18 February 2019 from 12:45 to 13:45

PhD Defence Jordy Meekes: Local labour markets, job displacement and agglomeration economies

On 18 February 2019, economist Jordy Meekes will defend his dissertation Local labour markets, job displacement and agglomeration economies at Utrecht University

There is a Dutch summary of his dissertation:

SAMENVATTING 

In zijn promotieonderzoek doet Jordy Meekes drie analyses: (i) de gevolgen van baanverlies vanuit een regionaal perspectief, (ii) de verschillen tussen groepen werknemers afhankelijk van de geografische omvang van hun lokale arbeidsmarkten, en (iii) de omvang van agglomeratievoordelen in lokale arbeidsmarkten met een hoge werkgelegenheidsdichtheid ten opzichte van arbeidsmarkten met een lage werkgelegenheidsdichtheid. 

Meekes gebruikt administratieve gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit de periode 2006 tot 2014. Deze rijke bron van informatie stelt hem in staat om onderzoek te doen naar de gehele Nederlandse populatie op het gebied van banen, bedrijven en individuen. Een voordeel van de CBS-gegevens is dat in de empirische schattingen gecorrigeerd wordt voor allerlei kenmerken die belangrijk zijn voor verschillen in arbeidsmarktuitkomsten, zoals persoonskenmerken, baankenmerken en kenmerken van huishoudens – hierbij kun je denken aan geslacht, opleidingsniveau, leeftijd, nationaliteit, gezinssamenstelling, economische sector en het jaar waarin de gegevens gemeten zijn.

De gevolgen van baanverlies vanuit een regionaal perspectief

De analyse van de gevolgen van baanverlies vanuit een regionaal perspectief is relevant voor beleid gericht op het verminderen van effecten van negatieve werkgelegenheidsschokken, omdat het inzicht geeft in hoeverre werknemers regionale aanpassingspatronen gebruiken na ontslag. Meekes onderzoekt de effecten van baanverlies als gevolg van faillissement van het bedrijf waar de werknemer in kwestie in dienst was. Meekes laat zien dat baanverlies kostbaar is vanuit een maatschappelijk perspectief: naast de aanzienlijke verliezen in werkgelegenheid en lonen ervaren werknemers na ontslag een toename in de woon-werkafstand van ongeveer 20 procent. Bovendien suggereren de resultaten dat ontslagen werknemers afwegingen maken tussen verschillende aanpassingspatronen: ontslagen werknemers met een langere werkloosheidsduur hebben een voorkeur voor dichterbij huis werken in plaats van een hoger loon. Belangrijk is ook dat in de context van baanverlies de woon-werkafstand een relevantere marge van aanpassing blijkt te zijn dan verhuizen naar een nieuwe woonlocatie, aangezien baanverlies een positief effect heeft op de woon-werkafstand en een negatief effect heeft op de verhuiskans. 

Ontslagen werknemers zoeken dus naar banen die binnen hun lokale arbeidsmarkt liggen. In dit opzicht wordt door werknemers de beslissing voor de woonlocatie niet gemaakt op basis van de werklocatie, maar wordt de beslissing voor de werklocatie gemaakt op basis van de woonlocatie. De woningmarkt kan de arbeidsmarktuitkomsten van ontslagen werknemers belemmeren door een relatief lage geografische mobiliteit, maar de pendelmarge van aanpassing helpt hen weerbaar te zijn tegen een negatieve werkschok. Deze bevinding is relevant voor het beleid gericht op het verminderen van effecten van negatieve werkgelegenheidsschokken, aangezien het suggereert dat werknemers die minder makkelijk kunnen pendelen, bijvoorbeeld in geografische gebieden met een mindere infrastructuur of werknemers die minder toegang hebben tot vervoersmiddelen, kwetsbaarder zijn op de arbeidsmarkt.

