11 januari 2019

NRC

Die Japanse walvisstudies, wat stelden ze eigenlijk voor?

Japan doodde walvissen voor wetenschappelijk onderzoek. En verkocht het vlees. Vorige maand besloot Japan, tegen internationale druk in, de commerciële walvisvaart te hervatten.

Genetisch onderzoek wees al uit: er leven twee populaties dwergvinvissen in de noordelijke Stille Oceaan. Maar Japanse onderzoekers wilden ook weten of je aan het uiterlijk van een dwergvinvis kunt zien tot welke populatie hij behoort. Daarom werden de afgesneden flippers van 220 gedode dwergvinvissen bestudeerd. De dieren waren in 2012 en 2013 gevangen voor wetenschappelijk onderzoek. De publicatie staat in het Open Journal of Animal Sciences.

(...)

„Al dat anatomische onderzoek kun je ook doen met moderne technieken”, zegt Lonneke IJsseldijk. Bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht is zij degene die alle aangespoelde walvissen van de Nederlandse kust ontleedt en onderzoekt. „Je kunt biopten van de huid nemen voor genetisch onderzoek, je kunt walvissen taggen om te weten waar ze hun voedsel halen en waar ze zich voortplanten, je kunt ze met drones volgen. Met de huidige technieken kun je de verspreiding en ontwikkeling van dieren volgen: heel waardevolle informatie, waarvoor een dier niet dood hoeft. Een gedood dier geeft slechts informatie over de gezondheid van het dier op dat moment.”

Het volledige artikel is verschenen op NRC op 11 januari 2019.