De faculteitsbrede mastercursus Techniques of futuring heeft de deelnemers veel energie en frisse ideeën gegeven. Jesse Hoffman en Peter Pelzer vertellen over hun geslaagde experiment.  

 

“It’s tough to make predictions. Especially about the future,” zei Yogi Berra . Met zijn opmerkelijke uitspraken was Berra de Amerikaanse Johan Cruijff, maar dan in baseball. En net als Cruijff had hij gelijk.

Toch is ‘de toekomst voorspellen’, of nog beter, ‘de toekomst verbeelden’, precies de uitdaging waar studenten van de keuzecursus Techniques of futuring voor stonden. De faculteitsbrede mastercursus, opgezet door Peter Pelzer en Jesse Hoffman van de Urban Futures Studio, is dit jaar voor het eerst gegeven aan 16 studenten: 12 van Sustainable Development, 1 van Innovation Studies, 1 van Earth, Life and Climate en 2 van Bestuurs- en Organisatiewetenschappen. Samen met beleidsmakers uit Den Haag verkenden ze verschillende methoden om een mogelijke toekomst op een aantrekkelijke manier te presenteren, zowel aan zichzelf als aan een breder publiek. Praktijkvoorbeelden van de beleidsmakers dienden als discussiemateriaal.

 

Science fiction

Met gastdocenten onderzochten ze innovatieve werkvormen. Een landschapsarchitect liet bijvoorbeeld zien op welke manieren je de relatie tussen stad en platteland kunt weergeven met behulp van tekeningen. De beleidsmederkers kregen de vraag om science fiction toe te passen op hun eigen vraagstuk en dat te bespreken. Een andere werkvorm was het inzetten van ‘publieke participatie’ om samen de toekomst te maken.

 

Een groot experiment

Het overkoepelende thema was ‘experimenteren’. “De hele cursus was een experiment,” zegt Jesse Hofman. “Dat was uitdagend voor de studenten.”

“We hebben de studenten behoorlijk in het diepe gegooid,” beaamt Peter Pelzer. “Na een inleiding ‘scenario’s maken’ vroegen wij hen om zelf een scenario te maken en we liepen weg. Of ze het individueel, of in een groep,  op een A4’tje of anders zouden doen, lieten we aan hen over. Het echte leven is ook niet altijd voorgestructureerd.”

“We gaven hun de opdracht om iets te maken, bijvoorbeeld een expositie,” zegt Jesse. “Ze moesten zelf nadenken over de vraag wat ze wilden bereiken met die expositie, en hoe ze dan het publiek moesten meekrijgen. Het duurde een tijd voor ze overgingen tot initiatief: ze bleven als echte academici hangen in ‘problematiseren’ in plaats van ‘uitproberen’. Een workshop met de ontwerpers van Studio KNOL betekende het omslagpunt: de studenten begrepen dat ze gewoon moesten beginnen. In plaats van ‘hoe moet het?’ vroegen ze zich af: ‘hoe wil ik het?’ Toen gingen ze zelf op onderzoek uit: ze lazen boeken, bekeken filmpjes en gingen aan het werk. Je zag ze met de week groeien.

 

Eindpresentatie

Op 25 januari presenteerden de studenten in Vechtclub XL installaties die ze tijdens de cursus hadden ontworpen voor een breed publiek: ‘the usual suspects’ als familie en vrienden, maar ook docenten en beleidsmakers uit Den Haag, niet alleen degenen die hadden meegedaan aan de cursus, maar ook nieuwe geïnteresseerden.”De slotavond had een talkshow-achtige opzet, met discussie en de mogelijkheid om de expositie de bezoeken,” zegt Peter. “De korte presentaties van de studententeams, vormden het hoogtepunt. Zij waren de sterren van de avond. Zoals een student vertelde: ‘deze cursus was als een zwangerschap, onze prachtige baby is nu eindelijk geboren’.” 

‘Hoeveel aardes hebben we nodig als iedereen zoals jij zou leven?’ Bezoekers kunnen een vragenlijst invullen. De ballon geeft weer hoe groot je ecologische voetafdruk is in relatie tot de aarde. Aan het rek hangt de groeiende dataset van ballonnen.
‘Project Overvecht.’ Met behulp van een een maquette die bestaat uit beweegbare stukken kunnen bezoekers zelf aanpassingen doen in de wijk. Op de achtergrond draaien filmpjes waarin bewoners vertellen hoe zij naar de wijk kijken.

Enthousiasme en energie

De studenten zijn enthousiast over de cursus. “Met name het experimenteren vonden ze leuk: daar kregen ze veel energie van,” zegt Jesse. “De samenwerking met beleidsmakers waardeerden ze zeer. Ze vonden het ook bijzonder dat ze zelf deel uitmaakten van een experiment: de cursus zelf. Soms waren ze onzeker over de opzet van het vak; die hebben we tussentijds ook aangepast om beter aan te sluiten bij hun leerproces.”

En de beleidsmakers? “We hadden verwacht dat voor hen de toegevoegde waarde lag in het aanleren van nieuwe technieken en de reflectie op hun eigen praktijk,” zegt Jesse. “Maar ze vonden de uitwisseling met studenten nog waardevoller: deze generatie kijkt anders tegen de wereld aan, ze komen met nieuwe ideeën en theorieën. Voor de beleidsmakers was dat heel verfrissend.”

 

‘Waanzinnige toegevoegde waarde’

Dit succes is voor herhaling vatbaar. Volgend jaar gaan Jesse en Peter wel een paar dingen anders doen. Heel praktisch gaan ze op zoek naar een tijdslot waarin meer studenten van andere opleidingen van Geowetenschappen mee kunnen doen. Maar inhoudelijk verandert er ook iets: “aan de slag gaan met je verbeelding mag meer voorop komen te staan, om de studenten sneller in beweging te krijgen. ‘Ontwerpend onderzoeken’ of ‘ontwerpgericht leren’ krijgt meer de nadruk,” zegt Jesse. “Daar zoeken we ook de nieuwe literatuur op uit. Studenten met hun handen laten werken is van waanzinnige toegevoegde waarde in een academische leeromgeving waar de nadruk ligt op problematiseren en beschrijven.”

 

Contactpersoon: Jesse Hoffman