3 februari 2020

Nieuwe democratie in het klein

Burgerinitiatieven zijn hip. Maar wat zijn het precies? En hoe worden ze succesvol? Prof. dr. Tine de Moor (Geschiedenis en Kunstgeschiedenis) was te gast bij de serie Nieuwe Democratie om deze vragen te beantwoorden.

Foto: Emma.nl
Foto: Emma.nl
Prof. dr. Tine De Moor. Foto: Ed van Rijswijk
Prof. dr. Tine De Moor. Foto: Ed van Rijswijk

Een eigen agenda

Hoewel burgerinitiatieven een nieuw fenomeen lijken, is dat niet het geval: al in de Middeleeuwen ontstonden al vergelijkbare instituties voor collectieve actie. De Moor richt zich vooral op onafhankelijke burgercollectieven. "Burgercollectieven hebben een apart governance-model en richten zich op de lange termijn, terwijl burgerinitiatieven ook eenmalig kunnen zijn, bijvoorbeeld in de vorm van de aanschaf van een bankje in het park." Volgens haar is het belangrijk om dit onderscheid te maken: "Het is in ieders belang dat het duidelijk wordt waar we het over hebben als we het hebben over burgercollectieven of commons. Zodat we weten wat werkt en niet werkt. Als alles op één hoop wordt gegooid, dan is dat lastig."

Een school van democratie

Onafhankelijke burgercollectieven zijn instituties met eigen regels die draaien om gebruiksrecht, niet om eigendom. Een gevoel van betrokkenheid is cruciaal voor deze initiatieven, omdat het de sociale controle vergroot en zo misbruik tegengaat. Maar dit is niet de enige voorwaarde voor succes: "Wat commons vaak liever niet benoemen, maar wat heel belangrijk is, is leiderschap. Het type leiderschap bepaalt hoe de institutie door alle leden wordt begrepen. Het beïnvloedt ook of en hoe je je onderdeel van de coöperatie blijft voelen." Op deze manier zijn burgercollectieven een soort "school van democratie": ze leren hun leden om te gaan met een democratische omgeving, maar dan in het klein.