29 november 2019

Statenvertaling diende niet als basis voor het Standaardnederlands

Kist met twee sleutels waar in autografen en drukproeven van Statenvertaling lagen, 1662. Bron: Wikimedia/Museum Catharijneconvent, Utrecht/Ruben de Heer
Kist met twee sleutels waar in autografen en drukproeven van Statenvertaling lagen, 1662. Bron: Wikimedia/Museum Catharijneconvent, Utrecht/Ruben de Heer

Cora van de Poppe MA (Vroegmoderne literatuur) nuanceert in het Reformatorisch Dagblad het idee dat de Statenvertaling diende als basis voor het Standaardnederlands. 

"De wortels voor de mythevorming rond de Statenvertaling liggen in het negentiende-eeuwse nationalisme", stelt Van de Poppe. "Samen met de verheerlijking van de Opstand en Willem van Oranje als drijvende krachten achter de geboorte van de protestantse natie, werd de Statenvertaling op het schild geheven als taalmonument van de Gouden Eeuw." 

Dubbele ontkenning

"De stijl van de Statenvertaling was in haar eigen tijd echter al ouderwets en archaïsch. De vertalers kozen vaak voor verheven taalvormen die aansloten op de ambtelijke taal, zoals de dubbele ontkenning (Ghy en sult niet dootslaen) in plaats van de enkele ontkenning (Ghy sult niet dootslaen), die op dat moment veel gebruikt werd door literaire taalvernieuwers als P. C. Hooft."