6 oktober 2019

Trouw

Waarom lukt het artsen maar niet om kraakbeen te laten herstellen?

Kraakbeen lijkt eenvoudig weefsel. Toch lukt het artsen niet dit te herstellen. Dat hadden ze al 250 jaar kunnen weten. Een mens is nooit af. Ook een volwassen lichaam is nog in voortdurende staat van verbouwing. Zieke of versleten cellen worden met een zekere regelmaat vervangen. De huid vernieuwt zichzelf elke maand, de darmwand krijgt zelfs om de vier dagen een geheel nieuwe bekleding. Een gehalveerde lever groeit vanzelf weer aan.

[...]

Daar worden successen mee behaald, het ­lichaam accepteert voor tal van onderdelen de aangeboden hulp. Behalve voor het kraakbeen; ondanks vele inspanningen is het niet gelukt om versleten gewrichten te laten herstellen. “Toen ik twintig jaar geleden aan mijn promotieonderzoek begon, stond dit vak in de kinderschoenen”, zegt Jos Malda, hoogleraar regeneratieve geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. “We dachten dat we met het kraakbeen de eerste resultaten zouden boeken. Kraakbeen leek immers heel simpel van opbouw. Een elastisch raamwerk, wat eiwitten en vocht. Geen bloedvaten, geen zenuwen.”

De Schotse arts William Hunter zei het al in 1743

Dat viel tegen. Malda had het kunnen weten, net als zijn vakgenoten. Al in 1743 had de Schotse arts William Hunter geschreven dat schade aan de gewrichten niet alleen heel vervelend was, maar dat versleten kraakbeen ook nooit meer herstelde. “Veel medische kennis uit de achttiende eeuw is inmiddels achterhaald”, zegt René van Weeren, hoogleraar ­diergeneeskunde in Utrecht. “Maar dit is nog steeds waar. Het is een gigantisch probleem. Iedereen kent wel iemand in zijn familie met een nieuwe heup of knie. En dat is het enige wat we kunnen bieden. Ideaal is het niet. Zo’n kunstgewricht gaat immers lang niet altijd een leven lang mee.”

Het volledige bericht is verschenen in de Trouw op 6 oktober 2019.