Frits van Oostrom over vogelnamen in de Middeleeuwen

Een pelikaan en ander gevogelte bij een waterbassin, bekend als ‘Het drijvend veertje’, Melchior d'Hondecoeter, ca. 1680 © Rijksmuseum Amsterdam
Een pelikaan en ander gevogelte bij een waterbassin, bekend als ‘Het drijvend veertje’, Melchior d'Hondecoeter, ca. 1680 © Rijksmuseum Amsterdam

Universiteitshoogleraar Frits van Oostrom spreekt in het radioprogramma Vroege Vogels over vogelbenamingen uit de Middeleeuwen. 

Prof. dr. Frits van Oostrom. Foto: Ed van Rijswijk
Prof. dr. Frits van Oostrom. Foto: Ed van Rijswijk

Van Oostrom stelt dat mensen in de middeleeuwen al grote belangstelling hadden voor vogels. Zo hadden zij interesse voor de veren en de schoonheid van vogels en de geluiden die zij maakten. Van Oostrom merkt op dat de vroegst bekende Nederlandse zin zelfs betrekking heeft op vogels: Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu.

Bijgeloof 

Ook had veel van het bijgeloof uit deze tijd betrekking op vogels. Als een vogel van links aan kwam vliegen bracht dat bijvoorbeeld ongeluk.