De geografische omvang van lokale arbeidsmarkten hangt sterk af van de subgroep van werknemers

Het concept van lokale arbeidsmarkten wordt door onderzoekers gebruikt om een afgebakend regionaal gebied aan te duiden dat qua economische activiteit relatief op zichzelf staat, bijvoorbeeld door pendelstromen tussen lokale arbeidsmarkten te meten. Het onderzoek van Meekes naar de verschillen tussen groepen werknemers en de geografische omvang van hun lokale arbeidsmarkten laat zien dat deze omvang sterk afhankelijk is van de beoogde subgroep van werknemers: mannelijke werknemers en hoogopgeleide werknemers, in vergelijking met vrouwelijke werknemers en laagopgeleide werknemers, worden gekenmerkt door grotere en dus minder unieke lokale arbeidsmarkten. Dit is een belangrijke bevinding voor beleidsmakers aangezien het suggereert dat regionaal en lokaal arbeidsmarktbeleid voor verschillende subgroepen van individuen effectiever kan zijn wanneer er verschillende maten van geografische omvang gebruikt worden. 

Agglomeratievoordelen zijn sterker aanwezig op een hoger regionaal schaalniveau en groter voor hoogopgeleiden

Agglomeratievoordelen in lokale arbeidsmarkten zijn gedefinieerd als schaalvoordelen voor de productiviteit van werknemers en bedrijven door een hoge bevolkings- of werkgelegenheidsdichtheid De analyse van de agglomeratievoordelen in lokale arbeidsmarkten met een hoge werkgelegenheidsdichtheid ten opzichte van die met een lage dichtheid laat zien dat de omvang van agglomeratievoordelen in lonen toeneemt wanneer de lokale arbeidsmarkt een grotere dichtheid heeft. De agglomeratievoordelen voor hoogopgeleide werknemers in vergelijking met laagopgeleide werknemers zijn ongeveer twee keer zo hoog. Bovendien suggereren de resultaten dat agglomeratievoordelen sterker tot uiting komen op een hoger niveau van regionale aggregatie dan verwacht wordt op basis van de onderliggende mechanismen van agglomeratie, te weten matchen, delen en kennis, die meer lokaal verondersteld worden. Hiermee wil Meekes zeggen dat de agglomeratievoordelen in een stedelijk gebied zoals Amsterdam niet alleen tot uiting komen binnen de gemeente Amsterdam, maar ook in de naburige gemeenten vanwege allerlei interacties tussen werknemers en bedrijven. Een uitleg hiervoor is de sterke economische connectiviteit tussen Amsterdam en de naburige gemeenten, wat bijvoorbeeld zichtbaar is in de pendelstromen van en naar de stad. Samen met de naburige gemeenten vormt Amsterdam een lokale arbeidsmarkt waarvan Amsterdam de kern is, en alle gemeenten in deze lokale arbeidsmarkt profiteren van de goede infrastructuur en de aanwezigheid van een brede arbeidsmarkt en afzetmarkt. De bevindingen zijn relevant voor de evaluatie van stedelijk en regionaal beleid gericht op het stimuleren van agglomeratievoordelen en regionale productiviteitsgroei. 

Al met al pleit Meekes ervoor dat beleidsmakers de mogelijke verschillen in de geografische omvang van lokale arbeidsmarkten van werknemers in acht nemen. Het is belangrijk om de verschillen in lokale arbeidsmarkten tussen subgroepen van de populatie te erkennen waarop beleid gericht is. Bovendien zal het nuttig zijn om regionaal arbeidsmarktbeleid en woningmarktbeleid te concentreren op grotere gebieden dan gemeenten, omdat, zoals Meekes laat zien in zijn promotieonderzoek, alle gemeenten die deel uitmaken van de Randstad onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn op het gebied van pendelstromen.

Start date and time
18 February 2019 12:45
End date and time
18 February 2019 13:45
PhD candidate
Jordy Meekes
Dissertation
 Local labour markets, job displacement and agglomeration economies
PhD supervisor(s)
Wolter Hassink
Entrance fee
Free of charge