthard, S., Hooge, I., Smeets, M., & Zandstra, E. (2017). Nudging food into a healthy direction: The effects of front-of-pack implicit visual cues on food choice. International Journal of Food Design, 2(2), 225-240; von Kameke, C., & Fischer, D. (2018). Preventing household food waste via nudging: An exploration of consumer perceptions. Journal of Cleaner Production, 184, 32-40.
  • Gebruik van Framing om effect van boodschap voor specifieke maatschappelijke groeperingen te analyseren [De Brijn, H. (2012). Framing. Over de macht van taal in de politiek. Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact].

De canon wordt zowel schriftelijk (in een document) al visueel (in een kennisclip) weergegeven.

Daarnaast werken studenten aan een verkenning van mogelijke werkterreinen na hun studie, door zich te oriënteren op de arbeidsmarkt. We bespreken hoe ze competenties kunnen inzetten om zich te profileren (hun eigen impact op organisaties kunnen creëren), waarbij zowel aandacht is voor competenties in Nederlandse organisaties als voor competenties die nodig zijn in internationale en interculturele werkterreinen. Hiervoor worden competentietests afgenomen en worden oriëntatiegesprekken gehouden met vertegenwoordigers van organisaties waar studenten zouden willen werken. In een workshop waarvoor een recruiter en/of zelfstandig ondernemer worden uitgenodigd, presenteren ze zich als kandidaat voor een specifieke functie met een zelfgemaakt filmpje.

Onderzoeksseminar Communicatie, beleid en management: Communicatie aan het werk (verplicht)

Het onderzoeksseminar bestaat uit:

  1. scriptieinspiratie-bijeenkomst.
  2. scriptiebijeenkomsten in een tutorgroep;
  3. individuele begeleiding door scriptiedocent;
  4. deelname aan een track M&Tworkshops (masteroverstijgend)

Dit seminar is verbonden met de cursus ”Communiceren met impact” die in periode 3 verzorgd wordt, parallel aan het onderzoeksseminar.

Je werkt onder supervisie van je scriptiebegeleider individueel aan je scriptie. Daarnaast krijg je in een tutorgroep feedback van studiegenoten, andere scriptiebegeleiders en een tweede lezer. Tijdens de eerste helft van het onderzoeksseminar presenteer je de scriptieopzet en aan het eind verdedig je de scriptie in het openbaar.
Je voert zelfstandig je onderzoek uit, of doet onderzoek bij een instantie in het publieke domein of een private organisatie die een maatschappelijke opgave vervult. Bij het scriptieonderwerp leg je een relatie met een maatschappelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld individualisering, vergrijzing, internationalisering, kennisintensieve dienstverlening of digitalisering. In het onderzoek kan gebruik worden gemaakt van de argumentatieve benadering waarbij de focus ligt op de manier waarop communicatie gericht op verschillende stakeholders kan worden ingezet om beleid en management in organisaties met een publieke functie te optimaliseren. Dit kunnen zowel in- als externe stakeholders zijn, zoals werknemers, de directie, leden van het managementteam en burgers).

Mogelijke onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe kan er in een publieke organisatie op narratieve wijze kennis geconstrueerd en verspreid worden om diensten op maat aan externe publieksgroepen te leveren?
  • Welke communicatiemiddelen (oude en/of nieuwe media) kunnen managers hanteren om efficiënt en effectief in verschillende situaties met hun medewerkers te communiceren en hen te motiveren?
  • Welke media kunnen bij een crisis worden ingezet om burgers het vertrouwen te geven dat de overheid regelt dat er op een juiste wijze gehandeld wordt?
  • Hoe kunnen nudges in communicatie-uitingen via tekstuele en/of visuele cues in het publieke en private domein worden ingezet om burgers gewenst gedrag te laten vertonen?
  • Op welke manier kunnen metaforen in beleidsteksten worden gebruikt om effectief beleid tot stand te brengen?
  • Hoe kunnen argumentatiestrategieën door voor- en tegenstanders van nieuw beleid worden ingezet?
  • Hoe kunnen organisaties in onze netwerkmaatschappij communicatie gebruiken om met relevante stakeholders samen te werken aan maatschappelijke vraagstukken?

Periode 4

Onderzoeksseminar Communicatie, beleid en management: Communicatie aan het werk (verplicht)

Het onderzoeksseminar bestaat uit:

  1. scriptieinspiratie-bijeenkomst.
  2. scriptiebijeenkomsten in een tutorgroep;
  3. individuele begeleiding door scriptiedocent;
  4. deelname aan een track M&Tworkshops (masteroverstijgend)

Dit seminar is verbonden met de cursus ”Communiceren met impact” die in periode 3 verzorgd wordt, parallel aan het onderzoeksseminar.

Je werkt onder supervisie van je scriptiebegeleider individueel aan je scriptie. Daarnaast krijg je in een tutorgroep feedback van studiegenoten, andere scriptiebegeleiders en een tweede lezer. Tijdens de eerste helft van het onderzoeksseminar presenteer je de scriptieopzet en aan het eind verdedig je de scriptie in het openbaar.
Je voert zelfstandig je onderzoek uit, of doet onderzoek bij een instantie in het publieke domein of een private organisatie die een maatschappelijke opgave vervult. Bij het scriptieonderwerp leg je een relatie met een maatschappelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld individualisering, vergrijzing, internationalisering, kennisintensieve dienstverlening of digitalisering. In het onderzoek kan gebruik worden gemaakt van de argumentatieve benadering waarbij de focus ligt op de manier waarop communicatie gericht op verschillende stakeholders kan worden ingezet om beleid en management in organisaties met een publieke functie te optimaliseren. Dit kunnen zowel in- als externe stakeholders zijn, zoals werknemers, de directie, leden van het managementteam en burgers).

Mogelijke onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe kan er in een publieke organisatie op narratieve wijze kennis geconstrueerd en verspreid worden om diensten op maat aan externe publieksgroepen te leveren?
  • Welke communicatiemiddelen (oude en/of nieuwe media) kunnen managers hanteren om efficiënt en effectief in verschillende situaties met hun medewerkers te communiceren en hen te motiveren?
  • Welke media kunnen bij een crisis worden ingezet om burgers het vertrouwen te geven dat de overheid regelt dat er op een juiste wijze gehandeld wordt?
  • Hoe kunnen nudges in communicatie-uitingen via tekstuele en/of visuele cues in het publieke en private domein worden ingezet om burgers gewenst gedrag te laten vertonen?
  • Op welke manier kunnen metaforen in beleidsteksten worden gebruikt om effectief beleid tot stand te brengen?
  • Hoe kunnen argumentatiestrategieën door voor- en tegenstanders van nieuw beleid worden ingezet?
  • Hoe kunnen organisaties in onze netwerkmaatschappij communicatie gebruiken om met relevante stakeholders samen te werken aan maatschappelijke vraagstukken?