Lisette ten Haaf over de handel in lichaamsmateriaal: "Het huidige juridische kader is niet duidelijk en bovendien verspreid over verschillende wetten."

Onduidelijkheid zolang de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal nog niet van kracht is

In het NPO Radio1-programma 'De Rode Draad' ging het over de handel in placenta's. Die blijken namelijk gebruikt te worden in onder meer de cosmetische en farmaceutische industrie. Lisette ten Haaf, die als onderzoeker verbonden is aan het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF), gaf uitleg over het juridische kader waarmee individuen en bedrijven in deze branche rekening moeten houden. Dat ligt best ingewikkeld: “Als je de placenta bijvoorbeeld gaat verwerken tot capsules, dan mag het bedrijf er geld aan verdienen, maar de donor niet”, zegt Ten Haaf.

Hoewel de verkoop van placenta’s verboden is, is het orgaan populair in de cosmetische en farmaceutische industrie. Hoe komen placenta’s daar terecht? En klopt het dat placenta’s voor bedragen tot 50.000 euro te koop zouden zijn op het Darkweb? Dit zijn enkele vragen waarop het programma antwoorden probeert te krijgen. Lisette ten Haaf gaf uitleg over de juridische status van de placenta.

Het menselijk lichaam heeft een objectieve waarde. Niet alles mag met het lichaam gebeuren, ongeacht of daarvoor toestemming is gegeven.

“Het lichaam mag niet zomaar gecommercialiseerd worden en een bron zijn van financieel gewin. Dat werkt door in afgescheiden lichaamsdelen zoals ook de placenta.” Over placentapillen, die daadwerkelijk in de handel zijn, zegt Ten Haaf: “De donor mag er geen winst mee maken en ook derden niet. Maar technische handelingen en het bewerken van het lichaamsmateriaal zijn uitgesloten van het commercialiseringsverbod. Dus als je de placenta bijvoorbeeld gaat verwerken tot capsules, dan mag je er wél geld aan verdienen – de donor niet, maar het bedrijf in principe wel.”

Wet zeggenschap lichaamsmateriaal

Al geruime tijd wordt gewerkt aan het wetsvoorstel Wet zeggenschap lichaamsmateriaal. “Deze wet is al een hele tijd in de maak. Het huidige juridische kader is niet duidelijk, heel fragmentarisch en verspreid over verschillende wetten. Eén van de belangrijkste bepalingen is nu dat afgescheiden lichaamsmateriaal – dat vaak in het kader van behandelingen wordt afgenomen, zoals een verwijderde tumor – voor medische doeleinden mag worden gebruikt zonder expliciete toestemming (mits geanonimiseerd), dus zolang iemand daar geen bezwaar tegen maakt.”

Die wetgeving is verouderd. Ten eerste is lichaamsmateriaal niet meer zo makkelijk anoniem te maken; het is herleidbaar door DNA-onderzoek en informatietechnologie. Ook is tegenwoordig veel meer nader gebruik mogelijk, bijvoorbeeld voor medisch onderzoek, in de farmaceutische industrie, en opslag in biobanken voor onder meer forensisch onderzoek. En ook zijn er mensen die het mee naar huis willen nemen, bijvoorbeeld voor symbolisch gebruik of om het te consumeren.” 

NPO Radio 1-programma 'De Rode Draad', 2 april 2026 (Lisette ten Haaf vanaf 5:50)